Veelgestelde vragen bodemlood
Onderzoekslocaties
Lood in de bodem komt in Nederland vooral voor op plaatsen waar al lange tijd mensen wonen of werken.
Als zich op een van deze locaties momenteel een moestuin of een (openbare) speelplaats bevindt waar jonge kinderen (tot en met 6 jaar) spelen dan vormt deze locatie een aandachtlocatie.
De volgende locaties onderzoeken op de aanwezigheid van lood:
- Speeltuinen
- Basisscholen
- Kinderopvang-/gastouderlocaties
Particuliere tuinen vallen buiten het project. Eigenaren en huurders zijn zelf verantwoordelijk voor het gebruik en de inrichting van hun terrein.
De provincie heeft de Brabantse gemeenten verzocht om de zogenoemde aandachtlocaties aan te leveren.
Er staan tot nu toe 841 locaties op de planning voor een bodemonderzoek, waarvan er inmiddels 528 zijn uitgevoerd. Hoeveel locaties we uiteindelijk onderzoeken, is afhankelijk van de toestemming die eigenaren hiervoor geven.
Onderzoeken bodemlood
We richten ons op openbare speelplekken en scholen. Dit zijn locaties waar veel jonge kinderen komen en regelmatig in aanraking kunnen komen met de bodem. Het onderzoeken van particuliere tuinen valt buiten de scope van het project. Dit heeft onder meer te maken met privacyoverwegingen en de eigen verantwoordelijkheid van grondeigenaren voor hun terrein.
We onderzoeken ook moestuincomplexen, omdat kinderen niet alleen via hun handen gronddeeltjes met lood binnen kunnen krijgen, maar ook door gewassen te consumeren die lood bevatten. Wanneer de bodem in een moestuin een te hoog loodgehalte bevat, is er een risico dat de gewassen in die moestuin ook verhoogde concentraties lood opnemen. Vooral als jonge kinderen deze gewassen consumeren, kan dit leiden tot gezondheidsrisico's.
Lood kan effect hebben op de ontwikkeling van de hersenen bij jonge kinderen tot en met 6 jaar. Bij jonge kinderen zijn de zenuwen en hersenen nog volop in ontwikkeling, waardoor blootstelling aan lood op deze leeftijd schadelijker is. Daarnaast krijgen jonge kinderen vaak meer lood binnen doordat zij vieze handen (met verontreinigde grond) in hun mond stoppen en nemen hun darmen meer lood op. Dat jonge kinderen zo gevoelig zijn voor lood blijkt uit onderzoek bij grote groepen mensen. Die onderzoeken tonen aan dat blootstelling aan lood leidt tot een afname van het leervermogen van jonge kinderen.
Individueel is het effect van lood op het IQ niet te meten of vast te stellen. Er zijn namelijk meerdere factoren die van invloed zijn op de ontwikkeling van intelligentie. Denk aan onderwijs en genen.
In het algemeen geldt: hoe groter de blootstelling en de hoeveelheid vervuiling, hoe groter het risico voor de gezondheid. Hoe groot het risico is, hangt sterk af van de lokale situatie (zoals de aanwezigheid van bijvoorbeeld een (moes)tuin) en hoe gebruikers met de grond omgaan (kinderen die veel in de open grond spelen). Als iemand niet in aanraking komt met de vervuilde grond, of als de grond helemaal bedekt is met bijvoorbeeld stenen, (kunst)gras of schoon speelzand, is er ook geen gezondheidsrisico.
We hebben luchtfoto’s bekeken en zijn langs aandachtlocaties gereden om te controleren of er op die locaties daadwerkelijk sprake is van onbedekte grond. De locaties waar sprake is van onbedekte grond komen in aanmerking voor bodemonderzoek.
Tijdens het bodemonderzoek nemen we handmatig monsters van de grond (0-20 cm diep bij speelterreinen en moestuinen). Hierbij gaan we zorgvuldig met de locatie om, om de omgeving zo min mogelijk te verstoren.
Op speellocaties in beheer van de gemeente voeren we het bodemonderzoek uit na akkoord van de gemeente.
De overige locaties (basisscholen, kinderopvang-/gastouderlocaties, moestuinen) schrijven we aan met de vraag of we bodemonderzoek mogen uitvoeren. Na instemming plant een onderzoeksbureau de uitvoering van het veldonderzoek in.
Wat gebeurt er tijdens het veldonderzoek?
- Het onderzoeksbureau bekijkt de locatie.
- Er is een kort gesprek.
- Er worden foto’s gemaakt.
- De locatie wordt gemeten.
- Er worden grondmonsters genomen.
Het onderzoeksbureau onderzoekt de grondmonsters in een laboratorium. Zo wordt gemeten hoeveel lood er in de grond zit. Is de grond helemaal bedekt, bijvoorbeeld met stenen, (kunst)gras of schoon speelzand? En kunnen kinderen niet bij de zwarte grond komen? Dan is er geen risico. In dat geval zijn geen grondmonsters nodig. Dit bekijkt het onderzoeksbureau tijdens het bezoek.
Onderzoeksbureau Tetra Tech voert het bodemonderzoek uit in opdracht van de provincie.
De bodemonderzoeken starten nadat een gemeente akkoord heeft gegeven voor uitvoering van onderzoek en nadat toestemming is verleend door de eigenaar/gebruiker voor het uitvoeren van bodemonderzoek.
Als er een loodgehalte wordt aangetroffen dat hoger is dan de GGD-advieswaarden en dat gezondheidsrisico’s kan opleveren bij jonge kinderen, dan zullen we de grond afgraven (saneren) en schone grond toevoegen. De provincie betaalt de kosten voor deze sanering en alle bodemonderzoeken.
Voor speelterreinen voor kinderen gelden vanaf een loodgehalte van 100 mg/kg gezondheidsrisico’s (verlies van 1-3 IQ-punten). Volgens het handelingskader van de GGD zijn vanaf deze waarde maatregelen wenselijk, zoals hygiënemaatregelen (bijvoorbeeld handen wassen) en sanering op een natuurlijk moment, zoals bij een herstructurering.
Bij een loodgehalte van 390 mg/kg (verlies van meer dan 3 IQ-punten) wordt volgens het handelingskader een directe sanering geadviseerd.
Hoewel een directe sanering pas vanaf 390 mg/kg wordt aanbevolen, kiezen wij ervoor om al vanaf 100 mg/kg te saneren. Wij beschouwen dit project als een natuurlijk saneringsmoment, omdat op dit moment de benodigde middelen en financiering beschikbaar zijn om de werkzaamheden uit te voeren.
De provincie heeft tot nu toe 33 Brabantse gemeenten benaderd. Bij 27 gemeenten is het onderzoek inmiddels afgerond. Bij zes gemeenten lopen de onderzoeken nog of worden deze momenteel afgerond. Daarnaast hebben vijf gemeenten aandachtlocaties aangeleverd die we nog moeten inplannen voor onderzoek.
Inmiddels hebben we 528 locaties onderzocht. Sinds de start van het project zijn op vijf locaties verhoogde loodwaarden aangetroffen die aanleiding geven tot sanering. Het gaat om locaties in Cranendonck, Heusden, Oosterhout en twee locaties in Bergen op Zoom. De speelterreinen in Cranendonck en Oosterhout zijn ondertussen gesaneerd.
Bij een te hoog loodgehalte saneren we de bodem. De bovenste laag wordt dan afgegraven en vervangen door schone grond (grond die geen gezondheidsrisico’s oplevert).
Bij een speelterrein wordt de bovenste 30 cm afgegraven. Dit is de maximale laag van de grond waar jonge kinderen mee in aanraking kunnen komen. Voor moestuinen wordt tot maximaal een meter afgegraven omdat dat de diepte is waar wortels van gewassen kunnen komen.
De uitvoering van een sanering neemt doorgaans enkele weken in beslag. De voorbereiding, zoals het bepalen van de omvang van de verontreiniging (nader bodemonderzoek), het aanvragen van vergunningen en het selecteren van een partij die de sanering uitvoert, duurt meestal enkele maanden.
Op locaties waar kinderen spelen is in de meeste gevallen al bodemonderzoek naar lood en andere bodemverontreinigende stoffen gedaan. Volgens de regelgeving ben je in de meeste gevallen verplicht om bodemonderzoek uit te voeren als je ergens een kinderdagverblijf of basisschool wilt bouwen. Een kinderdagverblijf is namelijk een bodemgevoelig gebouw. Bij deze onderzoeken werd getoetst aan normen die niet specifiek waren gericht op jonge kinderen.
In 2015 maakte het RIVM bekend dat jonge kinderen (0 t/m 6 jaar) extra gevoelig zijn voor lood. Als zij te veel lood binnenkrijgen, kan dit negatieve invloed hebben op de ontwikkeling van hun hersenen en enkele IQ-punten kosten. Jonge kinderen lopen meer risico omdat zij vaak buiten spelen en soms grond of zand in hun mond stoppen.
De provincie onderzoekt nu (openbare) locaties waar jonge kinderen spelen en waar er een verhoogde kans is op de aanwezigheid van lood. De gevonden loodwaarde toetsen we aan de advieswaarde van de GGD, die is opgesteld naar aanleiding van het RIVM-onderzoek van 2015.
De provincie betaalt het bodemonderzoek en de eventuele sanering. Het Rijk heeft daarvoor subsidie gegeven.
We verwachten in 2027 alle Brabantse gemeenten en locaties te hebben benaderd. Afhankelijk van het aantal saneringen dat hieruit voortkomt, zullen we het project waarschijnlijk in 2028 kunnen afronden.
Meedoen aan onderzoeken
Om het proces efficiënt te kunnen plannen en uit te voeren en de kosten laag te houden, is er een reactietermijn van 8 weken. Het is niet mogelijk om deze termijn te verlengen. Dat betekent dat je na het verstrijken van de reactietermijn van 8 weken helaas niet meer mee kunt doen met het onderzoek.
Deelname aan bodemonderzoek is niet verplicht. Heb je een brief ontvangen en reageer je niet binnen 8 weken? Dan vervalt het aanbod van bodemonderzoek. We gaan er dan van uit dat je niet wilt meedoen aan het onderzoek.
Risico's bodemlood
In 2015 werd bekend dat ook bij jonge kinderen tot en met 6 jaar gezondheidsrisico’s kunnen optreden bij lage loodgehalten. Naar aanleiding hiervan heeft het Rijk de provincies opdracht gegeven om hier onderzoek naar te doen. De provincies hebben vervolgens de gemeenten benaderd met het verzoek om potentiële aandachtlocaties in kaart te brengen. Dit proces heeft enige tijd in beslag genomen.
Nu de voorbereidingen zijn afgerond, wordt per gemeente onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van lood.
Meer informatie over gezondheidsrisico’s door lood vind je op de website van de GGD.
Voor vragen over lood in de bodem:
- GGD, Team gezondheid, milieu en veiligheid (GMV)
- Telefoon: 088 3687800
- [email protected]
Uit voorzorg kun je de volgende adviezen volgen:
- Zorg dat kinderen hun handen wassen na het buiten spelen.
- Zorg dat eigen gekweekte groenten goed gewassen zijn.
- Laat kinderen niet op onbedekte (zwarte) grond spelen.
Laat kinderen hun schoenen uittrekken als ze naar binnen gaan.