Mediaspeler laden...

Op 10 januari 2017 is de BZV versie 1.2 in werking getreden. De Nota van Inspraak, BZV versie 1.2 en de wijziging van de Nadere Regels BZV 1.2 kunt u raadplegen op ruimtelijkeplannen.brabant.nl en ruimtelijkeplannen.nl 

Ter inzage

Het ontwerp BZV versie 2.0 lag ter inzage van 17 juni 2017 tot en met 14 juli 2017. U kunt de stukken inzien via ruimtelijkeplannen.brabant.nl

Ontwikkelruimte verdienen

De BZV is een instrument dat stuurt en stimuleert dat een veehouderij zorgvuldig is en daarmee goed past in haar omgeving. De BZV gaat uit van de gedachte dat Ontwikkelruimte verdiend moet worden en niet onbegrensd is. Deze denklijn is vastgesteld in de Verordening ruimte 2014. Veehouders kunnen pas een vergunning aanvragen voor een uitbreiding na overleg met hun omgeving en nadat uit een objectieve BZV toetsing de score ‘zorgvuldig’ is gekomen. BZV toetst de thema's: gezondheid, dierenwelzijn, brandpreventie, energie, fosfaatefficiëntie, geur, fijn stof, endotoxines, ammoniak, biodiversiteit, mineralenkringlopen en verbinding met de omgeving.

Het Panel Zorgvuldige Veehouderij

Veehouders kunnen maatregelen kiezen en scoren als deze verder gaan dan de wettelijke minimumeisen. De BZV heeft 3 pijlers: Certificaten (onafhankelijk erkende certificaten die veel bedrijven hebben), Inrichting & Omgeving (fysieke inrichting van het bedrijf) en Innovatie. De BZV honoreert innovaties, ook wanneer ze nog geen bewezen bijdrage leveren aan een zorgvuldige veehouderij. Het Panel Zorgvuldige Veehouderij geeft advies over kansrijke innovaties in de veehouderij. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de vergunningverlening aan veehouders en zien erop toe dat zij voldoen aan de criteria van de BZV.

Aanvraag doen

Een omgevingsvergunning aanvragen gaat via het Omgevingsloket. Veehouders of hun adviseurs moeten voor het aanvragen van de vergunning eerst de BZV invullen via de webapplicatie. Met de webapplicatie kunnen veehouders en bedrijfsadviseurs zien hoe zij er op dit moment voorstaan en scenario’s maken om te toetsen hoe zij de voor ontwikkelruimte vereiste score kunnen halen. Zie ook de werkinstructie voor de webapplicatie.

Veehouders moeten ook rekening houden met:

• Verordening ruimte Noord-Brabant
• Mestverwerkingsplicht
Programmatische Aanpak Stikstof
Wet natuurbescherming

Zie ook

Documenten en bestanden (3)

Open Links Sluit Links

Links naar (3)

Open Links Sluit Links

Contacten (1)

Open Links Sluit Links

Veelgestelde vragen (8)

Open Links Sluit Links
  • 1. Is toetsing aan art. 6.3/7.3 nodig voor bouw garage op agrarisch bouwperceel?

    Vraag

    Dient voor de uitbreiding van het bebouwd oppervlak voor een garage ten behoeve van privé gebruik binnen een agrarisch bouwperceel ook getoetst te worden aan artikel 6.3/ 7.3 van de Verordening ruimte 2014 ? (cumulatieve geurhinder, achtergrondconcentratie, fijn stof, dialoog met de buurt, BZV, etc?).

    Antwoord

    Nee, mits in het bestemmingsplan geborgd wordt dat de garage alleen bestemd wordt voor privégebruik en er geen functieverandering mag plaatsvinden naar gebruik voor het houden van dieren. 

  • 2. Is BZV van toepassing op een loods bij een melkveehouderij?

    Vraag

    Is de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij van toepassing op een loods ten behoeve van de opslag van hooi/stro welke gebouwd wordt bij een (grondgebonden) melkrundveehouderij?

    Antwoord

    Ja, de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij is ook van toepassing op het bouwen van een loods, ook als deze niet gebruikt wordt voor het houden van dieren. Het is immers een gebouw voor de uitoefening van een veehouderij.

  • 3. Is BZV van toepassing in geval van nevenfuncties zoals een akkerbouwtak?

    Vraag

    Is de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij ook van toepassing in geval van nevenfuncties, waaronder een akkerbouwtak?

    Antwoord

    Ten aanzien van nevenfuncties het volgende. In artikel 6.4 en 7.4 van de Verordening ruimte 2014 is nadrukkelijk bepaald dat gebouwen voor een neventak of nevenfunctie niet aan de BZV hoeft te voldoen mits het bestemmingsplan borgt dat die gebouwen niet gebruikt worden voor het houden van dieren. In de toelichting op de Verordening ruimte 2014 is bij artikel 7.4 opgenomen hoe dit geborgd kan worden.

  • 4. Is BZV van toepassing bij combinatie van paardenhouderij en veehouderij?

    Vraag

    Is de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij van toepassing op een paardenhouderij als deze gecombineerd is met een veehouderij?

    Antwoord

    Nee, paardenbedrijven vallen niet onder de definitie van veehouderij als opgenomen in de Verordening ruimte 2014. Indien de gebouwen voor deze (neven)tak worden opgericht EN indien is geborgd dat de bebouwing niet ten behoeve van het houden van dieren voor de aanwezige veehouderij gebruikt kan worden (dat moet dus in het bestemmingsplan geborgd worden) zijn de rechtstreeks werkende regels inzake veehouderij (artikel 34 van de Verordening ruimte 2014 incl. BZV) niet van toepassing.

  • 5. Is op de bouw van gebouwen tot een maximum van 100 m2 voor veehouderij de BZV van toepassing?

    Antwoord

    Nee, dit is geregeld in de nadere regels van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij als bedoeld in artikel 6.3, lid 3 - 7.3, lid 3 en 25.3 van de Verordening ruimte 2014. De regels , artikelen 6.3, 7.3 en 34, van de Verordening ruimte 2014 blijven voor het overige onverkort wel van toepassing slechts de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij is uitgesloten.

     

  • 6. Wanneer is sprake van toename van oppervlakte van de bestaande gebouwen voor een veehouderij?

    Vraag

    In welk geval is sprake van toename van oppervlakte van de bestaande gebouwen en bestaande bouwwerken voor een veehouderij?

    Antwoord

    Wanneer sprake is van toename van de oppervlakte van bestaande gebouwen , is te herleiden uit artikel 34 Verordening ruimte 2014.

     

  • 7. Hoe borg je dat gebouwen niet worden gebruikt voor het houden van dieren?

    Antwoord

    De borging moet in een bestemmingsplan geregeld worden. In een bestemmingsplan kunnen namelijk gebruiksbepalingen worden opgenomen inzake het gebruik van gebouwen. Via dergelijke gebruiksbepalingen kan derhalve geborgd worden dat gebouwen niet gebruikt worden voor het houden van dieren.

     

  • 8. Gelden de BZV en dialoog bij uitbreidingen van veehouderijen met maatschappelijke en recreatieve bestemmingen?

    Vraag

    Zijn de in de Verordening ruimte 2014 voorgeschreven Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en dialoog van toepassing op uitbreidingen van gebouwen voor zorgboerderijen en recreatiebedrijven, waarbij het houden van dieren (ondergeschikt) onderdeel is van de bedrijfsvoering?
    In hoeverre is de bestemming daarbij leidend? Kunnen de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en dialoog ook van toepassing zijn bij maatschappelijke en recreatieve bestemmingen?

    Antwoord

    De Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij en zorgvuldige dialoog zijn opgenomen in artikel 6.3 en 7.3 van de Verordening ruimte 2014 en moeten derhalve verplicht toegepast worden bij veehouderijen. Wat onder een veehouderij verstaan wordt is opgenomen in de definitiebepalingen van de Verordening ruimte 2014.

    Het staat iedere gemeente vrij om de zorgvuldige dialoog en de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij ook toe te passen bij andere ontwikkelingen indien zij dat wenselijk vinden.