Er kan sprake zijn van de volgende situaties:

  1. In de beoogde situatie is geen sprake van stikstofdepositie. U bent niet vergunningplichtig.
  2. De beoogde activiteit is conform een reeds verleende Wnb-vergunning en kan daarom plaatsvinden zonder verdere toetsing.
  3. In de beoogde situatie is sprake van stikstofdepositie. U bent vergunningplichtig

Als er sprake is van een nieuwe of gewijzigde activiteit kan op basis van een AERIUS-berekening bepaald worden of u een toestemmingsbesluit (vergunning) nodig heeft.

Als uit de AERIUS-berekening blijkt dat er in de beoogde situatie, zonder salderen, geen sprake is van stikstofdepositie (≤ 0,00 mol/ha/j) dan bent u op basis hiervan niet vergunningplichtig (zoals bedoeld onder 1).

Als uit de AERIUS berekening blijkt dat er wel sprake is van een toename aan stikstofdepositie dan kan voor nieuwe projecten het stappenplan van BIJ12 worden doorlopen. Vergunningverlening is onder meer mogelijk wanneer voldaan wordt aan de beleidsregel natuurbescherming.

Beleidsregel vergunningen

De nieuwe beleidsregel van de provincie voor het verlenen van vergunningen, die sinds 13 december 2019 van kracht is, geeft aan hoe de provincie omgaat met intern en extern salderen. Dit zijn algemene vergunningsregels voor salderen die gelden voor alle sectoren. Samengevat betekenen deze:

Intern salderen

Als u als ondernemer uw bedrijf wilt uitbreiden, dan mag u, ondanks die uitbreiding niet meer depositie veroorzaken op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden. U kunt uw bedrijf uitbreiden door uw bedrijfsvoering zo aan te passen dat de stikstofuitstoot, ondanks de uitbreiding, niet hoger wordt. Dit kan bijvoorbeeld door het installeren van emissiearme technieken. U lost het probleem van stikstof dus binnen uw eigen bedrijf of project op: intern salderen. Enkel de vergunde ruimte mag worden benut voor zover u gebouwen en installaties daadwerkelijk heeft gerealiseerd. Stikstofemissie van een installatie of gebouw dat nooit is gerealiseerd, mag niet worden ingezet om mee te salderen. Bij een wijziging in de bedrijfsvoering waarvoor een vergunning nodig is wordt het verschil in ruimte tussen vergunning en realisatie (niet-gerealiseerde capaciteit) ingenomen. Er zijn uitzonderingen. Wanneer een bedrijf aantoonbare stappen heeft gezet, of investeringen heeft gedaan om deze ruimte te vullen, zijn er mogelijkheden om van bovenstaande regel af te wijken. Dat geldt ook voor bedrijven die verdergaande innovatieve stikstofemissie reducerende technieken toepassen, projecten die noodzakelijk zijn voor de realisatie van doelen in een Natura 2000-gebied en voor projecten van algemeen belang of voor de nationale veiligheid, zoals dijkaanleg.

Extern salderen

U wilt als ondernemer uw bedrijf uitbreiden. Om een natuurvergunning te krijgen, mag u ondanks die uitbreiding, niet meer stikstof uitstoten. Indien het niet mogelijk is dit via intern salderen te regelen, dan kunt u dit oplossen door bijvoorbeeld een bedrijf op te kopen van een ondernemer die stopt (saldogever). U kunt, als saldo-ontvanger, de stikstofemissie van dat bedrijf overnemen en daar tot 70% van gebruiken. U lost het probleem buiten uw eigen bedrijf op: extern salderen. Wanneer hierdoor de totale stikstofdepositie niet groter wordt, kan een vergunning worden verleend.

De overige 30% van de gerealiseerde capaciteit wordt ingetrokken en komt ten goede aan de natuur. Ook de niet-gerealiseerde capaciteit in de vergunning wordt ingetrokken.

Voor agrarische bedrijven geldt tevens dat de stikstofemissie gecorrigeerd moet worden naar de dan geldende staleisen uit de Verordening natuurbescherming Noord-Brabant.

Koppeling met dier- en fosfaatrechten losgelaten

Bij intern salderen is in de nieuwe provinciale beleidsregels de koppeling met dier- en/of fosfaatrechten losgelaten. Het kabinet besluit over het innemen van dier- en/of fosfaatrechten bij extern salderen en streeft ernaar dit op 1 februari 2020 afgerond te hebben. Tot die tijd is extern salderen met varkens- pluimvee of melkveehouderijen nog niet mogelijk.

Vergunning aanvragen

U dient uw vergunningaanvraag voor de Wet natuurbescherming in bij de provincie waarbinnen uw activiteit geheel of grotendeels is gelegen. De provincie neemt alle andere Natura 2000-gebieden waar de activiteit een depositie-effect op heeft mee in de besluitvorming, dus ook de gebieden buiten de eigen provinciegrenzen. In Brabant worden vergunningsaanvragen door de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) afgehandeld, waarbij de provincie het bevoegd gezag is. Zie voor meer informatie: Wet natuurbescherming, vergunning gebieden Natura 2000

Contact

Beleidsregel en vergunning Wet natuurbescherming