Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBeleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent Panel Zorgvuldige Veehouderij (Beleidsregel afwegingskader Panel Zorgvuldige Veehouderij Noord-Brabant)
CiteertitelBeleidsregel afwegingskader Panel Zorgvuldige Veehouderij Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Eigen onderwerpagrarische sector, duurzaamheid, ruimtelijke ordening

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

20-06-2017artikel 3.2, 4.4

18-04-2017

prb-2017-2659

C2188527/4170713
18-12-201420-06-2017nieuwe regeling

09-12-2014

Provinciaal Blad, 2014, 173

3692039

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent Panel Zorgvuldige Veehouderij (Beleidsregel afwegingskader Panel Zorgvuldige Veehouderij Noord-Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 10 juni 2014 het Reglement Panel Zorgvuldige Veehouderij Noord-Brabant hebben vastgesteld, waarbij een panel van deskundigen is ingesteld, dat tot taak heeft Gedeputeerde Staten te adviseren over innovatieve bedrijfsconcepten;

Overwegende dat artikel 3, eerste lid, van dat Reglement stelt dat het Panel Zorgvuldige Veehouderij dient te adviseren overeenkomstig een door Gedeputeerde Staten vast te stellen afwegingskader;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten derhalve een transparant beleidskader wensen vast te stellen dat inzicht geeft op welke wijze en aan de hand van welke criteria een afweging plaats vindt ten aanzien van de gevallen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van het Reglement Zorgvuldige Veehouderij Noord-Brabant;

Overwegende dat de Verordening ruimte, de Nadere regels Verordening ruimte - Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij en de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij de wettelijke kaders zijn waarop het afwegingskader is gebaseerd;

Besluiten vast te stellen de volgende beleidsregel:

§ 1. Algemeen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

  • a.

     bovengemiddelde prestatie: prestatie die als meer dan gemiddeld kan worden beschouwd, gelet op de overige prestaties in dezelfde sector;

  • b.

     Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij: score als bedoeld in bijlage ! van de Nadere regels Verordening ruimte 2014 - Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij;

  • c.

     BZV: Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij;

  • d.

     certificaten: certificaten als bedoeld in artikel 1.1 van de nadere regels;

  • e.

     nadere regels: Nadere regels Verordening ruimte 2014 - Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij of later vastgestelde Nadere regels Verordening ruimte - Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij van de provincie Noord-Brabant;

  • f.

     Panel: Panel Zorgvuldige Veehouderij;

  • g.

     Panel Zorgvuldige Veehouderij: commissie als bedoeld in artikel 82 van de Provinciewet;

  • h.

     pijler: pijler als bedoeld in artikel 4.1 van de nadere regels;

  • i.

     verordening: Verordening Ruimte 2014, of een later vastgestelde Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant.

Artikel 1.2 Drie situaties

Bij de beoordeling of een verzoek tot uitbreiding van het bestaande bebouwingsoppervlak van een veehouderij toelaatbaar is, onderscheiden Gedeputeerde Staten de volgende drie situaties:

  • a.

     uitbreiding van een veehouderij waarvoor geen certificaten in de BZV zijn opgenomen als bedoeld in artikel 4, derde lid, van de nadere regels;

  • b.

     uitbreiding van een veehouderij ingeval van innovatieve bedrijfsconcepten die onvoldoende scoren op de BZV als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de nadere regels;

  • c.

     uitbreiding van een zorgvuldige veehouderij boven de 1,5 hectare vanwege een innovatief bedrijfsconcept als bedoeld in de artikelen 6.4 en 7.4 van de verordening.

Artikel 1.3 Basisscore

De situaties, genoemd in artikel 1.2, voldoen in ieder geval aan de wettelijke eisen, overeenkomend met een BZV-score van zes.

§2. Situatie een: veehouderij waarvoor geen certificaten in de BZV zijn opgenomen

Artikel 2.1 Voldoende zorgvuldig

Indien voor een bepaalde diersoort geen certificaten in de BZV zijn opgenomen en de veehouderij niet aan de BZV-score van ten minste zeven punten kan voldoen, beoordelen Gedeputeerde Staten of de veehouderij zich voldoende heeft ingespannen wat betreft zorgvuldigheid.

Artikel 2.2 Pijler “Certificaten”

Gedeputeerde Staten beoordelen de prestatie van de veehouderij, bedoeld in artikel 2.1, op de thema’s genoemd in de BZV-pijler “Certificaten” van bijlage 1 van de nadere regels.

Artikel 2.3 Pijler “Inrichting & Omgeving”

Onverminderd artikel 2.2 beoordelen Gedeputeerde Staten aanvullend hoe de veehouderij presteert op de thema’s genoemd in de BZV-pijler “Inrichting & Omgeving” van bijlage 1 van de nadere regels.

Artikel 2.4 Bovengemiddelde prestatie

Gedeputeerde Staten beoordelen de zorgvuldigheid, als bedoeld in artikel 2.1, op basis van de door de veehouderij geleverde informatie bij het verzoek tot uitbreiding van het bestaande bebouwingsoppervlak waarbij de prestatie van de veehouderij op de thema’s, genoemd in artikel 2.2 en artikel 2.3, op een niveau ligt dat als bovengemiddeld in de desbetreffende sector aan te merken is.

§ 3. Situatie twee: uitbreiding van een veehouderij ingeval van innovatieve bedrijfsconcepten die onvoldoende scoren op de BZV-pijlers “Certificaten” en “Inrichting & Omgeving”

Artikel 3.1 Innovatief bedrijfsconcept dat bijdraagt aan een zorgvuldige veehouderij

Indien een innovatief bedrijfsconcept van een veehouderij die uitbreiding wenst onvoldoende scoort op de BZV-pijlers, beoordelen Gedeputeerde Staten of het gaat om een innovatief bedrijfsconcept waarbij sprake is van een zorgvuldige veehouderij of van een ontwikkeling naar een zorgvuldige veehouderij.

Artikel 3.2 Zorgvuldige Veehouderij

  • 1

     Om te bepalen of de veehouderij, bedoeld in artikel 3.1, een zorgvuldige veehouderij is, beoordelen Gedeputeerde Staten:

    • a.

       of het innovatieve bedrijfsconcept bovengemiddeld presteert op de volgende drie hoofdthema’s van de BZV:

      • 1°.

         volksgezondheid;

      • 2°.

         dierenwelzijn en -gezondheid;

      • 3°.

         fysieke leefomgeving;

    • b.

       hoe het innovatieve bedrijfsconcept aanvullend presteert op de subthema’s van de BZV, bedoeld in artikel 2.2 en artikel 2.3;

    • c.

      of het innovatieve bedrijfsconcept past in haar omgeving rekening houdend met cumulatieve effecten voor de aspecten die zijn genoemd in onderdeel a.

  • 2

     In het geval de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, niet of niet geheel mogelijk is, beoordelen Gedeputeerde Staten:

    • a.

       of en hoe de belangen die samenhangen met de subthema’s in voldoende mate aan bod komen in het innovatieve bedrijfsconcept;

    • b.

       of het innovatieve bedrijfsconcept verder gaat dan de subthema’s van de BZV, genoemd in het eerste lid, onder b.

Artikel 3.3 Innovatief bedrijfsconcept

Bij de beoordeling of sprake is van een innovatief bedrijfsconcept, beoordelen Gedeputeerde Staten of het om een voor de Brabantse veehouderij nieuw bedrijfsconcept gaat.

§ 4. Situatie drie: uitbreiding van een veehouderij boven de 1,5 hectare vanwege een innovatief bedrijfsconcept

Artikel 4.1 Noodzakelijke uitbreiding boven 1,5 hectare vanwege innovatief bedrijfsconcept

Indien een zorgvuldige veehouderij een uitbreiding wenst boven de 1,5 hectare beoordelen Gedeputeerde Staten of het een noodzakelijke uitbreiding boven 1,5 hectare betreft vanwege een innovatief bedrijfsconcept.

Artikel 4.2 Zorgvuldige veehouderij

Bij de beoordeling bedoeld in artikel 4.1 stellen Gedeputeerde Staten primair op basis van de volgende systematiek van de BZV vast, of het om een zorgvuldige veehouderij gaat:

  • a.

     de veehouderij heeft een BZV-score van ten minste zeven punten;

  • b.

     de veehouderij wordt op grond van zijn prestaties beoordeeld als een zorgvuldige veehouderij overeenkomstig de paragrafen 2 en 3.

Artikel 4.3 Innovatief bedrijfsconcept

Bij de beoordeling of sprake is van een innovatief bedrijfsconcept beoordelen Gedeputeerde Staten of het om een voor de Brabantse veehouderij nieuw bedrijfsconcept gaat.

Artikel 4.4 Uitbreiding boven 1,5 hectare noodzakelijk

  • 1

     Gedeputeerde Staten stellen vast of de uitbreiding van het bedrijf groter dan 1,5 hectare noodzakelijk is voor de ontwikkeling van een zorgvuldige veehouderij vanwege een innovatief bedrijfsconcept.

  • 2

     Gedeputeerde Staten beoordelen daarbij of:

    • a.

       de toepassing van een innovatief bedrijfsconcept in een zorgvuldige veehouderij de uitbreiding boven 1,5 hectare noodzakelijk maakt;

    • b.

       de noodzaak tot uitbreiding niet is ingegeven door de wens voor het houden van meer dieren.

  • 3.

    Gedeputeerde Staten houden bij de beoordeling op grond van het eerste en tweede lid rekening met de binnen de inrichting aanwezige en te handhaven bebouwing voor de reeds aanwezige dieren en de bijbehorende huisvestingssystemen.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 5.1 Inwerkingtreding

De beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5.2 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel afwegingskader Panel Zorgvuldige Veehouderij Noord-Brabant.

’s-Hertogenbosch, 16 december 2014

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris mw. ir. A.M. Burger

 

Toelichting behorende bij de Beleidsregel afwegingskader Panel Zorgvuldige Veehouderij Noord-Brabant

Algemeen

De Verordening ruimte (Vr), de Nadere Regels Verordening ruimte -Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij (Nadere Regels) en de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV) zijn de kaders waarop deze regeling is gebaseerd.

De Vr noemt drie situaties van uitbreidingen van veehouderijen waarin een deskundigenadvies van het Panel Zorgvuldige Veehouderij een rol speelt.

Artikelsgewijs

Artikel 1.3 Basisscore Onder wettelijke eisen wordt ook verstaan als een bedrijf valt onder de proefstalregeling of in het geval er een hardheidsclausule van toepassing is, bijvoorbeeld bij de verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013 bij innovatieve stalsystemen.

Artikel 2.1 Voldoende zorgvuldig Indien voor een bepaalde diersoort geen certificaten in de BZV zijn opgenomen, is een minimumscore op de pijler “Certificaten” niet van toepassing. Daarbij kan de situatie ontstaan dat een veehouderij voor deze diersoort onvoldoende op de BZV kan scoren. Ingevolge artikel 4, derde lid, van de Nadere regels, kan een veehouderij via een positief deskundigenadvies van het Panel Zorgvuldige Veehouderij op basis van dit afwegingskader dispensatie krijgen, mits hij zich voldoende heeft ingespannen qua zorgvuldigheid.

Artikel 2.4 Bovengemiddelde prestatie Bij de bepaling van wat een bovengemiddeld niveau is in de desbetreffende sector laten Gedeputeerde Staten zich adviseren door deskundigen.

Artikel 3.1 Innovatief bedrijfsconcept dat bijdraagt aan een zorgvuldige veehouderij Volgens artikel 4, vierde lid, van de Nadere regels, is er bij innovatieve bedrijfsconcepten die geen BZV score van ten minste zeven halen sprake van een zorgvuldige veehouderij of ontwikkeling naar een zorgvuldige veehouderij, indien dat blijkt uit een positief advies van het Panel Zorgvuldige Veehouderij. Hierbij gaat het om bedrijven die door hun innovatief karakter op voorhand onvoldoende scoren op de twee BZV-pijlers: “Certificaten” en “Inrichting & Omgeving”.

Artikel 3.2 Zorgvuldige veehouderij Inherent aan een innovatief bedrijfsconcept waarbij sprake is van een zorgvuldige veehouderij is dat dit waarschijnlijk niet direct of helemaal te bepalen is met de subthema’s van de BZV, omdat de desbetreffende innovatie in de praktijk nog toegepast en bewezen moet worden. De beoordeling hoeft zich daarmee niet tot de subthema’s te beperken. Juist vanwege het innovatieve karakter mag verwacht worden dat het concept al verder gaat dan de huidige subthema’s.

Artikel 3.3 Innovatief bedrijfsconcept Er is sprake van een voor de Brabantse veehouderij nieuw bedrijfsconcept wanneer een eerste groep bedrijven dit nieuwe concept gaat toepassen. Per situatie wordt dit nader bepaald. Er wordt vanuit gegaan dat bij een bredere toepassing van het innovatieve bedrijfsconcept dit standaard wordt opgenomen in een nieuwe versie van de BZV.

In de Verordening ruimte, de Nadere regels Verordening ruimte – Brabantse zorgvuldigheidsscore veehouderij en de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij wordt zowel de term “innovatief” als “vernieuwend” gebruikt waar het gaat om bedrijfsconcepten. In het Reglement Panel Zorgvuldige Veehouderij Noord-Brabant is er echter voor gekozen om de eenduidige term “innovatief bedrijfsconcept” te gebruiken. Aangezien deze beleidsregel een uitwerking is van dat Reglement, is er ook in deze regeling gekozen voor eenduidigheid in terminologie.

Artikel 4.1 Noodzakelijke uitbreiding boven 1,5 hectare vanwege innovatief bedrijfsconcept In de artikelen 6.4 en 7.4 van de Vr is bepaald dat uitbreiding van een zorgvuldige veehouderij boven de 1,5 hectare alleen is toegestaan in een drietal situaties. Eén ervan is, dat deze uitbreiding noodzakelijk is voor de ontwikkeling van een zorgvuldige veehouderij vanwege een innovatief bedrijfsconcept, mits de noodzaak daartoe blijkt uit een deskundigenadvies van het Panel Zorgvuldige Veehouderij en het bestemmingsplan borgt dat het innovatief bedrijfsconcept deel uitmaakt van de zorgvuldige veehouderij.

Artikel 4.4 Uitbreiding boven 1,5 hectare noodzakelijk Tweede lid Toets Gedeputeerde Staten Onder c Meer ruimte nodig door innovatief bedrijfsconcept In de toelichting bij de Vr (4.45 artikel 7.4 afwijkende regels veehouderij) is aangegeven dat de derde uitzondering een situatie betreft waarin een bedrijf vanwege een innovatief bedrijfsconcept meer ruimte nodig heeft. Het gaat er hierbij niet om dat een bedrijf meer dieren houdt dan een gemiddeld ander bedrijf op 1,5 hectare doet. Het gaat er om dat vanwege het innovatieve concept meer ruimte nodig is.

Gedeputeerde Staten vqan Noord-Brabant,

de voorzitter

de secretaris

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

mw. ir. A.M. Burger