Biodiversiteit en leefgebieden
Meer dan 1000 planten en dieren in Brabant zijn bedreigd in hun voortbestaan omdat hun leefgebied in kwaliteit en omvang achteruit is gegaan. Zoals bijvoorbeeld de knoflookpad. Ook vogelsoorten zoals de kemphaan en de korhoen zijn al verdwenen. En grutto’s en kieviten komen steeds minder voor. Daarnaast neemt het aantal vlinders in Brabant af. Daarom neemt de provincie maatregelen voor het behoud en herstel van de biodiversiteit (De verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied) in de leefgebieden van bedreigde soorten.
Door verbeteren van de kwaliteit van hun leefgebieden en herstel van bestaande natuurgebieden wordt uitsterven voorkomen. Bepaalde soorten keren hierdoor ook terug.De provincie wil grote natuurgebieden, zoals de Loonse en Drunense duinen en de Maashorst, geschikt maken als leefgebied voor grote zoogdieren die vroeger ook in Brabant voorkwamen: edelhert, bever, otter, wisent en lynx.
Natuurnetwerk
De provincie werkt aan biodiversiteit (De verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied) door enerzijds te investeren de omvang en kwaliteit van een robuust natuurnetwerk. Dit netwerk aan natuurgebieden gaat versnippering van de natuur tegen. Dieren kunnen zich zo gemakkelijk verplaatsen tussen de gebieden. Anderzijds neemt de provincie maatregelen ter verbetering van bodem-, water- en luchtkwaliteit. Lees meer op de pagina Beleidskader Milieu
Voor het terugdringen van de stikstofbelasting door landbouw, industrie en verkeer werkt de provincie samen met de betrokkenen, bijvoorbeeld door het toepassen van stikstofarme stallen.
Maatregelkaarten
In Brabant zijn 6 verschillende soorten leefgebieden voor planten en dieren. Hiervoor zijn 6 leefgebiedsplannen opgesteld met maatregelen voor verbetering van de biodiversiteit. 4 daarvan liggen in Natuurnetwerk Brabant en zijn uitgewerkt in maatregelkaarten.
Bekijk de Maatregelkaart Biodiversiteit en Leefgebieden
1. Beekdalen
Beekdalen zijn erg belangrijk voor de biodiversiteit. Er komen veel bedreigde soorten voor. Het gaat om planten en dieren die horen bij stromend water, broekbossen, moerassen en vochtige schraallanden. Soorten als de bosbeekjuffer, vlottende waterranonkel en beekprik zijn gebonden aan de beek. De natte bossen langs beken zijn belangrijk voor soorten als witte rapunzel en knikkend nagelkruid. Het mooist zijn misschien wel de schraallanden langs de beken. Hier kun je de welriekende nachtorchis en de gevlekte orchis bewonderen, maar ook watersnip en aardbeivlinder. Als bepaalde beekdalen voldoende zijn hersteld kunnen ook de otter en bever weer terugkeren.
2. Zandgronden
Op de Noord-Brabantse zandgronden vinden we heideterreinen, stuifzanden, hoogvenen, vennen en allerlei typen bossen waaronder de leembossen. Ook hier vinden we een groot aantal bedreigde planten en dieren. De nachtzwaluw en het korhoen zijn typische soorten voor heides en stuifzanden. In sommige vennen komt waterlobelia en oeverkruid voor, in andere speerwaterjuffer of geoorde fuut. In hoogveengebieden als de Deurnsche Peel en Reuselse Moeren kunnen we soorten vinden als spiegeldikkopje en hoogveenglanslibel. Bossen zijn belangrijk voor allerlei vogels en insecten zoals zwarte specht en vliegend hert.
3. Stad en dorp
Ook in de bebouwde omgeving vinden we karakteristieke planten en dieren. Met sommige gaat het niet zo goed. De gierzwaluw heeft bijvoorbeeld problemen om geschikte broedholen te vinden in de moderne stad en huismussen vinden te weinig voedsel in de winter.
4. Agrarisch landschap
In het agrarisch gebied vinden we akkers en graslanden. Door de moderne, intensieve landbouw hebben sommige soorten het zwaar. Grutto en watersnip behoren tot de meest bedreigde weidevogels van de provincie. Ook de veldleeuwerik zal uit Noord-Brabant verdwijnen als er niets gebeurt.
5. Rivieren en voormalige zeearmen
Dit zijn de leefgebieden van de Maas en Biesbosch, maar ook van minder bekende gebieden als Krammer-Volkerak en Markiezaat. Langs de Maas zijn oude rivierduintjes en droge stroomdalgraslanden van belang voor bedreigde soorten. Wie goed zoekt kan nog soorten vinden als zandwolfsmelk en wit vetkruid. De bever heeft de Biesbosch weer veroverd. Minder goed vergaat het de strandplevier in het Markiezaat. Doordat het gebied zoet is geworden verdwijnen langzaam de open, lage begroeiingen, die de strandplevier nodig heeft. De lepelaar is een nieuwkomer die het momenteel wel goed doet.
6. Laagveenzoom
Vooral de laagveenzoom op de overgang van zand en klei valt in dit leefgebied. Laagveengebieden zijn vaak erg nat vanwege uitstromend grondwater. Hier kun je natte schraallanden, kwelsloten en laagveenmoerassen aantreffen. Kenmerkende soorten zijn o.a. gele zegge, langstengelig fonteinkruid en moeraslathyrus.
Bestanden
Heb je een vraag?
Stel je vraag via het formulier of bel naar het algemene nummer van de provincie.