• Geldig sinds 07 augustus 2002.

    Print deze versie:

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBeleidskader restauratie-uitvoeringsprogramma rijksmonumenten provincie Noord-Brabant
CiteertitelBeleidskader Restauratie-uitvoeringsprogramma Rijksmonumenten, provincie Noord-Brabant 2002
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerpcultuur, kunst

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997, art. 12, lid 1

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

07-08-2002nieuwe regeling

24-07-2002

Provinciaal Blad, 2002, 109

Onbekend.

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidskader restauratie-uitvoeringsprogramma rijksmonumenten provincie Noord-Brabant

GEDEPUTEERDE STATEN van Noord-Brabant

gelet op artikel 12, lid 1, van het Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997;

besluiten:

het te voeren beleid in het kader van de voorbereiding en vaststelling van het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma voor rijksmonumenten vast te stellen als volgt:

1 Inleiding.

Op grond van artikel 12, lid 1, van het “Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997” is het provinciebestuur van Noord-Brabant bevoegd een provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma vast te stellen. Daarin staat aangegeven welke door het Rijk beschermde monumenten, gelegen in de niet-budgethoudende gemeenten in Noord-Brabant, in welke volgorde in aanmerking komen voor een rijkssubsidie voor de uitvoering van een restauratie. Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben de bevoegdheid tot het vaststellen van dat programma bij besluit van 17 oktober 1997, nr 17/97, in handen gelegd van het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.

De niet-budgethoudende gemeenten in Noord-Brabant kunnen in gevolge artikel 12, lid 2, van het “Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997” jaarlijks vóór 1 oktober aan het provinciebestuur kenbaar maken welke rijksmonumenten in welke volgorde voor opname in het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma in aanmerking komen. Op grond van artikel 12, lid 4, van het “Besluit rijkssubsidiëring restauratie monumenten 1997” mag het provinciebestuur bij het vaststellen van dat programma niet afwijken van de volgorde waarin de gemeente de haar daartoe aangewezen monumenten voor opname in het provinciale restaurate-uitvoeringsprogramma heeft voorgedragen.

2 Definities

Hierna wordt verstaan onder:

Brrm 97: het “Besluit rijkssubsidiering restauratie monumenten 1997”.

Niet-budgethoudende gemeente: een gemeente die niet beschikt over een in werking getreden verordening als bedoeld in artikel 15 van de “Monumentenwet 1988” en waarin minder dan 100 door het Rijk beschermde monumenten zijn gelegen.

Prioriteitenlijst: de lijst van monumenten, waarmee het bestuur van een gemeente aan het provinciebestuur kenbaar maakt in welke volgorde deze monumenten voor opname in het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma in aanmerking komen.

Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant.

Monumentenhuis Brabant: de Stichting Monumentenhuis Brabant, belast met de advisering aan Gedeputeerde Staten in het kader van de besluitvorming over het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma voor rijksmonumenten.

3 Doelstellingen

Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks, telkens voor een periode van zes jaar, een provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma vast, samengesteld uit een programma voor de restauraties in de categorie ‘woonhuizen en boerderijen’ en een programma voor de restauraties in de categorie ‘overige monumenten’. Dit met inachtneming van de budgetten, die het Rijk voor die jaren voor dat programma heeft uitgetrokken voor de door haar te verlenen subsidies.

Gedeputeerde Staten stellen zich bij de uitvoering van deze taak ten doel:

  • a.

    zich samen met het Rijk in te spannen voor het wegwerken van achterstanden in de uitvoering van restauratiewerkzaamheden aan rijksmonumenten;

  • b.

    de door het Rijk daarvoor uitgetrokken subsidiebudgetten zó tot besteding te doen brengen, dat de relatief meest urgente restauraties, zo evenwichtig mogelijk gespreid over Noord-Brabant, tot uitvoering zullen kunnen komen.

4 Voorwaarden

Voor opname in het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma komen alleen die monumenten respectievelijk die restauraties in aanmerking:

  • a.

    die de gemeente in haar prioriteitenlijst voor dat programma heeft voorgedragen;

  • b.

    die in de jaren, waarover dat programma zich uitstrekt, onvoorziene omstandigheden daargelaten, ook daadwerkelijk van start zullen kunnen gaan.

De gemeente is gehouden aannemelijk te maken, zulks ter beoordeling door Gedeputeerde Staten, dat de restauratie, die zij voordraagt voor opname in het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma, aan laatstgenoemde voorwaarde voldoet. De gemeente kan dat doen door bij de indiening van haar prioriteitenlijst aan te tonen:

  • a.

    dat eigenaar van het monument bij de gemeente een restauratieplan en begroting van kosten, als bedoeld in artikel 14 van het Brrm 97, heeft ingediend;

  • b.

    dat de eigenaar van het monument bij de gemeente een aanvraag voor het verkrijgen voor een vergunning voor de uitvoering van dat restauratieplan, als bedoeld in artikel 11 van de Monumentenwet 1988, heeft ingediend;

  • c.

    dat de gemeente de vereiste vergunning daartoe heeft verleend;

  • d.

    dat de gemeente de vermoedelijke omvang van de subsidiabele kosten van de voorgenomen restauratie heeft berekend of bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg een aanvraag tot vaststelling van die kosten heeft ingediend;

  • e.

    dat de Rijksdienst voor de Monumentzorg de subsidiabele kosten van de voorgenomen restauratie heeft vastgesteld.

5 Onderlinge afweging van de gemeentelijke prioriteiten

  • 51

    Ter opstelling van het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma worden door Gedeputeerde Staten, alvorens dat programma definitief vast te stellen, de door de gemeenten voorgedragen restauraties, die voldoen aan de in sub 4 van dit besluit genoemde voorwaarden, per categorie in de door de gemeente aangegeven volgorde onderling naar bouwtechnische urgentie afgewogen ten opzichte van elkaar. Dit indien en voor zover de beschikbare rijksbudgetten er toe reiken voor deze restauraties een subsidieraming in het programma op te nemen. Bij het maken van keuzen komen die restauraties, die in bouwtechnisch opzicht relatief het meest urgent zijn, bij voorrang voor opname in het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma in aanmerking. Bij de onderlinge afweging zullen Gedeputeerde Staten er mede naar streven te bereiken dat in beide categorieën van monumenten de in dat opzicht relatief meest urgente restauraties, telkens bezien over de jaren waarover dat programma zich uitstekt, zo evenwichtig mogelijk gespreid over Noord-Brabant tot uitvoering zullen kunnen komen.

  • 52

    Bij de beoordeling van de bouwtechnische urgentie van een restauratie gaan Gedeputeerde Staten in beginsel uit van de kengetallen voor de ‘urgentie van een restauratie’ en de ‘relatieve herstelkosten van het monument’, zoals deze door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg zijn berekend op basis van de door de gemeente voor het betrokken monument gemaakte behoefteraming, als bedoeld in artikel 4, lid 1, van het Brrm 97. De kengetallen, berekend op basis van de behoefteramingen in 2001 zijn opgenomen in bijlage 1 van dit besluit.

  • 53

    Indien een gemeente daartoe aanleiding ziet zal zij de bouwtechnische urgentie van de door haar voorgedragen restauratie ook op andere wijze dan met deze kengetallen kunnen onderbouwen. Dat zou zich bijvoorbeeld voor kunnen doen, indien deze kengetallen, naar het oordeel van de gemeente, de bouwkundige urgentie niet volledig of onvoldoende genuanceerd in beeld brengen. De gemeente is in dat geval gehouden de bouwtechnische urgentie tot genoegen van Gedeputeerde Staten nader te onderbouwen met een rapport van een bouwkundig of ander specialistisch onderzoek ter zake (bijvoorbeeld in geval van restauratie van een kerkorgel), met een inspectierapport van de Monumentenwacht Noord-Brabant of met andere stukken, die daar naar het oordeel van de gemeente toe zouden kunnen dienen. Gezien de adviestaak, die het Monumentenhuis Brabant vervult ten behoeve van de opstelling van het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma (zie sub 6 van dit besluit), zal een gemeente dat niet kunnen doen met een rapport, uitgebracht door of onder verantwoordelijkheid van het Monumentenhuis Brabant.

  • 54

    Indien een gemeente geen behoefteraming, als bedoeld in artikel 4, lid 1, van het Brrm 97, heeft gemaakt en ingediend bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, blijven de monumenten in die gemeente bij de onderlinge afweging van gemeentelijke prioriteiten in beginsel buiten beschouwing. Daar ligt als overweging aan ten grondslag dat het Rijk bij de bepaling van de voor Noord-Brabant beschikbare budgetten met de behoefte aan restauratiewerkzaamheden aan die monumenten geen rekening heeft kunnen houden. Gedeputeerde Staten kunnen in bijzondere gevallen, te hunner beoordeling, na ontvangst van een prioriteitenlijst en op gemotiveerd verzoek van die gemeente van dat beginsel afwijken.

  • 55

    Bij het bepalen van de subsidieraming, op te nemen in het provinciaal restauratie-uitvoeringsprogramma, gaan Gedeputeerde Staten uit van de door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg voor de uitvoering van het restauratieplan vastgestelde subsidiabele kosten. Indien de Rijksdienst voor de Monumentenzorg de subsidiabele kosten nog niet definitief heeft vastgesteld, gaan Gedeputeerde Staten daarbij uit van de door de gemeente berekende vermoedelijke omvang van die kosten. Indien de subsidiabele kosten, zoals die zijn berekend door de gemeente, achteraf bezien blijken af te wijken van de subsidiabele kosten, zoals die zijn vastgesteld door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, dan zullen Gedeputeerde Staten in het daarop volgende provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma de subsidieraming ten behoeve van die restauratie alsnog daar op afstemmen.

6 Advisering

Gedeputeerde Staten hebben het Monumentenhuis Brabant belast met de taak hun college jaarlijks ten behoeve van de opstelling het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma te adviseren. Dit met inachtneming van dit beleidskader en in de vorm van een voorstel, voorzien van de nodige toelichting, voor het door Gedeputeerde Staten vast te stellen programma. Alvorens het programma definitief vast te stellen, stellen Gedeputeerde Staten de belanghebbende gemeenten en de Provinciale Planologische Commissie Noord-Brabant in de gelegenheid op dat advies te reageren en leggen Gedeputeerde Staten het voorstel van het Monumentenhuis Brabant, tezamen met de daarop ingekomen reacties en het advies van de Provinciale Planologische Commissie om advies voor aan de commissie uit Provinciale Staten belast met het beleid in de sector monumentenzorg.

7. Budgethoudende gemeenten

Op grond van artikel 12, lid 1, van het Brrm 97 kan een budgethoudende gemeente het provinciebestuur verzoeken ook die gemeente bij het vaststellen van het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma te betrekken. De aanvraag daartoe moet worden ingediend bij Gedeputeerde Staten, onder vermelding van het jaar van ingang en de duur van de gewenste betrokkenheid. Op grond van artikel 12, lid 3, van het Brrm 97 dient de gemeente een afschrift van die aanvraag te zenden aan het Rijk. De betrokkenheid van een budgethoudende gemeenten bij de vaststelling van het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma blijft beperkt tot de rijksbudgetten voor die jaren, waarin het budget voor de desbetreffende budgethoudende gemeente is verdisconteerd.

8. Wijziging van het programma

Op grond van artikel 12, lid 5, van het Brrm 97, kunnen Gedeputeerde Staten in het provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma, nadat het is vastgesteld, wijzigingen aanbrengen. Van deze mogelijkheid maken Gedeputeerde Staten gebruik indien vaststaat dat een restauratie, waarvoor in het vigerende provinciale restauratie-uitvoeringsprogramma een subsidieraming is opgenomen, anders dan aanvankelijk verwacht, niet tot uitvoering zal komen.

De betrokken gemeente is gehouden dat schriftelijk ter kennis te brengen van Gedeputeerde Staten. Indien de gemeente dat doet in het jaar, waarin het subsidie voor die restauratie is geraamd, dan kunnen Gedeputeerde Staten besluiten de vrijgevallen gelden te doen bestemmen voor de financiering van andere in het vigerende programma geraamde subsidies c.q. opgenomen restauraties. Indien de gemeente dat doet in een van de jaren, die aan dat jaar voorafgaat, dan zullen Gedeputeerde Staten over de bestemming van de vrijgevallen gelden een beslissing nemen in het kader van de besluitvorming over het eerstvolgende provinciale restauratie-uitvoerings-programma, op basis van onderlinge afweging van de gemeentelijke prioriteiten voor dat programma.

9. Slotbepalingen

  • a.

    Dit besluit treedt met ingang van de datum van de publicatie ervan in het Provinciaal blad van Noord-Brabant in werking.

  • b.

    Dit besluit kan worden aangehaald als “Beleidskader Restauratie-uitvoeringsprogramma Rijksmonumenten, provincie Noord-Brabant 2002”.

’s Hertogenbosch, 24 juli 2002.

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter mr. F.J.M. Houben

de griffier M. Bruinsma