Provincie zet gesprekken met pluimveehouders voort om te komen tot noodzakelijke stikstofreductie
De provincie Noord-Brabant zet de gesprekken met 5 piekbelastende pluimveehouderijen nabij Natura 2000-gebieden voort. De eerste bestuurlijke gespreksronde is inmiddels afgerond. Eind oktober vinden ambtelijke vervolggesprekken plaats in een poging om binnen de juridische mogelijkheden tot passende oplossingen te komen.

Op 17 juli 2026 maakte de provincie het voornemen bekend om de natuurvergunningen van 5 piekbelastende veehouderijen in te trekken. Dit voornemen volgt uit een rechterlijke uitspraak waarin is geoordeeld dat passende maatregelen nodig zijn om de stikstofbelasting op kwetsbare Natura 2000-gebieden blijvend en substantieel te verminderen. Sindsdien heeft de provincie verschillende gesprekken gevoerd met de betrokken ondernemers en hun vertegenwoordigers. Tevens is aan advocatenkantoor Pels Rijcken gevraagd om een advies uit te brengen over de bandbreedte die de uitspraken geven voor de besluitvorming door Gedeputeerde Staten (GS), als second opinion op de uitgangspunten die de provincie heeft gehanteerd. Dit heeft geleid tot het inzicht dat een andere, iets ruimere interpretatie van de gerechtelijke uitspraak mogelijk is.
De essentie van de uitspraken is dat een substantiële daling stikstofreductie gerealiseerd moet worden met als uitgangspunt 85 procent, waarmee dan 15 procent resteert, ook voor het houden van landbouwhuisdieren. Dat laatste betekent een verruiming ten opzichte van onze eerdere interpretatie, waarin wij ervan uitgingen dat het houden van landbouwhuisdieren binnen de resterende ruimte van 15 procent niet mogelijk was.
De provincie heeft deze ruimere interpretatie zorgvuldig bestuurlijk gewogen en neemt deze mee in de vervolggesprekken met de ondernemers begin november. In goed overleg is afgesproken dat de inhoud van deze gesprekken vertrouwelijk blijft. Partijen hebben gezamenlijk vastgesteld dat rust en focus belangrijk zijn om de gesprekken zorgvuldig te kunnen voeren.
“We willen een maximale inspanning doen om samen met deze 5 ondernemers tot oplossingen te komen.“ Gedeputeerde Saskia Boelema
Maximale inzet op oplossingen
De provincie blijft zich inzetten om binnen de kaders van de uitspraken van de rechtbank met iedere ondernemer tot een oplossing te komen die recht doet aan de opgave én aan de specifieke omstandigheden van het bedrijf.
Gedeputeerde Saskia Boelema: “We zijn aan de slag gegaan met de gesprekken met de betrokken ondernemers. Ons doel blijft onveranderd. Uitvoering geven aan de rechterlijke uitspraak, de natuur herstellen en binnen de grenzen van wat juridisch mogelijk is een maximale inspanning doen om samen met deze 5 ondernemers tot oplossingen te komen.”
Handhavingsverzoeken
Bij twee van de betrokken pluimveehouders worden meer dieren gehouden dan binnen de natuurvergunning/referentiesituatie is toegestaan. Naar aanleiding hiervan heeft MOB eerder handhavingsverzoeken ingediend. De gesprekken over de reductieopgave richten zich op het aantal vergunde dieren, omdat dit het juridische uitgangspunt vormt voor eventuele afspraken. Dit onderwerp wordt nadrukkelijk betrokken bij de vervolggesprekken met beide ondernemers.
Omdat MOB zowel indiener is van de intrekkingsverzoeken als van de handhavingsverzoeken, heeft de provincie recent ook met MOB overleg gevoerd over de second opinion van Pels Rijcken.
Hoger beroep en landelijke ontwikkelingen
Daarnaast heeft de provincie hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechter in deze zaak. Bij dit hoger beroep zal ook de inhoud van het door het Rijk aangekondigde maatregelenpakket worden betrokken. Dit is in lijn met de opmerking die de voorzieningenrechter ter zitting heeft gemaakt in het recente kort geding over emissiereducerende maatregelen, waarbij de rechter heeft gesuggereerd dat het aangekondigde Rijksbeleid zou moeten worden afgewacht. De provincie volgt deze ontwikkelingen nauwlettend, omdat deze van invloed kunnen zijn op de verdere uitvoering van de stikstofaanpak.
Dwangsommen
Voor de 5 procedures over de intrekkingsverzoeken van natuurvergunningen lopen momenteel dwangsommen wegens het niet tijdig nemen van besluiten. De eerder door de Raad van State opgelegde dwangsommen bereiken eind 2026 het maximale bedrag van € 75.000 (€ 15.000 per procedure).
Op 30 september 2026 heeft de Raad van State in een nieuwe uitspraak bepaald dat de provincie uiterlijk 4 februari 2027 een definitief besluit moet nemen op de 5 intrekkingsverzoeken. Aan deze uitspraak is een dwangsom verbonden van € 250 per dag, met een maximum van € 37.500 per procedure. De provincie acht deze termijn, gelet op de vereiste zorgvuldigheid van het besluitvormingsproces, niet in alle 5 de procedures haalbaar. De provincie zal verzet aantekenen tegen de uitspraak in het beroep niet tijdig beslissen en tevens een voorlopige voorziening indienen in de bodemprocedure met het verzoek om de uitspraak van de rechtbank - althans de daarin opgenomen beslistermijn - te schorsen.
De totale dwangsommen kunnen oplopen tot maximaal € 187.500. De provincie zet zich in om verdere dwangsommen zoveel mogelijk te voorkomen.
Natuurherstel en toekomstperspectief
Alle inspanningen van de provincie blijven gericht op de onderliggende opgave, namelijk het herstellen van overbelaste natuur, het terugdringen van de stikstofbelasting en het creëren van ruimte voor toekomstbestendige vergunningverlening en economische ontwikkeling in Brabant.
Vervolg
Zoals eerder aangegeven neemt de provincie geen vervolgbesluiten zonder hierover eerst met de betrokken ondernemers in gesprek te zijn geweest. Bij vervolgbesluiten of wanneer het proces daarom vraagt, volgt nieuwe berichtgeving.
Blijf op de hoogte
Schrijf je in voor Brabant Nieuwsbrief en ontvang elke week nieuws en informatie van de provincie.