De Biesbosch is van groot belang voor een groot aantal habitattypen en moerassoorten, waaronder de bever, ijsvogel, blauwborst, noordse woelmuis, fint en de grote modderkruiper. Ook is het gebied rijk aan bijzondere mossen. Aan de noordoostkant ligt een polder- en uiterwaardenlandschap met stroomdalgrasland en weidekervelhooiland.

Doelen

De belangrijkste opgave voor de Biesbosch is een kwaliteitsverbetering van het zoetwatergetijdegebied voor vochtige alluviale bossen, ruigten en zomen, slikkige rivieroevers, vissoorten, de noordse woelmuis, de tonghaarmuts en de bever. Daarnaast moet er kwaliteitsverbetering en uitbreiding van het rietmoeras plaatsvinden met daarbij behorende (broed)vogels. En ten slotte ligt er een opgave voor herstel en verbetering van de Stroomdalgraslanden en glanshaver- en vossenstaarthooilanden.

Beheerplan

Voor de meeste soorten en een groot aantal habitattypen lijkt het inzetten op procesnatuur en het vergroten van de dynamiek te leiden tot het halen van de Natura 2000-doelstellingen. Voor enkele habitattypen zijn beheermaatregelen nodig. Het pakket aan maatregelen is beschreven in het beheerplan. Het beheerplan lag ter inzage van 17 januari tot en met 27 februari 2019.

Contact

Biesbosch

Zie ook