Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBeleidsregel verwijdering zinkassen de Kempen Noord-Brabant
CiteertitelBeleidsregel verwijdering zinkassen de Kempen Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerpbodem

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling is vervangen door de Beleidsregel bodemonderzoek en beoordeling projectgebied de Kempen Noord-Brabant.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet bodembescherming, art. 28
  2. Wet bodembescherming, art. 37
  3. Wet bodembescherming, art. 38
  4. Wet bodembescherming, art. 39

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

18-02-201618-02-2016intrekking

16-02-2016

Provinciaal Blad, 2016, 22

S0308705
31-05-200718-02-2016nieuwe regeling

01-05-2007

Provinciaal Blad, 2007, 77

Statenvoorstel 77/07

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel verwijdering zinkassen de Kempen Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

Gelet op artikel 28, 37, 38 en 39 van de Wet bodembescherming:

Overwegende dat in het Meerjarenprogramma Actief Bodembeheer de Kempen 2005-2009, alsmede de besluiten van gedeputeerde staten van 10 februari 2004, nr. 972886, 6 april 2004, nr. 982886 en 6 december 2005, nr. 1147597, diverse uitgangspunten voor een gebiedgerichte benadering zijn vastgesteld;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling.

Artikel 1Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    Projectgebied de Kempen: Brabants deel van het projectgebied de Kempen, omvattend de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Boxtel, Cranendonck, Deurne, Eindhoven, Eersel, Hilvarenbeek, Heeze-Leende, Someren, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek, Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a., Waalre, Valkenswaard, Veldhoven, Reusel- De Mierden, Oirschot, Oisterwijk, Son en Breugel,Veghel, Sint-Oedenrode, Sint-Michielsgestel en Vught;

  • b.

    SUS: SaneringsUrgentie Systematiek zijnde de naam van het modelmatig beoordelingskader vastgesteld door met ministerie van VROM voor de beoordeling van risico’s ten gevolge van bodemverontreiniging voor 1 januari 2006;

  • c.

    saneringscriterium: werkwijze voor het bepalen van het risico voor mens, plant en ecosysteem en het risico van verspreiding, behorend bij de Circulaire bodemsanering 2006 en opvolger van SUS;

  • d.

    NEN 5740: door het Nederlands Normalisatie Instituut (NNI) uitgegeven norm voor het uitvoeren van een oriënterend bodemonderzoek;

  • e.

    Protocol NO-Zivest: technisch protocol voor het uitvoeren van bodemonderzoeken specifiek ontwikkeld voor het bodemonderzoek bij zinkassen of met zinkassenverontreingde grond;

  • f.

    bijdrageregeling: provinciale regeling krachtens welke de eigenaar of gebruiker van de bodem binnen het projectgebied in aanmerking kan komen voor een tegemoetkoming in de saneringskosten voor zinkasverwijdering.

Artikel 2Gevalsafbakening

De verontreiniging van zinkassen en door zinkassen ernstig verontreinigde grond in het projectgebied de Kempen geldt niet als één geval van (bodem)verontreiniging.

Artikel 3Terugsaneerwaarde

Binnen het projectgebied de Kempen zijn in het kader van de gebiedsgerichte verbijzondering van de functie wonen voor siertuin en moestuin de waarden van toepassing zoals vermeld in de tabel in bijlage 1 behorende bij deze regeling.

Artikel 4 Medefinancieringsregeling

Binnen het projectgebied de Kempen kan door degenen die hiervoor in aanmerking komen slechts een beroep worden gedaan op de bijdrageregeling voor zover het gaat om de saneringskosten voor de verwijdering van zinkassen en de verontreinigde grond rondom, tot een kwaliteitsniveau voor gebruik als siertuin.

Artikel 5 Begrenzingen

Binnen het projectgebied de Kempen

  • a.

    vindt de aanpak, onderzoek en sanering van de bodemverontreiniging ten gevolge van zinkassen en van zinkassen plaats op perceelniveau;

  • b.

    blijft de aanpak, onderzoek en sanering van bodemverontreiniging ten gevolge van zinkassen en van zinkassen op perceelniveau beperkt tot de bovengrond;

  • c.

    blijft de beoordeling van risico’s bij zinkasverontreiniging op perceelniveau beperkt tot de humane risico’s.

Artikel 6 Beoordeling

Binnen het projectgebied de Kempen vindt beoordeling van bodemonderzoeken ten behoeve van zinkasverontreiniging plaats op basis van het protocol bodemonderzoek Zivest/zinkassen zoals dat voorkomt in bijlage 2. behorende bij deze regeling.

Artikel 7Sanering in eigen beheer

Voor saneringen van zinkassen binnen het projectgebied, die niet plaatsvinden onder de verantwoordelijkheid van het projectbureau Actief Bodembeheer de Kempen, kunnen de terugsaneerwaarden zoals bedoeld in dit besluit worden ingeroepen op voorafgaand schriftelijk verzoek, gedaan door of namens de opdrachtgever tot de sanering.

Artikel 8Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 9Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel verwijdering zinkassen de Kempen Noord-Brabant.

’s-Hertogenbosch, 1 mei 2007

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

Bijlage 1

Tabel terugsaneerwaarden bij verwijdering van zinkassen

Functie/gebruik

gebruikswaarde (in mg/kg/ds) voor standaardbodem

 

 

 

 

 

zink

cadmium

lood

koper

arseen

Wonen met siertuin

720

12

276

190

55

Wonen met moestuin

720

3.7

85

190

55

Bijlage 2

PROTOCOL BODEMONDERZOEK ZIVEST / ZINKASSEN

Download de integrale tekst van protocol met bijbehorende bijlagen via Provinciaal Blad 2007, 77 inzake Beleidsregel verwijderen zinkassen de kempen Noord-Brabant.pdf

Algemeen

Het project Actief Bodembeheer De Kempen, (ABdK) dat zich uitstrekt over grondgebied van de provincies Noord-Brabant en Limburg, kenmerkt zich door een grootschalige diffuse belasting van de bodem met de zware metalen zink en cadmium in een overwegend landelijk gebied. De verontreiniging is veroorzaakt door de voormalige zinkertsverwerkende industrie in Nederland en Vlaanderen. Het Meerjarenprogramma ABdK 2005 -2009 heeft betrekking op dit projectgebied. Door deze integrale aanpak heeft het Meerjarenprogramma ABdK een specifiek karakter. Op het punt van beleidsuitgangspunten wordt aansluiting gezocht bij het landelijk streven naar beleidsvernieuwing en gebiedsgerichte verbijzondering van een te kiezen aanpak. Deze beleidsregels vormen hiervan de weerslag en verdere uitwerking.

Zoals uit de aanhef van dit besluit blijkt hebben Gedeputeerde Staten, zowel in de periode voorafgaand aan de vaststelling van het Meerjarenprogramma ABdK als in de periode daarna, op voorstel van het projectbureau ABdK, ingestemd met diverse uitgangspunten voor een gebiedsgerichte benadering. Voor de overzichtelijkheid en om te kunnen volstaan met een meer beknopte motivering in de beschikkingen is besloten het totaal van de gekozen benadering de vorm te geven van beleidsregels zoals bedoeld in titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht. Deze beleidsregels hebben betekenis voor de aanpak van de problematiek door het projectbureau ABdK in samenspraak met de belanghebbende, medefinancierende partijen, zoals gemeenten en terreineigenaren. Het kan echter ook zijn dat een belanghebbende partij binnen het gebied, bijvoorbeeld in verband met ruimtelijke ontwikkeling, genoodzaakt is zelf alvast over te gaan tot sanering van de voor het gebied typerende verontreiniging. Ook dan kunnen de beleidsregels worden ingeroepen, zoals blijkt uit artikel 7. Indien en voor zover de gemeenten binnen het projectgebied het bijzondere beleid voor de zinkasverwijdering in hun Bodembeheerplannen hebben opgenomen kan volstaan worden met een verwijzing naar deze plannen.

Artikelgewijs

Artikel 1

Bijzondere vermelding verdient het feit dat het bereik van deze beleidsregels zich beperkt tot het Brabantse deel van het projectgebied. De provincie Limburg heeft voor wat betreft het Limburgs deel regels met een soortgelijke inhoud vastgelegd in het Beleidskader bodem 2005.

Artikel 2

De gevalsafbakening (art. 1 Wbb) is van belang bij het uitoefenen van bevoegd gezag taken ingevolge de Wet bodembescherming (Wbb), zoals het bepalen van de ernst en de mate van spoed. Bij besluit van 10 februari 2004, nummer 972886, is door Gedeputeerde Staten, gehoord het advies van de landsadvocaat, al besloten om het projectgebied De Kempen niet te beschouwen als een en hetzelfde geval van bodemverontreiniging.

Artikel 3 en 4

Daar waar in deze regeling gesproken wordt van moestuin of siertuin wordt uitgegaan van de begripsbepaling uit het Besluit Uniforme Saneringen (afgekort BUS). Het vasthouden aan de landelijk voor “wonen met tuin” gedefinieerde Bodemgebruikswaarde 1 zonder onderscheid tussen siertuin en moestuin maakt dat de strengste gebruikseis (de moestuin) dominant is. In dat geval zal het niet mogelijk zijn om de omvangrijke problematiek binnen de Kempen tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten op te pakken. Derhalve hebben Gedeputeerde Staten bij besluit van 6 april 2004, nummer 982886, besloten tot gebiedsgerichte verbijzondering van de terugsaneerwaarde voor siertuin en moestuin conform de waarden zoals vermeld in de tabel in bijlage 1. In het verlengde hiervan komen alleen de saneringskosten voor zinkassen en de verontreinigde grond rondom tot een kwaliteitsniveau voor gebruik als siertuin in aanmerking voor de medefinancieringsregeling vanuit het projectbureau ABdK tot een maximum van 60%.

Artikel 5

Op 6 december 2006, besluit nummer 114 75 97 hebben Gedeputeerde Staten, mede gezien het Meerjarenprogramma ABdK 2005-2009 en ter verdere uitwerking daarvan, besloten tot de in artikel 5 genoemde begrenzingen. Deze begrenzingen zijn nodig om de problematiek hanteerbaar te maken en ook dienstbaar aan de uitvoering van het project op basis van overeenkomsten met de verschillende perceeleigenaren. Als het gaat om aanpak van de grondwaterverontreiniging naast verontreiniging van de bovengrond, en als het gaat om de aanpak van ecologische en verspreidingsrisico’s, die mogelijk nog bestaan naast humane risico’s, is een benadering op gebiedsniveau in plaats van perceelniveau geboden.

Artikel 6

Bij het al genoemde besluit van Gedeputeerde Staten van 6 december 2006 is ook besloten om voor beoordeling van bodemonderzoeken met het oog op zinkasverwijdering het protocol bodemonderzoek Zivest/zinkassen te gaan hanteren. Dit was mede vereist om het projectgebied de Kempen en de zinkassen als categorie door het Ministerie van VROM in het Besluit Uniforme Saneringen, afgekort BUS ( KB van 1 februari 2006, Stb. 2006, 54) op te laten nemen. Het BUS voorziet in een vereenvoudigde aanpak voor kleinschalige saneringen en is mede om die reden ook geschikt binnen het projectgebied De Kempen. Het betreffende protocol is, voor zover het gaat om saneringen in het kader van BUS, behorende bij artikel 3.4.3 onderdeel van de Regeling uniforme saneringen (Ministeriële regeling van 1 februari 2006, Stcr. 2006, 29).

Artikel 7

Dit onderwerp kwam al aan de orde in het algemene deel bij deze toelichting.

Vragen over regelingen?

Contacten (2)

Open Links Sluit Links