• Geldig sinds 23 mei 2019.

    Print deze versie:

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingRegeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent media (Subsidieregeling media Noord-Brabant)
CiteertitelSubsidieregeling media Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpfinancieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Noord-Brabant/CVDR275924/CVDR275924_3.html

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

23-05-2019nieuwe regeling

14-05-2019

prb-2019-3727

C2243621/4519301

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent media (Subsidieregeling media Noord-Brabant)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat Provinciale Staten op 19 november 2018 hebben besloten een bedrag van 150.000 euro beschikbaar te stellen ten behoeve van een structurele versterking van de lokale journalistiek;

 

Overwegende dat in diverse kleine gemeenten de lokale journalistiek onder druk staat;

 

Overwegende dat lokale journalistiek een belangrijke rol kunnen spelen als het gaat om het controleren van het lokaal bestuur, maar dat door het verdwijnen van professionele, plaatselijke journalistiek deze tegenmacht meer en meer ontbreekt;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten derhalve de lokale onderzoeksjournalistiek willen stimuleren om de functie van media als waakhond van de lokale democratie verder vorm te geven;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten van mening zijn dat er geen sprake is van ongeoorloofde staatssteun, omdat zij enkel lokale media willen stimuleren en dit geen verstorende werking heeft op het Europees handelsverkeer;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

 

Paragraaf 1 Versterking lokale onderzoeksjournalistiek

 

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    hoofdvestiging: vestiging die door de subsidieaanvrager als zodanig in de statuten is aangemerkt;

  • d.

    journalistiek: via media het publiek inzicht geven in gebeurtenissen, achtergronden en ontwikkelingen op politiek, economisch en sociaal-cultureel gebied;

  • e.

    lokaal: gericht op een verzorgingsgebied kleiner dan of gelijk aan een gemeentegrens

  • f.

    media: dagbladen, huis aan huis bladen, radiozenders, televisiezenders en internetsites die zich richten op het verspreiden van nieuws;

  • g.

    media-instelling: publieke of private instelling die zich richt op de verzorging van een mediadienst;

  • h.

    onderzoeksjournalistiek: vorm van journalistiek waarbij kritisch en diepgravend onderzoek wordt uitgevoerd op basis van een onafhankelijk geformuleerde onderzoeksvraag, met toepassing van specifieke methoden, gericht op het bloot leggen van feiten en verbanden waarbij een zeker algemeen maatschappelijk belang in het geding is;

  • i.

    verzorgingsgebied: het gebied waar de gebruikers van een bepaald media aanbod woonachtig zijn.

Artikel 1.2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door media- instellingen.

Artikel 1.3 Subsidievorm

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2.

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het versterken en vernieuwen van de lokale onderzoeksjournalistiek, door middel van:

  • a.

    het volgen van scholing;

  • b.

    organisatieontwikkeling;

  • c.

    samenwerkingsprojecten; of,

  • d.

    het ontwikkelen of implementeren van onderzoeksmethodieken.

Artikel 1.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de subsidieaanvrager reeds eerder voor het project subsidie heeft ontvangen op grond van de subsidieregeling Onderzoeksjournalistiek van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek;

  • b.

    de subsidieaanvrager zijn hoofdvestiging niet heeft in de provincie Noord-Brabant;

  • c.

    reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;

Artikel 1.6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in Brabant of komt ten goede aan de Brabantse onderzoeksjournalistiek;

  • b.

    het project is gericht op het versterken en vernieuwen van de lokale onderzoeksjournalistiek door middel van:

    • 1°.

      het volgen van scholing;

    • 2°.

      organisatieontwikkeling;

    • 3°.

      samenwerkingsprojecten; of,

    • 4°.

      het ontwikkelen of implementeren van onderzoeksmethodieken;

  • c.

    het project is gericht op een blijvend effect voor de lokale onderzoeksjournalistiek;

  • d.

    de subsidieaanvrager is een rechtspersoon;

  • e.

    de subsidieaanvrager richt zich op een verzorgingsgebied van maximaal 50.000 inwoners;

  • f.

    het project kan binnen een jaar na verlening van de subsidie worden afgerond;

  • g.

    aan het project ligt een projectplan ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

    • 2°.

      een sluitende en realistische begroting;

Artikel 1.7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor het volgen van scholing;

  • b.

    kosten voor organisatie ontwikkeling;

  • c.

    kosten voor samenwerkingsprojecten;

  • d.

    kosten voor het ontwikkelen of implementeren van onderzoeksmethodieken;

  • e.

    loonkosten van externe deskundigen tot een maximum van € 120,- per uur inclusief sociale lasten en overhead.

Artikel 1.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 1.7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor het uitvoeren van daadwerkelijk journalistiek onderzoek;

  • b.

    interne loonkosten;

  • c.

    overige kosten voor reguliere werkzaamheden;

  • d.

    exploitatiekosten;

  • e.

    reis- en verblijf kosten.

Artikel 1.9 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 4 juni 2019 tot en met 31oktober 2019.

Artikel 1.10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4, voor de periode, genoemd in artikel 1.9, vast op € 90.000.

Artikel 1.11 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 1.4, bedraagt 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €22.500.

Artikel 1.12 Verdeelcriteria

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is geldt, voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

  • 4.

    De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 5.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris.

  • 6.

    De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt.

  • 7.

    De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.

  • 8.

    Subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden.

Artikel 1.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    het project wordt binnen een jaar na verlening van de subsidie afgerond;

  • b.

    de subsidieaanvrager maakt de bevindingen en resultaten van het project toegankelijk voor derden.

Artikel 1.14 Prestatieverantwoording

Bij subsidies tot € 25.000, toont de subsidieontvanger desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:

  • a.

    een activiteitenverslag;

  • b.

    een bewijs van de gevolgde scholing; of

  • c.

    een ander bewijs van de geleverde prestatie.

Artikel 1.15 Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Bij subsidies tot €25.000 verstrekken Gedeputeerde Staten een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag overeenkomstig artikel 23, tweede lid van de Asv.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten betalen het voorschot, bedoeld in het eerste lid, in een keer, overeenkomstig artikel 23, derde lid van de Asv.

Artikel 1.16 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2020 en vervolgens telkens na 2 jaar aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze paragraaf in de praktijk.

Paragraaf 2 Slotbepalingen

 

Artikel 2.1 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 2.2 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling media Noord-Brabant.

 

’s-Hertogenbosch, 14 mei 2019

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris

drs. M.J.A. van Bijnen MBA

Toelichting behorende bij de Subsidieregeling media Noord-Brabant.

 

Algemeen

Deze subsidieregeling is vastgesteld op grond van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant (Asv). Dit betekent dat een aantal aspecten van de verstrekking van subsidies niet in de subsidieregeling zijn vastgelegd, maar in de Asv. In de Asv staat onder meer waar de aanvraag moet worden ingediend, wat de beslistermijnen zijn voor Gedeputeerde Staten en algemene verplichtingen voor de subsidieontvanger, zoals de meldingsplicht.

Voor een goed begrip van deze subsidieregeling is dus bestudering van de Asv noodzakelijk. Ook de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat algemene bepalingen die onverkort van toepassing zijn op subsidies, verstrekt op grond van deze subsidieregeling.

 

Achtergrond

Lokale journalistiek kan een belangrijke rol spelen als het gaat om het controleren van het lokaal bestuur. De provincie Noord-Brabant wil derhalve lokale onderzoeksjournalistiek stimuleren, zodat de functie van media als waakhond van de lokale democratie behouden en verder vormgegeven kan worden.

 

Landelijke stimuleringsfondsen en diverse lokale stimuleringsfondsen zijn gericht op het bevorderen van lokale of regionale onderzoeksjournalistiek door de uitvoering van onderzoeken mogelijk te maken. De subsidieregeling van de provincie Noord-Brabant is hierop aanvullend en richt zich op de versterking van de structuur waarin de lokale onderzoeksjournalistiek beoefend wordt.

Gedeputeerde Staten streven met deze regeling naar een blijvend effect.

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1.5 Weigeringsgronden

De weigeringsgronden in dit artikel komen in aanvulling op de weigeringsgronden uit artikel 4:25 en 4:35 Awb en de weigeringsgronden uit artikel 8 van de Asv.

 

Artikel 1.8 Niet-subsidiabele kosten

Onder f Exploitatiekosten

Gedeputeerde Staten verstaan hieronder onder andere gebouw gebonden kosten, energiekosten, verzekeringen, kosten van inventaris en apparatuur, etc.

Onder g Reis- en verblijf kosten

Gedeputeerde Staten denken hierbij aan kosten voor logies, ontbijt, lunch, diner en cateringkosten voor teambuilding en bedrijfsbijeenkomsten.

Btw

Overeenkomstig artikel 11 van de Asv, is verrekenbare btw niet subsidiabel.

 

 

Artikel 1.12 Verdeelcriteria

Voor het bepalen van de onderlinge rangschikking dient een aanvraag volledig te zijn. Voor het bepalen van het wel of niet in behandeling nemen van de aanvraag geldt de primaire aanvraagdatum.

 

Artikel 1.14 Prestatieverantwoording

Ambtshalve vaststelling subsidies tot € 25.000

Op subsidies tot € 25.000 is arrangement 1b van het Rijkssubsidiekader van toepassing. Dat wil zeggen dat Gedeputeerde Staten de subsidie eerst verlenen en na afloop van de prestatie de subsidie ambtshalve, dat wil zeggen zonder aanvraag tot vaststelling van de subsidieontvanger, vaststellen. Zolang de termijn voor de ambtshalve vaststelling (22 weken na afloop van het project) nog niet is verstreken, kunnen Gedeputeerde Staten steekproefsgewijs om verantwoording vragen en de subsidie zo nodig terugvorderen als de prestatie niet of niet geheel is geleverd. Gedeputeerde Staten kunnen daarbij de subsidieontvanger fysiek of administratief controleren of aan de verplichtingen is voldaan. De steekproef is gebaseerd op een risicogeoriënteerde benadering, waarbij rekening wordt gehouden met de omvang, samenstelling en achtergrond van de doelgroep. In de subsidiebeschikking wordt vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn verricht en welke bewijsstukken de subsidieontvanger in de eigen administratie dient te bewaren.

 

Meldingsplicht

Als de subsidieontvanger de gesubsidieerde activiteit niet, niet geheel of niet volgens alle daaraan verbonden verplichtingen verricht, dient hij dit verplicht te melden bij Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten kunnen dan, afhankelijk van de situatie, de subsidie ambtshalve op een lager bedrag vaststellen. Ook kan er ambtshalve een gewijzigde verleningsbeschikking worden vastgesteld, waarin nieuwe afspraken met de subsidieontvanger worden gemaakt. Als bij de desgevraagde verantwoording of controle blijkt dat niet aan de meldingsplicht is voldaan, kan dit leiden tot volledige terugvordering inclusief wettelijke rente.

 

 

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

de voorzitter

prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

 

de secretaris

drs. M.J.A. van Bijnen MBA

 

 

 

 

Vragen over regelingen?

Contacten (2)

Open Links Sluit Links