Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013

Provinciale Staten van Noord-Brabant

Gelezen het voorstel van Gedeputeerde Staten, d.d. 26 februari 2013;

Gelet op de artikelen 143 en 152 van de Provinciewet;

Gelet op de artikelen 19c, 19d, 19kd, 19ke en 19kf van de Natuurbeschermingswet 1998;

Gezien het advies van de Commissie Ecologie en Ruimte d.d. 18 maart 2013;

Overwegende dat op 29 september 2009 het Convenant ‘Stikstof en Natura 2000’ tot stand gekomen is;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 8 december 2009 de inhoud van dit convenant hebben vastgesteld als basis voor hun beleid met betrekking tot stikstofdeposities op Natura 2000-gebieden vanuit de veehouderij;

Overwegende dat Provinciale Staten op grond van artikel 19ke van de Natuurbeschermingswet 1998 een verordening kunnen vaststellen om de verslechtering van de kwaliteit van de voor stikstofgevoelige habitats in een Natura 2000-gebied te voorkomen;

Overwegende dat Provinciale Staten de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 10 januari 2012, hebben vastgesteld;

Overwegende dat de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant in verband met doelmatigheidoverwegingen geheel aangepast dient te worden;

Overwegende dat Provinciale Staten vanwege de omvang van de wijzigingen een geheel nieuwe verordening wensen vast te stellen;

Besluiten vast te stellen de volgende verordening:

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1

     In deze regeling wordt verstaan onder:

     

    • a.

       bedrijf: inrichting in de zin van artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, bestemd voor het fokken, mesten en houden van dieren;

    • b.

       Commissie: Commissie van Deskundigen, bedoeld in artikel 5;

    • c.

       dierenverblijf: al dan niet overdekte ruimte waarbinnen dieren worden gehouden, inclusief de daaraan gekoppelde mestopslag of mestbewerkingstechnieken waarvoor een Rav-code is opgenomen in de Rav-lijst;

    • d.

       de depositiebank: het registratie- en monitoringsysteem met betrekking tot de afname van de N-depositie van veehouderijbedrijven, voor zover deze afname beschikbaar is voor saldering;

    • e.

       N-depositie: neerslag van stikstofverbindingen uit de atmosfeer op een habitat, waarbij de belasting op een punt binnen het habitat uitgedrukt wordt in mol N/ha/jr en de belasting op het habitat als geheel in mol N/jr;

    • f.

       N-gevoelig habitat: habitat, leefgebied of deel daarvan als bedoeld in artikel 10a van de Natuurbeschermingswet 1998 met een kritische depositiewaarde kleiner dan 2400 mol N/ha/jr;

    • g.

       piekbelasting: N-depositie van ten minste 200,0 mol N/ha/jr veroorzaakt door een individueel bedrijf op het door dat bedrijf meest belaste punt van een N-gevoelig habitat;

    • h.

       Rav-lijst: lijst van huisvestingssystemen met bijbehorende jaaremissies van ammoniak per diersoort verbonden aan de Regeling ammoniak en veehouderij;

    • i.

       salderen: vereffenen van een door een bedrijf veroorzaakte toename van de N-depositie (in mol N/jr) uit een nieuwe stal op een N-gevoelig habitat met de afname van de N-depositie op hetzelfde habitat als gevolg van een na 7 december 2004 gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning krachtens de Wabo, een krachtens de Wabo vastgestelde algemene maatregel van bestuur, dan wel melding van een op grond het Activiteitenbesluit milieubeheer, van een of meer andere bedrijven;

    • j.

       veehouderij: agrarische bedrijfsvoering met als hoofdactiviteit het houden van vee, pluimvee of pelsdieren;

    • k.

       Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • 2

     Waar in deze verordening gesproken wordt over een nieuwe stal, wordt daaronder verstaan:

     

    • a.

       een opgericht of gerenoveerd dierenverblijf,

      • 1º.

         waarvoor op of na 25 mei 2010 een omgevingsvergunning onderdeel bouwen vereist is en door de oprichting of renovatie een wijziging plaatsvindt van het huisvestingssysteem uit de dan geldende Rav-lijst; of

      • 2º.

         waarbij sprake is van het aanleggen, aankoppelen of installeren van een of meer van de in de bijlage 1 opgenomen lijst met systemen voorzover het aankoppelen of installeren van deze systemen betrekking heeft op de emissiereductie van stikstof;

    • b.

       een nieuw opgericht verplaatsbaar dierenverblijf, of

    • c.

       een gebouw dat in de beoogde situatie als dierenverblijf wordt ingericht.

Artikel 2 Actualiseren lijst met systemen

Door Gedeputeerde Staten wordt bijlage 1 gewijzigd, zodra wijzigingen in de Rav-lijst, Wabo of het Activiteitenbesluit milieubeheer daartoe aanleiding geven.

Hoofdstuk 2 Eisen aan stalsystemen

Artikel 3 Zorgplicht voor de ondernemer

  • 1

     De initiatiefnemer, onderscheidenlijk drijver van de betrokken inrichting draagt er zorg voor, dat bij het realiseren van een of meer nieuwe stallen deze gemiddeld voldoen aan de vereisten als opgenomen in bijlage 2 zoals deze geldt op het moment dat de daarvoor vereiste:

    • a.

       aanvraag om een vergunning ingevolge de Natuurbeschermingswet 1998 of aanvraag om een vergunning ingevolge de Wabo of een ingevolge de Wabo vastgestelde algemene maatregel van bestuur, waarvoor op grond van artikel 47b van de Natuurbeschermingswet 1998 een verklaring van geen bedenkingen is vereist, of

    • b.

       indien onder a niet van toepassing is, een aanvraag om een vergunning ingevolge de Wabo of melding ingevolge het Activiteitenbesluit milieubeheer is gedaan.

  • 2

     Onverminderd het eerste lid draagt de initiatiefnemer, onderscheidenlijk de drijver van de inrichting er zorg voor, dat uiterlijk per 1 januari 2028 het bedrijf als geheel gemiddeld voldoet aan de vereisten als opgenomen in bijlage 2.

Artikel 4 Actualiseren technische staleisen

Door Gedeputeerde Staten wordt bijlage 2 gewijzigd, zodra de ontwikkelingen in emissiereducerende technieken of het regionale N-depositieniveau daartoe aanleiding geven.

Artikel 5 Commissie van Deskundigen

  • 1

     Door Gedeputeerde Staten wordt een Commissie van onafhankelijke deskundigen ingesteld.

  • 2

     De Commissie adviseert over:

    • a.

       aanpassingen van bijlage 2, waarbij zij beoordeelt of die al of niet overeenstemmen met de meest actuele versie van de Rav-lijst;

    • b.

       situaties, zowel ad hoc als structureel, waarin de Rav-lijst niet voorziet of sprake is van interpretatieverschillen.

  • 3

     De Commissie kan afhankelijk van het concrete adviesonderwerp een wisselende samenstelling hebben.

  • 4

     Door Gedeputeerde Staten worden nadere regels vastgesteld met betrekking tot de samenstelling en de werkwijze van de Commissie.

Hoofdstuk 3 Salderingsverzoek voor nieuwe stallen

Artikel 6 Categorie-indeling van bedrijven

Op basis van de door de initiatiefnemer, onderscheidenlijk door de drijver van de betrokken inrichting beoogde situatie worden bedrijven al naar gelang hun maximale N-depositie op een N-gevoelig habitat binnen een Natura 2000-gebied ingedeeld in de volgende categorieën:

  • a.

     categorie A: bedrijven met een N-depositie van 5,0 mol N/ha/jr of minder;

  • b.

     categorie B: bedrijven met een N-depositie boven 5,0, maar niet meer dan 50,0 mol N/ha/jr.

Artikel 7 Salderingsverzoek

In geval van een toename van N-emissie in nieuwe stallen boven de referentie-emissie op bedrijfsniveau als bedoeld in artikel 14, kan de initiatiefnemer, onderscheidenlijk de drijver van de betrokken inrichting, vallend onder een categorie, zoals bedoeld in artikel 6, onder a of b, een verzoek tot saldering via de depositiebank indienen.

Artikel 8 Indieningsvereisten salderingsverzoek

  • 1

     Gedeputeerde Staten kunnen regels stellen met betrekking tot de wijze waarop het salderingsverzoek wordt ingediend en de gegevens en bescheiden die door de initiatiefnemer, onderscheidenlijk de drijver van de betrokken inrichting, daarbij worden verstrekt met het oog op de te nemen beslissing op het verzoek.

  • 2

     Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat een verzoek als bedoeld in het eerste lid slechts kan worden ingediend met gebruikmaking van een door hen daartoe vastgesteld formulier.

Hoofdstuk 4 Depositiebank

Artikel 9 Inrichting depositiebank

Gedeputeerde Staten dragen zorg voor het inrichten en onderhouden van een depositiebank, die gevuld wordt met de vervallen deposities van bedrijven, waarvan de vergunning ingevolge de Wabo, de vergunning ingevolge een krachtens de Wabo vastgestelde algemene maatregel van bestuur of de melding krachtens het Activiteitenbesluit milieubeheer na 7 december 2004 geheel of gedeeltelijk is ingetrokken of vervallen, voor zover deze nog niet eerder gebruikt zijn voor een saldering.

Artikel 10 Onderverdeling depositiebank

De in de depositiebank opgenomen deposities van de in artikel 9 bedoelde bedrijven, die meer dan 5,0 mol N/ha/jr bedragen, worden opgenomen in een deelregistratie, de depositiebank B.

Artikel 11 Beperking bij inbreng van piekbelastingen

Indien de vervallen depositie, bedoeld in artikel 9, een piekbelasting betreft, kan van de vervallen depositie voor maximaal 50,0 mol N/ha/jr, berekend op het meest belaste punt van de N-gevoelige habitats, in de depositiebank worden opgenomen.

Artikel 12 Nadere regeling door Gedeputeerde Staten

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 9 tot en met 11 stellen Gedeputeerde Staten nadere regels vast over de wijze waarop de berekening van stikstofdeposities plaatsvindt, de depositiebank gevuld wordt en depositierechten worden uitgegeven.

Hoofdstuk 5 Saldering via de depositiebank

Artikel 13 In saldering betrokken habitats 

Saldering vindt slechts plaats in situaties waarbij:

  • a.

     de N-depositie op een of meer N-gevoelige habitats binnen een

  • Natura 2000-gebied de kritische depositiewaarde overschrijdt, en

  • b.

     de maximale depositie van het betrokken bedrijf op het dichtstbijzijnde punt van een dergelijk N-gevoelig habitat een in de nadere regeling, als bedoeld in artikel 12, door Gedeputeerde Staten vast te stellen minimumwaarde, uitgedrukt in mol N/ha/jr overschrijdt, of

  • c.

     de N-gevoelige habitats zijn gelegen binnen een in de nadere regeling, als bedoeld in artikel 12, door Gedeputeerde Staten vast te stellen afstand van het betrokken bedrijf.

Artikel 14 Referentie-emissie op bedrijfsniveau

Ten behoeve van de saldering wordt een referentie-emissie op bedrijfsniveau vastgesteld, die

  • a.

     indien een vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet verleend is, overeenkomt met de emissie behorend bij de bedrijfssituatie die aan deze vergunning ten grondslag ligt, berekend met de emissiefactoren op basis van de Rav-lijst zoals die luidt op de datum van indienen van het salderingsverzoek;

  • b.

     indien een vergunning krachtens de Natuurbeschermingswet ontbreekt, overeenkomt met de emissie volgens de bedrijfssituatie die ten grondslag ligt aan de op 7 december 2004 geldende vergunning ingevolge de Wet milieubeheer of melding ingevolge een krachtens de Wet milieubeheer vastgestelde algemene maatregel van bestuur, berekend met de emissiefactoren op basis van de Rav-lijst zoals die luidt op de datum van indienen van het salderingsverzoek.

Artikel 15 Salderingsgrondslag

  • 1

     Saldering vindt plaats op basis van de totale toename van de aan het bedrijf toe te rekenen N-belasting op het N-gevoelige habitat vergeleken met de depositiesituatie bij de in artikel 14 bedoelde referentie-emissie op bedrijfsniveau, uitgedrukt in mol N/jr.

  • 2

     In afwijking van het eerste lid vindt geen saldering plaats voor bedrijven als bedoeld in artikel 6, onder b waarvoor:

    • a.

       tussen de datum van de op grond van artikel 14 vastgestelde referentie-emissie en 25 mei 2010 een hogere emissie is vergund ingevolge de Wabo of een krachtens de Wabo vastgestelde algemene maatregel van bestuur of is toegestaan ingevolge een melding krachtens het Activiteitenbesluit milieubeheer, en

    • b.

       voor 25 mei 2010 reeds een hogere maximale N-depositie op een N-gevoelig habitat hadden dan 5 mol N/ha/jr.

Artikel 16 Saldering via depositiebank

Saldering op een verzoek als bedoeld in artikel 7 vindt uitsluitend plaats met de N-deposities die opgenomen zijn in de depositiebank, bedoeld in artikel 9.

Artikel 17 Beperking depositiebank bij categorie B

Indien gesaldeerd wordt ten behoeve van een bedrijf als bedoeld in artikel 6, onder b, kan uitsluitend gebruik gemaakt worden van de depositieruimte in de depositiebank B, bedoeld in artikel 10.

Artikel 18 Beperking groeitempo grotere belastingen

Bij saldering via de depositiebank ten behoeve van bedrijven als bedoeld in artikel 6, onder b, wordt per periode van telkens 6 jaar en beneden het plafond van 50,0 mol N/ha/jr, maximaal een verdubbeling van de totale N-emissie door het bedrijf toegestaan.

Artikel 19 Salderingsbeslissing

  • 1

     Naar aanleiding van een verzoek om saldering als bedoeld in artikel 7, beslissen Gedeputeerde Staten indien gemiddeld voldaan is aan vereisten als opgenomen in bijlage 2 en de referentie-emissie zoals bedoeld in artikel 14 overschreden wordt over de mogelijkheid van saldering overeenkomstig de artikelen 15 tot en met 18.

  • 2

     Gedeputeerde Staten stemmen naar aanleiding van een verzoek als bedoeld in artikel 7, uitsluitend in met de saldering indien de depositiebank voldoende en op geschikte locaties gelegen depositierechten bevat om de saldering uit te voeren.

  • 3

     Gedeputeerde Staten onderbouwen hun beslissing, bedoeld in het vorige lid, met een depositieberekening.

Hoofdstuk 6 Bijzondere situaties

Artikel 20 Hardheidsclausule

Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen vastgesteld bij of krachtens deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover de toepassing gelet op de betrokken belangen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, mits dit geen negatieve invloed heeft op het streven naar algemene depositieafname.

Hoofdstuk 7 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 21 Monitoring

  • 1.

     Gedeputeerde Staten doen jaarlijks verslag van de ontwikkeling van de N-deposities op de Natura 2000-gebieden.

  • 2.

     Bij de verslaggeving wordt in ieder geval aandacht gegeven aan:

  • a.

     de volumeontwikkeling in de veehouderij;

  • b.

     de mate van toepassing van emissiearme stalsystemen;

  • c.

     de aantallen bedrijven per categorie als bedoeld in artikel 6 met hun gemiddelde depositie;

  • d.

     de ontwikkeling van de depositiebank;

  • e.

     de mate waarin de beleidsdoelstelling met betrekking tot de depositieafname bereikt wordt.

Artikel 22 Reeds gerealiseerde nieuwe stallen

  • 1.

     Voor nieuwe stallen waarvoor op 25 mei 2010 reeds een melding krachtens het Besluit landbouw milieubeheer is gedaan, een aanvraag voor een vergunning krachtens de Wet milieubeheer, de Woningwet, dan wel de Natuurbeschermingswet 1998 in behandeling is genomen, treedt de technische uitvoering volgens die vergunningaanvraag of melding, voor zover relevant voor de emissiesituatie, in de plaats van de eisen, bedoeld in bijlage 2 .

  • 2.

     Onverminderd het eerste lid treedt de technische uitvoering volgens de beschikking op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, voor zover relevant voor de emissiesituatie, in de plaats van de eisen, bedoeld in bijlage 2.

  • 3.

     Het eerste lid is niet van toepassing indien:

  • a.

     de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, is ingetrokken;

  • b.

     de beschikking op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, een algehele weigering inhoudt, of;

  • c.

     het bevoegde gezag heeft medegedeeld dat het Besluit landbouw milieubeheer niet op de inrichting van toepassing is.

Artikel 23 Intrekking

De Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant wordt ingetrokken.

Artikel 24 Overgangsrecht nadere regeling

  • 1

     Voor zover op grond van artikel 5, vierde lid en artikel 12 geen nadere regels zijn vastgesteld, zijn de op grond van artikel 5, vierde lid en artikel 16 van de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant nadere regels zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

  • 2

     Artikel 11 van de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant behoud haar gelding zoals als Gedeputeerde Staten geen nadere regels hebben vastgesteld op grond van artikel 13, onder b en c.

Artikel 25 Overgangsrecht salderingsbeslissingen

Een salderingsbeslissing genomen op grond van de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant wordt gelijkgesteld met een door Gedeputeerde Staten genomen beslissing als bedoeld in artikel 19 van deze verordening, met dien verstande dat de ingevolge artikel 30 van die verordening tijdelijk ontrokken depositierechten definitief aan de depositiebank worden onttrokken.

Artikel 26 Overgangsrecht salderingsverzoeken

Een op grond van artikel 6, tweede lid van de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant ingediend verzoek om saldering waarop Gedeputeerde Staten geen beslissing hebben genomen, geldt als ingediend verzoek om saldering ingevolge deze verordening.

Artikel 27 Overgangsrecht meldingen

Op meldingen en salderingsverzoeken die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, blijft artikel 1, onder i en bijlage 1 van de Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant zoals die luidde op het tijdstip van indiening van die melding zijn gelding behouden.

Artikel 28 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 29 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013.

’s-Hertogenbosch, 22 maart 2013

Provinciale Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de griffier mw. drs. C.J.M. Dortmans

Bijlagen

Bijlage 1 bij Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013

Lijst met systemen zoals bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub a, onder 2:

  • 1.

     Luchtwasser;

  • 2.

     Warmtewisselaar;

  • 3.

     Warmteheater;

  • 4.

     Mixluchtventilatie;

  • 5.

     Biofilter;

  • 6.

     Putten bij rundvee gekoppeld aan dierplaatsen;

  • 7.

     Rooster(vloeren) bij rundvee gekoppeld aan dierplaatsen.

Bijlage 2 bij Verordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013

Lijst met technische staleisen als bedoeld in artikel 3.

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingVerordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013
CiteertitelVerordening stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 2013
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerpagrarische sector, flora en fauna, leefomgeving, milieubeheer, natuur en landschap, ruimtelijke ordening
Externe bijlageLijst met technische staleisen als bedoeld in artikel 3

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen. 

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Provinciewet, art. 143
  2. Provinciewet, art. 152
  3. Natuurbeschermingswet, art.19c
  4. Natuurbeschermingswet, art.19d
  5. Natuurbeschermingswet, art.19kd
  6. Natuurbeschermingswet, art.19ke
  7. Natuurbeschermingswet, art.19kf

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Regeling stikstof en Natura 2000 Noord-Brabant 

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-07-201501-01-2017bijlage 2

29-06-2015

Provinciaal Blad, 2015, 71

S0300228
29-03-201301-07-2015Nieuwe regeling

22-03-2013

Provinciaal Blad, 2013, 61

Statenvoorstel 22/13