We hebben luchtfoto’s bekeken en zijn langs aandachtlocaties gereden om te controleren of er op die locaties daadwerkelijk sprake is van onbedekte grond. De locaties waar sprake is van onbedekte grond komen in aanmerking voor bodemonderzoek.
Tijdens het bodemonderzoek nemen we handmatig monsters van de grond (0-20 cm diep bij speelterreinen en moestuinen). Hierbij gaan we zorgvuldig met de locatie om, om de omgeving zo min mogelijk te verstoren.
Op speellocaties in beheer van de gemeente voeren we het bodemonderzoek uit na akkoord van de gemeente.
De overige locaties (basisscholen, kinderopvang-/gastouderlocaties, moestuinen) schrijven we aan met de vraag of we bodemonderzoek mogen uitvoeren. Na instemming plant een onderzoeksbureau de uitvoering van het veldonderzoek in.
Wat gebeurt er tijdens het veldonderzoek?
- Het onderzoeksbureau bekijkt de locatie.
- Er is een kort gesprek.
- Er worden foto’s gemaakt.
- De locatie wordt gemeten.
- Er worden grondmonsters genomen.
Het onderzoeksbureau onderzoekt de grondmonsters in een laboratorium. Zo wordt gemeten hoeveel lood er in de grond zit. Is de grond helemaal bedekt, bijvoorbeeld met stenen, (kunst)gras of schoon speelzand? En kunnen kinderen niet bij de zwarte grond komen? Dan is er geen risico. In dat geval zijn geen grondmonsters nodig. Dit bekijkt het onderzoeksbureau tijdens het bezoek.