Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingSubsidieregeling gebiedsopgaven Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling gebiedsopgaven Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Eigen onderwerpnatuur en landschap, ruimtelijke ordening, subsidies, financieel kader
Externe bijlagenKaart Kleine Beerze Uitvoeringsprogramma Kleine Beerze 2012-2017

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening Noord-Brabant, art. 2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

24-09-2014Art. 25

16-09-2014

Provinciaal Blad, 2014, 108

S0288788
21-03-201424-09-2014Hernummering art. 31 t/m 33 tot 46 t/m 48, nieuw art. 31 t/m 45

18-03-2014

Provinciaal Blad, 2014, 36

3548555
28-02-201421-03-2014Art. 8, 9, 10

25-02-2014

Provinciaal Blad, 2014, 24

S0280402
11-07-201327-02-2014nieuwe regeling

02-07-2013

Provinciaal Blad, 2013, 111

3416359

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling gebiedsopgaven Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;

Overwegende dat Provinciale Staten op 1 oktober 2010 de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant hebben vastgesteld, welke structuurvisie in werking is getreden op 1 januari 2011;

Overwegende dat de provincie in deze structuurvisie heeft aangegeven dat zij met negen zogenoemde gebiedsopgaven in samenwerking met de regio een substantiele bijdrage wil leveren aan de ambitie om van Brabant een hoogwaardige kennis- en innovatieregio te maken, door middel van de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het Noordbrabantse platteland, complementair aan de innovatieve stedelijke landschappen;

Overwegende dat Provinciale Staten besloten hebben middelen beschikbaar te stellen voor het versterken van de ruimtelijke kwaliteit in de gebiedsopgaven Brainport-oost en Levende Beerze;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

§ 1 Brainport Oost

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt onder verstaan onder:

  • a.

    Brainport Oost: gebied van de gemeenten Asten, Deurne, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert Bakel, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Sint-Oedenrode, Someren, Son en Breugel en Veghel;

  • b.

    tracé van de Noord-Oost Corridor: tracé gelegen binnen het gebied van Brainport Oost.

Artikel 2 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door:

  • a.

    gemeenten en waterschappen gelegen in Brainport Oost;

  • b.

    het samenwerkingsverband Regio Eindhoven.

Artikel 3 Subsidievorm

  • 1

    Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies.

  • 2

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de versterking van de ruimtelijke kwaliteit in Brainport Oost.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de totale projectkosten minder bedragen dan € 500.000;

  • b.

    voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van een andere provinciale subsidieregeling.

Artikel 6 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in Brainport Oost;

  • b.

    het project leidt tot een versnelling van de realisatie van ruimtelijke kwaliteit;

  • c.

    het project biedt oplossingen voor meerdere knelpunten op het gebied van natuur, landschap, waterbeheer of recreatie;

  • d.

    het project belemmert niet de aanleg van infrastructuur op het tracé van de Noord-Oost Corridor;

  • e.

    het project draagt bij aan ten minste een van de volgende thema’s die betrekking hebben op ruimtelijke kwaliteit:

    • 1°.

      versterking van de gebiedsstructuur van de beekdalen;

    • 2°.

      het geven van een kwaliteitsimpuls in de overgang van stad en platteland;

    • 3°.

      het zichtbaar en beleefbaar maken van het huidige landschap in relatie tot het verleden;

    • 4°.

      het ontsluiten van het gebied voor langzaam verkeer en recreanten;

  • f.

    aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

      een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

    • 2°.

      een sluitende begroting.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.

Artikel 8 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 7 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor investeringen in het op orde brengen van de basis van natuur en water, voor zover voorzien in een andere provinciale regeling;

  • b.

    kosten voor investeringen in gebouwen, bouwwerken en woonhuizen met uitzondering van Rijksmonumenten en andere gebouwen van cultuurhistorisch belang of gebouwen met een kleinschalige maatschappelijke bestemming;

  • c.

    kosten voor investeringen in verharde wegen inclusief de daarvoor benodigde kunstwerken, met uitzondering van fiets-, wandel- en ruiterpaden en de daarvoor benodigde kunstwerken;

  • d.

    kosten waarvoor de aanvrager reeds subsidie heeft ontvangen;

  • e.

    kosten gemaakt voor 3 maart 2014;

  • f.

    kosten voor uitvoering van wettelijke taken;

  • g.

    kosten voor beheer en onderhoud;

  • h.

    kosten voor aansprakelijkheid en verhaal;

  • i.

    kosten voor reguliere activiteiten van de aanvrager.

Artikel 9 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de periode van 3 maart 2014 tot en met 31 juli 2014.

Artikel 10 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4, voor de periode van 3 maart 2014 tot en met 31 juli 2014, vast op € 9.500.000.

Artikel 11 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 2.500.000.

Artikel 12 Verdeelcriteria

  • 1

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 13 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1

    De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

    • a.

      het project start voor 1 januari 2015;

    • b.

      het project wordt voor 1 januari 2018 gerealiseerd;

    • c.

      de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode vanaf de verlening van de subsidie tot de vaststelling van de subsidie meer dan 12 maanden bedraagt;

    • d.

      de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.

  • 2

    De subsidieontvanger kan een aanvraag indienen tot ontheffing van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onder b, indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om te voldoen aan deze verplichting.

Artikel 14 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 15 Bevoorschotting en betaling

  • 1

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2

    Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 3

    Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

§ 2 Kleine Beerze

Artikel 16 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • 1.

    Kleine Beerze: het gebied zoals weergegeven op de kaart in bijlage 1;

  • 2.

    uitvoeringsprogramma: uitvoeringsprogramma Kleine Beerze, zoals opgenomen in bijlage 2.

Artikel 17 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door gemeenten gelegen in de Kleine Beerze.

Artikel 18 Subsidievorm

  • 1

    Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies.

  • 2

    Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 19 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de Kleine Beerze.

Artikel 20 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    het aangevraagde subsidiebedrag minder bedraagt dan € 25.000;

  • b.

    voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van een andere provinciale subsidieregeling.

Artikel 21 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 19 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    het project wordt uitgevoerd in de Kleine Beerze;

  • b.

    het project sluit aan bij de omschrijving van de projectvoorstellen, zoals opgenomen in het uitvoeringsprogramma;

  • c.

    het project voldoet aan ten minste een van de volgende vereisten:

    • 1°.

      het project draagt bij aan het behouden en versterken van het landschap in ecologische, cultuurhistorische en ruimtelijke zin;

    • 2°.

      het project draagt bij aan het versterken van het recreatief gebruik en de beleving van het landschap;

    • 3°.

      het project draagt bij aan de leefbaarheid van dorpen of het platteland.

  • d.

    aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

      een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

    • 2°.

      een sluitende begroting.

Artikel 22 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.

Artikel 23 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 22 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten waarvoor de aanvrager reeds subsidie heeft ontvangen;

  • b.

    kosten voor investeringen in gebouwen, bouwwerken en woonhuizen met uitzondering van Rijksmonumenten en andere gebouwen van cultuurhistorisch belang of gebouwen met een kleinschalige maatschappelijke bestemming;

  • c.

    kosten gemaakt voorafgaand aan indiening van de subsidieaanvraag;

  • d.

    kosten voor uitvoering van wettelijke taken;

  • e.

    kosten voor aansprakelijkheid en verhaal;

  • f.

    kosten voor reguliere activiteiten van de aanvrager.

Artikel 24 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend voor 1 oktober 2015.

Artikel 25 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 19 voor de periode tot en met 30 september 2015 vast op € 840.000.

Artikel 26 Subsidiehoogte

  • 1

    De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 19 bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten.

  • 2

    Indien de hoogte van de subsidie minder bedraagt dan € 25.000 wordt de subsidie niet verstrekt.

Artikel 27 Verdeelcriteria

  • 1

    Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3

    Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 28 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1

    De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

    • a.

      het project wordt voor 1 januari 2018 gerealiseerd;

    • b.

      de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode vanaf de verlening van de subsidie tot de vaststelling van de subsidie meer dan 12 maanden bedraagt;

    • c.

      de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.

  • 2

    De subsidieontvanger kan een aanvraag indienen tot ontheffing van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onder a, indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om te voldoen aan deze verplichting.

Artikel 29 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 30 Bevoorschotting en betaling

  • 1

    Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2

    Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt in een keer betaald.

§ 3 Waterpoort

Artikel 31 Begripsbepalingen

In deze paragraaf wordt verstaan onder Waterpoort: gebied van de gemeenten Steenbergen, Bergen op Zoom, Moerdijk, Halderberge, Tholen en Goeree-Overflakkee.

Artikel 32 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door gemeenten gelegen in Waterpoort.

Artikel 33 Subsidievorm

  • 1

     Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze regeling projectsubsidies.

  • 2

     Subsidies als bedoeld in het eerste lid worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag.

Artikel 34 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de versterking van de ruimtelijke kwaliteit in Waterpoort.

Artikel 35 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

     de totale projectkosten minder bedragen dan € 500.000,-;

  • b.

     voor het project reeds subsidie is verstrekt op grond van een andere provinciale subsidieregeling.

Artikel 36 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 34 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     het project wordt uitgevoerd in Waterpoort;

  • b.

     het project draagt bij aan de verbetering van de zoetwatervoorziening voor landbouw en natuur in West-Brabant;

  • c.

     het project biedt meekoppelkansen voor recreatie;

  • d.

     aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

       een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf;

    • 2°.

       een sluitende begroting.

Artikel 37 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking.

Artikel 38 Niet subsidiabele kosten

In afwijking van artikel 37 komen de volgende kosten in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     kosten waarvoor de aanvrager reeds subsidie heeft ontvangen;

  • b.

     kosten gemaakt voor 1 december 2013;

  • c.

     kosten voor uitvoering van wettelijke taken;

  • d.

     kosten voor beheer en onderhoud;

  • e.

     kosten voor aansprakelijkheid en verhaal.

Artikel 39 Vereisten subsidieaanvraag

Subsidieaanvragen worden ingediend van 24 maart 2014 tot en met 30 april 2014.

Artikel 40 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 34, voor de periode van 24 maart 2014 tot en met 30 april 2014, vast op € 6.300.000,-.

Artikel 41 Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 6.300.000,-.

Artikel 42 Verdeelcriteria

  • 1

     Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2

     Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3

     Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 43 Verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1

     De subsidieontvanger heeft in ieder geval de volgende verplichtingen:

    • a.

       het project wordt voor 1 januari 2019 gerealiseerd;

    • b.

       de subsidieontvanger overlegt jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, indien de periode vanaf de verlening van de subsidie tot de vaststelling van de subsidie meer dan 12 maanden bedraagt;

    • c.

       de subsidieontvanger houdt een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en overlegt deze desgevraagd aan Gedeputeerde Staten.

  • 2

     De subsidieontvanger kan een aanvraag indienen tot ontheffing van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, onder a, indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om te voldoen aan deze verplichting en waarbij er geen sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de subsidieontvanger.

Artikel 44 Prestatieverantwoording

Gedeputeerde Staten leggen in de beschikking tot subsidieverlening vast op welke wijze de subsidieontvanger bij de aanvraag tot vaststelling aantoont dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan.

Artikel 45 Bevoorschotting en betaling

  • 1

     Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van ten hoogste 80% van het verleende subsidiebedrag.

  • 2

    . Gedeputeerde Staten bepalen de hoogte van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, op basis van prestaties, besteding en liquiditeitsbehoefte van de subsidieontvanger.

  • 3

    . Gedeputeerde Staten betalen het voorschot in termijnen, waarvan de hoogte en de tijdstippen in de beschikking tot subsidieverlening worden bepaald.

§4 Slotbepalingen

Artikel 46 Evaluatie

Gedeputeerde Staten zenden in 2015 en vervolgens telkens na twee jaar aan Provinciale Staten een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

Artikel 47 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 48 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling gebiedsopgaven Noord-Brabant.

’s-Hertogenbosch, 2 juli 2013

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

Bijlagen

Bijlage 1 bij Subsidieregeling gebiedsopgaven Noord-Brabant

Kaart Kleine Beerze

Bijlage 2 bij Subsidieregeling gebiedsopgaven Noord-Brabant

Uitvoeringsprogramma Kleine Beerze 2012-2017

Vragen over regelingen?

Contacten (2)

Open Links Sluit Links