• Geldig sinds 26 juli 1994.

    Print deze versie:

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingVerplaatsingskostenverordening provinciaal personeel
CiteertitelVerplaatsingskostenverordening provinciaal personeel
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerppersoneelsbeleid, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Datum ondertekening en vindplaats van bekendmaking, respectievelijk inwerkingtreding zijn niet te achterhalen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Geen.

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

26-07-1994nieuwe regeling

26-07-1994

Provinciaal Blad onbekend

Onbekend.

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Verplaatsingskostenverordening provinciaal personeel

Provinciale Staten van Noord-Brabant;

besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    belanghebbende: de (gewezen) ambtenaar en de (gewezen) werknemer in de zin van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;

  • b.

    gezinsleden: de echtgenoot of levenspartner van de belanghebbende en de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf en/of echtgenoot of partner, voorzover zij met hem samenwonen;

  • c.

    woonplaats: de gemeente, of het met name genoemde deel daarvan, waar de belanghebbende metterwoon is gevestigd;

  • d.

    plaats van tewerkstelling: het voor de belanghebbende gebruikelijke gebouw of terrein, waar hij gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht;

  • e.

    eigen huishouding voeren: het zelfstandig bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van Gedeputeerde Staten;

  • f.

    jaarsalaris: het twaalfvoud van het maandsalaris, dat belanghebbende geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd met het percentage waarop de vakantie-uitkering is bepaald;

  • g.

    berekeningstijdstip:

    • 1.

       de datum waarop belanghebbende verhuist;

    • 2.

        de datum waarop de functie feitelijk wordt vervuld, indien de belanghebbende voor die datum is verhuisd;

    • 3.

       de datum waarop laatstelijk bezoldiging werd genoten, in geval van overlijden of ontslag van belanghebbende

      ;

  • h.

    verplaatsen: verhuizen in opdracht van Gedeputeerde Staten;

  • i.

    partner: de partner in de zin van de Collectieve Arbeidsvoorwaarden-geilng Provincies.

Aanspraken op tegemoetkoming in verhuiskosten

Artikel 2

  • 1

    De belanghebbende aangesteld in vaste dienst of aangesteld in tijdelijke dienst wegens proeftijd, die in verband met zijn indiensttreding of verplaatsing over een grotere afstand dan 10 kilometer is verhuisd naar een woning binnen een straal van 10 kilometer rond de plaats van tewerkstelling, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend.

  • 2

    De belanghebbende, die in verband met een indiensttreding is verhuisd en aan wie binnen twee jaren na de verhuizing ontslag op aangevraagd wordt verleend of die tengevolge van aan hem te wijten feiten of omstandigheden binnen twee jaren na de verhuizing wordt ontslagen, dient de hem toegekende tegemoetkoming in de verhuiskosten terug te betalen.

  • 3

    De tegemoetkoming in verhuiskosten wordt aan de belanghebbende, die in verband met zijn indiensttreding verhuist, slechts verleend, indien hij schriftelijk heeft verklaard dat een verplichting tot terugbetaling, als bedoeld in het vorige lid, hem bekend is.

Artikel 3

  • 1

    De belanghebbende, die in opdracht van Gedeputeerde Staten, anders dan in verband met een verplaatsing of indiensttreding, een dienstwoning betrekt of verlaat, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend. De aanspraak bestaat niet, indien het verlaten van de dienstwoning samenhangt met een ontslag op aanvraag anders dan op grond van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden dan wel in verband met dadelijk aangaand pensioen.

  • 2

    Indien het verlaten van de dienstwoning verband houdt met het overlijden van belanghebbende, wordt een tegemoetkoming in verhuiskosten verleend aan de nagelaten gezinsleden.

Artikel 4

  • 1

    Een tegemoetkoming in verhuiskosten kan met inachtneming van het bepaalde in lid 2 worden verleend bij een vrijwillige verandering van de woonplaats, verband houdende met:

    • a.

      een ontslag, ter zake waarvan de belanghebbende recht heeft op dadelijk ingaand pensioen, dan wel op een uitkering ingevolge de Wet uitkering vrijwillig vervroegd uittreden;

    • b.

      een ontslag, dat de belanghebbende anders dan op eigen aanvraag is verleend en niet het gevolg is van aan hem te wijten feiten of omstandigheden;

    • c.

      het overlijden van belanghebbende.

  • 2

    Een tegemoetkoming, als bedoeld in lid 1, wordt slechts verleend, indien de belanghebbende in een periode van minder dan tien jaar voorafgaande aan het beëindigen van het dienstverband is verhuisd ten gevolge van een verplaatsing en Gedeputeerde Staten een verhuizing van het gezin naar de oude woonomgeving noodzakelijk achten. Gedeputeerde Staten winnen daarbij het advies in van de bedrijfsarts en de bedrijfsmaatschappelijk werker.

Artikel 5

De tegemoetkoming in de verhuiskosten ingevolge de artikelen 2 en 4 wordt niet verleend, indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden binnen een jaar na aanstelling in vaste dienst dan wel na de datum van het ontslag, het overlijden of de verplaatsing.

De hoogte van de tegemoetkoming in verhuiskosten

Artikel 6

  • 1

    De tegemoetkoming in de verhuiskosten bestaat uit:

    • a.

      een bedrag voor de kosten van transport van de bagage en de inboedel van de belanghebbende en zijn gezinsleden naar de nieuwe woning, waaronder begrepen de kosten van het in- en uitpakken van breekbare zaken;

    • b.

      een bedrag voor dubbele woonlasten, gebaseerd op de woonlasten van de oude woning over een termijn van maximaal vier maanden;

    • c.

      een bedrag voor alle andere direct uit de verhuizing voortvloeiende kosten.

  • 2

    Indien de belanghebbende op de dag van verhuizing een eigen huishouding voert, wordt het bedrag bedoeld in lid 1, sub c gesteld op een tegemoetkoming van 3% van het jaarsalaris voor ieder woon- of slaapvertrek, tot een maximum van vier van deze vertrekken in de nieuwe woning.

  • 3

    De op grond van het voorgaande lid toe te kennen vergoeding wordt minimaal afgeleid van het maximum van salarisschaal 6 en maximaal van het maximum van salarisschaal 14.

  • 4

    Indien het betreft een verhuizing van een gezin, waarin de echtgenoten of partners beiden belanghebbende zijn, wordt de tegemoetkoming berekend over de gezamenlijke jaarsalarissen, met inachtneming van het maximum als bedoeld in lid 3.

  • 5

    Indien de belanghebbende geen eigen huishouding voert, wordt geen tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid, sub c, verleend. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan een vergoeding worden gegeven van een/derde van de vergoeding op grond van lid 2.

De tegemoetkoming in reis- en pensionkosten

Artikel 7

  • 1

    De belanghebbende heeft aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling, zolang hij in aanmerking komt voor een tegemoetkoming in de verhuiskosten.

  • 2

    De tegemoetkoming, bedoeld in lid 1, is gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer naar de laagste klasse, verminder met een bedrag, zoals dat is of wordt vastgesteld in artikel 11, lid 1 van de Verplaatskostenregeling 1989.

  • 3

    De tegemoetkoming wordt, indien belanghebbende niet dagelijks naar de plaats van tewerkstelling reist, naar evenredigheid verminderd.

Artikel 8

  • 1

    De belanghebbende, die niet dagelijks heen en weer kan reizen tussen zijn woning en de plaats van tewerkstelling, heeft aanspraak op een tegemoetkoming in pensionkosten voor verblijf in een pension in of nabij de plaats van tewerkstelling.

  • 2

    De tegemoetkoming in de pensionkosten bedraagt voor de belanghebbende die gewoonlijk met gezinsleden samenwoont 90% en voor de overige belanghebbenden 60% van de pensionkosten, voorzover deze kosten niet uitgaan boven door Gedeputeerde Staten redelijk geoordeelde pensionkosten.

  • 3

    De belanghebbende, die in een pension verblijft, heeft aanspraak op een tegemoetkoming voor eenmaal per week in de reiskosten naar zijn woonplaats. Deze tegemoetkoming is gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer naar de laagste klasse.

Artikel 9

  • 1

    Gedeputeerde Staten verlenen de tegemoetkoming ingevolge de artikel 7 en 8 voor de eerste maal voor ten hoogste zes maanden. Zij kunnen deze termijn op aanvraag van de belanghebbende voor ten hoogste zes maanden verlengen.

  • 2

    Geen aanspraak op tegemoetkoming in reis- en/of pensionkosten bestaat indien de declaratie niet binnen drie maanden na afloop van de periode waarop de declaratie betrekking heeft is ingediend.

Artikel 10

  • 1

    De belanghebbende dient de ontvangen tegemoetkoming in de kosten voor het dagelijks reizen tussen de woning en de plaats van tewerkstelling terug te betalen, indien de verhuizing binnen de gestelde termijn geen doorgang heeft gevonden.

  • 2

    Gedeputeerde Staten kunnen van de verplichting als bedoeld in het eerste lid ontheffing verlenen.

Overige bepalingen

Artikel 11

Gedeputeerde Staten kunnen ter zake van de in deze verordening bedoelde tegemoetkomingen een voorschot verlenen.

Artikel 12

Gedeputeerde Staten kunnen voorzover nodig in afwijking van de bij of krachtens deze verordening gestelde regelen beslissen in individuele gevallen, waarin deze regelen niet of niet naar redelijkheid voorzien.

Artikel 13

De verordening kan worden aangehaald als: "Verplaatsingskostenverordening provinciaal personeel".

Aldus besloten in de vergadering van 26 juli 1994