Overzicht vragen geitenhouderij en gezondheid
Tijdens het webinar op 12 januari 2026 is ingegaan op de relatie tussen geitenhouderijen en gezondheid, met name in relatie tot woningbouw en andere gevoelige functies. Kijkers konden vragen insturen. Deze vragen gingen zowel over wetenschappelijke inzichten (VGO-onderzoek, Gezondheidsraad), bestuurlijke afwegingen van gemeenten en provincie, als toekomstig beleid en instrumentarium.
Hieronder staan alle gestelde vragen per categorie op een rij. De antwoorden zijn opgesteld op basis van informatie zoals bekend op 19 januari 2026.
Gezondheidsrisico's en wetenschappelijke onderbouwing
De Gezondheidsraad stelt vast dat:
- het risico op longontsteking 73% verhoogd is binnen 500 meter van een geitenhouderij;
- het risico 19% verhoogd is binnen 0–1 kilometer van een geitenhouderij.
De verhoogde gezondheidsrisico’s hangen niet samen met Q-koorts, maar waarschijnlijk met een mix van bacteriën rond geitenhouderijen. De VGO-onderzoeken (I, II en III) richten zich met name op longontsteking en luchtwegklachten.
Meer informatie hierover is beschikbaar via de VGO-onderzoeken.
De gezondheidsrisico’s vanuit de VGO-rapporten staan los van Q-koorts. De verhoogde risico’s hebben waarschijnlijk betrekking op andere bacteriële emissies.
De precieze mechanismen, waaronder de rol van windrichting, zijn nog niet vastgesteld.
Ja. Ook de adviezen van de Gezondheidsraad zijn betrouwbaar.
Zie Resultaten Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III (VGO-III) | RIVM
De gezondheidsrisico’s zijn uitsluitend onderzocht bij geitenhouderijen met meer dan 50 geiten. Voor hobbymatige houderijen zijn geen conclusies getrokken.
Afstanden, zonering en gevoelige functies
Het kabinet heeft aangekondigd een afstandsnorm voor nieuwvestiging uit te werken:
- voor nieuwe geitenhouderijen nabij woonkernen;
- voor nieuwe woon- of andere gevoelige functies nabij bestaande veehouderijen.
Welke afstand uiteindelijk wordt vastgesteld, is afhankelijk van nader onderzoek naar risico’s in de zone 500–1000 meter.
De Gezondheidsraad adviseert een minimale afstand van 1 kilometer. GGD-richtlijnen gaan uit van een verhoogd gezondheidsrisico tot 2 kilometer.
Er is geen hiërarchische prevalentie van één richtlijn. De gemeente moet, op basis van alle beschikbare informatie, een eigen gemotiveerde afweging maken over wat aanvaardbaar wordt geacht.
Het verhoogde gezondheidsrisico geldt met name voor kwetsbare groepen, zoals:
- ouderen;
- mensen met luchtwegaandoeningen.
De Gezondheidsraad geeft aan dat kinderdagverblijven en zorginstellingen bijzondere aandacht verdienen.
Beleid, samenwerking en financiën
Het kabinet heeft aangekondigd half februari met een volledige kabinetsreactie te komen. De aankondiging van een afstandsnorm is een eerste, voorlopige stap.
Provincies pleiten voor uniform landelijk beleid, zodat locatie geen verschil maakt.
De provincie juicht samenwerking toe en geeft hier structureel vorm aan, onder meer via:
- de werkgroep Veehouderij en Gezondheid;
- samenwerking met Brabantse GGD’s, Omgevingsdiensten en gemeenten.
Doel is zowel uniformiteit als een helder handelingskader, inclusief voorzorgsbeginsel en zorgplicht.
Zie het antwoord bij de opkoopregeling. Iedere situatie vraagt maatwerk.
Verplaatsing of uitkoop kan in specifieke maatwerksituaties een oplossing zijn. Er zijn echter nog geen rijksmiddelen of structurele regelingen aangekondigd.
Gemeentelijke afwegingen en bouwplannen
Er bestaat geen wettelijke verplichting om GGD-advies te vragen.
Door veel gemeenten wordt bij woningbouwplannen binnen een straal van 2 kilometer rond een geitenhouderij standaard een GGD-advies gevraagd.
Gemeenten hebben beleidsvrijheid, maar moeten gezondheid expliciet meewegen bij de beoordeling van een goed woon- en leefklimaat. Hiervoor kan de Handreiking Veehouderij en Gezondheid 2.0 worden gebruikt.
Bestaande bouwplannen worden niet automatisch stilgelegd. Wel moeten:
- gezondheidsrisico’s expliciet worden meegewogen;
- deze risico’s duidelijk worden gecommuniceerd richting initiatiefnemers en kopers.
Het voorzorgsbeginsel, de adviezen van de Gezondheidsraad en de kabinetsreactie van 9 januari 2026 spelen hierbij een belangrijke rol.
Bij het opstellen van omgevingsplannen geldt het principe van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Daarbij moeten alle belangen worden afgewogen, inclusief gezondheid.
Uit de provinciale omgevingsverordening kunnen verplichtingen voortvloeien om de provincie te betrekken bij besluitvorming.
De provincie hanteert een geitenmoratorium voor:
- nieuwvestiging;
- verplaatsing;
- uitbreiding van staloppervlak.
Dit moratorium zegt niets over woningbouw nabij bestaande bedrijven. Het is aan de gemeente om zorgvuldig te beoordelen of woningbouw aanvaardbaar is, met expliciete betrokkenheid van het aspect gezondheid.
Technische maatregelen en emissiereductie
Er bestaan technieken om fijnstof, ammoniak en andere emissies te reduceren.
Omdat nog niet bekend is welke bacteriën verantwoordelijk zijn voor het verhoogde risico, is niet vast te stellen of deze technieken het gezondheidsrisico daadwerkelijk verminderen.
Lopend onderzoek via onder meer WUR en de experttafel bacteriële emissies moet dit eerst aantonen.
Het eventueel voorschrijven van aanvullende maatregelen aan stalsystemen via aanpassing van de Omgevingsverordening is onderwerp van beleidsvorming.
De provincie heeft voor geitenhouderijen ammoniakemissiereductie-eisen opgenomen in de Aanpak vermindering ammoniakemissie veehouderijen. Deze maatregelen hebben doorgaans ook een positief effect op endotoxine en fijnstof reductie.
Of dit leidt tot aanvullende, brede voorwaarden voor geitenhouderijen is onderwerp van beleidsvorming.
Nee. Er zijn nog geen experimenten uitgevoerd die specifiek gericht zijn op reductie van bacteriële emissies. De sector start hier binnenkort, samen met andere partijen, mee.
Regionale context en specifieke situaties
Brabant (samen met Gelderland) huisvest meer dan de helft van de Nederlandse melkgeitenbedrijven. Door de hoge bevolkingsdichtheid zijn gezondheidseffecten hier zichtbaarder dan in provincies als Friesland of Zeeland.
Nee. Het product geitenmelk staat niet ter discussie. Het debat gaat uitsluitend over de gezondheidsrisico’s voor omwonenden.
De gemeente Bernheze hanteert een zoneringsbeleid:
- < 250 m: bouwen van minder-kwetsbare functies alleen na strenge toets;
- < 500 m: geen nieuwe zorginstellingen/kwetsbare functies (tenzij aantoonbare gezondheidsverbetering);
- bij meerdere geitenhouderijen: 1 km i.p.v. 500 m;
- < 2 km: actieve informatieplicht richting initiatiefnemers.
Het 500-meterverbod is hard beleid; 250 m is een zwaardere toets; 2 km betreft voorzorg en informatieplicht.
- Gemeenten mogen formeel afwijken van GGD-adviezen, maar kabinet en Gezondheidsraad benadrukken dat gezondheid zwaar moet meewegen.
- De provincie roept gemeenten op conflicterende bouwplannen te melden, om gezamenlijk maatwerkoplossingen te zoeken. Dit kan via [email protected].
- De provincie beschikt over een kaart met geitenhouderijen en 500 m-, 1 km- en 2 km-zones ter ondersteuning van bestuurlijke besluitvorming. dit is de zogeheten Geitenviewer.