Organisatiegraad als motor voor toekomstbestendige bedrijventerreinen
De verduurzaming van bedrijventerreinen is hét doel van het de aanpak Grote Oogst. Tegelijkertijd blijkt in de praktijk dat goede plannen alleen niet voldoende zijn om daadwerkelijk stappen te zetten. De sleutel ligt vaak in iets dat minder tastbaar is: organisatiegraad. Zonder een stevige organisatorische basis blijven ambities hangen op papier, terwijl met de juiste structuur juist ruimte ontstaat voor samenwerking, investeringen en uitvoering. Verschillende ervaringen uit Brabant laten zien hoe groot die invloed is en waar de uitdagingen liggen.

Op veel bedrijventerreinen ontstaan initiatieven vanuit individuele ondernemers of kleine groepen. Die richten zich vaak op concrete vraagstukken zoals veiligheid, vergroening of energie. Dat levert waardevolle eerste stappen op, maar blijft meestal fragmentarisch. Volgens Christa de Ruyter, programmamanager bij Platform Verduurzaming Bedrijventerreinen Nederland (PVB), zit daar precies het probleem. “Als plannen eenmaal op papier staan, moet je de stap maken naar uitvoering. En als er dan geen organisatie is die zich verantwoordelijk voelt, blijft het vaak bij een papieren werkelijkheid.” Ze maakt de vergelijking met het organiseren van een weekendje weg met vrienden. “Als je geen duidelijke afspraken maakt over wie wat doet, dan wordt het ontzettend ingewikkeld om iets van de grond te krijgen.”
De aanpak Grote Oogst kan een flinke boost geven met het toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen, onder meer door een rol te spelen bij de verbetering van de organisatiegraad. Er is op dat vlak nog een wereld te winnen, stelt De Ruyter: “Er zijn wel 600 bedrijventerreinen in Brabant. Als je uiteindelijk wil dat al die bedrijventerreinen toekomstbestendig worden, dan moet je gaan zorgen dat op al die andere bedrijventerreinen initiatieven ontstaan.”
En ja, met een goede organisatiegraad kom je sneller tot uitvoering. Tegelijkertijd is het toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen ook een goede katalysator om tot een organisatiegraad te komen, stelt André Cools, Procesmanager Grote Oogst bij de provincie Noord-Brabant. “Met de juiste projecten en thema’s die aansluiten bij de behoeften van ondernemers, ontstaat meestal vanzelf van onderop de drang om een en ander wat gestructureerder te organiseren. Het zijn langjarige, strategische vraagstukken die je niet geregeld krijgt tussen de bitterballen.”
Organisatiegraad gaat verder dan alleen ‘iets geregeld hebben’. Het vraagt om financiering en een agenda, maar ook om een structuur waarin duidelijk is wie verantwoordelijkheid neemt, hoe besluitvorming plaatsvindt en hoe projecten daadwerkelijk van de grond komen. Zonder die structuur ontbreekt het aan continuïteit, tijd en vaak ook budget om stappen te zetten.
De ambitie van Bergen op Zoom
Dat is de reden waarom gemeente Bergen op Zoom op dit moment de mogelijkheden van een ondernemersfonds of Bedrijven Investerings Zone (BIZ) verkent. Wethouder Dominique Hopmans (op het moment van het interview was nog niet bekend of hij die rol voortzet in een nieuwe coalitie, red) zou er wel voorstander van zijn, maar niet ten koste van alles. “Er moet natuurlijk wel draagvlak zijn, we zullen een ondernemersfonds er niet doordrukken als de bedrijven dat niet willen”, stelt hij.
Voor zowel een BIZ als een Ondernemersfonds ziet Hopmans voordelen. “Met een BIZ kan je heel lokaal afspraken maken. Een ondernemersfonds biedt kansen om kennis gemeentebreed te delen en een integrale aanpak te hanteren.” De verkenning in Bergen op Zoom gebeurt onder leiding van een adviesbureau samen met een initiatiefgroep waar ook de ondernemers in zijn vertegenwoordigd.
Het Helmondse model als praktijkvoorbeeld
In gemeente Helmond is die organisatiegraad de afgelopen jaren doelgericht opgebouwd. Waar bedrijventerreinen voorheen afzonderlijk opereerden, met uiteenlopende prioriteiten en ambities, is gekozen voor schaalvergroting en bundeling van krachten.
“Tot zo’n dertien jaar geleden had elk terrein zijn eigen clubje, met een eigen insteek,” vertelt Audrey van den Broek van Stichting Bedrijventerreinen Helmond. “Daar zijn we gaan fuseren naar één organisatie, zodat we met één agenda voor alle terreinen konden werken.” Die stap vormde de basis voor het ondernemersfonds dat later werd ingevoerd. Helmond toonde zich hiermee een koploper, slechts een paar andere gemeenten in Nederland gingen Helmond voor. Kenmerkend voor dit model is de brede opzet: van bedrijven tot onderwijs en zorginstellingen, alle niet-particuliere OZB-betalers dragen bij. Daarmee ontstaat een stabiele financiële basis én een gedeeld belang.
Het effect daarvan is direct zichtbaar. “Je stopt het freerider-gedrag en creëert structurele financiering,” aldus Van den Broek. “Daardoor kun je ook meerjarige projecten oppakken, want naast die structurele financiering halen we middelen binnen, zoals de Grote Oogst-subsidie.”
Free riden is een grote ergernis: ondernemers die weigeren mee te investeren in zaken als cameratoezicht, maar wel profiteren van de verbeterde beveiliging. Met een ondernemersfonds ondervang je deze praktijken. Het is ook een van de zaken die wethouder Hopmans van Bergen op Zoom graag zou willen aanpakken. “Het ondernemersfonds heeft ook een rechtvaardigheidsprincipe en je voorkomt op die manier dat bedrijven profiteren van andermans inspanningen.”
Van operationeel naar strategisch
Waar samenwerking tussen bedrijven vroeger vooral werd ingezet voor praktische zaken als beveiliging of gezamenlijke voorzieningen, verschuift de focus steeds meer naar strategische vraagstukken. Thema’s als circulaire economie, energievoorziening en klimaatadaptatie vragen om een andere schaal en een langere adem. “Dat verklaart ook waarom een grote mate van organisatiegraad er vroeger nog niet echt was, de vraag was er gewoon nog niet”, aldus De Ruyter.
Toch zijn de langetermijndoelen niet het eerste waar in Bergen op Zoom op wordt ingezet, schat wethouder Hopmans in. “Het advies is om stapsgewijs aan de slag te gaan en eerst de basis op orde te hebben. Je moet een wenkend perspectief bieden, en de voordelen die je als ondernemer op korte termijn heel concreet terugziet, slaan dan beter aan.”
Dat sluit naadloos aan op het advies dat De Ruyter vanuit PVB Nederland zou geven. “Ik zou als gemeente altijd eerst de lokale issues oppakken, dat waar de ondernemers mee zitten. We merken in het veld dat er veel oud zeer zit tussen ondernemers en gemeente, bijvoorbeeld omdat ondernemers er tegenaan lopen dat hun terrein niet goed bewegwijzerd is of niet goed bereikbaar is. Als ondernemers met dat soort frustraties zitten, dan is het heel moeilijk binnenkomen om aan de slag te gaan met iets als klimaatadaptatie.”
Bergen op Zoom kan ook leren van de Helmondse parkmanagers. “Waar het kan stuklopen is wanneer de wens voor een ondernemersfonds komt vanuit de ambtenarij of de gemeente en niet vanuit de ondernemers. Want die heb je keihard nodig”, stelt Van den Broek. De gemeente heeft dan vooral een faciliterende rol, vult haar collega Niels Rutten aan. “In de vorm van middelen, zodat er bijvoorbeeld een draagvlakonderzoek gedaan kan worden. Maar laat de ondernemers het zelf doen. Dus ga kijken wat er al aan organisatiegraad is en zorg dat die ondernemers langs de deuren gaan zodat iedereen zich gehoord voelt. Dat is de juiste volgorde.”
Pas als het laaghangende fruit is geplukt en de neuzen dezelfde kant op staan, is het tijd om ook plannen te maken voor de langere termijn. Iets wat in Helmond duidelijk al gebeurt, vertelt Rutten. “Het gaat niet meer alleen om vandaag, maar om hoe je als terrein de komende jaren functioneert. En zeker met de huidige wereldproblematiek is niets zo onzeker als de zekerheden die we dachten te hebben.”
Dat betekent ook dat de rol van parkmanagement verandert. Waar eerder vooral operationele taken centraal stonden, is nu sprake van een professionaliseringsslag. De Ruyter: “Een jaarlijkse borrel organiseren waar de aanwezigheid van bitterballen het grootste vraagstuk is, is iets heel anders als het realiseren van een energiehub met bijbehorende complexe contracten en gesprekken met netbeheerders.”
De waarde van schaal en continuïteit
Een belangrijk voordeel van een goed georganiseerde structuur is dat grotere en complexere projecten mogelijk worden. Denk aan collectieve energieoplossingen of waterbesparende installaties, die individuele ondernemers vaak niet alleen kunnen realiseren.
In Helmond wordt dat concreet zichtbaar in projecten rond energietransitie en watergebruik, waarvoor ook de middelen vanuit het programma Grote Oogst worden ingezet. Zulke projecten starten vaak met een kopgroep van grotere bedrijven, maar zijn nadrukkelijk bedoeld om uiteindelijk breder toegankelijk te zijn. “Ons doel is altijd dat iedereen kan aanhaken, ook de kleinere bedrijven,” zegt Rutten.
Ons doel is altijd dat iedereen kan aanhaken, ook de kleinere bedrijven - Niels Rutten
Die aanpak laat zien dat organisatiegraad niet alleen gaat over efficiëntie, maar ook over inclusiviteit. Juist door middelen te bundelen, kunnen ook kleinere partijen profiteren van ontwikkelingen die anders buiten bereik blijven.
Wethouder Hopmans ziet dat zelfs nog breder. “Je moet de begroting van het ondernemersfonds op zo’n manier inrichten dat iedereen er iets aan heeft.” Dat zit ‘m echter niet altijd in tastbare zaken, vindt de wethouder. “Uiteindelijk zorgt zo’n prettig vestigingsklimaat er ook voor dat het economisch beter gaat. Een kleine ondernemer als een bakker profiteert er ook van dat er in de buurt veel goedlopende grote bedrijven zijn. Het een kan niet zonder het ander.”
Grenzen van bestaande modellen
Tegelijkertijd zijn er duidelijke grenzen aan de huidige organisatievormen. Instrumenten zoals een ondernemersfonds of BIZ bieden een solide basis, maar zijn niet altijd toereikend voor grootschalige verduurzamingsopgaven, stelt De Ruyer. “Met deze vormen ga je nooit al het geld ophalen dat nodig is voor grote projecten.” De reden ligt deels in de verdeling van kosten en baten: niet elke investering levert voor alle deelnemers direct voordeel op.
Daarmee ontstaat een spanningsveld. Enerzijds is collectiviteit nodig om stappen te zetten, anderzijds verschillen belangen en profijt per ondernemer. Dit vraagt om aanvullende constructies, bijvoorbeeld projectgebonden financiering of publieke bijdragen, die beter aansluiten op specifieke opgaven.
Balans tussen collectief en maatwerk
Een effectieve organisatiegraad vraagt daarom om een gelaagde aanpak. Een centrale structuur zorgt voor samenhang en continuïteit, terwijl daarbinnen ruimte blijft voor specifieke projecten en initiatieven.
De Ruyter stelt een overkoepelende organisatie voor met daaronder projectstructuren waarin ondernemers naar behoefte deelnemen. Daarmee voorkom je versnippering én concurrentie tussen initiatieven, terwijl flexibiliteit behouden blijft. Die balans is cruciaal. Te veel fragmentatie leidt tot inefficiëntie, maar een te rigide structuur kan juist innovatie remmen.
Vooruitblik: organisatiegraad als randvoorwaarde én ontwikkelopgave
De ontwikkeling van bedrijventerreinen laat zien dat organisatiegraad geen eindpunt is, maar een continu proces. Waar de focus eerst lag op basisvoorzieningen, verschuift die nu naar complexe, integrale vraagstukken rond duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Dat vraagt om verdere professionalisering, nieuwe financieringsmodellen en een andere rolverdeling tussen publieke en private partijen. De urgentie neemt toe, terwijl de instrumenten nog in ontwikkeling zijn.
In Bergen op Zoom staan ze nog aan de start. Wethouder Hopmans hoopt desondanks dat eind 2026 een voorstel voor samenwerking naar de gemeenteraad kan worden gestuurd, zodat ze er in 2027 mee aan de slag kunnen. “Maar niet koste wat het kost”, benadrukt hij nogmaals. “De signalen zijn positief, hoewel er ook nog vragen zijn. Zo vraagt de BIZ in de binnenstad zich terecht af wat dat voor hen betekent. Die loopt immers nog 4 jaar. Dat zullen we goed moeten uitzoeken.”
De ervaringen in Brabant laten zien dat programma’s als Grote Oogst veel in beweging kunnen brengen. Tegelijkertijd maakt het duidelijk dat een belangrijke opgave daaronder ligt: het versterken van organisatiegraad op alle bedrijventerreinen, ook buiten de kopgroep. Dan kan de stap worden gezet van incidentele projecten naar structurele verduurzaming. De komende jaren zullen daarom in het teken staan van het verder organiseren, professionaliseren en financieren van samenwerking. Want pas als die basis stevig genoeg is, kunnen de ambities die nu op tafel liggen ook daadwerkelijk worden waargemaakt.
- Meer informatie over organisatiegraad vind je op de website van PVB Nederland
- Bekijk de website van het Ondernemersfonds Helmond
Contact
Heb je vragen? Neem dan per e-mail contact met ons op.