Aanpak vermindering ammoniakemissie veehouderijen


Veehouderijen in Noord-Brabant moeten voldoen aan regels om ammoniakemissie te verminderen. Dit staat in de Omgevingsverordening Noord-Brabant. De aanpak is een belangrijke maatregel om de stikstofuitstoot en -neerslag te beperken.

We begrijpen dat de regels een opgave zijn voor ondernemers. Daarom kiezen we voor een aanpak die natuurherstel centraal stelt en rekening houdt met de investeringskracht van ondernemers.

Er zijn enkele veelgestelde vragen en er is een document met verdiepende vragen (pdf, 474 kB). Daarnaast is er een presentatie met meer uitleg. Ook passen we de Routekaart veehouderij aan.

Regels voor verouderde huisvestingssystemen

In de Omgevingsverordening staat dat veehouders vanaf 1 juli 2026 maatregelen moeten hebben toegepast om de ammoniakemissie uit verouderde huisvestingssystemen te verminderen. Dat betekent ook dat alle overige benodigde toestemmingen moeten zijn verleend. Voor rundvee is het huisvestingssysteem verouderd na 20 jaar, voor andere diercategorieën na 15 jaar.

Bestaande huisvestingssystemen die in het verleden in Brabant waren toegestaan en waarvan nu niet duidelijk is hoeveel ammoniak deze systemen in de praktijk precies verminderen, krijgen uitstel en moeten vanaf 1 januari 2030 mogelijk aangepast worden. Het gaat alleen om gerealiseerde huisvestingssystemen die zijn toegestaan volgens de Omgevingsregeling en waaraan een reductie is toegekend die voldoet aan de normen uit bijlage VI van de Omgevingsverordening. Als duidelijk is hoeveel ammoniak de systemen werkelijk verminderen, kunnen deze systemen op de menukaart worden opgenomen en mogen ze vervolgens worden gebruikt om gemiddeld op bedrijfslocatieniveau aan de normen te voldoen. Tot die tijd mag een toegekende en mogelijk hogere reductie dan geëist niet worden ingezet om gemiddeld op bedrijfslocatieniveau te voldoen.

Reductienormen en keuzemogelijkheden

Er gelden reductienormen per diercategorie. De normen zijn gebaseerd op wat technisch mogelijk is en wat betaalbaar is voor ondernemers. Bij bedrijven met melkkoeien wordt onderscheid gemaakt tussen grotere en kleinere bedrijven. Kleinere bedrijven hebben maximaal 100 melkkoeien. Bij de kleinere bedrijven geldt een lagere reductienorm, omdat zij minder investeringsruimte hebben. Zo doet de aanpak recht aan verschillen binnen de sector.

Om te voldoen aan de normen kan een veehouder kiezen uit een of meer maatregelen:

  • Technische aanpassingen van het huisvestingsysteem
  • Voer- en managementmaatregelen
  • Natuurinclusieve veehouderij
  • Minder dieren houden

Op de menukaart staan de maatregelen waar een veehouder uit kan kiezen. Deze kan worden aangevuld met nieuwe technieken en maatregelen als de effectiviteit hiervan vaststaat. Innovatieve systemen kunnen met een hardheidsclausule worden toegepast als de effectiviteit goed is onderbouwd.

Uitbreiding van dierplaatsen is niet mogelijk. Ook kan een veehouder niet omschakelen naar een andere diercategorie. Hiervoor blijft een natuurvergunning nodig, omdat dit een nadelig effect kan hebben op Natura 2000-gebieden.

Een melding indienen

Voor het toepassen van een maatregel uit de menukaart is geen natuurvergunning nodig. Een maatregel draagt namelijk duidelijk bij aan natuurherstel. Er geldt wel een meldplicht. Na ontvangst van een complete melding krijgt een veehouder een maatwerkbesluit. Hierin staat voor welke maatregel(en) is gekozen en welke voorwaarden gelden. Hierdoor is voor iedereen duidelijk waar een veehouder aan moet voldoen. Net als bij een natuurvergunning kan hiertegen bezwaar en beroep worden ingesteld.

Veehouders met een verouderd huisvestingssysteem moeten een melding indienen bij het Omgevingsloket.

Startdatum

Veehouders met verouderde huisvestingssystemen moeten op 1 juli 2026 een maatregel hebben toegepast. Raakt een huisvestingssysteem na 1 juli 2026 verouderd en wordt niet voldaan aan de normen? Dan moeten de maatregelen op dat moment zijn uitgevoerd.

De startdatum geldt ook voor veehouders die op 1 juli 2024 moesten voldoen aan de eisen van de oude Omgevingsverordening. Deze veehouders hebben vaak wel een vergunningaanvraag ingediend, maar nog geen vergunning gekregen. De verouderde stallen zijn nog niet aangepast, buiten hun schuld. Met de bijgestelde aanpak moeten ook zij op 1 juli 2026 een of meer maatregelen hebben genomen om te voldoen aan de reductienormen en dit kenbaar hebben gemaakt met een melding.

Veehouders die al een vergunningaanvraag hebben ingediend, vragen we na het indienen van een melding of zij hun vergunningaanvraag legesvrij willen intrekken of dat zij de aanvraag willen behouden.

Over de aanpak

Met de aanpak neemt de ammoniakemissie van veehouderijen in Brabant stap voor stap af. Dit hangt af van de leeftijd van huisvestingsystemen. In 2035 moet de emissie uit veehouderijlocaties in Brabant aanzienlijk zijn verminderd met gemiddeld 46% vergeleken met 2019. Dit percentage is het gemiddelde van alle sectoren en alle locaties en is gebaseerd op de doelen van het Rijk en het Bouwstenendocument van IPO, LTO, VNG, UvW en NAJK.

Bedrijven krijgen op termijn een locatieplafond voor ammoniakemissie. Dit locatieplafond wordt afgeleid uit de reductienormen uit de Omgevingsverordening, de leeftijd van de huisvestingssystemen en het aantal dieren dat op 1 juli 2026 is toegestaan volgens de geldende vergunningen en toestemmingen.


Heb je een vraag?

Stel je vraag via het formulier of bel naar het algemene nummer van de provincie.