Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieProvincie Noord-Brabant
Officiële naam regelingSubsidieregeling betere luchtkwaliteit Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling betere luchtkwaliteit Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpmilieu
Eigen onderwerpmilieubeheer, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen. 

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art. 2
  2. Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art. 15

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen. 

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

14-12-201214-12-2012Intrekking

11-12-2012

Provinciaal Blad, 2012, 284

3078182
30-08-201214-12-2012Nieuwe regeling

27-08-2012

Provinciaal Blad, 2012, 218

3078182

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

 Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

Gelet op de artikelen 2 en 15 van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant;

Overwegende dat het Rijk en de provincie Noord-Brabant financiële middelen ter beschikking hebben gesteld om in de periode 2007 tot en met 2015 via cofinanciering bij te dragen aan de verbetering van de luchtkwaliteit in de provincie Noord-Brabant;

Overwegende dat verbetering van de luchtkwaliteit “gezondheidswinst” oplevert die aansluit bij het Provinciale Milieu Plan;

Overwegende dat het verbeteren van de luchtkwaliteit via een samenwerkingsverband meerwaarde genereert die aansluit bij de visie zoals beschreven in de Agenda van Brabant.

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

     groen gas: gas geproduceerd uit biomassa met een methaangehalte gelijk of hoger dan dat van aardgas, in vloeibare of gasvormige toestand;

  • b.

     de-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, Pb EG L 379/05 van 28 december 2006, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen.

Artikel 2 Weigeringsgrond

Subsidie wordt geweigerd indien voor hetzelfde project reeds op grond van deze regeling subsidie is verstrekt.

Artikel 3 Subsidiabele kosten
  • 1  Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende daadwerkelijk na datum van subsidieverlening gemaakte kosten voor subsidie in aanmerking:

    • a.

       direct aan de activiteit verbonden kosten;

    • b.

       uitvoeringskosten door derden;

    • c.

       voorbereidings- en toezichtskosten voor zover deze in redelijke verhouding staan tot de totale kosten van de activiteit.

  • 2  Kosten genoemd in het eerste lid die gemaakt zijn voor de datum van subsidieverlening komen alleen voor subsidie in aanmerking indien Gedeputeerde Staten na een daarop gericht gemotiveerd verzoek besluiten om deze kosten tot de subsidiabele kosten te rekenen.

Artikel 4 Niet subsidiabele kosten

De volgende kosten komen in ieder geval niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

     organisatorische, administratieve en overlegkosten die verbonden zijn aan het voorbereiden van een subsidieaanvraag;

  • b.

     tot de algemene bestuurslasten behorende huisvestingskosten en salarissen van ambtenaren van de in de activiteit participerende overheden;

  • c.

     kosten voor ontwikkeling van modellen en meetinstrumenten voor zover deze niet innovatief zijn;

  • d.

     uitvoeringskosten die reeds voortvloeien uit de op de grond van de in titel 5.2 van de Wet milieubeheer opgedragen taken.

Artikel 5 Subsidieverlening
  • 1  Gedeputeerde Staten beslissen binnen 13 weken na ontvangst van een aanvraag of na afloop van de aanvraagperiode.

  • 2  De termijn voor het nemen van een beslissing op de aanvraag kan door Gedeputeerde Staten worden verlengd met ten hoogste 13 weken.

Artikel 6 Vaststelling subsidies tot € 25.000,--

Subsidies tot € 25.000,-- stellen Gedeputeerde Staten direct vast.

Artikel 7 Bevoorschotting en betaling
  • 1  Bij de subsidieverlening wordt ambtshalve 90% van het verleende bedrag bevoorschot.

  • 2  Bij direct vaststellen van de subsidie vindt de betaling van het subsidiebedrag in een keer plaats.

  • 3  Het voorschot als bedoeld in het eerste lid wordt in één keer betaald.

Paragraaf 2 Innovatieve projecten in de doelstelling Brabants Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit

Artikel 8 Doelgroep
  • 1  Subsidie kan worden aangevraagd door rechtspersonen en tijdelijke of permanente samenwerkingsverbanden van rechtspersonen.

  • 2  In het samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid treedt een deelnemer van het samenwerkingsverband op als penvoerder en draagt zorg voor:

    • a.

       de subsidieaanvraag;

    • b.

       de overige correspondentie;

    • c.

       de inhoudelijke en financiële coördinatie.

Artikel 9 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het verbeteren van luchtkwaliteit.

Artikel 10 Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     de subsidieaanvrager levert een bijdrage uit eigen middelen of middelen van derden van ten minste 50% van de subsidiabele kosten van de activiteit;

  • b.

     indien sprake is van een samenwerkingsverband, beschikt het samenwerkingsverband over een door alle deelnemers van het samenwerkingsverband ondertekende verklaring, waaruit de instemming van alle deelnemers met betrekking tot de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, de penvoering en de inhoudelijke en financiële coördinatie blijkt;

  • c.

     het project draagt bij aan de verbetering van de leefbaarheid binnen de provincie Noord-Brabant voor zover deze samenhangt met het verbeteren van de luchtkwaliteit;

  • d.

     het project is innovatief;

  • e.

     het project draagt bij aan vernieuwing, inzicht en ontwikkeling ter verbetering van de luchtkwaliteit;

  • f.

     het project voldoet aan ten minste een van de volgende vijf doelstellingen van het Brabants Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit:

    • 1°.

       het stimuleren van het gebruik van schone en duurzame transportbrandstoffen en schone, zuinige en stille voertuigen;

    • 2°.

       het slimmer en efficiënter omgaan met mobiliteit;

    • 3°.

       het verbeteren van de doorstroming van het gemotoriseerde verkeer;

    • 4°.

       het verminderen van de blootstelling aan luchtverontreiniging door het tegengaan van overdracht;

    • 5°.

       het stimuleren van innovatie of het bevorderen van gedragsbeïnvloeding.

  • g.

     aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

       een degelijk en op resultaat toetsbaar projectplan waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de onderdelen a tot en met f;

    • 2°.

       een sluitende begroting voor het project;

    • 3°.

       bindende schriftelijke toezeggingen over de financiële bijdrage van de betrokken partijen;

    • 4°.

       een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.

Artikel 11 Vereisten subsidieaanvraag
  • 1 . Subsidieaanvragen worden ingediend bij Gedeputeerde Staten.

  • 2  Subsidieaanvragen worden ingediend voor 31 december 2013.

  • 3  Subsidieaanvragen worden ingediend met gebruikmaking van het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde aanvraagformulier.

  • 4  Een subsidieaanvraag bevat tenminste het volledig ingevulde aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen.

Artikel 12 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de aanvraagperiode vanaf het moment van inwerkingtreden van deze regeling tot en met 31 december 2013 vast op € 275.000,-.

Artikel 13 Subsidiehoogte
  • 1  De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 200.000,-.

  • 2  De totaal verstrekte subsidie aan een subsidieaanvrager over een periode van drie belastingjaren bedraagt maximaal € 200.000,-- voor rechtspersonen en €100.000 voor ondernemingen in het wegvervoer en voldoet ook aan de overige voorwaarden voor de-minimissteun.

Artikel 14 Verdeelcriteria
  • 1  Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 15 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  • 1  Aan de subsidieontvanger wordt de verplichting opgelegd dat het project uiterlijk 31 december 2015 is afgerond.

  • 2  Aan de subsidieontvanger kunnen voorts de volgende verplichtingen worden opgelegd:

    • a.

       kennis over de opgedane leerervaringen tijdens het project wordt gedeeld;

    • b.

       medewerking aan evaluatie van het project wordt gegeven.

Paragraaf 3 Gezondheid en luchtkwaliteit

Artikel 16 Doelgroep
  • 1  Subsidie kan worden aangevraagd door rechtspersonen en tijdelijke of permanente samenwerkingsverbanden van rechtspersonen.

  • 2  In het samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid treedt een deelnemer van het samenwerkingsverband op als penvoerder en draagt zorg voor:

    • a.

       de subsidieaanvraag;

    • b.

       de overige correspondentie;

    • c.

       de inhoudelijke en financiële coördinatie..

Artikel 17 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de relatie tussen gezondheid en luchtkwaliteit.

Artikel 18 Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     de subsidieaanvrager levert een bijdrage uit eigen middelen of middelen van derden van ten minste 50% van de totale kosten van het project;

  • b.

     indien sprake is van een samenwerkingsverband, beschikt het samenwerkingsverband over een door alle deelnemers van het samenwerkingsverband ondertekende verklaring, waaruit de instemming van alle deelnemers met betrekking tot de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, de penvoering en de inhoudelijke en financiële coördinatie blijkt;

  • c.

     het project toont de relatie tussen luchtkwaliteit en gezondheid;

  • d.

     het project bevordert de gezondheid in relatie tot de luchtkwaliteit;

  • e.

     aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

       een degelijk en op resultaat toetsbaar projectplan waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de onderdelen a tot en met d;

    • 2°.

       een sluitende begroting voor het project;

    • 3°.

       bindende schriftelijke toezeggingen over de financiële bijdrage van de overige betrokken partijen;

    • 4°.

       een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.

Artikel 19 Vereisten subsidieaanvraag
  • 1  Subsidieaanvragen worden ingediend bij Gedeputeerde Staten.

  • 2  Subsidieaanvragen worden ingediend voor 31 december 2013.

  • 3  Subsidieaanvragen worden ingediend met gebruikmaking van het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde aanvraagformulier.

  • 4  Een subsidieaanvraag bevat tenminste het volledig ingevulde aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen.

Artikel 20 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de aanvraagperiode vanaf het moment van inwerkingtreden van deze regeling tot en met 31 december 2013 vast op € 55.000, -.

Artikel 21 Subsidiehoogte
  • 1  De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 40.000,-.

  • 2  De totaal verstrekte subsidie aan een subsidieaanvrager over een periode van drie belastingjaren bedraagt maximaal € 200.000,- voor rechtspersonen en €100.000,- voor ondernemingen in het wegvervoer en voldoet ook aan de overige voorwaarden voor de-minimissteun.

Artikel 22 Verdeelcriteria
  • 1 . Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.

  • 2  Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.

  • 3  Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 23 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  • 1  Aan de subsidieontvanger wordt de verplichting opgelegd dat het project uiterlijk 31 december 2015 is afgerond.

  • 2  Aan de subsidieontvanger kunnen voorts de volgende verplichtingen worden opgelegd:

    • a.

       kennis over de opgedane leerervaringen tijdens het project wordt gedeeld;

    • b.

       medewerking aan evaluatie van het project wordt gegeven.

Paragraaf 4 Stimuleren van productie en rijden op groen gas

Artikel 24 Doelgroep
  • 1  Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

       initiatiefnemers van projecten voor productie en afzet van groen gas als transportbrandstof;

    • b.

       samenwerkingsverbanden van rechtspersonen in de keten van productie tot gebruik van groen gas waartoe in ieder geval behoren:

      • 1°.

         initiatiefnemers vergistingsprojecten;

      • 2°.

         groen gasproducenten;

      • 3°.

         leveranciers van opwerkingsinstallaties;

      • 4°.

         exploitanten van tankstations met aanbod van groen gas of initiatiefnemers voor dergelijke tankstations;

      • 5°.

         gebruikers van groen gas.

  • 2  In het samenwerkingsverband als bedoeld in het eerste lid, onder b, treedt een deelnemer van het samenwerkingsverband op als penvoerder en draagt zorg voor:

    • a.

       de subsidieaanvraag;

    • b.

       de overige correspondentie;

    • c.

       de inhoudelijke en financiële coördinatie.

Artikel 25 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het stimuleren van de productie en rijden of varen op groen gas.

Artikel 26 Subsidievereisten

Om voor subsidie in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

     de subsidieaanvrager levert een bijdrage uit eigen middelen of middelen van derden van ten minste 50% van de totale kosten van het project;

  • b.

     indien sprake is van een samenwerkingsverband, beschikt het samenwerkingsverband over een door alle deelnemers van het samenwerkingsverband ondertekende verklaring, waaruit de instemming van alle deelnemers met betrekking tot de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd, de penvoering en de inhoudelijke en financiële coördinatie blijkt;

  • c.

     minimaal twee deelnemers in het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel b, zijn gevestigd in de provincie Noord-Brabant of hebben hun werkingsgebied in de provincie Noord-Brabant;

  • d.

     het project omvat het realiseren van een demonstratieproject voor productie en gebruik van groen gas als transportbrandstof of;

  • e.

     het project omvat het samenbrengen van partijen in de keten van productie tot gebruik van groen gas als transportbrandstof of;

  • f.

     het project omvat het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek en een businesscase of een van beide voor productie en gebruik van groen gas als transportbrandstof, of;

  • g.

     het project omvat het uitvoeren van een gezamenlijk project voor productie en gebruik van groen gas als transportbrandstof;

  • h.

     de voor groen gas bestemde voertuigen zijn niet geschikt en kunnen niet geschikt gemaakt worden voor electrische aandrijving;

  • i.

     aan het project liggen ten grondslag:

    • 1°.

       een degelijk en op resultaat toetsbaar projectplan waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze wordt voldaan aan de onderdelen a tot en met c en een van de onderdelen d tot en met g;

    • 2°.

       een sluitende begroting van het project;

    • 3°.

       bindende schriftelijke toezeggingen over de financiële bijdrage van de overige betrokken partijen;

    • 4°.

       een volledig ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.

Artikel 27 Vereisten subsidieaanvraag
  • 1 . Subsidieaanvragen worden ingediend bij Gedeputeerde Staten.

  • 2  Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tendertermijn van 1 september 2012 tot en met 31 oktober 2012.

  • 3  Subsidieaanvragen worden ingediend met gebruikmaking van het daartoe door Gedeputeerde Staten vastgestelde aanvraagformulier.

  • 4  Een subsidieaanvraag bevat tenminste het volledig ingevulde aanvraagformulier en de daarin voorgeschreven bijlagen.

Artikel 28 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tender van 1 september 2012 tot en met 31 oktober 2012 vast op:

  • a.

     € 75.000,-- voor de in artikel 26, aanhef onder d genoemde projecten;

  • b.

     € 50.000,-- voor de in artikel 26, aanhef onder e tot en met g genoemde projecten.

Artikel 29 Subsidiehoogte
  • 1  De hoogte van de subsidie bedraagt:

    • a.

       maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 75.000,-- voor de in artikel 26, aanhef onder d genoemde projecten;

    • b.

       maximaal 50% van de subsidiabele kosten met een minimum van € 5.000,-- en een maximum van € 25.000,-- voor de in artikel 26, aanhef onder e tot en met g genoemde projecten.

  • 2  De totaal verstrekte subsidie aan een subsidieaanvrager over een periode van drie belastingjaren bedraagt maximaal € 200.000,-- voor rechtspersonen en €100.000 voor ondernemingen in het wegvervoer en voldoet ook aan de overige voorwaarden voor de-minimissteun.

Artikel 30 Verdeelcriteria
  • 1  Indien de subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond, genoemd in artikel 28 te boven gaan, bepalen Gedeputeerde Staten de volgorde van behandeling op basis van het aantal punten dat aan een project kan worden toegekend, waarbij projecten met meer punten voorgaan op projecten met minder punten.

  • 2  Het totaal aantal punten dat aan een project kan worden toegekend, wordt als volgt berekend:

    • a.

       per criterium zoals beschreven in het derde en vijfde lid kunnen 0 tot maximaal 10 punten worden behaald;

    • b.

       vervolgens wordt de behaalde score vermenigvuldigd met de wegingsfactor van het desbetreffende criterium;

    • c.

       vervolgens wordt de totaalscore vastgesteld door alle behaalde scores per criterium bij elkaar op te tellen.

  • 3  De criteria en wegingsfactoren voor projecten als bedoeld in artikel 26, aanhef, onder d zijn:

    • a.

       haalbaarheid: wegingsfactor 2;

    • b.

       kwaliteit van het samenwerkingsverband: wegingsfactor 1,5;

    • c.

       innovativiteit: wegingsfactor 1,5;

    • d.

       economisch perspectief: wegingsfactor 1;

    • e.

       mate waarin het projectresultaat bijdraagt aan de versnelling van de markt voor groen gas als transportbrandstof in het algemeen: wegingsfactor 1.

  • 4  De maximale score die kan worden behaald voor projecten als bedoeld in artikel 26, aanhef, onder d, bedraagt 70 punten.

  • 5  De criteria en wegingsfactoren voor projecten als bedoeld in artikel 26, aanhef, onder e tot en met g zijn:

    • a.

       bijdrage aan de doelstelling van de regeling: wegingsfactor 2;

    • b.

       kwaliteit van het samenwerkingsverband: wegingsfactor 1,5;

    • c.

       haalbaarheid: wegingsfactor 1,5;

    • d.

       innovativiteit: wegingsfactor 1,5;

    • e.

       mate van organisatie van de vraag naar groen gas als transportbrandstof: wegingsfactor 1.

  • 6  De maximale score die kan worden behaald voor projecten als bedoeld in artikel 26, aanhef, onder e tot en met g, bedraagt 75 punten.

Artikel 31 Verplichtingen van de subsidieontvanger
  • 1  Aan de subsidieontvanger wordt ten aanzien van projecten genoemd in artikel 26, aanhef onder d de verplichting opgelegd dat het project uiterlijk 31 december 2014 is afgerond.

  • 2  Aan de subsidieontvanger wordt ten aanzien van projecten genoemd in artikel 26, aanhef, onder e tot en met g de verplichting opgelegd dat het project uiterlijk 31 december 2014 is afgerond.

  • 3  Aan de subsidieontvanger kunnen voor alle in artikel 26, aanhef d tot en met g genoemde projecten voorts de volgende verplichtingen worden opgelegd:

    • a.

       kennis over de opgedane leerervaringen tijdens het project wordt gedeeld;

    • b.

       medewerking aan evaluatie van het project wordt gegeven.

Paragraaf 5 Overige bepalingen

Artikel 32 Hardheidsclausule

Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen in deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de verbetering van luchtkwaliteit zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 33 Intrekking
  • 1  De Beleidsregel Verbeteren luchtkwaliteit in Brabant wordt ingetrokken.

  • 2  Het Openstellingsbesluit subsidieverlening Verbeteren luchtkwaliteit in Brabant wordt ingetrokken.

  • 3  Het Openstellingsbesluit subsidieverlening Verbeteren luchtkwaliteit in Brabant 2010 wordt ingetrokken.

  • 4  Het Openstellingsbesluit subsidieverlening Verbeteren luchtkwaliteit in Brabant 2011 wordt ingetrokken.

Artikel 34 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 35 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling betere luchtkwaliteit Noord-Brabant.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 27 augustus 2012

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter  prof. dr. W.B.H.J. van de Donk 

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

 

 Algemeen

De Europese luchtkwaliteitsnormen worden overschreden. In het stedelijke gebied vormt het verkeer de belangrijkste bron van luchtvervuiling. Het Brabants Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (BSL), als onderdeel van het Nationale samenwerkingsprogramma luchtkwaliteit (NSL), is opgesteld om deze problematiek aan te pakken. Het BSL bevat maatregelen die gemeenten en de provincie treffen.

In 2008 is door Gedeputeerde Staten een beleidsregel “Verbeteren Luchtkwaliteit in Brabant” vastgesteld. Dit betrof een subsidieregeling die vele projecten mogelijk heeft gemaakt. De beleidsregel liep tot 1 januari 2012. Doordat een aantal kansrijke projecten niet in 2011 ingediend konden worden is het in de beleidregel bepaalde subsidieplafond niet bereikt. Deze (rijks)middelen afkomstig uit het Nationaal Samenwerkings Programma Luchtkwaliteit (NSL)van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) zijn nog beschikbaar. Door een nieuwe subsidieregeling open te stellen worden deze middelen alsnog ingezet.

In de tussenliggende periode hebben zich een aantal nieuwe ontwikkelingen voorgedaan. Er komt bij luchtkwaliteit steeds meer aandacht voor de gezondheidscomponent i.p.v. alleen maar de grenswaarde (concentratiewaarde) halen. Het Provinciale Milieu Plan heeft gezondheid als rode draad opgenomen in het programma. De agenda van Brabant geeft de volgende hoofdlijnen: innovatie, kennisontwikkeling, leefomgeving, regisseur grote (gebieds)opgaven, verbindende schakel. Ook is uit diverse overleggen gebleken dat er kansen liggen voor productie en gebruik van biogas als brandstof. Om dit proberen te versnellen/vlot te trekken dient dit extra gestimuleerd te worden d.m.v. voorbeeldprojecten of coalitievorming. Al deze elementen zijn meegenomen in de nieuwe Subsidieregeling betere luchtkwaliteit Noord-Brabant.

De subsidiabele activiteiten van deze subsidieregeling zijn: A) Innovatieve projecten passend binnen de doelstelling van het BSL met een subsidieplafond van € 275.000,- ; B) Projecten die de relatie tussen gezondheid en luchtkwaliteit in beeld brengen, met een subsidieplafond van € 55.000,-; C) Projecten ter stimulering van productie en rijden op “groen gas” met een subsidieplafond van totaal € 125.000,-.

De totaal te verstrekken subsidie bedraagt € 455.000,- , € 380.000,- is van de voorgaande Beleidsregel, € 75.000,- betreft middelen via directie E&M voor beheer en onderhoud en strategische ontwikkelingen.

Wettelijk kader

Subsidieverstrekking is gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht. De wettelijke grondslag voor subsidieverstrekking door de provincie Noord-Brabant is neergelegd in de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant (ASV). De bepalingen van de ASV zijn van toepassing op subsidies die op grond van deze subsidieregeling worden toegekend, tenzij hier, waar mogelijk, van wordt afgeweken in de subsidieregeling of subsidiebeschikking. Dit betekent dat de algemene regels van de ASV, waarvan niet beoogd wordt af te wijken, in deze regeling niet opnieuw zijn opgenomen. Een aanvrager zal dus naast deze subsidieregeling ook de ASV moeten raadplegen om te weten welke rechten en verplichtingen aan de subsidie verbonden zijn. In de ASV zijn met name in artikel 10 belangrijke administratieve verplichtingen vastgelegd in verband met de financiële verantwoording. Deze verplichtingen gelden op grond van artikel 10, derde lid, ook voor subsidies die direct worden vastgesteld. Verder is de subsidieontvanger op grond van het vierde lid van artikel 10 ASV verplicht in iedere publicatie te vermelden dat het project is gerealiseerd met financiële steun van de provincie Noord-Brabant. Op grond van artikel 14 van de ASV dient de subsidieontvanger het bestuur direct in kennis te stellen van stagnatie, wijzigingen in de uitvoering van een project of andere feiten waardoor de uitvoering in gevaar komt, wordt vertraagd of versneld.

De-minimissteun

Deze subsidieregeling behoeft niet aangemeld te worden bij de Europese Commissie omdat voldaan wordt aan de vrijstellingsvereisten als geformuleerd in Verordening (EG) nr. 1998/2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun (Pb 2006, L 379/05). Hiertoe is bepaald dat niet meer subsidie wordt verstrekt dan tot het drempelbedrag van € 200.000,- (€100.000,- voorondernemingen in het wegvervoer). De subsidieaanvrager dient hier overigens zelf op toe te zien en zelf de juiste gegevens toe aan te dragen.

Opzet van de subsidieregeling

Paragraaf 1 geeft algemene bepalingen die voor alle subsidies die op grond van deze regeling verstrekt kunnen worden, van toepassing zijn. In paragraaf 2, 3 en 4 zijn voor de afzonderlijke subsidies specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot subsidiabele activiteiten, subsidievereisten, aanvraagvereisten, subsidieplafond, hoogte van de subsidie, verplichtingen en waar nodig verdeelcriteria.

Artikelsgewijs

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 3 Subsidiabele kosten

De hoofdregel is dat alleen kosten gemaakt na de datum van verlening subsidiabel zijn. Bij uitzondering kunnen Gedeputeerde Staten anders beslissen.

Artikel 5 Subsidieverlening

Voor de aanvraagtermijn is aangesloten bij de ASV. Let op voor de subsidievaststelling is aangesloten bij artikel 10 van de ASV. Het aanvragen van een subsidievaststelling volgt uit de systematiek van de subsidietitel van de Awb.

Artikel 6 Vaststelling subsidies tot € 25.000,--

In lijn met ontwikkelingen op subsidiegebied (het kader financieel beheer rijkssubsidies) en binnen de ruimte die de huidige ASV biedt, is bepaald dat subsidies tot € 25.000,-- direct worden vastgesteld. Conform artikel 10, derde lid van de ASV ontslaat dat de subsidieontvanger niet van de verantwoordingsverplichtingen. De desbetreffende gegevens moeten uiterlijk drie maanden na afloop van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt dan wel binnen drie maanden na afloop van het jaar waarvoor subsidie is verstrekt, worden ingediend.

Paragraaf 2 Innovatieve projecten in de doelstelling Brabants Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit

Artikel 9 Subsidiabele activiteiten

De subsidie is gericht op projecten die een specifieke bijdrage leveren aan vernieuwingen, inzichten en ontwikkelingen ter verbetering van de luchtkwaliteit.

Artikel 10 Subsidievereisten

Onderdeel a. De subsidie is bedoeld om projecten ter verbetering van de luchtkwaliteit te stimuleren. Vandaar dat deze is opgezet als cofinanciering waarbij de aanvrager de helft van de kosten uit andere middelen dient te bekostigen, eigen middelen of middelen van derden waaronder subsidies.

Artikel 13 Subsidiehoogte

Lid 2

Het bedrag van € 200.000,-- (resp. € 100.000,--) komt overeen met het drempelbedrag dat de Europese Commissie heeft vastgesteld ten aanzien van de- minimissteun. Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Steun onder deze drempel behoeft niet te worden aangemeld. In deze (verordening/regeling) is ervoor gekozen om bij de subsidietoekenning dit bedrag niet te overschrijden. Het kan echter in de praktijk voorkomen dat een door ons begunstigde onderneming in de afgelopen drie jaar al eens subsidie of een andere vorm van steun van een overheidsorgaan heeft ontvangen. Dit moet blijken uit de “Verklaring de-minimissteun”. Indien de te verlenen subsidie tezamen met de reeds ontvangen steun een bedrag van € 200.000,-- (resp. € 100.000,--) overschrijdt, zal in dat specifieke geval de onderhavige subsidieverlening aangemeld moeten worden.

Artikel 15 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Dit artikel bevat aanvullingen op de verplichtingen die zijn opgenomen in de ASV, waaronder de verplichting bij publicaties met betrekking tot de te subsidiëren activiteit, te vermelden dat de activiteit gedeeltelijk wordt gerealiseerd met subsidie van de provincie Noord-Brabant. Ten aanzien van de middelen afkomstig van het NSL heeft de provincie Noord-Brabant verantwoordingsverplichtingen conform de zogenoemde sisa-systematiek zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). Op grond van de ASV dient ook een subsidieontvanger bij een verzoek om vaststelling van subsidie aan deze verantwoordingsverplichtingen te voldoen zodat de provincie nochtans voldoende gegevens verzamelt om aan de eigen verantwoordingsverplichting richting het Rijk te kunnen voldoen.

Paragraaf 3 Gezondheid en luchtkwaliteit

Artikel 17 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de relatie tussen gezondheid en luchtkwaliteit waardoor beter inzicht wordt verkregen in de materie.

Artikel 18 Subsidievereisten

Onderdeel a. De subsidie is bedoeld om projecten ter verbetering van de luchtkwaliteit te stimuleren. Vandaar dat deze is opgezet als cofinanciering waarbij de aanvrager de helft van de subsidiabele kosten uit andere middelen dient te bekostigen, eigen middelen of middelen van derden waaronder subsidies.

Artikel 21 Subsidiehoogte

Lid 2

Het bedrag van € 200.000,-- (resp. € 100.000,--) komt overeen met het drempelbedrag dat de Europese Commissie heeft vastgesteld ten aanzien van de- minimissteun. Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Steun onder deze drempel behoeft niet te worden aangemeld. In deze (verordening/regeling) is ervoor gekozen om bij de subsidietoekenning dit bedrag niet te overschrijden. Het kan echter in de praktijk voorkomen dat een door ons begunstigde onderneming in de afgelopen drie jaar al eens subsidie of een andere vorm van steun van een overheidsorgaan heeft ontvangen. Dit moet blijken uit de “Verklaring de-minimissteun”. Indien de te verlenen subsidie tezamen met de reeds ontvangen steun een bedrag van € 200.000,-- (resp. € 100.000,--) overschrijdt, zal in dat specifieke geval de onderhavige subsidieverlening aangemeld moeten worden.

Artikel 23 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Dit artikel bevat aanvullingen op de verplichtingen die zijn opgenomen in de ASV, waaronder de verplichting bij publicaties met betrekking tot de te subsidiëren activiteit, te vermelden dat de activiteit gedeeltelijk wordt gerealiseerd met subsidie van de provincie Noord-Brabant. Ten aanzien van de middelen afkomstig van het NSL heeft de provincie Noord-Brabant verantwoordingsverplichtingen conform de zogenoemde sisa-systematiek zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). Op grond van de ASV dient ook een subsidieontvanger bij een verzoek om vaststelling van subsidie aan deze verantwoordingsverplichtingen te voldoen zodat de provincie nochtans voldoende gegevens verzamelt om aan de eigen verantwoordingsverplichting richting het Rijk te kunnen voldoen.

Paragraaf 4 Stimuleren van productie en rijden op groen gas

In de Energieagenda wordt primair ingestoken op elektrisch rijden. Maar er bestaan daarnaast ook andere opties. Een mogelijkheid is om het biogas op te werken tot bio-LNG, vloeibaar gemaakt biomethaan. Dit bio-LNG is met name geschikt voor binnenscheepvaart of (zwaar) wegtransport voor langere afstanden. Toepassing van biogas voor transport past binnen het luchtkwaliteitsbeleid. Het is innovatief en past ook binnen de Energieagenda (Energie als economische kans). Hoewel de focus vanuit de Energieagenda primair bij elektrisch rijden ligt, is de optie bio-LNG niet strijdig/concurrerend t.o.v. elektrisch rijden, maar aanvullend. Ook biedt deze ontwikkeling kansen voor Brabantse bedrijven.

Artikel 24 Doelgroep

De doelgroep voor deze subsidie is afgebakend tot de in het artikel opgenomen rechtspersonen.

Artikel 25 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op het stimuleren van productie en rijden of varen op groen gas. Om te voorkomen dat voertuigen die geschikt zijn voor electrische aandrijving voor deze subsidie in aanmerking komen is in artikel 26 het vereiste opgenomen dat de voertuigen niet geschikt zijn of geschikt gemaakt kunnen worden voor electrische aandrijving.

Artikel 26 Subsidievereisten

Onderdeel a. De subsidie is bedoeld om projecten ter verbetering van de luchtkwaliteit te stimuleren. Vandaar dat deze is opgezet als cofinanciering waarbij de aanvrager de helft van de subsidiabele kosten uit andere middelen dient te bekostigen, eigen middelen of middelen van derden waaronder subsidies. In onderdeel c wordt tot uitdrukking gebracht dat de aanvrager grotendeels zijn werkingsgebied in Noord-Brabant dient te hebben. Dit versterkt de weigeringsgrond uit de ASV die ervoor zorgt dat de activiteiten ten goede komen aan de inwoners van de provincie Noord-Brabant. Uitsluitend voertuigen die niet geschikt zijn voor electrische aandrijving komen hiervoor in aanmerking; b.v. bussen voor (openbaar) vervoer zijn uitgesloten voor deze regeling. Het is onderverdeeld in twee soorten activiteiten: pilotprojecten ter demonstratie van productie en gebruik en projecten die gericht zijn op het daadwerkelijk produceren en gebruiken van groen gas. Dit onderscheid werkt door in de gehele paragraaf.

Artikel 28 Subsidieplafond

Voor de twee onderscheiden projecttypen is een verschillend plafond vastgesteld.

Artikel 29 Subsidiehoogte

Lid 2

Het bedrag van € 200.000,-- (resp. € 100.000,--) komt overeen met het drempelbedrag dat de Europese Commissie heeft vastgesteld ten aanzien van de- minimissteun. Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren. Steun onder deze drempel behoeft niet te worden aangemeld. In deze (verordening/regeling) is ervoor gekozen om bij de subsidietoekenning dit bedrag niet te overschrijden. Het kan echter in de praktijk voorkomen dat een door ons begunstigde onderneming in de afgelopen drie jaar al eens subsidie of een andere vorm van steun van een overheidsorgaan heeft ontvangen. Dit moet blijken uit de “Verklaring de-minimissteun”. Indien de te verlenen subsidie tezamen met de reeds ontvangen steun een bedrag van € 200.000,-- (resp. € 100.000,--) overschrijdt, zal in dat specifieke geval de onderhavige subsidieverlening aangemeld moeten worden.

Artikel 30 Verdeelcriteria

Vanwege de verdeelcriteria worden de projecten beoordeeld op de mate waarin zij voldoen aan de criteria uit het derde of vierde lid. Deze criteria worden vermenigvuldigd met de wegingsfactor. Vervolgens worden alle punten per project opgeteld.

Artikel 31 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Dit artikel bevat aanvullingen op de verplichtingen die zijn opgenomen in de ASV, waaronder de verplichting bij publicaties met betrekking tot de te subsidiëren activiteit, te vermelden dat de activiteit gedeeltelijk wordt gerealiseerd met subsidie van de provincie Noord-Brabant. Ten aanzien van de middelen afkomstig van het NSL heeft de provincie Noord-Brabant verantwoordingsverplichtingen conform de zogenoemde sisa-systematiek zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). Op grond van de ASV dient ook een subsidieontvanger bij een verzoek om vaststelling van subsidie aan deze verantwoordingsverplichtingen te voldoen zodat de provincie nochtans voldoende gegevens verzamelt om aan de eigen verantwoordingsverplichting richting het Rijk te kunnen voldoen.

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

 prof. dr. W.B.H.J. van de Donk   drs. W.G.H.M. Rutten

 

Vragen over regelingen?

Contacten (2)

Open Links Sluit Links