Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingSubsidieregeling beëindiging intensieve veehouderijen Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling beëindiging intensieve veehouderijen Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Eigen onderwerpagrarische sector, reconstructie, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Bij besluit van 30 augustus 2010 (Provinciaal Blad 2010, 160) hebben Gedeputeerde Staten een openstellingsperiode (1 oktober t/m 15 november 2010), alsmede een subsidieplafond ( € 5.100.000,-)voor deze regeling (derde openstelling)vastgesteld.

Bij besluit van 4 januari 2011 (Provinciaal Blad 2011, 10) hebben Gedeputeerde Staten besloten het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor aanvragen lopende van 1 oktober 2010 tot en met 15 november 2010 vastgesteld op € 1.875.000,-.

Bij besluit van 31 januari 2012 (Provinciaal Blad 2012, 28) hebben Gedeputeerde Staten besloten het subsidieplafond als bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor aanvragen lopende van 1 oktober 2010 tot en met 15 november 2010 vastgesteld op  € 8.875.000,-.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art. 2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-03-201301-03-2013Intrekking

26-02-2013

Provinciaal Blad, 2013, 21

S0259574
03-02-201215-12-201101-03-2013art. 10, eerste lid

31-01-2012

Provinciaal Blad, 2012, 27

S0234669
07-10-201001-10-2010art, 1, art. 2, art, 10, art. 11, bijlage 1

05-10-2010

Provinciaal Blad, 2010, 159

1415731

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    agrarisch bedrijf: bedrijf gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren; een bedrijfsmatig karakter wordt geacht aanwezig te zijn indien voor de uitoefening van de agrarische activiteiten een vergunning is verleend op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer of als de uitoefening van deze activiteiten valt onder de regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen op grond van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer;

  • b.

    niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf;

  • c.

    intensieve veehouderij: agrarisch bedrijf met een bedrijfvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkrundveehouderij;

  • d.

    reconstructieplan: door Provinciale Staten van Noord-Brabant op grond van de Reconstructiewet concentratiegebieden vastgesteld reconstructieplan voor de revitalisering van het landelijk gebied in Oost en Midden-Brabant;

  • e.

    gebiedsplan: door Provinciale Staten van Noord-Brabant vastgesteld gebiedsplan voor de revitalisering van het landelijk gebied in West-Brabant;

  • f.

    extensiveringsgebied met primaat natuur, in Oost- en Midden-Brabant: in een reconstructieplan als “Extensiveringsgebied Natuur” aangewezen gebied;

  • g.

    extensiveringsgebied overig, in Oost- en Midden-Brabant: in een reconstructieplan als “Extensiveringsgebied Overig” aangewezen gebied;

  • h.

    extensiveringsgebied in West-Brabant: in een gebiedsplan als ”Extensivering intensieve veehouderij” aangewezen gebied;

  • i.

    250 meter zone rond zeer kwetsbaar gebied: op de kaart bij het het besluit van Provinciale Staten van Noord-Brabant van 3 oktober 2008 tot aanwijzing van de zeer kwestbare gebieden in de zin van artikel 2, eerste lid van de Wet ammoniak en veehouderij, als “250 m zone Wav-gebieden” aangewezen gebied;

  • j.

    EHS: de ecologische hoofdstructuur, zoals die is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van het Rijk (1990) en voortgezet in de rijksnota “Natuur voor mensen, mensen voor natuur” (2000); voor de begrenzing op detailniveau in de Provincie Noord-Brabant zijn de door Gedeputeerde Staten krachtens de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 of de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant vastgestelde Natuurgebiedsplannen bepalend; de beheersgebieden blijven voor de onderhavige regeling buiten beschouwing;

  • k.

    bedrijfskavel: aaneengesloten stuk grond waarop de hoofdgebouwen van een intensieve veehouderij staan;

  • l.

    bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;

  • m.

    gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

  • n.

    glasopstanden: constructie van staand glas of een staande constructie van met glas overeenkomend materiaal;

  • o.

    gecorrigeerde vervangingswaarde: gecorrigeerde vervangingswaarde, overeenkomstig artikel 17, derde lid, tweede volzin, van de Wet waardering onroerende zaken;

  • p.

    KWIN-V: kwantitatieve informatie over de veehouderij, opgenomen in de desbetreffende KWIN-uitgave van het Wageningen Universiteit en Researchcentrum (UR);

  • q.

    VIV: beleidsregelingen van de provincie Noord-Brabant met betrekking tot de verplaatsing van intensieve veehouderijen;

  • r.

    BBL: bureau beheer landbouwgronden als bedoeld in artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer

  • s.

     verwevingsgebied, in Oost- en Midden-Brabant: in een reconstructieplan als “Verwevingsbied” aangewezen gebied. 

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

  • 1 Gedeputeerde Staten verstrekken op aanvraag van een belanghebbende subsidie voor de beëindiging van een intensieve veehouderij waarvan de bedrijfskavel geheel of in hoofdzaak ligt in:

    • a.

      een extensiveringsgebied met primaat natuur, in Oost- en Midden-Brabant, of:

    • b.

      een extensiveringsgebied overig, in Oost- en Midden-Brabant, of;

    • c.

      een verwevingsgebied, in Oost- en Midden-Brabant, voor zover samenvallend met een 250 meter zone rond zeer kwetsbaar gebied, of:

    • d.

      een extensiveringsgebied in West-Brabant.

  • 2 Voor de begrenzing op detailniveau van de in het eerste lid genoemde gebieden en zones is bepalend de informatie op de basisbestanden voor de “Correctieve herziening reconstructieplannen 2008 – Integrale zonering van de intensieve veehouderij (IZ)” en “Gebiedsplan 2005, Extensivering intensieve veehouderij” en de basisbestanden voor de CD-ROM “Kaart Wet ammoniak en veehouderij, versie 3 oktober 2008”, uitgegeven door de Provincie Noord-Brabant.

Artikel 3 Voorwaarden subsidie

  • 1 De subsidie bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt slechts verstrekt indien:

    • a.

      de intensieve veehouderij gedurende vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag om subsidieverlening onafgebroken actief is geëxploiteerd, behoudens onderbrekingen in verband met de normale bedrijfsvoering of een wisseling van eigenaar- of beheerderschap;

    • b.

      alle activiteiten in het kader van de intensieve veehouderij op de bedrijfskavel en de daarbij behorende gronden zijn beëindigd;

    • c.

      alle gebouwen, bouwwerken en vaste installaties, inclusief kelderruimten, sleufsilo’s en vloerplaten, met de bijbehorende fundamenten en ondergrondse voorzieningen van de bedrijfskavel zijn verwijderd, op een wijze die verantwoord is uit een oogpunt van milieuzorg en de bedrijfskavel is geëgaliseerd, behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel;

    • d.

      de subsidie-ontvanger meewerkt aan de verlening van een passende andere bestemming door het gemeentebestuur aan de bedrijfskavel en, voorzover nodig, aan de daarbij behorende gronden, waarbij:

      • i

         de uitoefening van een intensieve veehouderij voortaan is uitgesloten,

      • ii

         het agrarisch bouwblok wordt geschrapt, dan wel, bij handhaving of toekenning van een andere agrarische bestemming, wordt verkleind tot een oppervlakte die strikt voldoende is voor de bebouwing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, juncto artikel 3, tweede lid, en

      • iii

         wijzigings- en overschakelbevoegdheden zijn uitgesloten, en in afwachting van de aanpassing van het bestemmingsplan geen bouwwerken zal oprichten op de bedrijfskavel, behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel, en ter verzekering hiervan met de provincie Noord-Brabant een overeenkomst heeft gesloten volgens het in bijlage 5 opgenomen model;

    • e.

      voor de bedrijfskavel na de indiening van de aanvraag om subsidieverlening geen aanvragen om een bouwvergunning zijn ingediend en ten tijde van de indiening van de aanvraag om subsidieverlening aanhangige bouwaanvragen, danwel nog niet gebruikte bouwvergunningen, zijn ingetrokken;

    • f.

      bodemverontreiniging op de bedrijfskavel en de daarbij behorende gronden, indien aanwezig, is teruggebracht tot een niveau dat in verband met het te verwachten grondgebruik aanvaardbaar kan worden geacht;

    • g.

      de milieuvergunning, indien verleend, voor de uitoefening van de intensieve veehouderij is ingetrokken, danwel zodanig is gewijzigd dat de uitoefening van de intensieve veehouderij ter plaatse niet langer mogelijk is;

    • h.

      de tot het agrarisch bedrijf behorende grond voorzover die in de EHS is gelegen, met uitzondering van het erfperceel waarvan de oppervlakte ten hoogste een hectare bedraagt, voorafgaand aan de subsidievaststelling in eigendom is overgedragen aan BBL, dan wel is onttrokken aan pacht via beëindiging van de pachtovereenkomst, voorzover de betrokken grond eigendom is van Staatsbosbeheer of een particuliere natuurbeschermingsorganisatie, een en ander behoudens het bepaalde in het derde lid van dit artikel;

    • i.

      bij de aanvraag om subsidieverlening ten behoeve van BBL melding is gedaan van de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond;

    • j.

      de subsidieontvanger elders niet opnieuw een intensieve veehouderij zal starten en ter verzekering hiervan met de Provincie Noord-Brabant een overeenkomst heeft gesloten volgens het in bijlage 5 opgenomen model.

  • 2 Het behoud van gebouwen, danwel het terugbouwen van gebouwen op de bedrijfskavel, is toegestaan tot een oppervlakte van ten hoogste 200 m2, mits er een woning aanwezig is op of bij de betrokken kavel en de afstand tot deze woning niet meer dan 25 meter bedraagt. Het behoud van gebouwen waarover het gemeentebestuur heeft verklaard dat sloop daarvan niet zal worden toegestaan is eveneens toegestaan, evenals het behoud van bedrijfsruimten en voormalige bedrijfsruimten die onlosmakelijk zijn verbonden met het woonhuis en daarmee architektonisch een geheel vormen.

  • 3 De in het eerste lid, onder h genoemde voorwaarde geldt niet indien voor de in dit onderdeel bedoelde landbouwgronden op het moment van de subsidieverlening een beheers-, inrichtings- of functieveranderingssubsidie wordt verstrekt met toepassing van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 of de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant.

Artikel 4 Uitsluiting of vermindering subsidie

  • 1 Geen subsidie wordt verstekt indien:

    • a.

      ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening geen milieuvergunning voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf geldt en de agrarische activiteiten evenmin vallen onder de regels voor niet-vergunningplichtige inrichtingen op grond van artikel 8.40 van de Wet milieubeheer;

    • b.

      ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening de te slopen oppervlakte aan bedrijfsgebouwen ten dienste van het agrarisch bedrijf op de bedrijfskavel minder dan 200 m² bedraagt;

    • c.

      met de uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c is begonnen voordat de beschikking over de verlening van subsidie is verzonden aan de aanvrager;

    • d.

      de bedrijfskavel is aangekocht door of in eigendom is van een overheidslichaam, behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel;

    • e.

      op de bedrijfskavel of de daarbij behorende gronden woningbouw is toegestaan volgens een geldend bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, of volgens een geldend besluit als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening;

    • f.

      de beëindiging van het bedrijf is ingebracht bij een verzoek om planologische medewerking aan:

      • 1.

        de bouw van een ruimte voor ruimte woning,

      • 2.

        de uitvoering van een verbeterproject in het buitengebied, of

      • 3.

        de ontwikkeling van een nieuw landgoed of een nieuwe buitenplaats,een en ander als bedoeld in paragraaf 3.6.2 van het Streekplan Noord-Brabant 2002 “Brabant in balans” of paragraaf 4.6.1 van de Interimstructuurvisie Noord-Brabant, zoals uitgewerkt in paragraaf 6.2 van de Paraplunota ruimtelijke ordening.

    • g.

      de tot de het agrarisch bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond, voorzover deze in de EHS is gelegen, na de datum waarop deze regeling wordt bekendgemaakt, is verkleind, anders dan door eigendomsoverdracht aan BBL, danwel door beëindiging van pacht voorzover de betrokken grond eigendom is van Staatsbosbeheer of een particuliere natuurbeschermingsorganisatie als bedoeld in artikel 3, eerste lid 1, onder g, tenzij voor het gedeelte waarmee de oppervlakte is verkleind ten tijde van de subsidieverlening op grond van de onderhavige regeling een beheers-, inrichtings, of functieveranderingssubsidie wordt verstrekt met toepassing van de Subsidieregeling natuurbeheer 2000 of de Subsidieregeling natuurbeheer Noord-Brabant;

    • h.

      het agrarisch bedrijf in financiële moeilijkheden verkeert;

    • i.

      ten tijde van de aanvraag om subsidieverlening terzake van de intensieve veehouderij reeds een aanvraag om subsidieverlening op grond van deze regeling in behandeling is of reeds een subsidie op grond van de regeling is verstrekt..

  • 2 Als de bedrijfskavel geheel of gedeeltelijk door de provincie Noord-Brabant is aangekocht in het kader van de VIV en de juridische levering niet heeft plaatsgevonden, dan kan de subsidie-aanvrager ervoor kiezen om zijn deelname aan de VIV te beëindigen en in plaats daarvan een beroep te doen op de onderhavige subsidieregeling.Als voor de beëindiging van het agrarisch bedrijf of de sloop van niet ten dienste van het agrarisch bedrijf staande gebouwen of bouwwerken op de bedrijfskavel eveneens een vergoeding wordt verstrekt door een of meer andere partijen, dan wordt op grond van deze regeling slechts een zodanig bedrag aan subsidie verleend dat de som van de door de andere partij of partijen verstrekte of te verstrekken vergoeding(en) en de op grond van deze regeling te verstrekken subsidie niet meer bedraagt dan het uit de toepassing van artikel 5 en 6 voortvloeiende bedrag.

Artikel 5 Hoogte subsidie

  • 1.

    De subsidie bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt:

    • a.

      40% van de met toepassing van het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel te bepalen gecorrigeerde vervangingswaarde van de te verwijderen gebouwen, bouwwerken en vaste installaties, plus:

    • b.

      een bedrag dat met toepassing van het zesde en het zevende lid van dit artikel wordt bepaald aan de hand van de vloeroppervlakte van de te verwijderen objecten.

  • 2.

    De gecorrigeerde vervangingswaarde van de gebouwen, bouwwerken en vaste installaties wordt vastgesteld op basis van een zakelijke taxatie door de provincie Noord-Brabant.

  • 3.

    Voor het bepalen van de gecorrigeerde vervangingswaarde worden de afschrijvingstermijnen en de percentages als uitgangspunt genomen die zijn opgenomen in de op de laatste dag van een openstelling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, geldende versie van de KWIN-V. Bij de afschrijving wordt een restwaarde gehanteerd van 25% van de niet-gecorrigeerde vervangingswaarde.

  • 4.

    Bij de bepaling van de leeftijd van de gebouwen, bouwwerken en vaste installaties wordt als begindatum genomen de datum waarop de bouwvergunning is verleend. Indien er sinds deze datum meer dan een half jaar is verstreken voordat met de bouwwerkzaamheden is begonnen, dan geldt de datum waarop blijkens bescheiden van de subsidie-ontvanger feitelijk is begonnen met de bouw. Is de datum van verlening van de bouwvergunning niet meer te achterhalen en ontbreken bescheiden over de feitelijke aanvang van de bouw, dan wordt aangenomen dat de leeftijd 20 jaar of ouder is.

  • 5.

    Bij de bepaling van de leeftijd van de gebouwen, bouwwerken en vaste installaties wordt als einddatum genomen de datum waarop de termijn van openstelling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, verstrijkt.

  • 6.

    Het in het eerste lid, onderdeel b bedoelde bedrag wordt bepaald op grond van de volgende tabel: 

a.Gebouw, niet zijnde glasopstanden of nertsen- of konijnenhokken€ 15,-
b.Glasopstanden, nertsen- en konijnenhokken € 3,-
c.Asbestplaten€ 7,50
d.Kelderruimte€ 2,50
e.Sleufsilo’s en voerplaten € 3,-
  • 7.

    Bij de toepassing van de in het vorige artikellid opgenomen tabel mag, indien subsidie wordt verleend voor de sloop van een of meer gebouwen als bedoeld in onderdeel a en bovendien voor de sloop of verwijdering van een of meer van de objecten als bedoeld in de onderdelen c t/m e, de gezamenlijke subsidie voor de sloop of verwijdering van het gebouw of de gebouwen en de andere objecten niet meer bedragen dan het aantal vierkante meters van de vloeroppervlakte van het gebouw of de gebouwen, vermenigvuldigd met € 25,-.

Artikel 6 Toeslagen

  • 1 Gedeputeerde Staten kunnen de subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, voor door hen te bepalen categorieën van intensieve veehouderijen of voor intensieve veehouderijen gelegen in door hen aan te wijzen gebieden, verhogen met een toeslag voor het terugdringen van de verontreiniging van de buitenlucht met fijnstof.

  • 2 De aanwijzing van categorieën van intensieve veehouderijen of gebieden en de hoogte van de toeslagen als bedoeld in het eerste lid maken Gedeputeerde Staten openbaar bekend via het internet, in een of meer dag- of vakbladen, of huis-aan-huisbladen, en in het Provinciaal Blad van Noord-Brabant.

Artikel 7 Aanvraagperiode, subsidieplafonds

  • 1 Gedeputeerde Staten stellen de periode vast waarin subsidies als bedoeld in artikel 2, eerste lid, kunnen worden aangevraagd. Zij bepalen voor deze aanvraagperiode gelijktijdig de hoogte van het subsidieplafond voor de verstrekking van deze subsidies en, indien zij toepassing hebben gegeven aan artikel 6, eerste lid, het subsidieplafond voor de toeslagen als bedoeld in dit artikellid.

  • 2 Gedeputeerde Staten kunnen besluiten om een of meer vervolgperioden aan te wijzen voor het aanvragen van subsidies als bedoeld in artikel 2, eerste lid, en toeslagen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, waarbij zij telkens gelijktijdig de hoogte van de subsidieplafonds bepalen en afwijkende subsidiebedragen, toeslagbedragen en afwijkende bepalingen ter vaststelling van de rangorde als bedoeld in artikel 8, eerste lid, kunnen vaststellen.

  • 3 De aanvraagperiode, de subsidieplafonds en, indien van toepassing, afwijkende subsidiebedragen, toeslagbedragen of afwijkende bepalingen ter vaststelling van de rangorde, maken Gedeputeerde Staten openbaar bekend via het internet, in een of meer dag- of vakbladen, of huis-aan-huisbladen, en in het Provinciaal Blad van Noord-Brabant.

Artikel 8 Prioritering

  • 1 Indien door toewijzing van aanvragen tot subsidieverlening die zijn ingediend in een aanvraagperiode het voor die periode geldende subsidieplafond als bedoeld in artikel 7, eerste lid, zou worden overschreden, dan stellen Gedeputeerde Staten een rangorde van te beëindigen intensieve veehouderijen vast met toepassing van bijlage 1. De in deze bijlage bedoelde aanwijzing van gebiedscategorieën of specifieke gebieden maken Gedeputeerde Staten na afloop van de aanvraagperiode openbaar bekend via het internet, in een of meer dag- of vakbladen, of huis-aan-huisbladen, en in het Provinciaal Blad van Noord-Brabant.

  • 2 De subsidies worden in de in het eerste lid bedoelde situatie slechts verstrekt ten behoeve van de beëindiging van die intensieve veehouderijen waarvan de beëindiging de hoogste prioriteit heeft, totdat het voor de aanvraagperiode vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 3 Indien de aanvrager dit desgevraagd als zijn wens te kennen geeft, dan wordt een op grond van het voorgaande artikellid afgewezen aanvraag geacht opnieuw te zijn ingediend in de volgende aanvraagperiode.

  • 4 De toeslagen bedoeld in artikel 6, eerste lid, worden slechts verstrekt totdat het daarvoor geldende subsidieplafond is bereikt.

Artikel 9 Subsidieverlening

  • 1 De aanvraag tot subsidieverlening wordt op een daartoe vastgesteld formulier, vergezeld van de daarin aangegeven documenten, ingediend bij het college van Gedeputeerde Staten.

  • 2 Indien de aanvraag onvolledig is, stellen Gedeputeerde Staten de aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken na kennisgeving hiervan de aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens.

  • 3 Gedeputeerde Staten nemen binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag of, indien deze onvolledig was, binnen 12 weken na ontvangst van de ontbrekende gegevens, een beslissing over de subsidieverlening.

  • 4 De termijn voor het nemen van de beslissing kan door Gedeputeerde Staten worden verlengd met ten hoogste 12 weken.

Artikel 10 Verplichtingen subsidie-ontvanger

  • 1 De subsidie-ontvanger zorgt ervoor dat uiterlijk voor 31 december 2012 wordt voldaan aan de in artikel 3, eerste lid, genoemde voorwaarden.

  • 2 De subsidie-ontvanger is verplicht mee te werken aan fysieke en administratieve controle door de door Gedeputeerde Staten aangewezen toezichthouders.

Artikel 11 Subsidievaststelling

  • 1 De aanvraag tot subsidievaststelling wordt op een daartoe vastgesteld formulier, vergezeld van de daarin aangegeven documenten, ingediend bij het college van Gedeputeerde Staten, binnen drie maanden nadat is voldaan aan de in artikel 3 genoemde voorwaarden doch uiterlijk op de laatste dag van de termijn als bedoeld in artikel 10, eerste, lid.

  • 2 Indien de aanvraag onvolledig is, stellen Gedeputeerde Staten de aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken na kennisgeving hiervan de aanvraag aan te vullen met de ontbrekende gegevens.

  • 3 Gedeputeerde Staten nemen binnen 8 weken na ontvangst van een ontvankelijke aanvraag of, indien deze onvolledig was, binnen 8 weken na de datum van ontvangst van de ontbrekende gegevens, een beslissing over de subsidievaststelling.

  • 4 Gedeputeerde Staten kunnen het subsidiebedrag dat voortvloeit uit de toepassing van de artikelen 5 en 6, op nihil vaststellen, indien na het verstrijken van de in artikel 10, eerste lid, bedoelde termijn niet is voldaan aan een of meer van de in artikel 3, eerste lid, genoemde voorwaarden.

Artikel 12 Intrekking en wijziging

Gedeputeerde Staten kunnen een beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling intrekken of wijzigen indien binnen vijf jaren nadat deze is genomen, voor de bedrijfskavel een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening of een besluit als bedoeld in artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening of artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening tot stand komt op basis waarvan woningbouw is toegelaten, tenzij de subsidieontvanger de bedrijfskavel heeft vervreemd en ten genoegen van Gedeputeerde Staten aannemelijk kan maken: * a. dat hij noch zijn wederpartij op het tijdstip waarop de vervreemding plaatsvond op de hoogte waren of konden zijn van het feit dat een zodanig bestemmingsplan of besluit werd of zou worden voorbereid, alsmede: * b. dat de voorwaarden waaronder de vervreemding heeft plaatsgevonden zodanig zijn dat daaruit blijkt dat daarbij geen rol heeft gespeeld de verwachting dat het gemeentebestuur nadien zou kunnen besluiten een zodanig bestemmingsplan of besluit te gaan voorbereiden of vaststellen.

Artikel 13 Voorschot en terugvordering betalingen

  • 1 Gedeputeerde Staten kunnen de subsidie-ontvanger op diens verzoek een voorschot betalen van maximaal 50% van het bij de subsidieverlening als bedoeld in artikel 9 bepaalde subsidiebedrag. Het voorschot wordt op verzoek van de subsidie-ontvanger verstrekt na de voltooiing van de in artikel 3, eerste lid, onder c bedoelde werkzaamheden.

  • 2 Indien de beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling is ingetrokken of ten nadele van de subsidie-ontvanger is gewijzigd, betaalt de ontvanger de subsidiebedragen en voorschotten terug op eerste vordering van Gedeputeerde Staten, vermeerderd met de wettelijke rente over de periode van de datum van uitbetaling van de subsidie tot het tijdstip van voldoening.

Artikel 14 Hardheidsclausule

  • 1 Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om af te wijken van het bepaalde in de artikelen 3 t/m 13 van deze beleidsregels in gevallen waarin de onverkorte toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de regeling te dienen doelen.

  • 2 In de in het eerste lid bedoelde gevallen, alsmede in gevallen die niet zijn voorzien in deze regeling, beslissen Gedeputeerde Staten naar redelijkheid en billijkheid.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 16 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling beëindiging intensieve veehouderijen Noord-Brabant.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 27 mei 2008

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

 Bijlagen

Bijlage 1: Bepaling rangorde als bedoeld in artikel 8 van de Subsidieregeling beëindiging intensieve veehouderijen Noord-Brabant                                       

Aanwijzing gebiedscategorieën of specifieke gebieden Gedeputeerde Staten wijzen gebiedscategorieën of specifieke gebieden aan:

  • a.

    waarin de beëindiging van intensieve veehouderijen een hoge opbrengst heeft voor de kwaliteit van het milieu, het landschap, de natuur en het woon- en recreatieklimaat in de omgeving (gebiedscatogorieën of specifieke gebieden a), respectievelijk:

  • b.

    waarin de beëindiging van intensieve veehouderijen een gemiddelde opbrengst heeft voor de kwaliteit van het milieu, het landschap, de natuur en het woon- en recreatieklimaat in de omgeving (gebiedscatogorieën of specifieke gebieden b), respectievelijk:

  • c.

    waarin de beëindiging van intensieve veehouderijen een lage opbrengst heeft voor de kwaliteit van het milieu, het landschap, de natuur en het woon- en recreatieklimaat in de omgeving (gebiedscatogorieën of specifieke gebieden c).

 Verdeling van subsidieaanvragen in groepen Voor de bepaling van de rangorde van te beëindigen intensieve veehouderijen verdelen Gedeputeerde Staten de in een aanvraagperiode ingediende subsidieaanvragen in de volgende drie groepen:

  • groep 1

    - : aanvragen voor de beëindiging van bedrijven waarvan de bedrijfskavel geheel of hoofdzakelijk ligt in een gebiedscategorie of specifiek gebied a;

  • groep 2

    - : aanvragen voor de beëindiging van bedrijven waarvan de bedrijfskavel geheel of hoofdzakelijk ligt in een gebiedscategorie of specifiek gebied b;

  • groep 3

    - : aanvragen voor de beëindiging van bedrijven waarvan de bedrijfskavel geheel of hoofdzakelijk ligt in een gebiedscategorie of specifiek gebied c.

 Prioriteringsregels Bij de bepaling van de rangorde hanteren Gedeputeerde Staten de volgende regels:

  • 1.

    subsidieaanvragen in groep 1 hebben voorrang op subsidieaanvragen in de groepen 2 en 3;

  • 2.

    subsidieaanvragen in groep 2 hebben voorrang op subsidieaanvragen in groep 3;

  • 3.

    binnen een groep wordt de rangorde bepaald door middel van loting.

Bijlage 2: Aanvraagformulier subsidieverlening als bedoeld in artikel 9 van de Subsidieregeling beëindiging intensieve veehouderijen Noord-Brabant

 Ondergetekende,

 Gegevens aanvrager:

 Naam en voorletters                :           ………………………………………... Adres                                        :           ………………………………………... Postcode en plaats                   :           …………………...…………………… Telefoonnummer(s)                   :           …………………...…………………… E-mailadres                              :           …………………...…………………… Giro/bankrekeningnummer      :           ………………………………………... BTW-nummer                           :           ………………………………………...

verzoekt hierbij in verband met de beëindiging van een intensieve veehouderij om subsidie op grond van artikel 9 van de Subsidieregeling beëindiging intensieve veehouderijen Noord?Brabant.

Gegevens agrarisch bedrijf:

Adres                           :           …………………………...…………………… Postcode en plaats       :           …………………………...…………………… Naam bedrijf                 :           …………………………...…………………… Rechtsvorm (V.O.F./maatschap/B.V.):           …………………...…………………… Hoedanigheid aanvrager (eigenaar/vennoot/directeur):         ...……………………  

Kadastrale aanduiding locatie agrarisch bedrijf:

 

Kadastrale gemeenteSectiePerceelsnummerOppervlakte in ha
    
    
    
    
    

 Bijlagen

 In verband met deze aanvraag heeft ondergetekende bijgevoegd: 

  • 1.

    Een accountantsverklaring of jaarrekeningen of andere boekhoudkundige gegevens waaruit blijkt dat gedurende de laatste vijf jaren sprake is geweest van een actief bedrijf (artikel 3, eerste lid onder a) van de Subsidieregeling;

  • 2.

    Indien van toepassing: een kopie van de subsidiebeschikking op grond van de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 (artikel 3, derde lid van de Subsidieregeling).

 Ondertekening

 Ondergetekende(n) verklaart (verklaren): - Dat het agrarisch bedrijf niet in staat van faillissement of liquidatie verkeert danwel jegens het agrarisch bedrijf geen surséance van betaling geldt en hiertoe met betrekking tot het agrarisch bedrijf ook geen aanvraag is gedaan; - dat geen andere geldelijke bijdragen zijn of zullen worden aangevraagd, danwel ontvangen, voor de beëindiging van het agrarisch bedrijf (hieronder mede te rekenen de aankoop door een particuliere partij in het kader van de ontwikkeling van een woningbouwlocatie of een bedrijventerrein).

 Ik (wij) verkla(a)r(en) dit formulier en de bijlagen naar waarheid te hebben ingevuld c.q. toegevoegd.

Datum ………...……………..            Handtekening ………...……………..

Datum ………...……………..            Handtekening ………...……………..

Datum ………...……………..            Handtekening ………...……………..

Datum ………...……………..            Handtekening ………...……………..

 Indien u deel uitmaakt van een samenwerkingsverband dan dienen ook de andere vennoten/maten te ondertekenen.

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Indien eigenaar en gebruiker van de aangeboden locatie(s) niet dezelfde (rechts)perso(o)n(en) zijn dan dienen zij gezamenlijk het verzoek in te dienen en te ondertekenen.

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

 Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

In te vullen door de Provincie Noord-Brabant

Datum/tijdstip ontvangst         :           …………………...…………………… Paraaf                                     :           …………………...…………………… Aanvraagnummer                    :           …………………...…………………… Opmerkingen                          :           …………………...…………………… 

Bijlage 3: Aanvraagformulier subsidievaststelling als bedoeld in artikel 11 van de Subsidieregeling beëindiging intensieve veehouderijen Noord-Brabant

 Ondergetekende,

Naam en voorletters                :           ………………………………………... Adres                                      :           ………………………………………... Postcode / Woonplaats                       :           …………………...…………………… Giro/bankrekeningnummer    :           ………………………………………...

verzoekt hierbij in verband met de beëindiging van een intensieve veehouderij om vaststelling en betaling van het subsidiebedrag op grond van artikel 11 van de Subsidieregeling beëindiging intensieve veehouderijen Noord-Brabant.

In verband met deze aanvraag heeft ondergetekende bijgevoegd:

 Een kopie van de gemeentelijke sloopvergunning *);

  • 1.

    Een verklaring van ondergetekende dat alle sloop- en verwijderingswerkzaamheden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c) van deze subsidieregeling zijn verricht en dat het perceel is geëgaliseerd *);

  • 2.

    Bewijsstukken dat puin en afval in gescheiden fracties (tenminste de fracties gevaarlijke afvalstoffen, asbest en overige afval) zijn gestort op een legale stortplaats (stortbonnen) *);

  • 3.

    Een asbestinventarisatierapport opgemaakt door een BRL 5052 gecertificeerd asbestinventarisatiebedrijf, indien een of meer van de gesloopte bouwwerken was gebouwd vóór 1 juli 1993 *);

  • 4.

    Indien asbest aanwezig was: een verklaring van een BRL 5050 gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf dat het asbest overeenkomstig de regelgeving voor asbestverwijdering is verwijderd *);

  • 5.

    Verklaring van het gemeentebestuur dat na de indiening van de aanvraag om subsidieverlening geen bouwaanvragen meer zijn ingediend voor de betrokken kavel en dat op dat moment aanhangige bouwaanvragen, alsmede verleende bouwvergunningen waarvan nog geen gebruik was gemaakt, zijn ingetrokken (artikel 3, eerste lid, onder e van de Subsidieregeling);

  • 6.

    Indien van toepassing: een kopie van de beschikking tot intrekking of wijziging van de milieuvergunning (artikel 3, eerste lid, onder g van de Subsidieregeling);

  • 7.

    Een rapport verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740, opgemaakt na voltooiing van alle sloop- en verwijderingswerkzaamheden, en indien de locatie verdacht is van asbestverontreiniging een asbestonderzoek volgens NEN 5705 of NEN 5897(artikel 3, eerste lid, onder f van de Subsidieregeling);

  • 8.

    Indien van toepassing: het evaluatierapport betreffende de bodemsanering volgens protocol VKB 6001 of 6002 (artikel 3, eerste lid, onder f van de Subsidieregeling);

  • 9.

    Indien van toepassing: bewijsstukken van de verkoop van EHS-grond aan BBL of de beëindiging van de pachtovereenkomst met Staatsbosbeheer of een particuliere natuurbeschermingsinstantie (in artikel 3, eerste lid, onder h van de Subsidieregeling).

 De met een *) aangeduide onderdelen hoeven niet te worden ingediend indien zij reeds bij de aanvraag om een voorschot zijn aangeleverd.

 Ondertekening

 Met de ondertekening van dit aanvraagformulier verklaart ondergetekende dat de bedrijfskavel niet is aangekocht door of in eigendom is van een overheidslichaam (artikel 4, eerste lid, onder d) van de Subsidieregeling).

 Ik (wij) verkla(a)r(en) dit formulier en de bijlagen naar waarheid te hebben ingevuld c.q. toegevoegd.

Datum ………...……………..            Handtekening ………...……………..

Datum ………...……………..            Handtekening ………...……………..

Datum ………...……………..            Handtekening ………...……………..

Datum ………...……………..            Handtekening ………...……………..

 Indien u deel uitmaakt van een samenwerkingsverband dan dienen ook de andere vennoten/maten te ondertekenen.

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Indien eigenaar en gebruiker van de aangeboden locatie(s) niet dezelfde (rechts)perso(o)n(en) zijn dan dienen zij gezamenlijk het verzoek in te dienen en te ondertekenen.

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Bijlage 4: Aanvraagformulier voorschot als bedoeld in artikel 13 van de Subsidieregeling beëindiging intensieve veehouderijen Noord-Brabant

 Ondergetekende,

Naam en voorletters                :           ………………………………………... Adres                                      :           ………………………………………... Postcode / Woonplaats                       :           …………………...……………………Giro/bankrekeningnummer    :           ………………………………………...

verzoekt hierbij in verband met de beëindiging van een intensieve veehouderij om een voorschot van 50% van het bij subsidieverlening bepaalde subsidiebedrag op grond van artikel 13 van de Subsidieregeling beëindiging intensieve veehouderijen Noord-Brabant.

 In verband met deze aanvraag heeft ondergetekende bijgevoegd:

 Een kopie van de gemeentelijke sloopvergunning;

  • 1.

    Bewijsstukken dat puin en afval in gescheiden fracties (tenminste de fracties gevaarlijke afvalstoffen, asbest en overige afval) zijn gestort op een legale stortplaats (stortbonnen);

  • 2.

    Een asbestinventarisatierapport opgemaakt door een BRL 5052 gecertificeerd asbestinventarisatiebedrijf, indien een of meer van de gesloopte bouwwerken was gebouwd vóór 1 juli 1993;

  • 3.

    Indien asbest aanwezig was: een verklaring van een BRL 5050 gecertificeerd astbest-verwijderingsbedrijf dat het asbest overeenkomstig de regelgeving voor astbestverwijdering is verwijderd.

 Ondertekening

 Met de ondertekening van dit aanvraagformulier verklaart ondergetekende dat alle sloop- en verwijderingswerkzaamheden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c) van de Subsidieregeling zijn verricht en dat het perceel is geëgaliseerd.

 Ik (wij) verkla(a)r(en) dit formulier en de bijlagen naar waarheid te hebben ingevuld c.q. toegevoegd.

 Datum ………...……………..            Handtekening ………...……………..

 Datum ………...……………..            Handtekening ………...……………..

 Datum ………...……………..            Handtekening ………...……………..

 Datum ………...……………..            Handtekening ………...……………..

 Indien u deel uitmaakt van een samenwerkingsverband dan dienen ook de andere vennoten/maten te ondertekenen.

 Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Indien eigenaar en gebruiker van de aangeboden locatie(s) niet dezelfde (rechts)perso(o)n(en) zijn dan dienen zij gezamenlijk het verzoek in te dienen en te ondertekenen.

 Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Datum ………...…………….. Naam ….……...……………..             Handtekening ………...……………..

Bijlage 5: Subsidieovereenkomst beëindiging intensieve veehouderijen Noord-Brabant

 De ondergetekenden:

  • 1.

    De Provincie Noord-Brabant, een rechtspersoon naar publiekrecht, gevestigd te ’s-Hertogenbosch aan de Brabantlaan 1, ter zake rechtsgeldig vertegenwoordigd door …, hoofd van het bureau Vastgoed van de directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving, handelend ter uitvoering van het besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant van …[datum besluit subsidieverlening], hierna te noemen: “de Provincie”,

    en

  • 2.

    De heer/mevrouw/maatschap/vof/besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ……, wonende/gevestigd te … …aan de ……, [ingeval van een rechtspersoon: ter zake rechtsgeldig vertegenwoordigd door ……], hierna te noemen: “de subsidieontvanger”;

 De Provincie en de subsidieontvanger hierna gezamenlijk ook te noemen: “Partijen”.

 Overwegende:

  • 1.

    dat Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant bij beschikking van …, nr. …, aan de subsidieontvanger een subsidie hebben verleend voor de beëindiging van de intensieve veehouderij, zijnde een [

    aard van het bedrijf

    ] aan de [

    adres, perceelsaanduiding, kadastrale aanduiding

    ], hierna te noemen: “de subsidieverlening”;

  • 2.

    dat deze subsidie wordt verstrekt overeenkomstig de door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant op .. 2008 vastgestelde “Subsidieregeling beëindiging intensieve veehouderijen Noord-Brabant” (Provinciaal blad nr …), hierna te noemen “de beëindigingsregeling”;

  • 3.

    dat de subsidieontvanger overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onder d, van de beëindigingsregeling medewerking moet geven aan het verlenen van een passende andere bestemming aan de betrokken bedrijfskavel en, voor zover nodig, aan de daarbij behorende gronden door het gemeentebestuur en in afwachting van de aanpassing van het bestemmingsplan geen bouwwerken mag oprichten op de bedrijfskavel;

  • 4.

    dat de subsidieontvanger voorts overeenkomstig het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onder j, van de beëindigingsregeling niet elders opnieuw een intensieve veehouderij zal starten;  

  • 5.

    dat de subsidieontvanger ter verzekering van het bepaalde in de overwegingen onder 3 en 4 de onderhavige overeenkomst dient aan te gaan met de Provincie, welke overeenkomst kan worden aangemerkt als een overeenkomst in de zin van artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht (subsidieovereenkomst);

 verklaren het volgende te zijn overeengekomen:

Artikel 1

 Op de in deze overeenkomst gebruikte begrippen zijn de omschrijvingen als opgenomen in artikel 1 van de beëindigingsregeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2

  • 1.

    De subsidieontvanger zal zo spoedig mogelijk na de ondertekening van deze overeenkomst een verzoek indienen bij het gemeentebestuur om een passende andere bestemming te leggen op de bedrijfskavel en, voor zover nodig, de bijbehorende gronden.

  • 2.

    De subsidieontvanger zal voorts alle medewerking verlenen aan de aanpassing van het ter plaatse van de bedrijfskavel en de bijbehorende gronden geldende bestemmingsplan, gericht op de totstandkoming van een passende andere bestemming als bedoeld in lid 1.

Artikel 3

 De subsidieontvanger zal geen bezwaar maken danwel andere rechtsmaatregelen treffen tegen een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 21 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, een besluit tot herziening, wijziging of verlening van vrijstelling van het ter plaatse van de bedrijfskavel en de bijbehorende gronden geldende bestemmingsplan als bedoeld in artikel 10, 11 en 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening respectievelijk besluiten dienaangaande op grond van de Wet ruimtelijke ordening, danwel enig ander besluit in verband met de aanpassing van het ter plaatse van de bedrijfskavel geldende bestemmingsplan gericht op de totstandkoming van een passende andere bestemming als bedoeld in artikel 2, lid 1.

Artikel 4

 De subsidieontvanger zal tot het moment waarop de aanpassing van het ter plaatse van de bedrijfskavel en de bijbehorende gronden geldende bestemmingsplan als bedoeld in lid 1 onherroepelijk is, geen initiatieven nemen of doen nemen tot het oprichten van bebouwing op, aan of in de bedrijfskavel, anders dan toegestaan onder artikel 3, tweede lid, van de beëidigingsregeling.

Artikel 5

  • 1.

    In het geval van gehele of gedeeltelijke vervreemding danwel ingebruikgeving onder welke titel dan ook van de bedrijfskavel en/of de bijbehorende gronden waarbij de nieuwe eigenaar respectievelijk gebruiker in de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de subsidieverlening treedt, welke nieuwe eigenaar respectievelijk gebruiker alsdan als de subsidieontvanger wordt aangemerkt, is de subsidieontvanger verplicht er zorg voor te dragen dat de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst overgaan op de nieuwe eigenaar respectievelijk gebruiker.

  • 2.

    Treedt in het geval als bedoeld in lid 1 de nieuwe eigenaar respectievelijk gebruiker niet in de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de subsidieverlening dan is de subsidieontvanger verplicht er zorg voor te dragen dat de rechten en verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst mede aanvaard worden door iedere nieuwe eigenaar respectievelijk gebruiker.

Artikel 6

De subsidieontvanger zal na ondertekening van deze overeenkomst op geen enkele wijze, middellijk of onmiddellijk, elders een intensieve veehouderij starten.

Artikel 7

Onverminderd het recht van de Provincie op volledige schadevergoeding is de subsidieontvanger bij overtreding van het bepaalde in de artikelen 2, 3, 4 ,5 of 6 van deze overeenkomst aan de Provincie een direct opeisbare boete verschuldigd van € 25.000,00 (zegge: vijfentwintigduizend euro) per geval, zonder dat enige sommatie of ingebrekestelling is vereist.

Artikel 8

  • 1.

    De rechten en verplichtingen voortvloeiende uit deze overeenkomst komen te vervallen op het moment dat de aanvraag die aan de subsidieverlening of subsidievaststelling ten grondslag ligt door de subsidieontvanger wordt ingetrokken, of het subsidiebedrag onherroepelijk op nihil is vastgesteld. 

  • 2.

    Onverminderd het bepaalde in lid 1 doen Partijen uitdrukkelijk afstand van de bevoegdheid respectievelijk het recht om van deze overeenkomst uit welke hoofde ook de ontbinding of vernietiging te verlangen, een en ander onverminderd het recht op schadevergoeding.

 Aldus in tweevoud ondertekend te ’s-Hertogenbosch, respectievelijk … []

 Op … …..   200.., respectievelijk … …. 200..

Provincie Noord-Brabant, namens deze, ……., hoofd van het bureau Vastgoed van de Directie Ruimtelijke Ontwikkeling en Handhaving,

…. []

Vragen over regelingen?

Contacten (2)

Open Links Sluit Links