Nieuwe regels

In oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Hierin zijn de regels voor het aanpassen van verouderde stallen opgenomen. Deze gaan over het stalsysteem dat is toegepast om in de stal dieren te kunnen houden en zeggen niets over de bouw van de stal zelf. In februari 2020 is een wijziging van de Interim omgevingsverordening vastgesteld. De regels luiden nu op hoofdlijnen als volgt:

  • Voor het aanpassen van een verouderd stalsysteem moet nu uiterlijk 1 januari 2021 een ontvankelijke aanvraag voor omgevingsvergunning zijn ingediend. Het verouderde stalsysteem moet dan op 1 oktober 2022 zijn aangepast
  • Voor enkele specifieke diercategorieën gelden afwijkende data voor het indienen van een vergunningaanvraag of de aanpassing van hun stalsystemen
  • Er geldt een uitzonderingsregeling voor veehouderijen die het voornemen hebben om op 1 oktober 2022 of 1 januari 2024 te stoppen.

Minder uitstoot bij de bron

De provincie stimuleert emissieaanpak bij de bron. Voorbeelden hiervan ziet u in de infographic Toekomstbestendige stallen Bekijk ook de lijst met alle in Brabant toegestane emissiefactoren voor stalsystemen.

Wat is een verouderd stalsysteem?

Een verouderd stalsysteem is een systeem dat niet voldoet aan de gestelde emissie-eisen en ouder is dan 15 of 20 jaar. De emissie-eisen zijn in bijlage 2 bij de Interim omgevingsverordening opgenomen voor 4 periodes. Veehouders hebben een deadline waarop ze hun verouderde stalsysteem moeten aanpassen. Om de 15 jaar (of 20 jaar voor rundvee) moet een stalsysteem opnieuw aan de dan geldende eisen voldoen. Welke emissie-eisen dat zijn, ligt eraan in welk jaar het stalsysteem 15 of 20 (alleen rundvee) jaar oud is. De periode gaat in op het moment waarop de 1e milieuvergunning voor het toegepaste stalsysteem onherroepelijk is geworden. Er wordt dus rekening gehouden met de eventuele periode van bezwaar of beroep. Als het stalsysteem ouder is dan 15 of 20 jaar, maar voldoet aan de geldende emissie eisen, hoeft het niet aangepast te worden. Het wordt dan niet gezien als een verouderd stalsysteem. 

Een rekenvoorbeeld

Is een stalsysteem bijvoorbeeld in 2025 15 jaar oud (of 20 jaar voor rundvee), dan moet het stalsysteem in 2025 zijn aangepast aan de emissie-eisen die gesteld zijn voor 2025. Voldoet het stalsysteem niet, dan mag de stal niet gebruikt worden. De emissie-eisen voor de laatste periode gelden voor de periode met ingang van 2028. Als een veehouder zijn stalsysteem in 2025 al aanpast naar de emissie-eisen van 2028, dan hoeft hij op basis van de huidige verordening niet opnieuw na 15 jaar (of 20 jaar voor rundvee) zijn stalsysteem te vernieuwen.

Verschil eisen in Brabant en landelijk besluit

Bedrijven die in juli 2017 niet voldeden aan het landelijke Besluit emissiearme huisvesting moeten hun stalsystemen voor 1 januari 2020 aanpassen. Deze bedrijven moeten ook voldoen aan de emissie-eisen die gesteld zijn in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. Bedrijven die in juli 2017 wel voldeden aan het landelijke besluit, maar op of na 1 januari 2020 een verouderd stalsysteem hebben, kunnen uitstel krijgen tot 1 oktober 2022 als zij uiterlijk 1 januari 2021 een melding doen of een vergunning aanvragen voor die aanpassing. Het gaat bij deze laatste bedrijven dus om stalsystemen voor runderen uit het jaar 2002 of eerder of om systemen voor alle andere dieren uit 2007 of eerder.

Contact

Aanpassen verouderde stalsystemen

Zie ook

  • 1. Wanneer gaat de termijn van 15/20 jaar in?

    De termijn gaat in op het moment waarop de eerste milieuvergunning voor het betreffende stalsysteem onherroepelijk is geworden. Of dat daarvoor een melding voor de eerste keer is ingediend. Er wordt dus rekening gehouden met de eventuele periode van bezwaar of beroep.

  • 2. Geldt de termijn van 15 of 20 jaar voor de gehele stal?

    Nee, de termijn is van toepassing op elk stalsysteem dat aanwezig is in de stal. De leeftijd van de stal is dus niet van belang. In een stal kunnen verschillende systemen worden gebruikt, waar op verschillende momenten omgevingsvergunningen voor zijn aangevraagd. De termijn van 15 of 20 jaar kan daardoor binnen dezelfde stal op verschillende momenten gaan lopen.

  • 3 Als ik mijn stal uitbreid met hetzelfde maar nieuwer stalsysteem, welke termijn is dan geldig?

    Wanneer een stal is uitgebreid met hetzelfde, maar nieuwer stalsysteem gelden er twee (of meer) termijnen voor hetzelfde stalsysteem. De termijn voor het eerder vergunde systeem en de termijn voor het later – vanwege uitbreiding – vergunde systeem.

  • 4. Verandert de termijn van 15 of 20 jaar als de diercategorie wijzigt maar het stalsysteem niet?

    Nee, de eerste omgevingsvergunning, onderdeel milieu, of een melding Activiteitenbesluit voor het toegepaste systeem is doorslaggevend voor het bepalen van de aanpassingstermijn. Dit geldt ongeacht de diersoort die in het systeem gehuisvest wordt.

  • 5. Geldt de datum van 1 april 2020 en 1 januari 2022 op een locatie waar melkvee en varkens worden gehouden?

    Voldeden alle stalsystemen in het bedrijf voor de hele betreffende hoofdcategorie op 19 juli 2017 aan het Besluit emissiearme huisvesting dan geldt de datum voor aanpassing van 1 oktober 2022, indien tijdig (voor 1 januari 2021) een vergunning wordt aangevraagd of, indien toepasselijk, een melding ingevolge het Activiteitenbesluit is ingediend.

    Indien de stalsystemen voor varkens niet voldeden aan het Besluit emissiearme huisvesting konden deze tot 1 januari 2020 nog gebruikt worden indien deze vielen onder de Stoppersregeling ammoniak De regeling is per 1 januari 2020 komen te vervallen. Op dat moment moeten de stalsystemen voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting én aan de eisen van bijlage 2 IOV.

    Het stalsysteem voor melkvee valt niet onder de Stoppersregeling en dient te voldoen aan de eisen van het Besluit emissiearme huisvesting. Aanpassingen van deze systemen per 1 januari 2020 is in het kader van het Besluit emissiearme huisvesting niet aan de orde. Voor deze systemen geldt de datum 1 januari 2022.

    Voor gemengde bedrijven, die door middel van intern salderen tussen hoofdcategorieën op bedrijfsniveau voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting geldt de datum van 1 oktober 2022, indien ze aan de voorwaarden daarvoor voldoen.

  • 6. Gelden de 4 kolommen met percentages ten tijde van indienen van een aanvraag?

    Vraag:

    Gelden de 4 kolommen met percentages ten tijde van indienen van een aanvraag? Of moet de stal in de betreffende periode voldoen aan deze percentrages?

    Antwoord:

    Deze percentages gelden op het moment van aanvragen.

  • 7. Wanneer wijzigt een stalsysteem?

    Wanneer oprichting of renovatie, waarvoor een omgevingsvergunning bouwen is verleend, leidt tot wijziging van een stalsysteem is er sprake van een ‘nieuwe stal’. Het systeem moet dan voldoen aan de emissiereductie-eisen uit bijlage 2. Wanneer de wijzigingen ertoe leiden dat er sprake is van een andere BWL code, is er volgens de Verordening sprake van een wijziging van het stalsysteem. Wanneer de aanpassingen plaatsvinden binnen de systeembeschrijving is er geen sprake van een wijziging van de BWL code en wijzigt het stalsysteem volgens de Verordening ook niet.

  • 8. Moet het stalsysteem dan in 2028 weer aangepast worden aan de dan geldende eisen?

    Het stalsysteem hoeft niet in 2028 weer aangepast te worden, maar - indien het niet voldoet aan de dan geldende eisen - na 15 of 20 jaar na de vergunningsverlening (onherroepelijk) of melding.

  • 9. Ik moet voor 1 januari 2020/1 oktober 2022 investeren, maar heb de financiële middelen niet. Wat nu?

    Wanneer het dierenverblijf op 6 juli 2017 gemiddeld voldeed aan de gestelde emissie-eisen uit bijlage 2, kan een beroep worden gedaan op artikel 2.66, lid 4. Deze bepaling is van toepassing wanneer een ondernemer aantoont dat de inrichting op 6 juli 2017 gemiddeld voldeed en tevens aantoont niet de mogelijkheid te hebben om vóór 1 oktober 2022 te investeren. Samen met de ondernemer kan in deze situaties naar een passende oplossing worden gezocht. Het gaat dan om gevallen waarin de bedrijfsvoering van de veehouder in gevaar zou komen omdat hij ten opzichte van de laatste investeringen in reducerende systemen te snel weer nieuwe investeringen zou moeten doen. In alle andere gevallen zullen ondernemers moeten overwegen om te stoppen met het houden van dieren in stallen die niet voldoen. Het ondersteuningsnetwerk kan ondernemers ondersteunen in de keuze voor het bedrijf. Lees meer over het ondersteuningsnetwerk

  • 10. Mijn stallen voldoen gedeeltelijk, moet de rest vóór 1 januari 2020 buiten gebruik worden gesteld?

    Voorbeeld:

    Ik heb 3 stallen, waarvan 2 voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting. Mag ik uitgaan van de datum 1/1/2020 als de 3e stal buiten gebruik wordt gesteld?

    Antwoord:

    Wanneer de inrichting in zijn geheel op 19 juli 2017 niet voldeed aan het Besluit emissiearme huisvesting, moet uiterlijk op 1 januari 2020 zijn voldaan aan de gestelde emissie-eisen uit bijlage 2. Het buiten gebruik stellen van de 3e stal doet daar niet aan af. Dat maakt immers niet dat de gehele inrichting op 19 juli 2017 voldeed aan het Besluit emissiearme huisvesting.

  • 11. Gelden de aantallen waaronder geen eisen worden gesteld per inrichting of per stal?

    Deze eisen gelden per inrichting.