De aanpak overgangsgebieden gaat bestaan uit 3 lijnen:
- via de uitvoeringsmaatregelen in GGA-gebieden
- vergunningverlening en handhaving op orde
- indien nodig: de inzet van de omgevingsverordening
1) Uitvoeringsmaatregelen Groenblauwe Gebiedsgerichte aanpak (GGA)
Met de Aanpak Landelijk Gebied (ALG) geeft de provincie een extra impuls om de uitvoering van projecten in de groenblauwe gebiedsgerichte aanpak te versnellen. Er is in dit kader budget voor projectvoorstellen in de directe nabijheid van N2000-gebieden die voldoende bijdragen aan het verminderen van drukfactoren op N2000-gebieden. Deze aanpak komt ook tegemoet aan de wens van stakeholders om maatwerk per gebied te leveren.
2) Vergunningverlening en handhaving op orde
De jurisprudentie rondom gewasbeschermingsmiddelen (onder andere uitspraak lelieteelt in Drenthe) en grondwateronttrekkingen (uitspraak de Peel) onderstrepen dit. Voor activiteiten met mogelijk significant negatieve effecten op een Natura 2000-gebied is een omgevingsvergunning voor de Natura 2000-activiteit nodig. Uit de jurisprudentie volgt dat deze vergunningplicht ook aan de orde is bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en grondwateronttrekkingen met mogelijke effecten op N2000-gebieden. Daarom is het noodzakelijk om het onderdeel ‘Toetsing huidige activiteiten en vergunningverlening’ in de Natura 2000-beheerplannen voor agrarische activiteiten te actualiseren en een toezichts- en handhavingsaanpak op te stellen.
De eerdergenoemde uitspraken en een gebrek aan wetenschappelijke kennis hebben geleid tot onzekerheid voor ondernemers over mogelijke beperkingen in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en grondwateronttrekkingen. In principe geldt een vergunningplicht zolang significante negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten. We zetten ons in om zo snel mogelijk een helder kader te ontwikkelen zodat duidelijkheid ontstaat over wat waar wel en niet is toegestaan, in samenwerking met de inzet op het Brabantse beregeningsbeleid.
Vanwege de urgentie van zowel de N2000-doelstellingen, het bieden van duidelijkheid aan ondernemers en het kunnen behandelen van handhavingsverzoeken willen wij dit onderdeel van de N2000-beheerplannen voor de zomer van 2026 in één keer voor alle 17 N2000-gebieden waar wij als provincie voortouwnemer van zijn actualiseren. Dit betekent dat we in het geactualiseerde N2000-beheerplan aangeven welke agrarische activiteiten zijn toegestaan, welke worden vrijgesteld van de vergunningplicht en voor welke activiteiten in ieder geval een vergunningplicht geldt. Ook stellen we een
toezichts- en handhavingsaanpak vast, wat inzicht zal geven waar toezicht en handhaving zal worden ingezet.
Daarmee gaat de aanpak overgangsgebieden integraal onderdeel uitmaken van de (verplichte) N2000-beheerplannen per gebied. Ondernemers in de omgeving van N2000-gebieden hebben daarmee duidelijkheid over een vergunningplicht voor gewasbeschermingsmiddelen en onttrekkingen. We onderzoeken of en hoe zonering zou kunnen werken en de benodigde omvang van de zone(s) waarin deze vergunningplicht in ieder geval aan de orde is. Daarnaast onderzoeken we of het mogelijk is om voor bepaalde activiteiten, bijvoorbeeld het gebruik van biologische gewasbeschermingsmiddelen of spotspraying, een vrijstelling op te nemen van de vergunningplicht. In de participatie en communicatie hebben we specifiek aandacht voor de ondernemers die dit gaat raken.
De Natura 2000-beheerplannen per gebied worden de komende jaren in clusters van een aantal gebieden geactualiseerd. De eerste vijf beheerplannen worden in 2027 definitief vastgesteld. De resterende beheerplannen worden in drie of vier clusters geactualiseerd, met een doorlooptijd tot 2031. Dit zijn aparte besluitvormingstrajecten.
3) Sturen op duurzaam grondgebruik
Met het bestaan van een vergunningenplicht en het sturen op beperking van gebruik van emissies van gewasbeschermingsmiddelen en onttrekkingen sturen we indirect op duurzamer grondgebruik in gebieden rondom Natura 2000 (overgangsgebieden). Dit in samenhang met het uitvoeren van hydrologische herstelmaatregelen rondom de Natura 2000-gebieden, grotendeels in de GGA onder verantwoordelijkheid van de waterschappen. De aanpassingen aan het watersysteem zullen leiden tot extensivering van het grondgebruik (meer grasland en minder intensieve teelten) en daarmee tot minder emissies. Op deze manier wordt bijgedragen aan natuurherstel en de doelstellingen voor de Kaderrichtlijn Water. Voor meststoffen (ammoniakuitstoot en nitraatuitspoeling) onderzoeken we hoe we dit goed kunnen meenemen in de Natura 2000-beheerplannen, waarbij we kijken of en zo ja welke maatregelen nodig zijn aanvullend aan Europees en landelijke beleid (8e Actieprogramma Nitraatrichtlijn) en de aanpak vanuit de Kaderrichtlijn Water.
In de verkennende fase is ook onderzocht wat de mogelijkheden zijn om overgangsgebieden op te nemen in de omgevingsverordening. In de omgevingsverordening kan met ge- en verboden steviger worden gestuurd op het verminderen van negatieve effecten vanuit de omgeving op N2000-gebieden. We houden de vinger aan de pols en als het doelbereik van bovenstaande aanpak onvoldoende is, kan dit op termijn leiden tot de inzet van de omgevingsverordening.
Hoe verhoudt dit zich tot de ‘reguliere’ actualisatie beheerplannen die in een aantal gebieden gestart is?
De provincie heeft nu besloten om (alleen) het onderdeel in de N2000-beheerplannen dat betrekking heeft op toetsing en vergunningverlening van agrarische activiteiten en gewasbeschermingsmiddelen in 1 keer voor alle gebieden te actualiseren. Dit is een ‘paragraaf’ in de N2000-beheerplannen die onderdeel gaat zijn van alle Natura2000
beheerplannen. De actualisatie van dit onderdeel kent een eigen besluitvormingstraject waarbij we verwachten dat de definitieve besluitvorming eind 2026 zal zijn.
De komende jaren worden de volledige Natura2000-beheerplannen in clusters geactualiseerd. Dit traject gaat ongewijzigd verder, inclusief het proces en de participatie daarbij. De eerste 5 beheerplannen worden in 2027 definitief vastgesteld. De resterende beheerplannen worden in 3 of 4 clusters geactualiseerd, met een doorlooptijd tot 2031. Dit zijn aparte besluitvormingstrajecten.