De Brabantse Zorgvuldigheidscore Veehouderij (BZV) helpt veehouders om zorgvuldig te zijn.

Ontwikkelruimte verdienen

Onder zorgvuldig wordt verstaan dat veehouderijen hun bedrijfsvoering zo inrichten dat zij daarmee goed passen in hun omgeving. De BZV gaat uit van de gedachte dat Ontwikkelruimte verdiend moet worden en niet onbegrensd is. Deze denklijn is vastgesteld in de Verordening ruimte 2014. Veehouders kunnen pas een vergunning aanvragen voor een uitbreiding na overleg met hun omgeving en nadat uit een objectieve toetsing (BZV) de score ‘zorgvuldig’ is gekomen. BZV toetst de thema's: gezondheid, dierenwelzijn, brandpreventie, energie, fosfaatefficiëntie, geur, fijn stof, endotoxines, ammoniak, biodiversiteit, mineralenkringlopen en verbinding met de omgeving.

BZV 2.0

Op 9 februari 2018 zal een nieuwe versie van de BZV in werking treden, versie 2.0. Deze vervangt versie 1.2 uit 2017. De Nota van Inspraak, BZV versie 2.0 en de wijziging van de Nadere Regels BZV 2.0 kunt u raadplegen op ruimtelijkeplannen.brabant.nl en ruimtelijkeplannen.nl

De belangrijkste wijzigingen van de BZV zijn de verhoging van de minimumscore van de BZV van 7,00 naar 7,25. Ook is de BZV minder complex geworden. Zo is de maatlat ammoniak vervallen en zijn alle certificaten geactualiseerd. In maatlat gezondheid zijn enkele maatregelen vervallen en enkele nieuwe opgenomen. In de maatlat fijnstof is het onderdeel fijnstofimpact vervallen. De maatlatten biodiversiteit en verbinding zijn samengevoegd en een aantal maatregelen uit deze maatlatten is vervallen. En er zijn nieuwe maatregelen opgenomen om overlast te voorkomen.

Panel Zorgvuldige Veehouderij

Veehouders kunnen maatregelen kiezen en scoren als deze verder gaan dan de wettelijke minimumeisen. De BZV heeft 3 pijlers:

  1. Certificaten (onafhankelijk erkende certificaten die veel bedrijven hebben)
  2. Inrichting & Omgeving (fysieke inrichting van het bedrijf)
  3. Innovatie

De BZV beloont ondernemers die innoveren, ook wanneer de innovaties nog geen bewezen bijdrage leveren aan een zorgvuldige veehouderij. Het Panel Zorgvuldige Veehouderij geeft advies over kansrijke innovaties in de veehouderij. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de vergunningverlening aan veehouders en zien erop toe dat zij voldoen aan de criteria van de BZV.

Aanvraag doen

Een omgevingsvergunning aanvragen gaat via het Omgevingsloket. Veehouders of hun adviseurs moeten vóór het aanvragen van de vergunning eerst de BZV invullen via de webapplicatie. Met de webapplicatie kunnen veehouders en bedrijfsadviseurs zien hoe zij er op dit moment voorstaan en scenario’s maken om te toetsen hoe zij de voor ontwikkelruimte vereiste score kunnen halen. Zie ook de werkinstructie voor de webapplicatie.

Zie ook

Documenten en bestanden (4)

Open Links Sluit Links

Links naar (3)

Open Links Sluit Links

Contacten (1)

Open Links Sluit Links

Veelgestelde vragen (6)

Open Links Sluit Links
  • 1. Is toetsing aan art. 6.3/7.3 nodig voor bouw garage op agrarisch bouwperceel?

    Vraag

    Dient voor de uitbreiding van het bebouwd oppervlak voor een garage ten behoeve van privé gebruik binnen een agrarisch bouwperceel ook getoetst te worden aan artikel 6.3/ 7.3 van de Verordening ruimte 2014 ? (cumulatieve geurhinder, achtergrondconcentratie, fijn stof, dialoog met de buurt, BZV, etc?).

    Antwoord

    Nee, mits in het bestemmingsplan geborgd wordt dat de garage alleen bestemd wordt voor privégebruik en er geen functieverandering mag plaatsvinden naar gebruik voor het houden van dieren. 

  • 2. Is BZV van toepassing bij nevenfuncties als akkerbouwtak?

    Vraag

    Is de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij ook van toepassing in geval van nevenfuncties, waaronder een akkerbouwtak?

    Antwoord

    Ten aanzien van nevenfuncties het volgende. In artikel 6.4 en 7.4 van de Verordening ruimte 2014 is nadrukkelijk bepaald dat gebouwen voor een neventak of nevenfunctie niet aan de BZV hoeft te voldoen mits het bestemmingsplan borgt dat die gebouwen niet gebruikt worden voor het houden van dieren. In de toelichting op de Verordening ruimte 2014 is bij artikel 7.4 opgenomen hoe dit geborgd kan worden.

  • 3. Ook BZV bij maatschappelijke/recreatieve bestemmingen?

    Vraag

    Zijn de in de Verordening ruimte 2014 voorgeschreven Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en dialoog van toepassing op uitbreidingen van gebouwen voor zorgboerderijen en recreatiebedrijven, waarbij het houden van dieren (ondergeschikt) onderdeel is van de bedrijfsvoering?
    In hoeverre is de bestemming daarbij leidend? Kunnen de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en dialoog ook van toepassing zijn bij maatschappelijke en recreatieve bestemmingen?

    Antwoord

    De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en zorgvuldige dialoog zijn opgenomen in artikel 6.3 en 7.3 van de Verordening ruimte 2014 en moeten derhalve verplicht toegepast worden bij veehouderijen. Wat onder een veehouderij verstaan wordt is opgenomen in de definitiebepalingen van de Verordening ruimte 2014.

    Het staat iedere gemeente vrij om de zorgvuldige dialoog en de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij ook toe te passen bij andere ontwikkelingen indien zij dat wenselijk vinden.

     

  • 4. Is BZV van toepassing bij combinatie van paardenhouderij en veehouderij?

    Vraag

    Is de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij van toepassing op een paardenhouderij als deze gecombineerd is met een veehouderij?

    Antwoord

    Nee, paardenbedrijven vallen niet onder de definitie van veehouderij als opgenomen in de Verordening ruimte 2014. Indien de gebouwen voor deze (neven)tak worden opgericht EN indien is geborgd dat de bebouwing niet ten behoeve van het houden van dieren voor de aanwezige veehouderij gebruikt kan worden (dat moet dus in het bestemmingsplan geborgd worden) zijn de rechtstreeks werkende regels inzake veehouderij (artikel 34 van de Verordening ruimte 2014 incl. BZV) niet van toepassing.

  • 5. Hoe borg je dat gebruik niet is voor houden dieren?

    Vraag

    BZV 5 Hoe borg je dat gebouwen niet worden gebruikt voor het houden van dieren?

    Antwoord

    De borging moet in een bestemmingsplan geregeld worden. In een bestemmingsplan kunnen namelijk gebruiksbepalingen worden opgenomen inzake het gebruik van gebouwen. Via dergelijke gebruiksbepalingen kan derhalve geborgd worden dat gebouwen niet gebruikt worden voor het houden van dieren.

     

  • 6. Wanneer is sprake van toename van oppervlakte van de bestaande gebouwen voor een veehouderij?

    Vraag

    In welk geval is sprake van toename van oppervlakte van de bestaande gebouwen en bestaande bouwwerken voor een veehouderij?

    Antwoord

    Wanneer sprake is van toename van de oppervlakte van bestaande gebouwen , is te herleiden uit artikel 34 Verordening ruimte 2014.