Brabant en Limburg eerste regio voor proef waarbij auto's zonder stekker mogen parkeren op laadplek

29 juli 2026EnergieBevat visueel element: Foto

Vanaf 1 augustus 2026 start Vattenfall InCharge in Noord-Brabant en Limburg een pilot waarbij openbare laadplekken niet langer uitsluitend zijn bestemd voor auto’s die laden. Op geselecteerde locaties mogen ook automobilisten zonder stekkerauto parkeren, zonder risico op een boete.

Met de pilot onderzoekt Vattenfall InCharge of laadpalen sneller geplaatst kunnen worden doordat gemeenten geen apart besluit meer hoeven te nemen om een parkeerplaats exclusief voor elektrische auto’s te reserveren. Daarnaast wordt onderzocht hoe automobilisten omgaan met laadplekken die ook gebruikt mogen worden door auto’s die niet laden.

Slimme oplossingen voor de openbare ruimte

Aanleiding voor de pilot is de groeiende druk op de openbare ruimte. Elektrische auto’s hebben laadplekken nodig, terwijl veel buurten tegelijkertijd kampen met parkeerdruk. Uit onderzoek van Vattenfall InCharge onder ruim 1.000 automobilisten blijkt dat beide onderwerpen leven onder automobilisten, maar ook dat de verschillen tussen elektrische en benzine- en dieselrijders minder groot zijn dan het publieke debat soms doet vermoeden.

“Om de groei van elektrisch rijden mogelijk te maken, moeten we blijven zoeken naar slimme oplossingen voor de openbare ruimte. Deze pilot helpt ons inzicht te krijgen in hoe gedeelde laad- en parkeerplekken in de praktijk werken en of daarmee de uitrol van laadinfrastructuur kan worden versneld. De resultaten kunnen waardevolle lessen opleveren voor gemeenten in heel Nederland”, aldus Alied Wessels Boer, directeur Vattenfall InCharge.

Laadplekken zijn inmiddels onderdeel van het straatbeeld

In het publieke debat klinkt regelmatig dat laadplekken ten koste gaan van schaarse parkeerplaatsen. Uit het onderzoek blijkt echter dat slechts 16 procent van de benzine- en dieselrijders vindt dat er te veel laadplekken in de eigen omgeving zijn. Daar staat tegenover dat meer dan de helft van de elektrische rijders juist aangeeft dat er te weinig laadplekken zijn.

Onder zowel elektrische rijders als automobilisten met een benzine- of dieselauto vindt 4 op de 10 dat het huidige aantal laadplekken in de buurt voldoende is. Daarmee lijkt de discussie minder te gaan over het aantal laadplekken en meer over de verdeling van de schaarse ruimte.

Een gedeelde parkeerplaats, verschillende belangen

De meningen lopen verder uiteen wanneer gevraagd wordt wat er moet gebeuren als laadplekken ook gebruikt mogen worden door auto’s die niet laden. Zo vindt 28 procent van de automobilisten met een benzine- of dieselauto parkeerdruk een groter probleem dan de beschikbaarheid van laadpalen, tegenover slechts 1 op de 10 elektrische rijders.

Tegelijkertijd blijkt ook onder elektrische rijders geen massale weerstand tegen het delen van laadplekken. De grootste groep (38 procent) noemt het een goed idee, zolang elektrische auto’s kunnen blijven laden wanneer dat nodig is. Daar staat 36 procent tegenover die zich niet kan vinden in de pilot en is van mening dat laadplekken in de eerste plaats bedoeld zijn om te laden.

Dat beeld laat zien dat voor veel elektrische rijders niet zozeer de parkeerplaats zelf centraal staat, maar de zekerheid dat er geladen kan worden wanneer dat nodig is. Toch bestaat er ook terughoudendheid: 11 procent van de elektrische rijders vreest dat het openstellen van laadplekken elektrisch rijden kan ontmoedigen.

Weinig animo voor langdurig parkeren op laadplek

Als automobilisten straks daadwerkelijk op een laadplek mogen parkeren zonder te laden, hoe gedragen zij zich dan? Uit het onderzoek blijkt dat veel automobilisten niet van plan zijn een laadplek zomaar als extra parkeerplaats te gebruiken.

  • Van de benzine- en dieselrijders zegt 41 procent een laadplek vrijwillig vrij te laten voor iemand die moet laden.
  • Nog eens 27 procent zou er alleen parkeren als er geen andere plek beschikbaar is.
  • Slechts 14 procent van de benzine- en dieselrijders zegt langer dan 2 uur te parkeren op een gedeelde laad- en parkeerplek.
  • Ook elektrische rijders geven dat signaal af. Iets meer dan de helft (51 procent) zegt een laadplek vrij te houden voor iemand die moet laden.

Brabant en Limburg als proeftuin

Ook binnen de pilotregio’s zijn verschillen zichtbaar. Kijkend naar zowel elektrische rijders als automobilisten met een benzine- of dieselauto, lijken Brabanders flexibeler als het gaat om het delen van laadplekken. Zo vindt 3 op de 10 parkeerdruk een groter probleem dan de beschikbaarheid van laadpalen, tegenover 22 procent van de Limburgers. Tegelijkertijd staat in Brabant een meerderheid positief tegenover het delen van laadplekken onder voorwaarden.

Limburgers zijn juist iets beschermender richting de laadfunctie van een laadplek. Zo vindt 30 procent dat laadplekken bedoeld zijn om te laden en niet om te parkeren, tegenover 22 procent van de Brabanders. Toch zijn de verschillen niet zo groot als ze misschien lijken. In beide provincies vindt bijna de helft van de automobilisten dat er te weinig laadplekken zijn en zegt een grote groep een laadplek vrijwillig vrij te laten voor iemand die moet laden (42 procent in Brabant en 47 procent in Limburg).

"Met deze pilot onderzoeken we hoe we laadpalen sneller kunnen realiseren en zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte."

Bas Maes, gedeputeerde Energie

De pilot maakt onderdeel uit van de concessie RAL Zuid en wordt door Vattenfall InCharge uitgevoerd in samenwerking met de provincies Noord-Brabant en Limburg en de deelnemende gemeenten.

“Als provincie willen we de overstap naar elektrisch rijden in Brabant zo eenvoudig mogelijk maken. Daarom is het belangrijk dat ook mensen zonder eigen oprit hun auto kunnen opladen. Tegelijkertijd is de ruimte in veel buurten beperkt. Met deze pilot onderzoeken we hoe we laadpalen sneller kunnen realiseren en zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte. De ervaringen die we opdoen, helpen ons bij de verdere uitrol van laadinfrastructuur in Brabant”, aldus Bas Maes, gedeputeerde Energie Noord-Brabant.

Hoe werkt de pilot?

In totaal worden in 19 gemeenten in Brabant en Limburg 150 laadpalen geplaatst waarbij de parkeerplaats niet exclusief voor laden is gereserveerd. Op deze locaties wordt gewerkt met 2 varianten: een aangepast verkeersbord of een laadtegel. Automobilisten die niet laden mogen hier parkeren en krijgen daarvoor geen boete. Daarnaast wordt een controlegroep van 150 reguliere laadpalen geplaatst waarbij de parkeerplaats wél exclusief is gereserveerd voor het opladen van elektrische auto’s.

Met de pilot onderzoekt Vattenfall InCharge of laadpalen sneller geplaatst kunnen worden doordat gemeenten geen aparte procedure hoeven te doorlopen om een parkeerplaats exclusief als laadplek aan te wijzen. Tegelijkertijd wordt onderzocht hoe automobilisten omgaan met gedeelde laad- en parkeerplekken. Daarbij wordt gekeken naar het gebruik van de plekken, de beschikbaarheid van laadpunten, ervaringen van bewoners, eventuele klachten en bezwaren en de impact op de uitrol van openbare laadinfrastructuur.

De plaatsing van de laadpalen vindt plaats tussen augustus 2026 en januari 2027. Vervolgens worden de locaties gedurende meerdere maanden gemonitord om te bepalen welke aanpak het beste werkt voor gemeenten, bewoners en automobilisten.

Deelnemende gemeenten zijn Alphen-Chaam, Baarle-Nassau, Gilze en Rijen, Asten, Bergen op Zoom, Eersel, Etten-Leur, Geldrop-Mierlo, Goirle, Landgraaf, Moerdijk, Oisterwijk, Oosterhout, Reusel-de Mierden, Tilburg, Valkenswaard, Vught, Weert en Zundert.


Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor Brabant Nieuwsbrief en ontvang elke week nieuws en informatie van de provincie.