De Verordening stikstof en Natura 2000 en de Verordening vrijstellingen ex artikel 65 Flora- en faunawet zijn ingetrokken en ongewijzigd opgenomen in de Verordening natuurbescherming

Vrijstellingen

In de Verordening natuurbescherming zijn vrijstellingen opgenomen. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten uitgevoerd kunnen worden zonder vergunning, ontheffing of melding. Aan de vrijstellingen zijn in de Verordening natuurbescherming wel voorwaarden verbonden.

Een belangrijke wijziging ten opzichte van de landelijke vrijstellingen voor soortenbescherming die tot 1 januari 2017 gelden, is dat de provincie de bunzing, hermelijn en de wezel niet heeft vrijgesteld. Wel geldt tot 1 oktober 2017 een tijdelijke vrijstelling voor deze 3 kleine marterachtigen.

Verminderen stikstofuitstoot op Natura 2000-gebieden

In de Verordening natuurbescherming zijn regels opgenomen voor vermindering van de stikstofuitstoot op Natura 2000-gebieden in Brabant. Veehouders die na 25 mei 2010 een nieuwe stal hebben gebouwd danwel willen bouwen of geheel of gedeeltelijk willen renoveren, moeten (behoudens overgangsrecht) aan de verordening voldoen. Veehouderijen zorgen voor uitstoot van stikstof in de vorm van ammoniak. Dit is niet goed voor de natuur. Veehouders moeten daarom hun plannen laten beoordelen door de provincie. Dit gebeurt door aanvraag van een vergunning Wet natuurbescherming voor het onderdeel Natura 2000 bij de provincie of via de verklaring van geen bedenkingen bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor het onderdeel Natura 2000. Bij de beoordeling wordt getoetst of er bij nieuwbouw of renovatie voldoende technieken worden ingezet. Daarnaast wordt bij toezicht en handhaving gecontroleerd of stallen voldoen aan de verordening.

Juiste staltechniek

De Verordening schrijft voor dat veehouders de best beschikbare stallentechnieken toepassen wanneer ze de stallen uitbreiden of renoveren en vanaf 2020 moeten ook oudere stalsystemen die niet voldoen worden aangepast. Dit draagt bij aan het terugdringen van de totale ammoniakbelasting van de Natura2000 gebieden. Er bestaan goede staltechnieken die minder ammoniak uitstoten. In het convenant stikstof en Natura2000 is afgesproken om regelmatig de emissie eisen aan te scherpen. De provincie krijgt daarvoor advies van een Commissie van Deskundigen. De regels zijn opgenomen in bijlage 2 van de Verordening natuurbescherming. Aan deze bijlage moet worden getoetst als sprake is van een ‘nieuwe stal’. Wanneer een systeem wordt toegepast dat is opgenomen in bijlage 1 kan sprake zijn van een ‘nieuwe stal’.

Faunabeheer

In het wild levende dieren kunnen schade veroorzaken of overlast veroorzaken. Het gaat dan bijvoorbeeld om vogels die de veiligheid van het vliegverkeer in gevaar kunnen brengen of schade veroorzaken aan landbouwgewassen. In bijzondere gevallen kan het daarom nodig zijn een populatie te beheren of dieren te bestrijden. Daarnaast mogen jagers op grond van de Wet natuurbescherming op bepaalde diersoorten jagen (konijn, haas, fazant, wilde eend, houtduif). De Faunabeheereenheid stelt voor deze 3 vormen van faunabeheer (populatiebeheer, schadebestrijding en jacht) een Faunabeheerplan op. Het provinciale uitvoeringsbeleid voor het faunabeheer is vastgelegd in de Nota faunabeheer Noord-Brabant en in de Beleidsregel natuurbescherming Noord-Brabant.

Bescherming bossen en andere houtopstanden

In de Verordening Wet natuurbescherming zijn regels opgenomen om bossen en andere houtopstanden te beschermen. De herplantplicht maakt ook onderdeel uit van de verordening. Als u in het buitengebied bomen gaat kappen kan het zijn dat u hiervoor een melding moet doen. Het gaat om de volgende situaties: 

  • Bomen die onderdeel zijn van een houtopstand groter dan 10 are (1.000 M²) of 
  • In een rij staan van 20 bomen of meer en
  • Gelegen buiten de bebouwde kom ingevolge de Wet natuurbescherming

In bepaalde gevallen kunt u ontheffing aanvragen voor bijvoorbeeld herplantplicht, vellen van tijdelijke houtopstanden en bij stormschade. Daarnaast kan het zijn dat u moet voldoen aan gemeentelijke wetgeving of soortenbescherming Wet natuurbescherming.

Zie ook

Documenten en bestanden (1)

Open Links Sluit Links

Links naar (1)

Open Links Sluit Links

Veelgestelde vragen (5)

Open Links Sluit Links
  • Wat is de functie van bijlage 1?

    Alleen wanneer sprake is van een ‘nieuwe stal’ moet worden getoetst aan de emissie-eisen van bijlage 2. Wanneer de in bijlage 1 opgenomen systemen worden toegepast kan sprake zijn van een ‘nieuwe stal’. Dat is het geval wanneer deze systemen worden aangelegd, aangekoppeld of geïnstalleerd en betrekking hebben op de emissiereductie van stikstof wat tot uiting komt in een wijziging van het huisvestingssyteem waaraan een specifieke emissiefactor is toegekend. Wanneer er dus geen wijziging van het huisvestingssyteem plaatsvindt wat tot uiting kom in een andere BWL-/ of GL-code is geen sprake van een ‘nieuwe stal’.

  • Is er altijd sprake van een ‘nieuwe stal’ bij bijlage 1?

    Nee, dat is alleen het geval wanneer zo’n systeem wordt aangelegd, aangekoppeld of geïnstalleerd en dit een wijziging van het huisvestingssysteem tot gevolg heeft.

  • Moet er altijd aan bijlage 2 worden getoetst?

    Nee, de enkele omstandigheid dat een systeem wordt genoemd in bijlage 1 betekent nog niet dat sprake is van een ‘nieuwe stal’. Zie vorige vragen en antwoorden.

  • Ook als voor een systeem geen vergunning/melding nodig is?

    Alleen wanneer sprake is van een nieuwe stal moet worden getoetst aan bijlage 2. In situaties waarin geen vergunning of melding is vereist is geen sprake van een nieuwe stal. Er is sprake van een nieuwe stal indien het toepassen van één of meerdere systemen uit bijlage 1 leidt tot een wijziging van het huisvestingssysteem met een andere BWL-code/GL-code. In die gevallen is altijd sprake van een meldings- of vergunningsplicht Wabo. Alle andere handelingen, die passen binnen de BWL-systeembeschrijving van een het huisvestingssysteem, vallen niet onder de werkingssfeer van bijlage 1, omdat zij niet voldoen aan de voorwaarden. Dit geldt eveneens voor een versiewijziging van de BWL-code ter vervanging van een eerdere code. Hiermee is immers ook geen sprake van aanleggen, aankoppelen of installeren.

  • Geldt vervanging ook als 'nieuwe stal'?

    Bij de beoordeling of het aankoppelen of installeren een effect heeft op de reductie van stikstof of de wijze waarop de reductie plaatsvindt, wordt beoordeeld of dit leidt tot een wijziging van het huisvestingssysteem in die zin dat sprake is van een andere BWL-code/GL-code (of huisvestingssysteem waarvoor een erkenning is afgegeven en is opgenomen in de Rav). De Rav-code is niet bepalend omdat een aantal huisvestingssytemen toepasbaar zijn voor meerdere diercategorieën. Er is dus alleen dan sprake van een nieuwe stal indien het toepassen van één of meerdere systemen uit bijlage 1 leidt tot een wijziging van het huisvestingssysteem met een andere BWL code/GL-code. Het vervangen van één of meer van de in bijlage 1 opgenomen systemen binnen het vergunde/gemelde BWL-code/GL-code, zoals het vervangen van een oude filter voor een nieuwe, wordt niet gezien als ‘aanleggen, aankoppelen of installeren’ van een systeem met een effect op de emissiereductie van stikstof. Deze wijzigt immers niet.