Overhandiging tweede monitor sociale veerkracht

Dat werd gedaan door Patrick Vermeulen, directeur van het PON dat samen met Telos verantwoordelijk is voor de Monitor.

De tweede editie van de monitor, die werd gemaakt in opdracht van de provincie NoordBrabant. biedt onder meer cijfers over hoe het staat met sociale veerkracht van Brabanders en de ruimtelijke spreiding daarvan. Daarnaast laat de monitor zien wat kenmerken zijn van veerkrachtige en minder veerkrachtige Brabanders.

Veranderingen

De term sociale veerkracht zoomt in op hoe (groepen) mensen omgaan met veranderingen. Het kan daarbij gaan om allerlei veranderingen. Veranderingen kunnen plotseling plaatsvinden, zoals de sluiting van een fabriek of de komst van een AZC. Andere veranderingen gaan meer geleidelijk, zoals de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Het gaat niet alleen om het omgaan met tegenslagen of situaties waarin personen kwetsbaar te noemen zijn. We kijken bijvoorbeeld ook naar de mate waarin mensen bereid zijn te veranderen. En waar veerkracht benut kan worden.

Ten opzichte van de vorige monitor uit 2016 biedt deze publicatie zowel een verrijking als een verdieping. De belangrijkste verrijking zijn de onderzoeksresultaten over met name de persoonlijke aspecten van sociale veerkracht (de persoonlijke hulpbronnen) voor grote, middelgrote en kleine gemeenten (op regio niveau).

Instrument

Gedeputeerde Henri Swinkels: “Daarbij wordt bijvoorbeeld duidelijk dat het de sociale veerkracht in de middelgrote gemeenten redelijk goed is als je naar de hele gemeente kijkt. Maar je ziet ook dat binnen die gemeenten wijken en buurten zijn waar de sociale veerkracht echt versterkt moet worden. Daar zit precies het verschil tussen dat het overall goed gaat, maar niet overal. De Monitor is voor ons een belangrijk instrument om ons beleid verder vorm te geven.”

Geluk

Patrick Vermeulen, directeur van Het Pon: “Een belangrijke constatering uit de monitor is dat sociale veerkracht vooral bepaald wordt door persoonlijke hulpbronnen, op de voet gevolgd door sociale hulpbronnen. De vraag in hoeverre en hoe hierop gestuurd kan worden is een vraag voor de politiek. Bij sommige hulpbronnen (zoals het ontwikkelen van digitale contacten) lijkt dat in ieder geval makkelijker dan bij andere (zoals geluk). Een lange termijn oriëntatie is in ieder geval onontbeerlijk. Zo hangt een sterke binding met de buurt en het hebben van sociale contacten sterk samen met veerkracht. Maar dat vraagt een lange adem. De monitor biedt in zekere zin een toetsingskader voor concrete projecten: draagt een project bij aan hulpbronnen die het meest met veerkracht samenhangen?”

John Dagevos, directeur van Telos: “Kijken we meer naar de Brabantse samenleving als geheel, gaat het veel meer om het scheppen van voorwaarden op langere termijn, zoals de toegang tot onderwijs, arbeidsmarkt en gezondheid. Allemaal belangrijke bronnen van veerkracht .”

De resultaten van de Monitor Sociale Veerkracht zijn bedoeld als input voor bestuurders om in gesprek te gaan over wat de gegevens precies betekenen voor specifieke wijken. En, daarop volgend, welke beleidskeuzes gemaakt kunnen worden.

Joyce Willems - Kardol bedankte Het Pon en Telos voor het rapport. “Ik ga het met belangstelling lezen. De cijfers zijn belangrijk voor iedereen die werkt aan het verbeteren van de sociale veerkracht in Brabant.”

 

Contact Sociale Veerkracht

Tweede Monitor Sociale Veerkracht in Brabant verschenen