Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingRegeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent subsidie ter behoud van cultureel erfgoed (Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016)
CiteertitelSubsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpcultuur, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Noord-Brabant/275924/CVDR275924_3.html

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

08-11-2018paragraaf 4, 5, artikel 4.1, 4.2, 4.3, 4.4, 4.5, 4.6, 4.7, 4.8, 4.9, 4.10, 4.11, 4.12, 4.13, 4.14, 5.1, 5.2, 5.3, 5.4

30-10-2018

prb-2018-8266

C2233601/4429720
01-06-201808-11-2018artikel 1.5, 1.6, 1.8, 1.9, 1.10, 1.12, 1.13, 2.2, 2.5, 2.8, 2.9, 3.1, 3.4, 3.6, 3.7, 3.8, 3.9, 3.10

22-05-2018

prb-2018-3982

C2226255/4356813
01-02-201823-06-201701-06-2018artikel 1.10

23-01-2018

prb-2018-819

4304459
23-06-201701-02-2018artikel 1.6, 1.9, 1.10, 1.12, 1.13, 2.8, 2.9, 3.6, 3.8

13-06-2017

prb-2017-2738

C2209216/4194709
21-07-201623-06-2017nieuwe regeling

19-07-2016

Provinciaal blad 2016, 113

4006891

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels omtrent subsidie ter behoud van cultureel erfgoed (Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten het beleidskader 2016 -2020, De (verbeeldings)kracht van Erfgoed, hebben vastgesteld op 13 november 2015;

 

Overwegende dat Gedeputeerde Staten hebben besloten tot het beschikbaar stellen van €3.121.854 voor een sobere en doelmatige restauratie van Rijksmonumenten, welke in de vorm van subsidie wordt verstrekt;

 

Overwegende dat het behoud van eco-archeologische waarden en het behoud van informatie van en uit eco-archeologische waarden die zich buiten het archeologische bodemarchief bevinden in de provincie Noord-Brabant een bijdrage leveren aan de kennis over het klimaat, de flora en fauna en het menselijk handelen in het verleden in Noordwest Europa in het algemeen en in Brabant in het bijzonder;

 

Overwegende dat deze bron van kennis en daarmee deze kennis zonder financiële bijdrage ongezien vernietigd zou worden door ruimtelijke ontwikkelingen;

 

Overwegende dat de instandhouding van monumentale molens in Noord-Brabant bijdraagt aan een hoogwaardige leefomgeving waar het aantrekkelijk wonen is en bedrijven zich graag willen vestigen;

 

Overwegende dat in het kader van deregulering de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant vervangen dient te worden;

 

Overwegende dat daar waar sprake is van staatssteun, in het kader van rechtvaardiging van deze staatssteun, de volgende vrijstellingsverordening wordt toegepast: Verordening (EU) Nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, Pb L 187/1 van 26 juni 2014;

 

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

§1 Restauratie van rijksmonumenten

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     erfgoed: onroerend erfgoed, waaronder in ieder geval historische gebouwen, cultuurhistorische landschappen, historische groenstructuren, archeologische monumenten en plaatsen van herinnering;

  • b.

     brochure van de stichting ERM: Brochure Uw monument energiezuinig, praktische tips voor verduurzaming uitgegeven in 2015 door de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg;

  • c.

     restauratie: handeling die nodig is om het onroerend erfgoed duurzaam, sober en doelmatig in stand te houden ten behoeve van een stabiele, maatschappelijk verantwoorde of duurzame functie;

  • d.

     rijksmonument: onroerend monument dat op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 als beschermd monument is aangewezen;

  • e.

     topmonument: monument Kasteel Heeswijk, Sint Jan in ’s Hertogenbosch, Markiezenhof in Bergen op Zoom en de Grote Kerk in Breda waarvan de vertegenwoordigers op 6 april 2012 hun samenwerking hebben vastgelegd in een convenant.

Artikel 1.2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:

  • a.

     rechtspersonen;

  • b.

     natuurlijke personen.

Artikel 1.3 Subsidievorm

  • 1

     Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidie.

  • 2

     Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 1.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de restauratie van:

  • a.

     religieus erfgoed;

  • b.

     militair erfgoed;

  • c.

     industrieel erfgoed;

  • d.

     kastelen en landgoederen.

Artikel 1.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    in de periode genoemd in artikel 1.9 door de subsidieaanvrager reeds subsidie is aangevraagd op grond van deze subsidieregeling;

  • b.

     voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van een andere provinciale subsidieregeling, tenzij subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling buurtfonds Noord-Brabant;

  • c.

     reeds begonnen is met de uitvoering van het project;

  • d.

     de subsidie minder bedraagt dan €200.000;

  • e.

     het project wordt gefinancierd via het ontwikkel- en investeringsprogramma de Erfgoedfabriek;

  • f.

     voor het project reeds subsidie is ontvangen op basis van de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim) van het Rijk;

  • g.

     de aanvrager een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in art. 2 onder nr. 18 Algemene Groepsvrijstellingsverordening;

  • h.

     de aanvrager een onderneming is ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

Artikel 1.6 Subsidievereisten

  • a.

    het project is gericht op een rijksmonument;

  • b.

    het rijksmonument is gelegen in de provincie Noord-Brabant;

  • c.

    de aanvrager heeft het recht van eigendom van een rijksmonument;

  • d.

    voor het rijksmonument:

    • 1°.

      is reeds een realistische en duurzame bestemming vastgesteld; of

    • 2°.

      ligt een realistisch plan om het duurzaam te bestemmen;

  • e.

    het rijksmonument valt binnen een van de volgende categorieën:

    • 1°.

      religieus erfgoed;

    • 2°.

      militair erfgoed;

    • 3°.

      industrieel erfgoed;

    • 4°.

      kasteel;

    • 5°.

      landgoed;

  • f.

    het project omvat activiteiten die niet zijn vrijgesteld van een omgevingsvergunning op grond van artikel 2.5 a jo artikel 3a, eerste lid, van bijlage II Besluit omgevingsrecht;

  • g.

    het project is erop gericht het rijksmonument te herstellen en daarbij:

    • 1°.

      de omvang van de ingreep zo veel mogelijk te beperken;

    • 2°.

      de oorzaak van de ontstane schade weg te nemen;

    • 3°.

      eerdere uitgevoerde restauraties met respect te behandelen;

  • h.

    aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

      een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf;

    • 2°.

      een sluitende begroting, waaruit tevens de bijdrage van derden blijkt;

    • 3°.

      een restauratieplan met daarin opgenomen een overzicht van de aan het monument te verrichten werkzaamheden, de huidige toestand inclusief de gebreken, een overzicht van de werkzaamheden en een bestek;

    • 4°.

      een inspectierapport van de monumentenwacht dat niet ouder is dan 2 jaar en 4 maanden betreffende de staat van het monument;

    • 5°.

      een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;.

    • 6°.

      een communicatieplan.

Artikel 1.7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen voor subsidie in aanmerking de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die als subsidiabel zijn aangemerkt in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten 2013, die als bijlage is opgenomen bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten van het Rijk.

Artikel 1.8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 1.7 komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking de kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen die als niet subsidiabel zijn aangemerkt in de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten 2013, die als bijlage is opgenomen bij de Subsidieregeling instandhouding monumenten van het Rijk.

Artikel 1.9 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend in de tenderperiode van 4 juni tot en met 31 oktober 2018.

Artikel 1.10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 1.4, voor de periode genoemd in artikel 1.9, vast op € 3.100.000.

Artikel 1.11 Subsidiehoogte

  • 1

     De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 1.4, bedraagt 70% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van €400.000.

  • 2

     Indien toepassing van het 1e lid tot gevolg heeft dat de subsidie minder dan €200.000 bedraagt, wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 1.12 Verdeelcriteria

  • 1.

    Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in artikel 1.10, te boven gaan, maken Gedeputeerde Staten voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de volgende criteria:

    • a.

      de mate waarin derden een financiële bijdrage, anders dan in de vorm van een lening, leveren aan de projectkosten, waarbij iedere 3% van de totale projectkosten wordt gewaardeerd met 1 punt, tot een maximum van 10 punten;

    • b.

      50 punten, indien het project een topmonument betreft;

    • c.

      10 punten, indien het monument is geabonneerd bij de Monumentenwacht;

    • d.

      de onderhoudstoestand van het onderdeel van het monument waarop het project is gericht, waarbij het onderdeel:

      • 1°.

        in een slechte onderhoudstoestand wordt gewaardeerd met 15 punten;

      • 2°.

        in een matige onderhoudstoestand wordt gewaardeerd met 10 punten;

      • 3°.

        in een redelijke onderhoudstoestand wordt gewaardeerd met 5 punten;

      • 4°.

        in een goede onderhoudsstaat wordt gewaardeerd met 0 punten;

    • e.

      de mate waarin de duurzame bestemming van het rijksmonument vaststaat, waarbij;

      • 1°.

        een project waarvan het rijksmonument reeds geheel duurzaam herbestemd is, wordt gewaardeerd met 20 punten;

      • 2°.

        een project waarvan het rijksmonument reeds gedeeltelijk duurzaam herbestemd is en het project gericht is op dit gedeelte, wordt gewaardeerd met 15  punten;

      • 3°.

        een project waarbij voor het gehele rijksmonument een realistisch plan klaar is om het duurzaam her te bestemmen, wordt gewaardeerd met 10 punten;

      • 4°.

        een project waarbij voor een gedeelte van het rijksmonument een realistisch plan klaar is om het duurzaam her te bestemmen en het project gericht is op dit gedeelte, wordt gewaardeerd met 5 punten;

    • f.

      publieke toegankelijkheid van het rijksmonument wordt gewaardeerd met maximaal 7 punten, waarbij elke dag van de week dat het rijksmonument toegankelijk is, wordt gewaardeerd met 1 punt;

    • g.

      10 punten, indien energiebesparende maatregelen onderdeel uitmaken van de subsidiabele restauratie werkzaamheden;

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid onder e, wordt een project, waarop zowel het eerste lid, onderdeel e, onder 2° als het eerste lid, onderdeel e, onder 4° van toepassing is, gewaardeerd met 15 punten.

  • 3.

    Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium genoemd in het eerst lid, onder b, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 4.

    Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium genoemd in het eerst lid, onder e, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

  • 5.

    Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 6.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt in volgorde van trekking.

  • 7.

    De beschikbare subsidie wordt verdeeld in de volgorde zoals door loting bepaald.

Artikel 1.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

     het project is afgerond op 1 juli 2021;

  • b.

     de subsidieontvanger moet bekijken of het project in aanmerking komt voor deelname aan het Restauratie opleiding programma;

  • c.

     de subsidieontvanger documenteert de verrichte werkzaamheden;

  • d.

     over de uitvoering van het project verschijnt ten minste een publicatie in een regionaal beschikbaar medium;

  • e.

     de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode van uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt meer dan twaalf maanden bedraagt;

  • f.

     de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 1.14 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een fotorapportage als bewijsstuk.

Artikel 1.15 Bevoorschotting en betaling

  • 1

     Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2

     Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.

§ 2 Eco-archeologisch onderzoek

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

     C14-dateringsonderzoek: radiometrische datering waarmee de ouderdom van organisch materiaal wordt bepaald met behulp van koolstof-14 isotopen;

  • b.

     conservering: combinatie van maatregelen en handelingen, die nodig is voor de consolidatie van een archeologisch object en het tegengaan van geconstateerd verval of het verhinderen van te verwachten verval van een archeologisch object;

  • c.

     eco-archeologische waarden: archeologische waarden van flora en fauna die goed bewaard zijn gebleven en kwetsbaar zijn;

  • d.

     OSL: Optically Stimulated Luminescence;

  • e.

     OSL-dateringsonderzoek: methode van onderzoek waarmee bepaald wordt hoe lang het geleden is dat een object verdwenen is onder de grond;

  • f.

     programma van eisen: document waarin onderzoekseisen worden opgelegd aan een initiatiefnemer van een ruimtelijk project die voldoen aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie zoals uitgegeven door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer te Gouda;

  • g.

     ruimtelijk project; natuurproject, waterproject of een ander ruimtelijk project;

  • h.

     specialistisch eco-archeologisch onderzoek: onderzoek van plantaardige en dierlijke overblijfselen en van textiel uit archeologische context, dendrochronologie, C14-dateringsonderzoek, isotopenonderzoek en OSL-dateringsonderzoek.

Artikel 2.2 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

     waterschappen;

  • b.

     gemeenten;

  • c.

    Staatsbosbeheer, stichting Ons Brabants Landschap en Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland;

  • d.

     universiteiten;

  • e.

     erkende wetenschappelijke instituten;

  • f.

     organisaties die specialistisch eco-archeologisch onderzoek uitvoeren.

Artikel 2.3 Subsidievorm

  • 1

     Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2

     Subsidies als bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 2.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:

  • a.

     het uitvoeren van specialistische eco-archeologisch onderzoek;

  • b.

     het conserveren van eco-archeologische waarden.

Artikel 2.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     het project menselijke skeletonderdelen betreft;

  • b.

     de uitvoering van het project of een onderdeel ervan, door het bevoegd gezag verplicht is gesteld aan de initiatiefnemer van een ruimtelijk project;

  • c.

    het bevoegd gezag het project redelijkerwijze had kunnen voorzien en dit had moeten opnemen in een programma van eisen van het archeologisch onderzoek, dat is uitgevoerd in verband met een ruimtelijk project, van na 31 augustus 2007;

  • d.

     de aanvrager een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in art. 2 onder nr. 18 Algemene Groepsvrijstellingsverordening;

  • e.

     de aanvrager een onderneming is ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

Artikel 2.6 Subsidievereisten

  • 1

     Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het project is gericht op:

      • 1°.

         eco-archeologische waarden gevonden in de provincie Noord-Brabant; en,

      • 2°.

         het behoud van eco-archeologische waarden; of

      • 3°.

         het behoud van informatie van of uit eco-archeologische waarden en draagt aantoonbaar bij aan de kennis over het klimaat, de flora en fauna, en het menselijk handelen in het verleden;

    • b.

       het project wordt uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;

    • c.

       het project komt voort uit een ruimtelijk project;

    • d.

       aan het project liggen ten grondslag:

      • 1°.

         een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf;

      • 2°.

         een sluitende begroting, in kalenderjaren uitgesplitst.

  • 2

     Onverminderd het eerste lid, wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       de opdrachtgever of initiatiefnemer van het project is:

      • 1°.

         een waterschap;

      • 2°.

         een gemeente; of

      • 3°.

         een terreinbeherende instantie;

    • b.

       het specialistische eco-archeologische onderzoek wordt uitgevoerd door een afgestudeerd academicus;

    • c.

       de academicus, bedoeld onder b, is verbonden aan:

      • 1°.

         een universiteit;

      • 2°.

         een erkend wetenschappelijk instituut; of

      • 3°.

         een organisatie die specialistisch eco-archeologisch onderzoek uitvoert;

    • d.

       aan het project ligt een onderzoeksplan ten grondslag.

  • 3

     Onverminderd het eerste lid, wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.4, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

    • a.

       het conserveren van eco-archeologische waarden wordt uitgevoerd door een persoon die verbonden is aan een organisatie gespecialiseerd in de conservering van organische materialen;

    • b.

       aan het project ligt een conserveringsplan ten grondslag.

Artikel 2.7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor het project voor subsidie in aanmerking.

Artikel 2.8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen kunnen van 4 juni 2018 tot en met 13 december 2018 worden ingediend.

Artikel 2.9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.4, voor de periode genoemd in artikel 2.8, vast op € 85.185.

Artikel 2.10 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.4, bedraagt ten hoogste € 24.500.

Artikel 2.11 Verdeelcriteria

  • 1

     Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2

     Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3

     Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats op basis van de percentuele hoogte van de eigen bijdrage en die van derden, waarbij een hoger percentage voorgaat op een lager percentage.

  • 4

     Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijke plaats eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald op basis van de hoogste eigen bijdrage in absolute zin, waarbij een hogere bijdrage voorgaat op een lagere bijdrage.

  • 5

     Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijke plaats eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

Artikel 2.12 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de verplichting dat het project uiterlijk twee jaar na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening is gerealiseerd.

Artikel 2.13 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van:

  • a.

     een activiteitenverslag;

  • b.

     beeld- of geluidsmateriaal.

§ 3 Instandhouding molens

Artikel 3.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    Sim: Subsidieregeling instandhouding monumenten;

  • b.

     inspectierapport: rapport met overzichts- en detailfoto’s, waaruit de technische staat van de molen nauwkeurig blijkt en waarmee de noodzaak van de ingrepen voldoende wordt onderbouwd;

  • c.

     instandhouding: noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde;

  • d.

     molen: al dan niet meer voor de oorspronkelijke functie in bedrijf zijnde wind- of watermolen of molenrestant.

Artikel 3.2 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

     natuurlijke personen;

  • b.

     rechtspersonen.

Artikel 3.3 Subsidievorm

  • 1

     Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2

     Subsidies als bedoeld in het eerste lid, worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 3.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de instandhouding van molens.

Artikel 3.5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     aan de subsidieaanvrager door Gedeputeerde Staten reeds eerder subsidie is verstrekt voor de instandhouding van de molen voor een of meerdere kalenderjaren van het instandhoudingsplan;

  • b.

     de aanvrager een onderneming is die in financiële moeilijkheden verkeert, als bedoeld in art. 2 onder nr. 18 Algemene Groepsvrijstellingsverordening;

  • c.

     de aanvrager een onderneming is ten aanzien waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

Artikel 3.6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de molen is gelegen binnen het grondgebied van de provincie Noord-Brabant;

  • b.

    de molen is aangewezen als een rijksmonument;

  • c.

    de subsidieaanvrager beschikt over de beschikking van het Rijk, strekkende tot subsidieverlening op grond van de Sim voor de betreffende molen, inclusief bijlagen inzake het vaststellen van de subsidiabele kosten;

  • d.

    aan het project ligt een door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geaccordeerd instandhoudingsplan ten grondslag, dat betrekking heeft op de periode 2018-2023 en waarin in ieder geval zijn opgenomen:

    • 1°.

      een specificatie van de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden;

    • 2°.

      een omschrijving van de hiermee beoogde resultaten;

    • 3°.

      een actueel inspectierapport dat uiterlijk is opgesteld twee jaar voorafgaand aan de periode van het instandhoudingsplan;

    • 4°.

      een sluitende meerjarenbegroting waarin wordt aangegeven in welk jaar de onderscheiden werkzaamheden worden verricht.

Artikel 3.7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.4, de door het Rijk bij beschikking strekkende tot subsidieverlening op grond van de Sim voor de betreffende molen vastgestelde totale subsidiabele kosten, voor subsidie in aanmerking.

Artikel 3.8 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 4 juni 2018 tot en met 13 december 2018.

Artikel 3.9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 3.4, voor de periode genoemd in artikel 3.8 vast op €30.000.

Artikel 3.10 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 3.4, bedraagt 20% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 10.000.

Artikel 3.11 Verdeelcriteria

  • 1

     Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2

     Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3

     Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 3.12 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door toezending van een activiteitenverslag.

§ 4 Vouchers onderzoek herbestemming monumenten

Artikel 4.1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a.

    Asv: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

  • b.

    businesscase: vierde fase in het onderzoek naar herbestemming, als omschreven in bijlage 1;

  • c.

    concept: derde fase in het onderzoek naar herbestemming, als omschreven in bijlage 1;

  • d.

    de-minimis steun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de de-minimis verordening;

  • e.

    de-minimis verordening: Verordening 1407/2013 van de Europese Commissie van 18 december 2013 (PBEU 2013 L352/1);

  • f.

    gemeentelijk monument: gebouw of complex van gebouwen dat als monument is aangewezen bij gemeentelijke verordening;

  • g.

    haalbaarheidsonderzoek: tweede fase in het onderzoek naar herbestemming, als omschreven in bijlage 1;

  • h.

    herbestemming: de bestaande bestemming van een monument wijzigen dan wel een nieuwe bestemming geven of toevoegen aan de bestaande bestemming;

  • i.

    initiatiefnemer: publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon;

  • j.

    onderzoek: het laten uitvoeren van een gefaseerd onderzoek naar de mogelijkheden tot herbestemming van een rijksmonument of gemeentelijk monument;

  • k.

    plan van aanpak: eerste fase in het onderzoek naar herbestemming, als omschreven in bijlage 1;

  • l.

    rijksmonument: gebouw of complex van gebouwen dat als monument is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, als bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet;

  • m.

    woonhuis: monument dat in oorsprong is vervaardigd voor bewoning of dat voor meer dan de helft van de oppervlakte voor bewoning in gebruik is, tenzij het deel uitmaakt van een geregistreerd museum, kerkgebouw, kasteel, paleis, hoofdhuis van een buitenplaats, landhuis, gebouw van liefdadigheid, molen, gemaal, agrarisch gebouw of watertoren.

Artikel 4.2 Doelgroep

Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:

  • a.

    een eigenaar van een rijksmonument of een gemeentelijk monument;

  • b.

    een rechtspersoon.

Artikel 4.3 Subsidievorm

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies.

  • 2.

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 4.4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor het laten uitvoeren van onderzoek naar een herbestemming van een rijksmonument of gemeentelijk monument niet zijnde een woonhuis, welk onderzoek bestaat uit een van de volgende fases:

  • a.

    het ontwikkelen van een plan van aanpak;

  • b.

    het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek;

  • c.

    het ontwikkelen van een concept;

  • d.

    het opstellen van een businesscase.

Artikel 4.5 Weigeringsgronden

  • 1.

    Subsidie wordt geweigerd indien:

    • a.

      reeds voor indiening van de aanvraag begonnen is met de uitvoering van het project;

    • b.

      reeds eerder subsidie is verleend op grond van deze of een andere provinciale subsidieregeling voor hetzelfde project met betrekking tot hetzelfde monument;

    • c.

      aanvrager reeds € 15.000 aan subsidie heeft ontvangen op grond van deze paragraaf voor activiteiten genoemd in artikel 4.4;

    • d.

      het project niet de instemming heeft van de eigenaar van het monument waarop het onderzoek betrekking heeft;

    • e.

      het monument een woonhuis is.

  • 2.

    Onverminderd het eerste lid, wordt een subsidie voor het laten uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek als bedoeld in artikel 4.4, onder b, geweigerd indien in de afgelopen vijf jaar op grond van een rijkssubsidieregeling reeds subsidie is verleend voor het laten uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek voor hetzelfde monument.

  • 3.

    In afwijking van het eerste lid, onder c, wordt indien het monument waarop de aanvraag betrekking heeft, bestaat uit een complex van monumentale gebouwen, subsidie geweigerd indien reeds € 45.000 aan steun is verleend op grond van deze regeling voor activiteiten genoemd in artikel 4.4.

Artikel 4.6 Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project richt zich op een van de volgende fases van onderzoek naar een herbestemming:

    • 1°.

       het ontwikkelen van een plan van aanpak;

    • 2°.

       het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek

    • 3°.

       het ontwikkelen van een concept;

    • 4°.

       het opstellen van een businesscase.

  • b.

    het project heeft betrekking op een rijksmonument of een gemeentelijk monument;

  • c.

    het monument is gelegen in de provincie Noord-Brabant;

  • d.

    de subsidieaanvrager is:

    • 1°.

      eigenaar van het monument; of

    • 2°.

      een initiatiefnemer die zich ten doel heeft gesteld herbestemming van het monument mogelijk te maken;

  • e.

    het project wordt uitgevoerd door een daartoe deskundige derde;

  • f.

    aan het project ligt een projectbeschrijving ten grondslag waarin in ieder geval is opgenomen:

    • 1°.

      de resultaten van het onderzoek van de voorafgaande fases, als bedoeld onder e en in bijlage 1;

    • 2°.

      een offerte voor de uitvoering van het project van de door de aanvrager geselecteerde deskundige;

    • 3°.

      een sluitende en realistische projectbegroting.

Artikel 4.7 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 6 november 2018 tot en met 31 januari 2020.

Artikel 4.8 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode genoemd in artikel 4.7 vast op € 300.000.

Artikel 4.9 Subsidiehoogte

  • 1.

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4.4, bedraagt € 5.000.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, wordt maximaal slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat over een periode van drie belastingjaren het plafond voor de-minimis steun niet wordt overschreden.

Artikel 4.10 Verdeelcriteria

  • 1.

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2.

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking als bedoeld in het eerste lid, de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3.

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

  • 4.

    De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt in volgorde van trekking.

  • 5.

    De subsidie wordt verdeeld in de volgorde van trekking zoals door loting is bepaald.

Artikel 4.11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

  • a.

    het project wordt binnen zes maanden na verlening van de subsidie afgerond;

  • b.

    de subsidieontvanger zendt na afronding van het project een exemplaar van het onderzoeksrapport ter informatie aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 4.12 Prestatieverantwoording

De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van een activiteitenverslag.

Artikel 4.13 Bevoorschotting en betaling

  • 1.

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag overeenkomstig artikel 23, tweede lid van de Asv.

  • 2.

    Gedeputeerde Staten betalen het voorschot, bedoeld in het eerste lid, in een keer, overeenkomstig artikel 23, derde lid van de Asv.

Artikel 4.14 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2020 aan Provinciale Staten een verslag over de werking van deze regeling in de praktijk.

§ 5 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 5.1 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2016 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk

Artikel 5.2 Intrekking

De Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant wordt ingetrokken.

Artikel 5.3 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 5.4 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016.

’s-Hertogenbosch, 19 juli 2016

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris mw. ir. A.M. Burger

 

Bijlage 1 behorende bij § 4 van de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2016

In het onderzoek naar herbestemmingsmogelijkheden van een monument worden vier fases onderscheiden:

 

Fase 1:  het ontwikkelen van een plan van aanpak

Dit houdt in elk geval de volgende, specifiek op het betrokken monument betrekking hebbende activiteiten in:

  • -

    uitwerken van een eerste idee en komen toto één lijn in samenwerking met de relevante partijen;

  • -

    kennisniveau van de initiatiefnemers verhogen;

  • -

    proces van herbestemming vastleggen;

  • -

    gemeenschappelijke uitgangspunten formuleren;

  • -

    gezamenlijke ambities, doelen en ideeën voor herbestemming formuleren. 

Fase 2: het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek

Deze fase houdt het doen van een verkenning gericht op de mogelijkheden van de herbestemming, op de volgende terreinen:

  • -

    de bouwhistorische en cultuurhistorische kenmerken van het monument in relatie tot de herbestemming;

  • -

    de bouwkundige staat van het monument;

  • -

    de mogelijke nieuwe of aanvullende functies van het monument; en

  • -

    de financiële mogelijkheden en knelpunten van de herbestemming van het monument. 

Fase 3: het ontwikkelen van een concept

Deze fase omvat het proces om van het vooronderzoek naar een ontwerp te komen, waarbij de haalbaarheid en uitvoerbaarheid wordt onderbouwd door in elk geval:

  • -

    marktanalyses, trends en ontwikkelingen;

  • -

    omschrijving van concept, uitgangspunten en doelstellingen;

  • -

    positionering en doelgroepen van het concept;

  • -

    design, impressie hoe het concept eruit komt te zien;

  • -

    kosten van het concept;

  • -

    beschrijving van de risico’s bij het realiseren van het concept;

  • -

    draagvlak bij de betrokken partijen; 

Fase 4: het opstellen van een business case

De business case biedt een integrale afweging van alle relevante belangen van het project en de betrokken partijen, waarbij in elk geval aandacht wordt besteed aan:

  • -

    een kosten-baten analyse rekening houdend met de risico’s;

  • -

    inzicht in de financieringsbehoefte;

  • -

    rechtvaardiging van de investering, gezien alle, ook niet-financiële belangen;

  • -

    het ontwikkelen van draagvlak voor een investeringsbesluit;

  • -

    het beheer van het project;

  • -

    het betrekken van overheden of andere stakeholders bij het project.

Vragen over regelingen?

Contacten (2)

Open Links Sluit Links