Biodiversiteit vormt de basis van het leven door grondstoffen, medicijnen en voedsel te leveren, maar ook de water- en luchtkwaliteit te reguleren. De biodiversiteit in Brabant staat onder druk door de economische groei en de gevolgen voor lucht, water en bodem, de toenemende bebouwing en uitbreiding van de infrastructuur. Vogelsoorten zoals de kemphaan en de korhoen zijn al verdwenen. Ook komen grutto’s en kieviten steeds minder voor. Daarnaast zijn er steeds minder vlinders in Brabant. Vogelsoorten als de grote zilverreiger en de middelste bonte specht doen het gelukkig beter. De provincie wil grote natuurgebieden, zoals de Loonse en Drunense duinen en de Maashorst, geschikt maken als leefgebied voor grote zoogdieren die vroeger ook in Brabant voorkwamen: edelhert, bever, otter, wisent en lynx. 

Verbetering van biodiversiteit

De provincie werkt aan biodiversiteit door enerzijds te investeren de omvang en kwaliteit van een robuust natuurnetwerk. Dit netwerk aan natuurgebieden gaat versnippering van de natuur tegen. Dieren kunnen zich zo gemakkelijk verplaatsen tussen de gebieden. Anderzijds neemt de provincie maatregelen ter verbetering van bodem-, water- en luchtkwaliteit. Zie het Provinciale Milieu- en waterplan. Voor het terugdringen van de stikstofbelasting door landbouw, industrie en verkeer werkt de provincie samen met de betrokkenen, bijvoorbeeld door het toepassen van stikstofarme stallen.