Terug naar het overzicht

Stalemissie

Brabant is een veedichte provincie. Bij veehouderij hoort ook emissie uit stallen. De belangrijkste drie zijn ammoniak, geur en fijnstof. Lokale, regionale en landelijke overheden proberen deze emissies te verminderen. De belangrijkste bron voor de stalemissie is het Bestand Veehouderijbedrijven (BVB).

Ammoniak

Ammoniak heeft een vermestende en verzurende werking. Vooral de natuur heeft hier last van, omdat soorten verdwijnen die hier niet tegen kunnen. Maar er zijn ook onderzoeken die ammoniak koppelen aan negatieve effecten op de gezondheid van mensen. Sinds midden jaren ‘90 wordt het gebruik van emissiearme huisvestingssystemen gestimuleerd. Later zijn deze verplicht geworden.

De onderstaande figuur laat de ontwikkeling van de ammoniakemissie per diersoort zien. De emissie in 2010 is 100%.

Wat opvalt, is dat vooral bij kippen en varkens de ammoniakemissie gedaald is. En dat emissie van melkvee en geiten eerst gestegen is en daarna niet veel meer is veranderd. De stijging komt door de toename van het aantal vergunden melkkoeien en geiten.

In 2017 is ongeveer een derde van de vergunde ammoniakemissie afkomstig van varkens en een derde van melkvee.

Geuremissie

De wetgeving rondom geuremissie zorgde van midden 2000 voor een afname. Voor die tijd werd gewerkt met stankcirkels. Voor verschillende diersoorten, zoals melkvee, zijn geen geuremissiefactoren opgesteld. Die kunnen dus niet worden getoond worden in de grafiek.

De onderstaande grafiek beschrijft de geuremissie. De emissie in 2010 is 100%. De meeste vergunde geuremissie is afkomstig van de varkenshouderij. Daarom zijn in die sector meer technieken beschikbaar om emissie terug te dringen, zoals combi luchtwassers. Daardoor is bij varkens, na een lichte toename, een afname te zien.

Wat opvalt, is dat vooral bij kippen en varkens de ammoniakemissie gedaald is. En dat emissie van melkvee en geiten eerst gestegen is en daarna niet veel meer is veranderd. De stijging komt door de toename van het aantal vergunden melkkoeien en geiten.

In Brabant is de geuremissie voornamelijk afkomstig van de varkenshouderij.

In 2017 is de varkenshouderij goed voor 70% van de vergunde geuremissie. Tien procent komt van pluimvee.

Fijnstof

De fijnstof uit veehouderij bestaat voornamelijk uit PM10. Bij verkeer is dit het kleinere PM2,5. Vanuit de overheid wordt de emissie van fijnstof aangepakt. Dit gebeurt door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Er wordt vooral gefocust op het oplossen van knelpunten.

De grafiek hierboven laat de fijnstofemissie zien van de veehouderij in Brabant. De emissie in 2010 is 100%. De vergunde fijnstofemissie is gedaald bij varkens en toegenomen bij kippen. Deze toename wordt veroorzaakt door de verandering van legbatterijen naar scharrelhuisvesting. De afname bij de varkens komt doordat de maatregelen die goed zijn tegen geur en ammoniak ook vaak fijnstof afvangen.

De emissie van fijnstof in Brabant is in 2017 vooral afkomstig van kippen (mee dan 50%). De varkenshouderij is verantwoordelijk voor bijna 30% van de vergunde fijnstofemissie.

Terug naar het overzicht