Hoe verder met het geitendossier in Noord-Brabant?

31 maart 2026Landbouw en voedselOverheidBevat visueel element: Foto

Sinds 2017 geldt in de provincie Noord-Brabant een geitenstop: er mogen geen nieuwe geitenhouderijen worden opgericht en bestaande bedrijven mogen hun stallen niet uitbreiden. Na het advies van de Gezondheidsraad in 2025 krijgt de provincie steeds vaker vragen over onze positie en ons beleid. Wat speelt er precies? En welke stappen zetten we de komende tijd?

Gezondheidsraad: verhoogd risico op longontsteking

In 2025 publiceerde de Gezondheidsraad een rapport waaruit blijkt dat mensen die binnen 500 meter van een geitenhouderij wonen een verhoogd risico hebben op longontsteking. Dat risico is aanzienlijk wanneer je het vergelijkt met blootstelling aan andere vormen van luchtverontreiniging of milieufactoren.

De Gezondheidsraad pleit daarom voor extra voorzorgsmaatregelen. Zo adviseert zij om bij nieuwvestiging van geitenhouderijen en bij de bouw van woningen of andere gebouwen waar mensen langdurig verblijven minimaal 1 kilometer afstand aan te houden. Dit geldt totdat duidelijk is of technische maatregelen om emissies te verminderen voldoende bescherming bieden.

Voorlopig kabinetsstandpunt: landelijke norm op komst

Het advies van de Gezondheidsraad was voor het kabinet aanleiding om een voorlopig standpunt in te nemen. De kern daarvan:

  • Het kabinet werkt aan een afstandsnorm voor nieuwe geitenhouderijen nabij woonkernen en andere gevoelige bestemmingen.
  • Het onderzoekt ook hoe nieuwe woonkernen en gevoelige functies zich mogen ontwikkelen in de buurt van bestaande geitenbedrijven.
  • Daarnaast wil het kabinet het risico voor omwonenden in de huidige situatie verlagen, bijvoorbeeld via emissiereductie op bedrijfsniveau. Hiervoor is echter aanvullend onderzoek nodig.
  • In prioritaire situaties komt er een maatwerkaanpak.

Het streven is om uiterlijk op 10 juli 2026 een landelijk plan van aanpak gereed te hebben.

Wat doet de provincie Noord-Brabant nu al?

Ondertussen zitten we niet stil. Vanuit verschillende disciplines denken we mee met gemeenten die problemen ervaren met bestaande of geplande woningbouw in de nabijheid van geitenhouderijen.

Ook krijgen we vragen van geitenhouders die met hun bedrijf op de rand van een kern liggen en onderzoeken of verplaatsing mogelijk is. Waar knelpunten ontstaan, brengen we deze in kaart en zoeken we samen met ondernemers en gemeenten naar oplossingen.

Als het kan, proberen we op dit moment aan te sluiten bij andere trajecten, zoals de gebiedsgerichte aanpak (GGA’s) of de stikstofaanpak, omdat het geitenmoratorium veel ontwikkelingen tegenhoudt. Het geitenmoratorium houdt in:

  • Nieuwe vestiging of omschakeling naar geitenhouderij is niet toegestaan;
  • Uitbreiding van staloppervlakte is niet mogelijk.

Wanneer er aanleiding is om eerder genoemd landelijk plan van aanpak aan te vullen met Brabantse maatregelen, zullen we dit niet nalaten. Denk hierbij aan aanvullend beleid of wijziging van de regels in de Omgevingsverordening (geitenmoratorium).

Beleidsvorming: op nationaal en provinciaal niveau

Rijk, provincies, gemeenten en Gemeenschappelijke Gezondheidsdiensten werken samen aan een gedragen werkwijze. Parallel aan elkaar lopen verschillende onderzoeken die belangrijk zijn voor toekomstige besluitvorming:

  1. Risicoanalyse

Deze analyse vergelijkt het verhoogde risico op longontsteking door bacteriën uit geitenhouderijen met andere maatschappelijke risico’s, zoals externe veiligheid. Resultaten worden dit voorjaar verwacht.

  1. Impactanalyse

Onderzocht wordt wat een verbod op nieuwbouw betekent voor gemeenten en woningbouwplannen, afhankelijk van de afstand tot geitenhouderijen. Ook wordt gekeken naar bestaande woningen en gevoelige functies, zoals huisartspraktijken, dagbesteding of medische kinderdagverblijven.

  1. Emissiereducerende maatregelen

Technische maatregelen zoals het wegvangen van bacteriën die meeliften met fijnstof lijken veelbelovend, net als voer- en stalmaatregelen. Hiervoor worden praktijkproeven opgezet. Het is nog onzeker of deze maatregelen op korte termijn voldoende risicovermindering opleveren.

  1. Monitoring

Er komt een monitoringsprogramma om te volgen of het aantal longontstekingen stijgt of daalt als gevolg van genomen maatregelen.

  1. Experttafel

Via de Experttafel Bacteriële Emissies werken Rijk, sector, universiteiten en provincies samen om de herkomst van bacteriële emissies verder in kaart te brengen.