Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingRegeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent het sociaal kader (Regeling Sociaal Kaderplan Noord-Brabant 2010)
CiteertitelRegeling Sociaal Kaderplan Noord-Brabant 2010
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerppersoneelsbeleid, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Collectieve Arbeidsvoorwaarden Provincies, art. B.8

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2018artikel 1, 8, 15, 16

12-12-2017

prb-2017-5946

4288190
23-05-201701-01-2018aanhef, artikel 1, 8, 16

16-05-2017

prb-2017-2260

C2207759/4183133
24-02-201101-01-201123-05-2017nieuwe regeling

14-02-2011

Provinciaal Blad 2011, 53

53/11

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent het sociaal kader (Regeling Sociaal Kaderplan Noord-Brabant 2010)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; Gelet op artikel B.8 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies; Gezien de bereikte overeenstemming d.d. 2 december 2010 met het georganiseerd overleg; Overwegende dat Gedeputeerde Staten in 1993 gebruik hebben gemaakt van hun bevoegdheid tot het vaststellen van de nadere regeling Sociaal Kaderplan omtrent de te volgen procedure bij reorganisaties en omtrent de personele gevolgen van reorganisaties als uitwerking van bijlage 1 van de CAP, Spelregels en flankerend beleid bij reorganisaties; Overwegende dat Gedeputeerde Staten van oordeel zijn dat die regeling verouderd is, niet meer aansluit bij de huidige provinciale organisatie en derhalve een nieuwe regeling gewenst is; Overwegende dat personele gevolgen als gevolg van organisatieveranderingen primair op grond van goed strategisch personeelsbeleid en een strategische personeelsplanning worden ondervangen en pas in het uiterste geval aan de onderliggende regeling toepassing zal worden gegeven; Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    afspiegelingsbeginsel: methode om de herplaatsingsvolgorde te bepalen;

  • b.

    assessment: onderzoek naar geschiktheid voor het uitoefenen van een functie;

  • c.

    CAP 2018: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies 2018;

  • d.

    diensttijd: tijd die de ambtenaar onafgebroken heeft doorgebracht in dienst van de Provincie Noord-Brabant;

  • e.

    eigen functie: functie die de ambtenaar volgens het formulier planningsgesprek moet verrichten;

  • f.

    externe functie: passende of geschikte functie buiten de ambtelijke organisatie;

  • g.

    functie: samenstel van werkzaamheden;

  • h.

    georganiseerd overleg: commissie voor georganiseerd overleg als bedoeld in artikel 12.2.1, eerste, tweede en derde lid, van de CAP 2018;

  • i.

    geschikte functie: functie die niet passend is maar die de ambtenaar wel bereid is te vervullen;

  • j.

    gewijzigde functie: functie die naar aard, soort of samenstelling in belangrijke mate verschilt van de werkzaamheden die de ambtenaar voor de reorganisatie vervulde;

  • k.

    herplaatsingskandidaat: ambtenaar die niet kan worden herplaatst in zijn eigen, ongewijzigde functie;

  • l.

    ongewijzigde functie: functie die naar aard, soort of samenstelling in belangrijke mate overeenkomt met de werkzaamheden die de ambtenaar voor de reorganisatie vervulde;

  • m.

    passende functie: functie die voor de ambtenaar redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid, werk- en denkniveau, ervaring, omstandigheden en vooruitzichten passend is of binnen maximaal één jaar al dan niet door middel van scholing passend gemaakt kan worden en die maximaal twee schalen lager is gewaardeerd dan zijn eigen functie;

  • n.

    plaatsingsplan: een overzicht van de gewenste personele invulling in het dienstonderdeel na reorganisatie, met inbegrip van tenminste de sleutelfunctionarissen, ambtenaren die direct herplaatst kunnen worden en de herplaatsingskandidaten.

  • o.

    uitwisselbare functie: functie die naar functie-inhoud, vereiste kennis en vaardigheden en vereiste competenties vergelijkbaar en naar niveau en beloning gelijkwaardig is.

Artikel 2 Besluit tot reorganisatie

  • 1

    Gedeputeerde Staten delen een besluit tot reorganisatie zo spoedig mogelijk mee aan:

    • a.

      het georganiseerd overleg;

    • b.

      de ondernemingsraad;

    • c.

      de betrokken ambtenaren.

  • 2

    Gedeputeerde Staten bepalen een begindatum en een einddatum voor het proces van reorganisatie.

Artikel 3 Ongewijzigde of gewijzigde functie

  • 1

    Bij de afweging of een functie naar aard ongewijzigd of gewijzigd is betrekken Gedeputeerde Staten de bevoegdheden, de verantwoordelijkheden en de competenties.

  • 2

    Bij de afweging of een functie naar soort ongewijzigd of gewijzigd is betrekken Gedeputeerde Staten of het een uitvoerende, beleidsvoorbereidende of leidinggevende functie betreft.

  • 3

    Bij de afweging of een functie naar samenstelling ongewijzigd of gewijzigd is betrekken Gedeputeerde Staten of er sprake is van een toename of afname van deeltaken binnen de functie.

Artikel 4 Herplaatsingsvolgorde bij ongewijzigde functie

Bij reorganisaties waarbij sprake is van een verminderd aantal ongewijzigde functies herplaatsen Gedeputeerde Staten de ambtenaar overeenkomstig de volgende plaatsingsvolgorde:

  • a.

    de ambtenaar blijft zijn eigen, ongewijzigde functie vervullen;

  • b.

    de ambtenaar wordt herplaatst in een passende functie binnen de ambtelijke organisatie;

  • c.

    de ambtenaar wordt herplaatst in een geschikte functie binnen de ambtelijke organisatie;

  • d.

    de ambtenaar wordt herplaatst in een externe functie.

Artikel 5 Criteria bij herplaatsingsvolgorde ongewijzigde functie

  • 1.

    Indien op grond van artikel 4, meerdere ambtenaren voor herplaatsing in eenzelfde ongewijzigde functie in aanmerking komen, bepalen Gedeputeerde Staten de herplaatsingsvolgorde op basis van het afspiegelingsbeginsel.

  • 2.

    Het afspiegelingsbeginsel, bedoeld in het eerste lid, wordt toegepast per categorie uitwisselbare functies van de ambtelijke organisatie op basis van leeftijdsopbouw binnen de desbetreffende categorie uitwisselbare functies.

  • 3.

    De ambtenaren in de categorie uitwisselbare functies worden ingedeeld in de volgende leeftijdsgroepen:

  • a.

    van 15 tot en met 24 jaar;

  • b.

    van 25 tot en met 34 jaar;

  • c.

    van 35 tot en met 44 jaar;

  • d.

    van 45 tot en met 54 jaar; en

  • e.

    55 jaar en ouder.

  • 4.

    Per categorie als bedoeld in het derde lid, komt de ambtenaar met de langste diensttijd in aanmerking voor herplaatsing in een ongewijzigde functie.

  • 5.

    Voor de indeling in de leeftijdsgroepen en de berekening van de diensttijd als bedoeld in het derde en vierde lid, is de leeftijd van de ambtenaar en de lengte van zijn diensttijd op de ingangsdatum van de reorganisatie bepalend.

  • 6.

    Bij het afspiegelingsbeginsel, bedoeld in het tweede lid, vindt de verdeling over de leeftijdsgroepen zo plaats, dat de leeftijdsopbouw binnen de categorie uitwisselbare functies voor en na de reorganisatie verhoudingsgewijs zoveel mogelijk gelijk is.

  • 7.

    Gedeputeerde Staten kunnen van het afspiegelingsbeginsel afwijken, indien het dienstbelang zich op zwaarwegende gronden tegen hantering van dit beginsel verzet.

Artikel 6 Herplaatsingsvolgorde bij gewijzigde functie

  • 1.

    Bij reorganisaties waarbij sprake is van een gewijzigde functie herplaatsen Gedeputeerde Staten de ambtenaar overeenkomstig de volgende herplaatsingsvolgorde:

  • a.

    de ambtenaar wordt herplaatst in een passende functie binnen de ambtelijke organisatie;

  • b.

    de ambtenaar wordt herplaatst in een geschikte functie binnen de ambtelijke organisatie;

  • c.

    de ambtenaar wordt herplaatst in een externe functie.

Artikel 7 Criteria bij herplaatsingsvolgorde gewijzigde functie

  • 1

    Indien op grond van artikel 6, meerdere ambtenaren voor herplaatsing in een eenzelfde gewijzigde functie in aanmerking komen, bepalen Gedeputeerde Staten de herplaatsingsvolgorde op basis van de meest geschikte herplaatsingskandidaat voor wie de functie als passend wordt aangemerkt.

  • 2

    Gedeputeerde Staten bepalen de meest geschikte herplaatsingskandidaat als bedoeld in het eerste lid, aan de hand van:

    • a.

      het opleidingsniveau;

    • b.

      het niveau van de oorspronkelijke functie van de ambtenaar;

    • c.

      de competenties van de ambtenaar.

  • 3

    Onverminderd het tweede lid, kunnen Gedeputeerde Staten bij de bepaling van de meest geschikte herplaatsingskandidaat gebruik maken van:

    • a.

      de uitkomsten van een sterkte en zwakte analyse op basis van een psychologisch onderzoek;

    • b.

      een assessment gericht op het verkrijgen van inzicht in de geschiktheid van betrokkene voor het uitoefenen van de desbetreffende functie.

  • 4

    Het assessment, bedoeld in het derde lid, onder b, wordt uitgevoerd door een erkend bureau en omvat een aantal oefeningen waaraan de herplaatsingskandidaat wordt onderworpen, waarbij het bureau tevens een oordeel geeft over diens sterke punten en verbeterpunten in het werkgedrag.

Artikel 8 Medewerking aan herplaatsing

  • 1

    De ambtenaar is verplicht aan de herplaatsingsprocedure zijn medewerking te verlenen.

  • 2

    De ambtenaar is verplicht de door Gedeputeerde Staten aangeboden functie te accepteren.

  • 3

    De ambtenaar die herplaatst is in een functie waaraan een lager maximum salaris is verbonden dan hij voor de herplaatsing ontving, is gedurende vijf jaar na de herplaatsing verplicht een functie te aanvaarden op het salarisniveau van de functie die hij bekleedde voor de herplaatsing.

  • 4

    Op Gedeputeerde Staten rust de inspanningsverplichting om de ambtenaar zoals bedoeld in het derde lid, daar waar mogelijk, voor te dragen voor functies zoveel mogelijk op het waarderingsniveau van de functie die de ambtenaar vóór herplaatsing verrichtte. Over de door hun verrichte inspanningen, rapporteert de algemeen directeur jaarlijks aan de ondernemingsraad.

  • 5

    In afwijking van het derde lid, geldt de verplichting niet voor de ambtenaar die op het moment van herplaatsing 57 jaar of ouder is.

  • 6

    De ambtenaar die niet herplaatst kan worden, is overeenkomstig artikel 11.3.3 van de CAP 2018 verplicht om zich gedurende twee jaar in te spannen een interne of externe functie te verwerven.

  • 7

    De ambtenaar die na de periode van twee jaar als bedoeld in het vorige lid niet definitief geplaatst is kunnen worden in een passende of geschikte functie binnen dan wel buiten de provincie, kan overeenkomstig artikel 11.1.4, eerste lid van de CAP 2018 ontslag worden verleend op grond van reorganisatie.

Artikel 9 Sleutelfuncties

  • 1

    Gedeputeerde Staten kunnen een functie aanmerken als sleutelfunctie indien:

    • a.

      de functie van belang is in het licht van het reorganisatieproces;

    • b.

      de functie van belang is tegen de achtergrond van de opbouw van de nieuwe organisatie en de daaruit voortvloeiende taken;

    • c.

      aan de functie specifieke eisen worden gesteld.

  • 2

    Alvorens een functie als sleutelfunctie aan te merken, vragen Gedeputeerde Staten daarover advies aan de ondernemingsraad.

  • 3

    De ondernemingsraad brengt het advies, bedoeld in het tweede lid, binnen zes weken na de adviesaanvraag uit.

  • 4

    In afwijking van de artikelen 4, 5, 6, en 7 vindt benoeming van ambtenaren op sleutelfuncties plaats overeenkomstig de reguliere procedures voor werving en selectie.

Artikel 10 Plaatsingsplan

  • 1

    Gedeputeerde Staten stellen een plaatsingsplan op en beschrijven daarin de te verwachten rechtspositionele gevolgen voor de individuele ambtenaar.

  • 2

    Het plaatsingssplan bevat per organisatieonderdeel dat in de reorganisatie is betrokken tenminste:

    • a.

      een overzicht van de gewenste personele invulling van het desbetreffende onderdeel;

    • b.

      een overzicht van de sleutelfunctionarissen;

    • c.

      een overzicht van de ambtenaren die direct in hun eigen functie herplaatst kunnen worden;

    • d.

      een overzicht van de herplaatsingskandidaten.

Artikel 11 Voorgenomen besluiten

  • 1

    Gedeputeerde Staten nemen op basis van het plaatsingsplan per individuele ambtenaar een voorgenomen besluit.

  • 2

    Gedeputeerde Staten delen het voorgenomen besluit, bedoeld in het eerste lid, mee aan de betrokken ambtenaar.

  • 3

    De ambtenaar kan zijn bedenkingen tegen het besluit, bedoeld in het tweede lid, kenbaar maken bij Gedeputeerde Staten binnen twee weken na verzending van het besluit.

Artikel 12 Adviescommissie

  • 1

    Gedeputeerde Staten stellen een adviescommissie reorganisatie in.

  • 2

    De adviescommissie, bedoeld in het eerste lid, heeft tot taak Gedeputeerde Staten te adviseren over de bedenkingen, bedoeld in artikel 11, derde lid.

  • 3

    De adviescommissie bestaat in ieder geval uit:

    • a.

      een lid aangewezen door Gedeputeerde Staten;

    • b.

      een lid aangewezen door de vertegenwoordigers van de vakbonden;

    • c.

      een onafhankelijke voorzitter.

  • 4

    De adviescommissie wordt ondersteund door een door Gedeputeerde Staten aan te wijzen ambtelijk secretaris.

  • 5

    De adviescommissie stelt de leidinggevende van de ambtenaar in de gelegenheid schriftelijk zijn zienswijze op de bedenkingen naar voren te brengen.

  • 6

    De adviescommissie brengt aan Gedeputeerde Staten binnen vier weken na ontvangst van de bedenkingen een gemotiveerd schriftelijk advies uit.

Artikel 13 Definitieve besluiten

  • 1

    Gedeputeerde Staten nemen binnen zes weken na ontvangst van de bedenkingen een definitief besluit.

  • 2

    Gedeputeerde Staten delen het definitieve besluit, vergezeld van een afschrift van het advies van de adviescommissie, mee aan de ambtenaar.

Artikel 14 Salarisaanspraken

  • 1

    De ambtenaar behoudt bij herplaatsing:

    • a.

      de salarisaanspraken verbonden aan het schaalniveau, dat geldt voor de functie van waaruit hij wordt herplaatst;

    • b.

      aanvullende individuele salarisaanspraken, mits:

      • 1e

        deze schriftelijk zijn vastgelegd;

      • 2e

        de omstandigheden of voorwaarden die aanleiding vormen voor die individuele aanspraken onverkort van kracht blijven.

  • 2

    De ambtenaar die op het moment van herplaatsing is ingedeeld in een aanloopschaal, behoudt de salarisaanspraken tot en met het maximum bedrag van die aanloopschaal.

  • 3

    De ambtenaar die op het moment van herplaatsing is ingedeeld in een functieschaal, behoudt de salarisaanspraken tot en met het maximum bedrag van de functieschaal behorende bij de oorspronkelijke functie.

  • 4

    De ambtenaar, bedoeld in artikel 8, derde lid, verliest de salarisaanspraken, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid indien hij:

    • a.

      niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 8, derde lid;

    • b.

      vijf jaar na de herplaatsing geen functie heeft verkregen op het salarisniveau van de functie die hij bekleedde voor de herplaatsing.

  • 5

    In afwijking van het vierde lid, aanhef en onder b, geldt het verlies niet voor de ambtenaar die op het moment van herplaatsing zevenenvijftig jaar of ouder is.

  • 6

    Het salaris van de ambtenaar, bedoeld in het vierde lid, wordt binnen een jaar afgebouwd tot het maximum salaris behorende bij de functie die de ambtenaar op het moment van weigering vervulde.

  • 7

    De toelagen verbonden aan de functie die de ambtenaar voor de reorganisatie vervulde, vervallen bij herplaatsing in een ongewijzigde of gewijzigde functie, tenzij hierover bij de herplaatsing specifieke afspraken worden gemaakt.

Artikel 15 Scholing

  • 1

    Gedeputeerde Staten onderzoeken de noodzaak van bijscholing of omscholing van de ambtenaar die is herplaatst in een andere functie binnen de ambtelijke organisatie.

  • 2

    De kosten van scholing als bedoeld in het eerste lid, zijn voor rekening van de provincie.

  • 3

    De ambtenaar die op het moment van herplaatsing een studie volgt en die wordt herplaatst in een gewijzigde functie binnen de ambtelijke organisatie, behoudt de rechten die hem op grond van artikel 8.3.1, zevende lid, van de CAP 2018 zijn toegekend, indien hij de studie voortzet.

  • 4

    De ambtenaar, bedoeld in het derde lid, die de studie in overeenstemming met zijn leidinggevende niet voortzet, kan worden ontheven van een opgelegde terugbetalingsverplichting.

Artikel 16 Flankerend beleid

  • 1

    Gedeputeerde Staten kunnen met de ambtenaar in het kader van de procedure als bedoeld in artikelen 4 tot en met 7 maatwerkafspraken maken over instrumenten die ingezet kunnen worden om de ambtenaar te ondersteunen in het realiseren van een plaatsing in een passende functie binnen of buiten de organisatie zoals:

    • a.

      het bieden van gesprekken met een loopbaanadviseur van binnen of buiten de ambtelijke organisatie;

    • b.

      het verlenen van buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging voor sollicitaties;

    • c.

      het bieden van faciliteiten in tijd en geld tot omscholing, indien de ambtenaar voldoende aannemelijk kan maken dat omscholing reële vooruitzichten biedt op een functie buiten de ambtelijke organisatie;

    • d.

      het mogelijk maken van tijdelijke detachering bij een andere organisatie ter oriëntatie op een mogelijke overgang naar die organisatie, waarbij die detachering als zodanig onderdeel uitmaakt van een re-integratieplan;

    • e.

      het mogelijk maken van definitieve herplaatsing bij een andere organisatie via een mobiliteitspool;

    • f.

      het bieden van de mogelijkheid om zich gedurende een half jaar te oriënteren op zelfstandige beroepsuitoefening, onder nader te stellen afspraken wat betreft door de provincie te verlenen opdrachten en wat betreft de voorwaarden waaronder die opdrachtverlening zal geschieden;

    • g.

      het verlenen van ontheffing van de terugbetalingsverplichting van een eerder toegekende tegemoetkoming in verhuiskosten als bedoeld in de Bijdrageregeling verplaatsingskosten personeel provincie Noord-Brabant;

    • h.

      het verlenen van ontheffing van de terugbetalingsverplichting studiekosten, in het geval die is opgelegd;

    • i.

      het toekennen van een tegemoetkoming in de reiskosten woon- werkverkeer voor de duur van maximaal een jaar overeenkomstig artikel 7 van de Bijdrageregeling verplaatsingskosten provinciaal personeel, met een maximum van honderd kilometer enkele reis bij het aanvaarden van een externe functie;

    • j.

      het toekennen van een tegemoetkoming in de verhuiskosten overeenkomstig de Bijdrageregeling verplaatsingskosten provinciaal personeel bij aanvaarding van een externe functie op grond waarvan verhuizing noodzakelijk is zonder dat daarop binnen een periode van twee jaar na indiensttreding bij de nieuwe werkgever eveneens aanspraak bestaat.

  • 2

    Gedeputeerde Staten kunnen met de ambtenaar, die zich in het kader van de procedure, bedoeld in de artikelen 4 tot en met 6, als zelfstandige gaat vestigen en daartoe genoodzaakt is te verhuizen, afspraken maken over een tegemoetkoming in de verhuiskosten overeenkomstig de regeling, bedoeld in het eerste lid, onder j.

  • 3

    Gedeputeerde Staten houden bij toepassing van de maatregelen, bedoeld in het eerste lid, rekening met de afspraken die gemaakt worden op grond van paragraaf 11.3 van de CAP 2018.

Artikel 17 Hardheidsclausule

Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen in deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de reorganisatie zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 18 Intrekking

Het Sociaal Kaderplan, vastgesteld op 31 augustus 1993 en gewijzigd bij besluit van 8 juli 1996, 17 december 1996 en 27 november 2001, wordt ingetrokken.

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Artikel 20 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Sociaal Kaderplan Noord-Brabant 2010.

’s-Hertogenbosch, 15 februari 2011 Gedeputeerde Staten voornoemd, de voorzitter de secretaris prof. dr. W.B.H.J. van de Donk drs. W.G.H.M. Rutten

 

Vragen over regelingen?

Contacten (2)

Open Links Sluit Links