Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingSubsidieregeling landschapskwaliteit en groen om de stad Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling landschapskwaliteit en groen om de stad Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpleefomgeving, natuur en landschap, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet inrichting landelijk gebied, art. 11, lid 3
  2. Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007, art. 2, lid 4

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2013art. 9

18-12-2012

Provinciaal Blad, 2012, 299

S0255183
22-12-201101-01-2013art. 9

20-12-2011

Provinciaal Blad, 2011, 333

S0232707
29-04-201022-12-2011art. 9

27-04-2010

Provinciaal Blad, 2010, 90

1677960

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling landschapskwaliteit en groen om de stad Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 11, derde lid, van de Wet inrichting landelijk gebied;

Gelet op artikel 2, vierde lid, van de Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007;

Overwegende dat door Gedeputeerde Staten op 28 oktober 2008 de Subsidieregeling impuls landschapskwaliteit Noord-Brabant is vastgesteld;

Overwegende dat door Gedeputeerde Staten op 27 mei 2008 de Subsidieregeling GIOS Noord-Brabant is vastgesteld;

Overwegende dat het wenselijk is de subsidieverlening voor deze thema’s in een integrale subsidieregeling samen te voegen;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1   Begripsbepalingen

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a. buitengebied: gebied buiten de verkeerskundige bebouwde kom conform art. 20a van de Wegenverkeerswet.

  • b. de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, PbEG L 379 van 28 december 2006, met inbegrip van eventuele in de toekomst vast te stellen wijzigingen;

  • c.

    ecologische hoofdstructuur: netwerk van natuurgebieden en verbindingszones, vastgelegd in de ambitiekaart van het natuurbeheerplan en de vigerende structuurvisie

  • d. interimstructuurvisie: interimstructuurvisie Brabant in Ontwikkeling, door Provinciale Staten vastgesteld op 27 juni 2008;

  • e. landschapsecologische zone: structurerende groene bufferzone tussen twee stedelijke kernen in een stedelijke regio, die bestaat uit een combinatie van gebieden voor de grondgebonden landbouw, de natuur en de recreatie, en een verbindende functie heeft voor aangrenzende landelijke regio’s, zowel in landschappelijk als in ecologisch opzicht;

  • f.

    natuurbeheerplan: door Gedeputeerde Staten vastgesteld plan op basis van hoofdstuk 2 van de subsidieregeling natuur- en landschapsbeheer Noord-Brabant en hoofdstuk 2 van de subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Noord-Brabant;

  • g. producent van landbouwproducten: producent van landbouwproducten als bedoeld in bijlage 1 behorende bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap;

  • h. project: project of projectonderdelen;

  • i. projectgebied: gebied waarop het project is gericht;

  • j. subsidieverordening: Subsidieverordening inrichting landelijk gebied 2007.

Artikel 2   Doelgroep

  • 1

    Subsidie kan worden aangevraagd door een natuurlijk persoon of rechts­persoon, met uitzondering van producenten van landbouwproducten en ondernemers in het wegvervoer.

  • 2

    Indien meerdere partijen deelnemen aan de uitvoering van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd, treedt een der partijen op als aanvrager voor de subsidie. 

Artikel 3  Subsidiabele activiteiten

  • 1

    Subsidie kan worden verleend voor de uitvoering van een project in het buitengebied dat bijdraagt aan het realiseren van de doelstellingen van een of meerdere van de volgende thema’s:

    • a.

      groen om de stad;

    • b.

      landschapskwaliteit verbetering;

  • 2

    Voor het thema landschapskwaliteit verbeteringen, bedoeld in het eerste lid onder b, is het mogelijk dat jaarlijks een of meerder subthema’s worden vastgesteld.

Artikel 4   Weigeringsgronden

De subsidie kan worden geweigerd indien:

  • a. de met het project te realiseren recreatieve functie strijdig is met het aanwezige natuur- en landschapsbelang;

  • b. het project bestaande of beoogde natuur en/of cultuurhistorische waarden aantast of bedreigt;

  • c. het project al eerder subsidie heeft ontvangen in het kader van deze subsidieregeling, dan wel voorlopers van deze regeling;

  • d.  voor het project in de provinciale begroting afzonderlijk geld is gereserveerd;

  • e. de eigen bijdrage van de aanvrager en diens eventuele partners minder bedraagt dan 25% van de totale subsidiabele kosten;

  • f. het totale project geen sluitende financiële dekking heeft;

  • g. het project niet in het buitengebied wordt uitgevoerd;

  • h. de hoogte van de subsidie op grond van artikel 10 lager is dan € 200.000 of hoger is dan € 1.000.000.

Artikel 5   Subsidievereisten

  • 1

    Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3 in aanmerking te komen, wordt met het project een kwaliteitsimpuls voor het landschap gerealiseerd op structuurniveau waarbij integrale natuur- en landschapskwaliteiten worden behouden en ontwikkeld. Hiertoe bevat een project de volgende elementen:

    • a. het versterken van de identiteit en eigenheid van landschappelijke kenmerken;

    • b. het vergroten van de belevingswaarde voor de mens;

    • c. het vergroten van de recreatieve toegankelijkheid van het landelijk gebied;

    • d. het stimuleren van de samenwerking tussen verschillende streekpartijen.

  • 2

    Onverminderd het eerste lid, bevat het project dat bijdraagt aan het realiseren van één van de doelstellingen, genoemd in artikel 3, eerste lid, minimaal één van de volgende elementen:

    • a. het realiseren van een groene mal om de stad met extra aandacht voor de overgangen van stad en land;

    • b. invulling geven aan een landschapsecologische zone buiten de ecologische hoofdstructuur.

    • c. invulling geven aan regionale natuur- en landschapseenheden buiten de daarin gelegen ecologische hoofdstructuur met bijzondere aandacht voor het vergroten van de ecologische eenheid in het projectgebied.

Artikel 6   Subsidiabele kosten

Voor subsidie komen in aanmerking alle werkelijk gemaakte uitvoeringskosten van een project als bedoeld in artikel 3. 

Artikel 7   Niet-subsidiabele kosten

Niet voor subsidie komen in aanmerking de kosten:

  • a.

      voor projectonderdelen binnen de verkeerskundige bebouwde kom;

  • b. voor verbeteringsmaatregelen aan geïsoleerde landschapselementen die geen of geen goede invulling geven aan de interimstructuurvisie, dan wel de vigerende structuurvisie ruimtelijke ordening;

  • c. waarvoor eveneens subsidie kan worden verkregen in het kader van andere subsidieregelingen van het rijk en de provincie;

  • d. die door een financiële bijdrage van derden gefinancierd kunnen worden;

  • e. gemaakt na de opleverdatum van het project;

  • f. verband houdend met de eigen exploitatie, waaronder personeelskosten, van de aanvrager en de eventuele partners in het project;

  • g. verband houdend met de reguliere taak van de aanvrager, de eventuele partners of andere overheden;

  • h. verband houdend met het verkrijgen van vergunningen, leges, aansprakelijkheid en verhaal;

  • i. ten behoeve van het, latere, beheer van het projectgebied;

  • j. verband houdend met de uitvoering van een reeds bestaand convenant, bestaande regeling of afspraak;

  • k. voor voorbereiding, onderzoek, procescommunicatie en proceskosten;

  • l. gemaakt voor de datum van de beschikking tot subsidieverlening;

  • m. voor projectonderdelen waarvoor nog geen vergunning is verkregen of waarvan de planologische status niet in overeenstemming is met de beoogde doelen;

  • n. voor projectonderdelen waarover nog juridische procedures lopen na de opleverdatum van het project;

  • o. voor projectonderdelen binnen de ecologische hoofdstructuur. 

Artikel 8   Vereisten subsidieaanvraag

  • 1

    Voor het aanvragen van een subsidie wordt gebruik gemaakt van het daarvoor bedoelde aanvraagformulier.

  • 2

    Aanvragen waarbij geen gebruik is gemaakt van het aanvraagformulier worden niet in behandeling genomen.

  • 3

    Per project wordt een aanvraag ingediend.

  • 4

    De aanvraag bevat een projectplan, een publiciteitsplan en een projectbegroting.

  • 5

    Het projectplan, genoemd in het derde lid, beschrijft tenminste:

    • a. de probleemstelling die de problemen en kansen in het gebied beschrijft ten aanzien van de landschapskwaliteit, recreatief groen om de steden, dan wel landschapsecolgische zones;

    • b. de doelgroep;

    • c. de gewenste situatie en de mate waarin dit project bijdraagt aan het bereiken van deze situatie;

    • d. indien van toepassing een aanduiding van de bij het project betrokken partners, hun rol en bereidheid tot samenwerking, met aandacht voor de versterking van regionale samenwerking;

    • e. het draagvlak voor dit project bij de doelgroep;

    • f. het resultaat, waarbij in ieder geval wordt beschreven in welke mate het project elementen, genoemd in artikel 5, realiseert;

    • g. de planning met een overzicht van de realisatietermijn, welke interne of externe factoren de realisatietermijn kunnen beïnvloeden, een processchema met de actuele status van ieder projectonderdeel en de te doorlopen, wettelijke, procedures;

    • h. de wijze waarop de ervaringen en resultaten worden uitgedragen.

  • 6

    Het publiciteitsplan, genoemd in het derde lid , beschrijft ten minste:

    • a.

       welke media wordt ingezet;

    • b.

       op welk moment deze media wordt ingezet;

    • c.

       met welk doel deze media wordt ingezet;

    • d.

       op welke wijze de provincie hierin wordt vermeld.

  • 7

    De projectbegroting, genoemd in het derde lid, wordt opgesteld aan de hand van het begrotingsformat behorende bij het aanvraagformulier en daaruit blijkt:

    • a. de hoogte van de subsidie per projectonderdeel die de aanvrager wenst te ontvangen op basis van deze subsidieregeling;

    • b. de hoogte van de eigen bijdrage, de bijdrage van eventuele partners, de eventuele overige subsidies en bijdragen van derden per project­onderdeel;

    • c. per projectonderdeel dat door verlening van de onderhavige subsidie een andere financiële bijdrage of subsidie van de provincie Noord-Brabant of derden wordt verdrongen;

    • d. in welke mate de gevraagde subsidie op grond van deze subsidieregeling noodzakelijk is om het project te realiseren;

    • e. dat het project, met inachtneming van de gevraagde subsidie op grond van deze subsidieregeling, een sluitende financiële dekking heeft;

    • f. welke onderdelen van het project, inclusief de daarbij horende kosten, in welk jaar worden uitgevoerd.

  • 8

    De beoogde resultaten van het project en een overzicht van de locatie in een groter gebied, worden aangegeven op afzonderlijke kaarten op een zodanige manier en met een zodanig schaalniveau dat ze duidelijk leesbaar en interpreteerbaar zijn. Deze kaarten worden bij de aanvraag gevoegd. 

Artikel 9  Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2009 tot en met 2013 vast op nihil.

Artikel 10 Subsidiehoogte

  • 1

    De provinciale subsidie bedraagt maximaal 50% van de totale subsidiabele kosten.

  • 2

    In afwijking van het eerste lid, geldt voor ondernemingen in de zin van het Europees recht dat een subsidie niet hoger mag zijn dan € 200.000 over een periode van drie belastingjaren en ook anderszins dient te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun.

  • 3

    Indien op grond van artikel 3 en 5 een project voor subsidie in aanmerking komt bepalen Gedeputeerde Staten de hoogte van de subsidie voor de verschillende projectonderdelen als volgt:

    • a. voor een projectonderdeel dat niet bijdraagt aan de doelstellingen genoemd in artikel 3 en de elementen genoemd in artikel 5 wordt geen provinciale bijdrage toegekend

    • b. voor een projectonderdeel dat slechts gedeeltelijk dan wel in mindere mate bijdraagt aan de doelstellingen genoemd in artikel 3 en de elementen genoemd in artikel 5, bedraagt de hoogte van de provinciale bijdrage 25% van de uitvoeringingskosten voor dat projectonderdeel;

    • c. voor een projectonderdeel dat volledig bijdraagt aan de doelstellingen genoemd in artikel 3 en de elementen genoemd in artikel 5, bedraagt de hoogte van de provinciale bijdrage 50% van de uitvoeringskosten voor dat projectonderdeel.

Artikel 11 Beoordeling

  • 1

    Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.

  • 2

    Indien een aanvraag nog niet volledig is, wordt het tijdstip van binnenkomst bepaald door het moment waarop de aanvraag wel volledig is.

Artikel 12 Subsidieverlening

  • 1

    Indien gedurende de looptijd van het project, ongeacht de reden, projectonderdelen worden geannuleerd, gewijzigd of zijn vertraagd in een zodanige mate dat het gevolgen heeft of heeft gehad voor de aard, uitstraling en omvang van de uitvoering van het gehele project, is er sprake van project degradatie.

  • 2

    Het gestelde in het eerste lid geldt ook voor de niet gesubsidieerde projectonderdelen.

  • 3

    Project degradatie, als bedoeld in het eerste lid, kan leiden tot het tussentijds wijzigingen of intrekken van de subsidieverlening en het terugvorderen van verleende voorschotten, inclusief de wettelijke rente.

  • 4

    Gedeputeerde Staten kunnen, op grond van de ontwikke­lingen zoals omschreven in het eerste lid, de subsidie ook lager of op nihil vaststellen.

Artikel 13 Subsidieverplichtingen

  • 1

    Bij de aanvraag tot subsidievaststelling overlegt de subsidieontvanger een eindrapportage met een monitorings­verslag waaruit duidelijk wordt hoe het project en de doelstellingen, bedoeld in artikel 3, die het project heeft gerealiseerd in de publiciteit zijn gekomen of nog zullen komen.

  • 2

    De subsidieontvanger voorziet in een goed beheer van het projectgebied na oplevering, waarover hij bij de aanvraag tot subsidievaststelling zekerheid geeft.

  • 3

    De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat het projectgebied, zoals dat na oplevering van het project is ingericht, overeenkomstig het betreffende bestemmingsplan planologisch is beschermd.

  • 4

    Na oplevering van het project blijft op een duurzame manier conform de toepasselijke wettelijke voorschriften op minimaal twee logische plekken in het gebied, de rol van de provincie Noord-Brabant bij dit project kenbaar.

  • 5

    De subsidieontvanger brengt tot aan het moment van oplevering jaarlijks op 1 december schriftelijk verslag uit als bedoeld in artikel 15 van de subsidieverordening, in een daartoe door de provincie ontworpen formulier.

  • 6

    Het projectgebied is na inrichting geschikt voor vormen van regionale recreatie.

Artikel 14 Bevoorschotting en betaling

  • 1

    Per project wordt bij subsidieverlening 20% van het bedrag waarvoor subsidie is verleend ambtshalve als voorschot uitbetaald.

  • 2

    Op het moment dat de helft van de subsidiabele kosten zijn gemaakt en de bijbehorende prestaties zijn geleverd, wordt nog eens 40% van het bedrag waarvoor subsidie is verleend, als voorschot uitbetaald.

  • 3

    Voor de uitbetaling, bedoeld in het tweede lid wordt bij Gedeputeerde Staten een aanvraag ingediend, voorzien van een voortgangsrapportage als bedoeld in artikel 11 van de subsidieverordening.

  • 4

    Indien projectonderdelen in afwijking van de begroting in een ander jaar plaatsvinden en derhalve de bijbehorende kosten in een ander jaar worden gemaakt, is daarvoor instemming van Gedeputeerde Staten nodig.

Artikel 15 Intrekking

  • 1

    De subsidieregeling impuls landschapskwaliteit Noord-Brabant wordt ingetrokken.

  • 2

    De subsidieregeling GIOS Noord-Brabant wordt ingetrokken.

Artikel 16 Overgangsrecht

Subsidieaanvragen, bestaande aanspraken en verplichtingen op grond van de subsidieregelingen, genoemd in artikel 15, worden afgewikkeld, blijven in stand en worden uitgediend onder de voorwaarden in die subsidieregelingen.

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 18 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling landschapskwaliteit en groen om de stad Noord-Brabant.

 ’s?Hertogenbosch, 29 september 2009.

 Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter  J.R.H. Maij-Weggen 

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten