Wet versterking regie volkshuisvesting
De Wet versterking regie volkshuisvesting is op 1 juli 2026 in werking getreden. De wet versterkt de regie van Rijk, provincies en gemeenten op de volkshuisvesting. Het doel is dat er voldoende woningen beschikbaar zijn en dat mensen een woning kunnen vinden die past bij hun inkomen, huishouden en woonbehoefte.

Voor Noord-Brabant betekent dit dat we niet alleen kijken naar hoeveel woningen nodig zijn, maar nadrukkelijk ook naar welke woningen, voor wie en waar. Daarnaast is het belangrijk dat woningbouwplannen daadwerkelijk tot uitvoering komen.
Eén Brabantse opgave, met verschillen tussen regio’s
De Brabantse volkshuisvestingsopgave is een gezamenlijke opgave. Tegelijkertijd verschillen de woningmarkt, bevolkingsontwikkeling en woonbehoefte per regio en gemeente. Daarom betekent meer regie niet dat overal in Brabant hetzelfde moet gebeuren. Provincie, regio’s en gemeenten werken samen aan afspraken die passen bij de regionale en lokale opgaven. Zo zorgen we ervoor dat lokale en regionale keuzes bijdragen aan de gezamenlijke Brabantse volkshuisvestingsdoelen.
Van aantallen naar een brede volkshuisvestingsopgave
Bouwen blijft nodig, maar aantallen woningen alleen zijn niet voldoende. Het gaat ook om de betaalbaarheid en passendheid van woningen, de huisvesting van ouderen en aandachtsgroepen en het daadwerkelijk realiseren van woningbouwplannen. De Wet versterking regie volkshuisvesting brengt deze onderwerpen nadrukkelijker bij elkaar. Provincies en gemeenten leggen hun ambities, doelen en maatregelen vast in een volkshuisvestingsprogramma. Voor gemeenten gelden daarbij inhoudelijke eisen aan het gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma.
Provinciaal volkshuisvestingsprogramma Noord-Brabant
Ook de provincie Noord-Brabant werkt aan een eigen provinciaal volkshuisvestingsprogramma. Hierin brengen we de Brabantse volkshuisvestingsopgave, onze ambities en doelen en de uitvoering daarvan bij elkaar. Het programma wordt daarmee ook een belangrijk instrument voor de provinciale rol in de volkshuisvesting: faciliteren waar mogelijk en sturen waar nodig. Daarbij kijken we naar wat regio’s en gemeenten nodig hebben en naar de wijze waarop de gezamenlijke Brabantse doelen worden gerealiseerd.
Eind 2026 willen we een eerste concept van het provinciaal volkshuisvestingsprogramma gereed hebben. In 2027 wordt het programma verder uitgewerkt en vindt consultatie plaats.
Regionale afspraken over woningbouw
Onderdeel van de volkshuisvestingsopgave blijft het realiseren van voldoende woningen. Gemeenten leggen in hun volkshuisvestingsprogramma onder meer vast welk aandeel zij leveren in het aantal woningen dat in hun regio nodig is. Daarom zijn regionale afspraken over de woningbouwprogrammering belangrijk. Voor Noord-Brabant is voor de periode 2027 tot en met 2036, inclusief de Beethoven-deal in de Brainportregio, voorlopig uitgegaan van een minimale bruto woningbouwopgave van 156.700 woningen.
Deze Brabantse opgave wordt vertaald naar regionale afspraken. Daarbij kijken we niet alleen naar aantallen, maar ook naar de kwalitatieve woningbehoefte en naar de verschillende uitgangsposities van regio’s en gemeenten.
Samen aan de slag
De komende periode werken provincie, gemeenten, regio’s en andere betrokken partijen verder aan de uitwerking van de Brabantse volkshuisvestingsopgave. Het provinciaal volkshuisvestingsprogramma brengt deze opgaven en doelen samen en vormt een basis voor samenwerking, monitoring en waar nodig provinciale sturing.
Zo werken we aan één Brabantse koers, met ruimte voor regionale en lokale verschillen en met één gezamenlijk doel: voldoende passende en betaalbare woningen voor de inwoners van Brabant.
Heb je een vraag?
Stel je vraag via het formulier of bel naar het algemene nummer van de provincie.