Aan het einde van de looptijd is de uitvoering van het beleidskader geëvalueerd. Het rapport levert inzichten op over de resultaten, doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid met als conclusie dat het huidige beleidskader voldoet.

 Het beleidskader IBT 2016-2019 is vooral gericht op het verbeteren van de mate waarin toezichtontvangers voldoen aan de wettelijke eisen. Daarbij is het uitgangspunt om sober en op afstand toezicht te houden. De analyse van het huidige beleidskader richt zich op de bijdrage die door de provincie is geleverd aan het voldoen van deze wettelijke eisen. Aanvullend is relevant of daarmee ook de uitvoeringspraktijk van toezichtontvangers is verbeterd. Het (beter laten) functioneren van het openbaar bestuur is immers een van de strategische doelstellingen van het beleidskader.

De onderzoekers komen in hun evaluatie tot de volgende  hoofdconclusies:

  1. Het huidige IBT beleidskader voldoet, de impact op de uitvoeringspraktijk van toezichtontvangers is echter beperkt.
  2. Zowel provincie als gemeenten zijn redelijk tevreden over huidige opzet en werking van het IBT, wel met de nodige ontwikkelpunten.
  3. De belevingswereld van de provincie en de gemeenten sluiten beperkt op elkaar aan.
  4. Vanuit beide kanten is er behoefte aan een meer gezamenlijk proces en meer lerend toezicht.
  5. Communicatiestrategie uit het beleid werkt deels, maar vraagt om nuancering.

De hoofdconclusies worden in het rapport uitgebreid toegelicht.

Contact

Evaluatie Beleidskader Interbestuurlijk Toezicht 2016 – 2019

Zie ook