Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingRegeling begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties Noord-Brabant
CiteertitelRegeling begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerppersoneel en organisatie
Eigen onderwerpbestuurlijke organisatie, personeelsbeleid

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling werkt terug tot en met 1 januari 2015.

Deze regeling vervalt op 1 januari 2017.

Artikel 14 bevat overgangsrecht.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies, art. B.8

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

12-11-201501-01-201525-03-2016nieuwe regeling

03-11-2015

Provinciaal Blad, 2015, 131

S0304804

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Gelet op artikel B.8 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;

Overwegende dat in de cao provincies 2012-2015 uit oogpunt van goed werkgeverschap afspraken zijn gemaakt over een sectorale regeling Van Werk Naar Werk voor medewerkers van wie de functie als gevolg van een reorganisatie vervalt en voor wie als uitkomst van het proces (in de laatste fase) geen zicht is op een andere functie binnen de organisatie;

Overwegende dat het VWNW-beleid moet aansluiten bij de afspraken over het bredere beleid van mobiliteit, loopbaanbeleid, herplaatsing, reorganisatie en duurzame inzetbaarheid en daar het sluitstuk van is;

Overwegende dat het VWNW-beleid een wezenlijk onderdeel van het geheel aan spelregels en flankerend beleid bij reorganisaties is zoals in de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies is vastgelegd;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

     CAP: Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies;

  • b.

     medewerker: ambtenaar die is aangesteld voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd bij wijze van proef voor tenminste twee jaar, alsmede werknemer met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op grond van artikel H.2, onderdeel d, van de CAP;

  • c.

     VWNW: Van Werk Naar Werk.

Artikel 2 Werkingssfeer

  • 1  Deze regeling is van toepassing op een medewerker die herplaatsbaar is verklaard, omdat:

    • a.

       zijn functie door een reorganisatie vervalt; en

    • b.

       voor hem geen zicht is op een andere passende functie binnen de organisatie als uitkomst van het reorganisatieproces.

Artikel 3 Duur traject VWNW

  • 1  De termijn van het traject VWNW is 24 maanden of zoveel korter als nodig is.

  • 2  Na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlenen Gedeputeerde Staten aan de medewerker ontslag op grond van en rekening houdend met de bepalingen in artikel B.13 van de CAP met ingang van de eerste dag na afloop van de termijn van het traject VWNW.

Artikel 4 Inspanningsverplichting

  • 1  De medewerker en zijn leidinggevende leveren beiden een actieve bijdrage aan de uitvoering van het traject VWNW.

  • 2  De inspanningen, bedoeld in het eerste lid, zijn gericht op plaatsing van de medewerker in een passende functie.

  • 3  De functie, bedoeld in het tweede lid, kan zowel binnen als buiten de provinciale organisatie zijn.

Artikel 5 Start van het traject VWNW

Het traject VWNW start op de dag waarop de herplaatsbaarverklaring volgens het herplaatsingsbesluit ingaat.

Artikel 6 Onderzoek VWNW

  • 1  De medewerker en zijn leidinggevende onderzoeken samen ten behoeve van het traject VWNW:

    • a.

       de wensen en ontwikkelingsmogelijkheden van de medewerker binnen en buiten de organisatie;

    • b.

       de kansen van de medewerker op de regionale arbeidsmarkt;

    • c.

       de kansen van de medewerker bij andere organisaties die bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds zijn aangesloten.

  • 2  De medewerker en zijn leidinggevende kunnen bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, een gecertificeerde loopbaanadviseur inschakelen.

  • 3  Het onderzoek kan voor de start van het traject VWNW beginnen.

  • 4  Het onderzoek wordt uiterlijk een maand na de start van het traject VWNW afgerond.

Artikel 7 Contract VWNW

  • 1  Binnen drie maanden na afronding van het onderzoek, bedoeld in artikel 6, maken de medewerker en zijn leidinggevende afspraken over het traject VWNW en leggen zij dit vast in een VWNW-contract.

  • 2  Het VWNW-contract bevat, zoveel mogelijk specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden geformuleerd:

    • a.

       de doelen van het traject VWNW;

    • b.

       de voorzieningen die nodig zijn om deze te bereiken;

    • c.

       de flankerende instrumenten die ingezet worden;

    • d.

       de sollicitatie inspanningen die de medewerker dient te verrichten;

    • e.

       de werkzaamheden die verricht worden door de medewerker; en

    • f.

       andere noodzakelijke afspraken.

  • 3  Gedeputeerde Staten vergoeden aan de medewerker de noodzakelijke kosten die hij ten behoeve van het traject VWNW heeft gemaakt.

  • 4  Gedeputeerde Staten stellen aan de medewerker in ieder geval 20% van zijn aanstellingsomvang beschikbaar voor VWNW-activiteiten.

Artikel 8 Uitvoering VWNW-contract

  • 1  De medewerker en zijn leidinggevende hebben elke drie maanden, of zoveel vaker als zij afspreken, een gesprek over de voortgang en de resultaten van de afspraken in het VWNW-contract en leggen dit schriftelijk vast.

  • 2  Het VWNW-contract wordt aangepast indien de uitkomsten van het gesprek, bedoeld in het eerste lid, of veranderende omstandigheden daartoe aanleiding geven.

  • 3  Als na twaalf maanden het traject VWNW nog niet succesvol is afgerond en er nog geen zicht is op succes, of als eerder blijkt dat de afspraken niet werken, schakelen de medewerker en zijn leidinggevende een gecertificeerde loopbaanadviseur in.

  • 4  De loopbaanadviseur, bedoeld in het derde lid, brengt binnen een maand advies uit over de invulling van het vervolg van het traject VWNW.

Artikel 9 Verlenging traject VWNW

  • 1  Gedeputeerde Staten verlengen het traject VWNW indien ernstige persoonlijke omstandigheden bij de medewerker of omstandigheden binnen het traject VWNW hiertoe aanleiding geven.

  • 2  Gedeputeerde Staten verlengen het traject VWNW als de leidinggevende zich niet houdt aan deze regeling of de afspraken in het VWNW-contract en dit consequenties heeft voor het verloop van het traject VWNW.

Artikel 10 Niet nakomen afspraken in VWNW-contract

  • 1  Als de medewerker en de leidinggevende deze regeling of de afspraken in het VWNW-contract verschillend interpreteren dan praten ze hierover, gericht op het bereiken van verbetering of overeenstemming.

  • 2  Als de medewerker of de leidinggevende vindt dat de ander zich niet houdt aan deze regeling of de afspraken in het VWNW-contract dan spreken ze elkaar hierop aan, gericht op het bereiken van verbetering of overeenstemming.

  • 3  Als de medewerker en de leidinggevende er samen niet uitkomen, dan kan zowel de medewerker als de leidinggevende het probleem voorleggen ter bemiddeling of advisering aan de paritaire commissie VWNW.

Artikel 11 Einde traject VWNW

  • 1  Het traject VWNW eindigt op het moment dat de medewerker – al dan niet in deeltijd – een andere functie binnen of buiten de organisatie aanvaardt, dan wel op grond van ontslag op eigen verzoek of ontslag om een andere reden.

  • 2  Het traject VWNW eindigt als de medewerker een aangeboden passende functie binnen of buiten de organisatie weigert.

  • 3  Het traject VWNW kan worden beëindigd als de medewerker zich niet houdt aan de afspraken in deze regeling of in zijn VWNW-contract.

  • 4  Als het traject VWNW eindigt als gevolg van het bepaalde in het tweede of derde lid, wordt de medewerker ontslag verleend met ingang van de dag na de dag waarop het traject VWNW is beëindigd op grond van artikel B.13 van de CAP.

  • 5  In de gevallen genoemd in het vierde lid, is artikel B.13, derde lid, van de CAP niet van toepassing.

  • 6  Gedeputeerde Staten kunnen bij het ontslagbesluit op grond van het vierde lid aangeven dat er sprake is van verwijtbare werkloosheid.

  • 7  In het geval, genoemd in het zesde lid, vervallen de rechten op een uitkering op grond van de Regeling aanvullende voorzieningen bij werkloosheid.

Artikel 12 Paritaire commissie VWNW

  • 1  Gedeputeerde Staten stellen een commissie VWNW in die is belast met het toezicht op de uitvoering van deze regeling en de VWNW-contracten.

  • 2  Op verzoek van de medewerker of de leidinggevende bemiddelt of adviseert de commissie VWNW in geschillen over:

    • a.

       de interpretatie en de naleving van deze regeling;

    • b.

       de interpretatie en de naleving van de afspraken in het VWNW-contract;

    • c.

       in het VWNW-contract vast te leggen afspraken;

    • d.

       de eventuele aanpassingen in het VWNW-contract;

    • e.

       de passendheid van functies.

  • 3  De commissie VWNW hoort de medewerker en de leidinggevende en ontvangt van hen de informatie die zij nodig heeft.

  • 4  De vergaderingen van de commissie VWNW en de gesprekken van de commissie VWNW met betrokkenen zijn niet openbaar.

  • 5  De commissie VWNW brengt binnen 4 weken na ontvangst van het verzoek tot advisering schriftelijk advies uit aan Gedeputeerde Staten.

  • 6  De commissie VWNW kan adviseren het traject VWNW te verlengen of te beëindigen.

  • 7  De commissie VWNW bestaat uit:

    • a.

       een lid aangewezen door de vakorganisaties voor het overheidspersoneel in het Georganiseerd Overleg;

    • b.

       een lid aangewezen door Gedeputeerde Staten;

    • c.

       een onafhankelijk voorzitter aangewezen door Gedeputeerde Staten en de vakorganisaties voor het overheidspersoneel in het Georganiseerd Overleg gezamenlijk.

Artikel 13 Samenloop met lokale regelingen

  • 1  De bepalingen in deze regeling komen in plaats van afspraken in provincies die hiermee in strijd zijn.

  • 2  Bestaande afspraken in provincies die ruimer zijn dan deze regeling vervallen zodra de duur waarvoor ze zijn gemaakt is verstreken.

  • 3  In het Georganiseerd Overleg kunnen nadere afspraken gemaakt worden met betrekking tot onderwerpen die niet geregeld zijn in deze regeling.

Artikel 14 Overgangsrecht

  • 1  Deze regeling is niet van toepassing op medewerkers waarvoor het herplaatsingsbesluit voor 1 januari 2015 is ingegaan.

Artikel 15 Inwerkingtreding en einde regeling

  • 1  Deze regeling treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad waarin zij is geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2015.

  • 2  Deze regeling vervalt op 1 januari 2017.

Artikel 16 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling begeleiding Van Werk Naar Werk bij reorganisaties Noord-Brabant.

Ondertekening

's-Hertogenbosch, 3 november 2015

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris mw. ir. A.M. Burger

 

Toelichting behorende bij de Regeling Van Werk Naar Werk bij reorganisaties

Artikelsgewijs

Artikel 2 Werkingssfeer Voor medewerkers met een tijdelijke aanstelling (niet bij wijze van proef) die eindigt is er een aparte regeling afgesproken. Bij deze medewerkers is ook geen sprake van reorganisatieontslag.

Artikel 3 Duur traject VWNW Zodra de termijn van 24 maanden voorbij is, eindigt het traject VWNW en volgt re-organisatieontslag. Vanwege de opzegtermijn in artikel B.13 van de CAP wordt het ontslag uiterlijk drie maanden voor het einde van het traject VWNW aangezegd hierbij wordt rekening gehouden met de bepalingen in artikel 9 van deze regeling. De afgesproken VWNW inspanningen worden uiteraard voortgezet.

Artikel 6 Onderzoek VWNW De loopbaanadviseur die de medewerker en zijn leidinggevende kunnen inschakelen moet aantoonbaar gekwalificeerd zijn. Voor een succesvolle start van het traject is het belangrijk dat er een click is tussen de medewerker en de loopbaanadviseur.

Artikel 7 Contract WNW In het VWNW-contract worden de maatwerkafspraken voor betrokken medewerker vastgelegd. Deze maatwerkafspraken hebben betrekking op het traject VWNW maar kunnen ook gaan over bijvoorbeeld de inzet van flankerende maatregelen bij het accepteren van een functie. Deze instrumenten zijn onderdeel van het sectoraal kader Spelregels en flankerend beleid bij reorganisaties in bijlage 1 van de CAP. De medewerker kan zich vanzelfsprekend laten bijstaan door een eigen adviseur. Als handreiking is een model contract VWNW opgesteld dat gebruikt kan worden. Tijdens het traject VWNW ligt de nadruk op activiteiten die bijdragen aan een succesvol traject. Desalniettemin kan de medewerker tijdens deze periode werkzaamheden verrichten. Er moet steeds voldoende tijd zijn voor de VWNW-activiteiten. Een goede afweging tussen de individuele en organisatorische belangen moet hierbij plaatsvinden. Omdat weigering van een passende functie leidt tot ontslag is het belangrijk is dat de medewerker en leidinggevende duidelijk een beeld hebben wat voor deze medewerker passende functies zijn gezien zijn persoonlijkheid, omstandigheden, vooruitzichten, mogelijkheden tot om-, bij- en herscholing. In principe gelden voor een passende functie buiten de organisatie dezelfde criteria als bij een passende functie binnen de organisatie.   Wat passende functies zijn, zal gezien de criteria uiteindelijk altijd maatwerk zijn. Als handreiking is een lijst criteria opgesteld aan de hand waarvan de passendheid van een functie beoordeeld kan worden. De kosten van het traject VNWW worden door de provincie betaald. De verwachting is dat er gemiddeld 7.500 euro nodig zal zijn per traject VWNW.

Artikel 8 Uitvoering VWNW-contract Niet alles is te voorzien bij de totstandkoming van het VWNW-contract. Van zowel de medewerker als zijn leidinggevende wordt verwacht dat zij bereid zijn om waar nodig het VWNW-contract aan te passen. Dat kan nodig zijn wanneer uit de monitoring en evaluaties naar voren komt dat de afspraken niet succesvol of goed uitvoerbaar zijn. Er kunnen zich ook veranderende omstandigheden voordoen. Een nieuwe situatie ontstaat bijvoorbeeld als de medewerker gedurende de VWNW-periode langdurig ziek wordt. De leidinggevende en de medewerker zullen in dat geval afspraken maken over re-integratie- activiteiten, gericht op herstel van de zieke medewerker en over de gevolgen van de langdurige ziekte voor het traject VWNW. Het kan leiden tot aangepaste VWNW-activiteiten. Een ander voorbeeld van zo’n uitzonderlijke situatie is een periode van zwangerschaps- en bevallingsverlof. Ook kan het voorkomen dat een medewerker in de VWNW-periode de gelegenheid krijgt om tijdelijk elders buiten de provinciale organisatie werkzaamheden te gaan verrichten. Dat kan de kansen op structureel ander werk vergroten. Zo’n kans zal de medewerker dus moeten aangrijpen en zijn leidinggevende zal dit moeten stimuleren. Daartoe zullen zij samen moeten bezien tot welke veranderingen dit eventueel leidt in het VWNW-contract.

Artikel 9 Verlenging traject VWNW In het eerste lid is een hardheidsclausule opgenomen die het mogelijk maakt om ingeval van ernstige persoonlijke omstandigheden de duur van het traject VWNW te verlengen. Dat kan bijvoorbeeld spelen bij langdurige ziektes of bij zwangerschaps- en bevallings- verlof. Tot verlenging van het traject VWNW wordt ook besloten bij wijze van sanctie als de leidinggevende zich niet houdt aan de regeling of aan de afspraken in het traject VWNW als dit consequenties heeft voor het verloop van het VWNW en de medewerker dus benadeeld is. Dat is geregeld in het tweede lid. De beslissingsbevoegdheid ligt bij Gedeputeerde Staten.

Artikel 10 Niet nakomen afspraken in VWNW-contract Belangrijk voor een succesvol verloop van het traject VWNW is dat de medewerker en zijn leidinggevende samen in gesprek zijn en blijven en met elkaar ook bespreken als ze iets dwars zit ten aanzien van de uitvoering van de afspraken in het VWNW-contract. Als ze er samen niet uitkomen, kunnen ze altijd voor advies en bemiddeling naar de paritaire commissie VWNW.

Artikel 11 Einde traject VWNW De VWNW-periode eindigt uiteraard bij een geslaagd traject of als het dienstverband eerder eindigt (artikel 11, eerste lid). Bij einde van het dienstverband maken de medewerker en zijn leidinggevende waar nodig afspraken over voorzieningen na vertrek. Voor hen die na ontslag recht hebben op een WW-uitkering gaat het daarbij om de invulling van de re-integratieplicht van de werkgever op grond van artikel 72a van de Werkloosheidswet. Bij verschil van mening over situaties zoals bedoeld in het tweede of derde lid kunnen partijen voor bemiddeling of advies de paritaire commissie VWNW (zie artikel 12) inschakelen.

Artikel 12 Paritaire commissie VWNW De bevoegdheden van een bestaande paritaire commissie, die nu al bijvoorbeeld toeziet op de naleving van het sociaal plan, kunnen uitgebreid worden met de bevoegdheden uit deze regeling. Ook kunnen meerdere provincies gezamenlijk een paritaire commissie in richten. De paritaire commissie is er voor beide partijen. In de praktijk is er echter niet altijd sprake van een gelijkwaardige verhouding tussen de medewerker en zijn leidinggevende. De commissie zal in dat geval bij zijn bemiddeling en advisering eraan kunnen bijdragen die verhouding meer in balans te brengen. Gezien de belangen van beide partijen zal de paritaire commissie in staat moeten zijn om op korte termijn te bemiddelen en/of te adviseren.

Artikel 13 Samenloop met lokale regelingen Deze regeling is vanaf 1 januari 2015 de standaard. Hierbij worden bestaande ruimere afspraken gerespecteerd voor de duur waarvoor ze zijn afgesproken. In het Georganiseerd Overleg mogen over onderwerpen die niet in deze regeling geregeld zijn nadere afspraken gemaakt worden.

Artikel 14 Overgangsrecht Indien deze regeling eindigt, dan heeft dat geen gevolgen voor de lopende trajecten VWNW. Deze trajecten worden voortgezet overeenkomstig de afspraken in deze regeling.

Artikel 15 Inwerkingtreding en einde regeling In de cao is een tijdelijke regeling afgesproken. De regeling geldt in eerste instantie tot 1 januari 2017. De intentie van cao-partijen is om deze regeling vanaf 1 januari 2017 om te zetten in een sectorale regeling voor onbepaalde tijd. Daartoe zullen cao-partijen de regeling tijdig in 2016 evalueren.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter de secretaris prof. dr. W.B.H.J. van de Donk mw. ir. A.M. Burger

Vragen over regelingen?

Contacten (2)

Open Links Sluit Links