De Gezondheidsraad adviseert een minimale afstand van 1 kilometer. GGD-richtlijnen gaan uit van een verhoogd gezondheidsrisico tot 2 kilometer.
Er is geen hiërarchische prevalentie van één richtlijn. De gemeente moet, op basis van alle beschikbare informatie, een eigen gemotiveerde afweging maken over wat aanvaardbaar wordt geacht.