Terugblik webinar: geitenhouderij en gezondheid

Aan het gesprek namen deel: Saskia Boelema (gedeputeerde Gezondheid), Maarten Everling (wethouder Bernheze) en Kees Stijne (strateeg landbouw, gezondheid en milieu bij de provincie). Het webinar richtte zich op wethouders en beleidsmedewerkers van Brabantse gemeenten die bij dit onderwerp betrokken zijn. Ongeveer honderd kijkers woonden het webinar live bij.
Terugblik
Hieronder staan de verschillende onderwerpen die tijdens het webinar aan bod kwamen.
Gezondheidsrisico’s rond geitenhouderijen
Meerdere VGO-onderzoeken laten zien dat mensen die in de buurt van geitenhouderijen wonen, vaker een longontsteking krijgen. Het meest recente onderzoek wijst op een combinatie van bacteriën in en rond geitenstallen als waarschijnlijke oorzaak. De exacte bron is nog niet volledig bekend, maar het verband met geitenhouderijen is duidelijk.
De Gezondheidsraad concludeert dat het risico op longontsteking 73 procent hoger is binnen 500 meter van een geitenhouderij en 19 procent hoger tot een afstand van 1 kilometer. De raad adviseert daarom om voorzorgsmaatregelen te nemen, ook zolang nog niet alle wetenschappelijke onzekerheden zijn weggenomen.
Provinciaal beleid
Vanwege het aangetoonde hoger risico op longontsteking, hanteert de provincie Noord-Brabant sinds 2017 een verbod op nieuwvesting, verplaatsing en uitbreiding van de stalruimte bij bestaande geitenhouderijen (het zogeheten ‘geitenmoratorium’).
Geitenviewer: afstanden en gezondheid
Om gemeenten en inwoners beter te informeren heeft de provincie een tool ontwikkeld die laat zien waar alle 117 geitenhouderijen in Brabant liggen, met zones van 500 meter, 1 kilometer en 2 kilometer eromheen. Hierbij gaat het om bedrijven met meer dan 50 geiten. Via de knop Kaartlagen in de viewer kunnen ook zones van 500 meter en 2 kilometer worden geactiveerd. Zo krijgen inwoners, gemeenten en andere betrokkenen een duidelijk beeld van de situatie in hun omgeving.
Ga direct naar de Geitenviewer.
Dilemma’s voor gemeenten
Gemeenten staan voor moeilijke keuzes. Zij moeten veel woningen bouwen, terwijl geitenhouderijen vaak dicht bij dorpen liggen. In Bernheze staat bijvoorbeeld een geitenbedrijf op minder dan 500 meter van woningen en zorgvoorzieningen.
Die situatie bestaat al langer en de ondernemer wil het bedrijf voortzetten. Tegelijkertijd lopen omwonenden aantoonbare gezondheidsrisico’s. Gemeenten moeten dan afwegen of zij een bedrijf uitkopen, verplaatsen of de bestaande situatie laten voortbestaan. Dat vraagt maatwerk en vaak ook financiële middelen.
Voorzorgsbeginsel en woningbouw
Het voorzorgsbeginsel speelt een centrale rol: overheden mogen maatregelen nemen om mensen te beschermen, ook als de wetenschap nog niet alle details kent.
Het kabinet heeft inmiddels uitgesproken dat woningbouw binnen 500 meter van een geitenhouderij niet wenselijk is. Over de zone tot 1 kilometer bestaat nog discussie, maar ook daar is het gezondheidsrisico verhoogd. Veel gemeenten vragen bij bouwplannen advies aan de GGD en om gezondheid evenwichtig mee te wegen bij hun besluiten.
Techniek biedt nog geen zekerheid
De geitensector onderzoekt of technische maatregelen in stallen de uitstoot van bacteriën kunnen verminderen. Voor stof en stikstof bestaan al technieken, maar niemand weet nog of deze ook het risico op longontsteking voldoende verlagen. Dat maakt vergunningverlening en beleidskeuzes ingewikkeld.
Naar landelijk beleid
Alle sprekers tijdens het webinar pleitten voor landelijk eenduidig beleid. Het mag niet uitmaken of een geitenhouderij in Brabant, Gelderland of Limburg staat: overal moeten dezelfde gezondheidsnormen gelden.
Het kabinet komt naar verwachting in februari 2026 met een uitgebreidere reactie op het advies van de Gezondheidsraad. Provincie en gemeenten hopen dan op duidelijkheid over afstandsnormen, eventuele financiële ondersteuning en mogelijke verplaatsings- of uitkoopregelingen.
De provincie roept gemeenten op om contact op te nemen wanneer er sprake is van een dilemma. In dat geval kan gezamenlijk gezocht worden naar een oplossing. Dit kan via [email protected].