Samenwerken of stilvallen in de Brabantse energietransitie
De verduurzaming van bedrijven verliep in razend tempo, maar stuit nu op een harde realiteit: het stroomnet kan de vraag niet aan. Binnen de Brabantse programma’s Grote Oogst en Energietransitie zoeken overheden en ondernemers naar creatieve oplossingen om bedrijventerreinen toch toekomstbestendig te maken. Energiehubs, groepscontracten en vooral inzicht krijgen in energieverbruik spelen hierin een sleutelrol.

“In Nederland is vooral ingezet op elektrificatie als belangrijkste route voor verduurzaming”, stelt Yves Verschueren, beleidsmedewerker verduurzaming industrie binnen het programma Milieu en Energie van de provincie Noord-Brabant. “Bedrijven moeten van het gas af, maar op dit moment lukt dat niet. We willen sneller dan het energienet aankan, waardoor je ziet dat de landelijke overheid beleidsmatig een stapje terug doet. Bijvoorbeeld met het afschaffen van de CO2-heffing. Aan de andere kant vergroten we de investeringen in ons energienet, maar ook in andere energiebronnen als waterstof. Voor bedrijventerreinen geldt dat er maximaal ingezet gaat worden op de beschikbaarheid van energie, maar we moeten ook samen de schouders zetten onder het besparen van energie. De aandacht hiervoor is wat verslapt, maar dat mag wel weer terug op de agenda.”
De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Yves Verschueren - beleidsmedewerker verduurzaming industrie
Onlangs kwam in het nieuws dat TenneT extra capaciteit had gevonden op het stroomnet, wat Verschueren en Irene Lammers betreft echter geen reden is voor polonaise. Lammers, projectleider energiehubs bij de provincie Noord-Brabant, zet het in perspectief: “In Brabant is 3700 megawatt behoefte aan stroom en we spelen 800 megawatt vrij, dus er blijft nog steeds veel vraag over. Daar komt bij dat TenneT gaat over de verdeling van die energie, die capaciteit zal vooral bij klanten van TenneT terechtkomen, dat zijn echt grote spelers. Onder de kleinere bedrijven zal bijna niemand daarvan profiteren.” Verschueren beaamt dat. “Op de bedrijventerreinen van Grote Oogst zal deze gevonden capaciteit niet tot grote resultaten leiden.”
De invloed van politiek
Naast technische uitdagingen spelen ook beleidsmatige overwegingen een rol bij het energievraagstuk. Het zittende kabinet (op het moment van schrijven wordt nog druk geformeerd, red.) heeft stappen gezet in de vermindering van uitstoot van de industrie (zoals het ondertekenen van deze intentieverklaring). Toch ziet Lammers het thema niet direct als politiek gedreven. “Eigenlijk is het best een technisch dossier. Neem de investeringsplannen van netbeheerders, die zijn wettelijk voorgeschreven. Elke twee jaar worden die plannen geüpdatet en moeten ze worden getoetst. Het is een heel gestandaardiseerd proces en de politiek kan hoog of laag springen, maar ze heeft daar geen invloed op. Waar ik persoonlijk wel blij mee ben is de netcodewijziging, wat de wettelijke basis vormt voor een groepstransportovereenkomst (GTO). Hiermee kunnen grootverbruikers kiezen voor een gezamenlijk contract met de netbeheerder in plaats van een individueel contract. Op deze manier kunnen bedrijven elkaars pieken en dalen opvangen en krijgt uiteindelijk iedereen meer capaciteit tot zijn beschikking. De netcodewijziging betekent dat netbeheerders over een jaar dit contract moeten gaan aanbieden als daar vraag naar is. Dat is een belangrijke ondersteuning van de ontwikkelingen rond energiehubs.”
Samenwerking cruciaal, maar complex
Om te bepalen met welke bedrijven je zo’n gezamenlijk contract zou kunnen afsluiten, is het van belang te weten wie je ‘netburen’ zijn. “Dat je aan dezelfde weg gevestigd bent, wil namelijk nog niet zeggen dat dat voor de ondergrondse aansluiting ook zo is. Onderdeel van de aanpak is dan ook om eerst in kaart te brengen wie die buren zijn en wie voor de hand liggende samenwerkingspartners zijn”, legt Lammers uit. Om hierachter te komen moet je als bedrijf in gesprek met de netbeheerder. En dat is niet altijd even eenvoudig. Verschueren: “Het is technisch behoorlijk complex, maar ook organisatorisch. Je moet met bedrijven gaan samenwerken op een onderwerp en op een manier waarop je dat nog niet eerder hebt gedaan. En dan komt het juridische vraagstuk er nog bij, want alle contractvormen zijn nog in ontwikkeling. Waarom we het dan toch doen? Omdat de potentie heel groot is om een enorme deuk in het probleem van de netcongestie te slaan.”
Quick wins in energiebesparing nog onbenut
Mede door de complexiteit zullen ondernemers wel geduld moeten hebben voordat GTO’s echt van de grond komen, denkt Verschueren. “Tot die tijd roepen we ondernemers op om eerst te kijken wat ze zelf kunnen doen. Voordat je aan een energiehub begint of aan een groepscontract gaat deelnemen moet je als ondernemer inzicht krijgen in je eigen energieverbruik, dat je goed bemeterd bent en dat je ook een energiemanagementsysteem hebt. Als je daarmee begint dan kom je er vanzelf achter dat je zelfstandig al behoorlijk wat quick wins kunt oppakken.” En die potentie is groot, weet Verschueren. “De 184 petajoule aardgas die op de bijna vierduizend bedrijventerreinen in Nederland wordt verbruikt kan met ruim 80 procent terug naar 30 PJ, heeft TNO berekend. Vaak zit dat in bedrijfsprocessen. Op dit moment wordt daar nog niet zo veel op ingezet, omdat energie niet zo’n groot aandeel heeft in de kosten. Maar op het moment dat besparing betekent dat je je economische activiteiten kunt uitbreiden omdat je capaciteit vrijspeelt, wordt het wel interessant.”
De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Irene Lammers, projectleider energiehubs
De provincie ondersteunt bedrijven bij de verschillende stappen, op twee manieren. Lammers: “De aanpak Grote Oogst hanteert een driepartijenaanpak waarin gemeenten, bedrijfsleven en provincie gezamenlijk investeren en ook gezamenlijk in een samenwerkingsverband stappen om deze dingen te realiseren. Daarnaast worden er via het programma Energie subsidies verstrekt voor het uitvoeren van haalbaarheidsstudies en het doen van ontwerpstudies voor de opzet van energiehubs.” Verschueren vult aan: “Bij Grote Oogst is het thema energie een onderdeel van het brede plan, naast de thema’s klimaatadaptatie en circulariteit.”
Opstap naar decentrale energiesystemen
Verschueren en Lammers erkennen dat lang niet alle ondernemers erop zitten te wachten om met energiehubs en GTO’s aan de slag te gaan. Lammers: “Als jij gewoon je stroomvoorziening geregeld hebt, dan heb je hier helemaal geen zin in. Dit is pas een route om te bewandelen als je in de problemen komt. De minister ziet de totstandkoming van energiehubs als opstap naar decentrale energiesystemen. Tot nu toe hebben we onze elektriciteitsvoorzienig landelijk proberen te regelen, dat willen we nu aanvullen met de ontwikkeling van decentrale energiesystemen. Dat proces staat nu nog in de kinderschoenen, maar is wel de way forward om de energievoorziening op lange termijn betaalbaar en realiseerbaar te houden.” Dat zit vooral in de mogelijkheden voor transport en opslag, legt Verschueren uit. “We hebben straks meer wind- en zonne-energie dan we op een bepaald moment kunnen gebruiken. Dan worden transport en opslag cruciaal. Daarom is een energiehub in de toekomst zo belangrijk, als linking pin voor het afstemmen van vraag en aanbod van energie en van het schakelen tussen verschillende vormen van energietransport en opslag zoals warmte, elektriciteit of groen gas.”
Om ondernemers met gebrek aan motivatie toch te bewegen om aan de slag te gaan met het energievraagstuk, zet de Grote Oogst aanpak in op voorlichting. “Het is een groot vraagstuk”, geeft Verschueren toe. “Langzaamaan sijpelt bij een aantal ondernemers toch wel het besef door dat schaarste aan energie jou misschien nu nog niet raakt, maar in de toekomst is die kans juist heel groot. Als je als bedrijf groeiambities hebt, heb je vroeg of laat een keer meer capaciteit nodig. We zetten daarom in op voorlichting en kennisdeling om echt iedereen ervan te doordringen dat dit echt urgent is. We merken gelukkig dat de ondernemers blij zijn met de support die we ze bieden.”
Beperkende contracten en gevels als kans
Naast energie besparen en het inzetten van energiehubs en GTO’s zijn er meer manieren waarop ondernemers aan energie kunnen komen. Lammers: “Je kunt bij de netbeheerder een capaciteitsbeperkend contract afsluiten. Je spreekt dan af dat je op bepaalde tijden geen stroom verbruikt. Dan zou je wellicht sneller aan een aansluiting kunnen komen. Op dit moment worden dit soort contracten echter nog maar nauwelijks afgesloten.” Verschueren vult aan: “Er zijn nog heel veel kansen voor zonnepanelen. Op een gemiddeld bedrijventerrein is de helft van de daken nog onbenut, soms zelfs meer. En dan heb je ook nog de gevels. Een zonnepaneel tegen de oost- of westgevel van een pand kan heel effectief zijn om de pieken in het energieverbruik platter te slaan. Ook zonder teruglevering op het net kan dit een prima businesscase zijn voor een bedrijf.”
Energievraag en -aanbod moet je goed op elkaar afstemmen, is een belangrijke boodschap van Verschueren. “Daarbij is hoge temperatuur vaak de allergrootste energievrager en je wilt of kunt niet altijd van het gas af totdat waterstof beschikbaar en betaalbaar is. Bekijk daarom de mix aan energiebronnen en -dragers. Als je het hebt over energiehubs, dan noemen ze dat de ‘power to x’-energiehub, in tegenstelling tot een volledig elektrische energiehub.” Typische voorbeelden hiervan zijn power-to-gas, power-to-heat en power-to-liquid.
Ondertussen wordt wel hard gewerkt aan het beschikbaar maken van energiebronnen gebaseerd op nieuwe technologische ontwikkelingen die kansrijk zijn, vertelt Lammers. “Zo is er een waterstoftankstation in ontwikkeling en wordt er binnenkort een kaart gepubliceerd waarop staat waar in Brabant geothermie zit. Dit soort voorzieningen zijn echter niet morgen gerealiseerd, daar moet je de tijd voor nemen. Maar als jij plannen maakt voor een nieuwe fabriek of een nieuw laadplein dan kan je dit soort ontwikkelingen in overweging nemen.”
Het Energieperspectief waar de provincie momenteel aan werkt is daarbij erg behulpzaam. “Dat is een strategische onderlegger die voor de toekomst in beeld brengt waar weelke vorm van energie beschikbaar willen maken. We hebben het echt wel over de langere termijn, ik denk voor waterstof bijvoorbeeld dat dat niet eerder dan 2035 effectief op de markt komt. Maar zo’n visie moet je wel hebben als je de transitie wil maken”, vertelt Verschueren. De provincie Noord-Brabant heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Daarvoor moet er nog veel gebeuren. Het Energieperspectief geeft richting aan deze ontwikkeling en vult in wat er op welke termijn moet veranderen om in 2050 als Brabant klaar te zijn voor een energieneutrale toekomst.
De energietransitie vraagt niet alleen investeringen, maar ook samenwerking, flexibiliteit en een lange adem. Of het nu gaat om een zonnepaneel op de gevel, een groepscontract met de buurman of een toekomstvisie op waterstof: elk initiatief draagt bij aan een robuuster energienet. De boodschap van de provincie is duidelijk: wacht niet af, maar kijk wat je nú al kunt doen.
- Meer informatie over energiehubs lees je op deze website.
- Wil je meer weten over de nieuwe contractvorm voor GTO’s? Bekijk het nieuwsartikel hier
Contact
Heb je vragen? Neem dan per e-mail contact met ons op.