Voorwoord
In onze dorpen en steden, tussen de bedrijvigheid en het gewone leven door, zoeken criminelen naar openingen. Soms klein, soms geraffineerd. Een vergunning hier, een kwetsbare medewerker daar, een proces dat nét niet sluitend is. Het zijn die momenten waarop zichtbaar wordt hoe belangrijk onze gezamenlijke alertheid is. Want dáár, in die kleine keuzes van alledag, begint onze weerbaarheid.
Maar weerbaarheid gaat over meer dan alleen het tegengaan van criminele inmenging. Zij raakt aan integriteit, aan het herkennen van oneigenlijke beïnvloeding van besluitvorming, aan belangenverstrengeling en aan het omgaan met druk die soms voelbaar op de schouders rust. Het gaat om koers houden in een tijd waarin de verwachtingen van de overheid hoog zijn en de uitdagingen complex.
In die context is de Brabantse norm weerbare overheid van grote waarde. Het is een gezamenlijke afspraak over wat we minimaal van onszelf mogen verwachten. Geen lijstje om af te vinken, maar een instrument dat gesprekken opent, bewustzijn vergroot en beweging brengt. Een norm die niet afvinkt, maar aanvonkt.
Uniformiteit is daarbij essentieel. De Brabantse norm helpt om de dijken tegen ondermijning overal even hoog te maken. Want waar verschillen ontstaan, ontstaat ruimte – en die ruimte wordt benut. Dat vraagt soms extra inspanningen. Die opgave gaan we samen aan, vanuit de overtuiging dat niemand er alleen voor staat en dat we elkaar hierop mogen aanspreken én ondersteunen.
Weerbaarheid vraagt bovendien om een positieve blik. Het gaat niet om defensief denken, maar om veerkracht: om het vertrouwen en de lenigheid om met veranderende omstandigheden om te gaan. Of het nu gaat om ondermijning of andere actuele dreigingen, wij staan aan de poort. En ons dagelijks handelen maakt daarin het verschil.
Sinds haar introductie in 2022 is de Brabantse norm uitgegroeid tot hét centrale instrument waarmee gemeenten en provincie aan hun weerbaarheid werken, en met deze actualisatie bevestigen en verstevigen we die gezamenlijke basis. De norm herinnert ons eraan dat een effectieve aanpak van ondermijning begint bij een overheid die zelf stevig staat. De norm is niet vrijblijvend; zij vraagt om aandacht, om keuzes en om handelen. Maar zij is wél van ons samen. En juist in dat samen schuilt onze kracht.
Ik ben trots op de manier waarop de Brabantse gemeenten deze opgave gezamenlijk oppakken. Die erkenning wil ik hier uitspreken. Ik zie de inzet en volharding, maar ook de dilemma’s waar u in de dagelijkse praktijk mee te maken heeft. We vragen veel van elkaar, maar niemand staat er alleen voor. Samen blijven we werken aan een overheid die sterk, integer en weerbaar is. Niet omdat we ‘crime fighters’ zijn, maar omdat we willen bijdragen aan een eerlijke en fatsoenlijke samenleving. Andere overheden die zich in deze Brabantse ambitie herkennen, nodig ik van harte uit om aan te sluiten.
Ina Adema, Commissaris van de Koning in Noord-Brabant
