Peters liefde voor de das, die hém niet ziet zitten

Om het schuwe nachtdier toch te kunnen zien – de Tilburger is tenslotte lid van een dassenwerkgroep – hangt hij regelmatig nachtcamera’s op bij een pijp naar het hol van een dassenburcht. “Dan zie je het échte leven van de dassen: vechten, knuffelen, toilet maken, het slepen met nestmateriaal en verder uitgraven van de burcht. Het zijn prachtige beelden.” In de tien jaar dat hij dit vrijwilligerswerk nu doet, is hij verslingerd geraakt aan het diertje. Nou ja, dier; een volwassen mannetje kan wel 20 kilo wegen.

Peter (67) maakt deel uit van de zelfstandige dassenwerkgroep voor de Loonse en Drunense Duinen, Huis ter Heide en omgeving. Zijn werkterrein is Huis ter Heide tot de Coca Cola-fabriek bij Dongen en het gebied tussen Tilburg en Loon op Zand. Natuurorganisaties weten de kenner inmiddels goed te vinden. Zo betrok de Zoogdiervereniging hem onlangs bij een monitoringsproject van wasberen en wasbeerhonden. “En waar ik woon, heb ik meegeholpen bij de aanleg en het onderhoud van een openbare natuurtuin. Zo rol je van het ene in het andere. Maar het zijn wel allemaal dingen waar ik heel erg van geniet.”

Met het liefdesvirus voor de natuur en met name voor zoogdieren, is hij volgens zijn moeder besmet door een oom in Breda. Als manneke van 10 jaar ging Peter alleen met de trein naar het dierenasiel waarvan zijn familielid beheerder was. Hij verzorgde er ook de konijnen, kippen en geiten die er rondliepen.

Puur toeval

Dat hij lid werd van de dassenwerkgroep, is volgens hem echter puur toeval. Na een lezing over de das in het Tilburgs natuurmuseum, werd de aanwezigen gevraagd of ze interesse hadden om als vrijwilliger deze zoogdieren te monitoren. “Dat leek me wel iets. En toen ik er eenmaal mee bezig was, is het mijn favoriete diersoort geworden. Ik denk door het heimelijke bestaan. Ik had destijds nog nooit een levende das gezien en ben me erin gaan verdiepen. Ze zijn heel territoriaal en niet zomaar te verplaatsen naar een gebied met andere dassen. Dan wordt het ‘knokken’ tot de dood erop volgt.”

Om ze overdag te kunnen spotten, gaat Peter weleens achter een boom zitten in de buurt van een dassenburcht. Die telt soms wel 20 of meer pijpen, (uit)gangen, dus dient hij goed op gebruikssporen te letten. “Dassen zien heel slecht maar ruiken ontzettend goed. Daarom moet je zorgen dat de wind vanaf de burcht jouw kant op staat. Ik doe dit maar drie keer in de zomer, want eigenlijk wil ik ze niet verstoren. Als ze jou alsnog in de gaten krijgen, kruipen ze namelijk terug en heb je hun dag en nacht verpest. De kans is dan heel groot dat ze niet meer naar buiten komen en al helemaal niet in mei, als ze kleintjes hebben. Dan kunnen ze dus niet foerageren.”

Egel op het menu

Over dat eten zoeken, heeft de Tilburger een mooie anekdote. De das is namelijk een van de weinige dieren die egels op hun menu hebben. Ze verstaan immers de kunst om het stekelige diertje op z’n rug te gooien en van onderuit op te eten. Verder voedt deze marterachtige zich vooral met trage prooien als regenwormen en kevertjes. Tot de spaarzame nuttige functies die dassen voor de mens hebben – van hun stugge haren werden kwasten gemaakt – behoort volgens Peter ook dat ze dol zijn op emelten. Dat zijn de larven van een langpootmug, die schade kunnen aanrichten aan gewassen.

Wat dat laatste betreft, laat de das zich ook niet onbetuigd. Het is een echte liefhebber van mais, tot grote ergernis van boeren. “Als er in het najaar veel mais is, verplaatst-ie zich tijdelijk naar een ‘vluchtpijp’ in de buurt daarvan. Wanneer er veel dassen in zo’n maisveld zitten, kunnen ze heel wat schade veroorzaken.” Daarom wordt de hulp van de dassenwerkgroep gewaardeerd door organisaties als Natuurmonumenten. Voor hun terreinbeheerders is het goed om te weten wat er in de omgeving gebeurt. Ook ter voorkoming van ‘vandalisme’ door dassen, bijvoorbeeld in maisvelden. “En als op een bepaalde plek snoeiwerkzaamheden noodzakelijk zijn, doen we een faunacheck. Als je dan een burcht vindt, wordt dat gebied ontzien.”

Vlijmscherpe tanden

Zelf is de das geen prooidier, vertelt Peter. Een vos beproeft z’n geluk weleens door in een burcht te kruipen, maar legt het af tegen de vlijmscherpe tanden van de das. De grootste vijand is de mens, en met name diens auto. Vorige maand meldde het Brabants Dagblad nog dat op de Guldenberg in Helvoirt in veertien jaar tijd zo’n 25 dassen dood zijn gereden. Onnodig, aldus de liefhebber. “Het is een kwestie van wildroosters plaatsen in de weg en onder het wegdek een pijp aanleggen, waar ze doorheen kunnen. Maar het is een repeterend verhaal. Als er nieuwe jongen zijn geboren, worden de oudere kinderen verstoten. Die moeten dan de wijde wereld in en steken daarbij ook wegen over.”
Niettemin gaat het goed met de dassenstand. Die is volgens de landelijke stichting Das & Boom van 1200 exemplaren in 1980 gegroeid naar momenteel 6000. De das staat ondertussen ook niet meer op de Nederlandse Rode lijst voor zoogdieren. Ze komen vooral voor ten oosten van de lijn Breda-Groningen.

Lezingen

In het werkgebied van zijn dassenwerkgroep gedijt het dier eveneens goed, weet de Tilburger. Daar zijn zo’n 140 burchten geteld, waarvan hij er zelf 32 ‘in beheer’ heeft. “Elke drie maanden maken de tien leden van de groep een rapportage van hun terrein. Ik heb zeker tien nachtcamera’s en inmiddels een flink archief met filmpjes opgebouwd. Ik gebruik ze voor lezingen die ik namens de dassenwerkgroep af en toe voor volwassenen houd, maar vaker voor kinderen.”

Dat is niet toevallig. Peter was ¬40 jaar werkzaam op basisschool John F. Kennedy in Breda, waarvan de laatste 10 jaar als adjunct-directeur. Tijdens zijn werk als docent gaf hij de natuur extra aandacht. “Destijds heb ik tevens een basis-, groen-, vogel- en insectencursus gedaan, die resulteerde in de gidsenopleiding van IVN. Maar met een drukke baan en twee opgroeiende kinderen lukte het niet om ook actief te zijn als gids. Wel organiseerde ik tijdens schoolkampen excursies in de natuur.” Zo’n 10 jaar geleden ging de Tilburger minder werken en kreeg hij meer tijd voor zijn hobby. Sinds 5 jaar is de dassenkenner met vervroegd pensioen.

Kennis en kunde overdragen

“In december ga ik naar Haanwijk in Sint-Michielsgestel en het buitenlokaal daar is vlak bij een dassenburcht. Dan houd ik een lezing voor basisschoolkinderen met veel korte filmpjes. Maar het allerleukste is dat we naar de burcht toegaan. We hebben toestemming van Brabants Landschap om voor één keer het slot van het hek te mogen halen. Wat is er mooier dan ter plekke je kennis en kunde over te dragen?

Contact

Peters liefde voor de das, die hém niet ziet zitten