Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregel Internationalisering van Onderwijs en Cultuur

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

gelet op de Algemene Subsidie Verordening provincie Noord-Brabant;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

A Vast te stellen de navolgende beleidsregel Internationalisering van Onderwijs en Cultuur

B In te trekken de beleidsregel Internationalisering culturele samenwerkingsprojecten 1999 en de beleidsregel Internationalisering van onderwijs 2000.

Beleidsregel Internationalisering van Onderwijs en Cultuur

Deze beleidsregel bestaat uit de volgende onderdelen: Onderwijs (I), Cultuur (II) en Slotbepalingen (III).

I Onderwijs

Artikel 1 Doelstelling van de subsidieregeling

Door middel van een extra financiële stimulans bevorderen dat grensoverschrijdende uitwisselingen en onderwijsprojecten tot stand komen tussen scholen en onderwijsinstellingen in Noord-Brabant en zijn partnerregio’s. De partnerregio’s zijn de grensregio’s Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen, Noord-Frankrijk enerzijds en Wielkopolska (Polen) anderzijds. De provincie Noord-Brabant heeft daartoe een samenwerkingsovereenkomst gesloten met het Europees Platform voor het Nederlandse onderwijs. Subsidiëring vindt in het algemeen plaats in een verhouding van 1 (provincie) : 3 (Europees Platform).

Artikel 2 Soorten aanvragers

Er wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • -

    scholen die op het gebied van internationalisering nog in de beginfase verkeren;

  • -

    scholen en onderwijsinstellingen die een bijzonder project in het kadervan een langer lopende onderwijssamenwerking (eenmalig) voeren;

  • -

    gevorderde scholen die internationalisering (beogen te) integreren in het onderwijsprogramma.

In het geval van scholen gaat het om de volgende onderwijstypen; primair onderwijs, VMBO, HAVO, VWO, ROC’s. In het geval van onderwijsinstellingen wordt gedoeld op instituten die het onderwijs ondersteunen zoals bijvoorbeeld een onderwijsbegeleidingsdienst.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

In de onderwijssamenwerking met Vlaanderen heeft het primair onderwijs prioriteit als het gaat om innovatie van onderwijs (bijvoorbeeld cultuureducatie en gebruik van ICT). Het betreft samenwerking tussen leraren en schoolleiders. Verder krijgen prioriteit:

  • -

    aandacht voor de gemeenschappelijke taal (onderwijs Nederlandse taal);

  • -

    het voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs (VMBO);

  • -

    de Regionale Onderwijscentra;

  • -

    de relatie onderwijs-arbeid.

Voor Noordrijn-Westfalen staat leerlingenuitwisseling centraal, voor Noord-Frankrijk leerlingen en lerarenuitwisseling. Prioriteit krijgen:

  • -

    beeldvorming, multiculturele samenwerking, verdraagzaamheid, antiracisme;

  • -

    het Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs (VMBO), de Regionale Onderwijscentra en de relatie onderwijs-arbeid;

  • -

    cultuureducatie en cultuurbeleving;

  • -

    taalonderwijs.

In de samenwerking met Wielkopolska krijgen prioriteit de onderwijsactiviteiten die:

  • a.

    in algemene zin de samenwerking Oost-West betreffen en

  • b.

    betrekking hebben op het beroepsonderwijs.

Artikel 4 Indiening subsidieaanvragen

De aanvraag geschiedt aan de hand van het volledig ingevulde aanvraagformulier en het volledig ingevulde begrotingsformulier (en de daarin gevraagde bescheiden), beide verkrijgbaar bij de provincie Noord-Brabant (directie SCO, bureau JES) en bij het Europees Platform (secretariaat: Diepenbrocklaan 6, 5251 HD, Vlijmen, the Netherlands). De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring van de partnerschool of - instelling, zoals een brief of fax, waaruit de betrokkenheid blijkt.In de projectbeschrijving wordt aandacht geschonken aan de volgende punten:

  • specifieke doelstelling van het project en de beoogde resultaten;

  • de wijze waarop de samenwerking rond het thema plaatsvindt;

  • de voorbereidende maatregelen;

  • de activiteiten in het buitenland, met een globaal programma van dag tot dag;

  • wat merken niet direct deelnemende leerlingen en leerkrachten ervan;

  • vorm van interne evaluatie;

  • eventuele vervolgactiviteiten;

  • andere van belang zijnde punten.

De aanvraag moet worden ingediend zowel bij Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (directie SCO, bureau JES) als bij het Europees Platform, hetzij vóór 1 mei hetzij vóór 1 november van een bepaald jaar.

Artikel 5. Criteria voor subsidieverlening

De aanvragen zullen worden getoetst aan de volgende criteria:

  • -

    de aanvraag komt voort uit bewust schoolbeleid, zoals dat is weergegeven in het schoolwerkplan, het programmaboekje of een ander beleidsstuk van de school;

  • -

    het project is vernieuwend en leidt tot kwaliteitsverbetering van het onderwijs c.q. leidt tot intensivering van de bestaande samenwerking;

  • -

    het project heeft een voorbeeldfunctie;

  • -

    de resultaten van het project zijn overdraagbaar (anderen kunnen er hun voordeel mee doen);

  • -

    er is cofinanciering, dat wil zeggen dat de school of de onderwijsinstelling zelf bijdraagt in de kosten en dat naast de provincie en het Europees

Platform ook een bijdrage van de buitenlandse partnerschool beschikbaar is.

Artikel 6 Beslissing op subsidieaanvragen

Een werkgroep van de provincie Noord-Brabant en van het Europees Platform is belast met de voorbereiding van de subsidiebesluiten die gemeenschappelijk door de provincie Noord-Brabant en het Europees Platform worden genomen. Bij verschil van mening over een te nemen subsidiebesluit komt de werkgroep bijeen in aanwezigheid van gedeputeerde en directeur van het Europees Platform om een conclusie vast te stellen.

De provincie Noord-Brabant en het Europees Platform nemen ieder een besluit voor een deel van de subsidie. Bij honorering van de aanvraag wordt een voorschot van 80% overgemaakt. Het restant 20% wordt uitgekeerd na inzending van een inhoudelijk en financieel verslag.

Artikel 7 Aan de subsidie te verbinden verplichtingen

Binnen drie maanden na afronding van het project (dan wel van het jaar, volgend op het subsidiejaar waarvoor subsidie is verleend) moet inhoudelijk en financieel verslag worden gedaan van de resultaten. In het geval van projecten met een langere looptijd dan een jaar worden tussentijdse verslagen gevraagd. Overigens zijn de verplichtingen zoals vermeld in de verordening welzijn, educatie en cultuursubsidies, provincie Noord-Brabant1998, van toepassing. Bij activiteiten, schriftelijke communicatie rondom activiteiten e.d. dient de gesubsidieerde er bekendheid aan te geven, dat hijsubsidie heeft ontvangen van de provincie Noord-Brabant respectievelijk van de Provincie Noord-Brabant en het Europees Platform.

Artikel 8 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 vast op € 0.

Artikel 9 Afwijkingen

Gedeputeerde Staten kunnen op grond van art. 4:48 Awb afwijken van het in dit onderdeel van de beleidsregel bepaalde. Indien Gedeputeerde Staten gebruik maken van deze bevoegdheid, maken zij behoudens zaken van ondergeschikt belang, daarvan melding in hun rapportage aan de Commissie voor cultuur, onderwijs en stedelijke vernieuwing en aan het Europees Platform.

II Cultuur

Artikel 10 Doel

Het doel van dit onderdeel van de beleidsregel is het bevorderen van de totstandkoming van perspectiefvolle grensoverschrijdende culturele samenwerkingsprojecten en internationale kennisuitwisseling.

Artikel 11 Subsidiabele activiteiten

Projecten: Om voor subsidiëring in aanmerking te komen dient de aanvraag betrekking te hebben op een project (zoals een voorstelling, tentoonstelling, manifestatie, publicatie, congres) op cultureel gebied ( zoals film, beeldende kunst, vormgeving, fotografie, regionale geschiedbeoefening, podiumkunsten, muziek, musea, letteren, openluchttheater, amateurkunst, kunstzinnige vorming, cultuurbehoud , cultuurbeheer), dat plaats vindt in Noord-Brabant en/of in een of meer van de partnerregio’s van de Provincie Noord-Brabant (Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen, Noord-Frankrijk, Poznan (Polen)).

Kennisuitwisseling: Initiatieven gericht op het internationaal verwerven en/of uitwisselen van informatie die potentieel het cultuurbeleid in de provincie Noord-Brabant kan dienen. Aanvragen voor studiereizen, deelname aan symposia of congressen en kennisuitwisselingsactiviteiten kunnen voor subsidiëring in aanmerking komen.

Artikel 12 Subsidiabele kosten

Voor subsidiëring komt maximaal 50% van de kosten in aanmerking. Reeds gemaakte kosten komen niet voor subsidiëring in aanmerking. Bij projecten is de provinciale subsidie nooit hoger dan de bijdrage uit de partnerregio.

Artikel 13 Subsidiecriteria

De aanvragen zullen worden getoetst aan de volgende criteria:

  • -

    projecten hebben een voorbeeldwerking;

  • -

    projecten komen tot stand door samenwerking tussen partners;

  • -

    projecten leiden aantoonbaar tot een nieuwe activiteit, dan wel tot een intensivering van de bestaande samenwerking;

  • -

    projecten berusten op een gelijkwaardige inbreng van partners.

Artikel 14 Aanvraagprocedure

Gedurende het hele jaar kunnen subsidieverzoeken worden ingediend bij Gedeputeerde Staten (directie SCO, bureau Cultuur). Er kan per subsidieverzoek voor slechts een project subsidie worden aangevraagd. Voor meerdere activiteiten dienen afzonderlijke verzoeken te worden ingediend. In de aanvraag moet tenminste worden vermeld:

  • -

    de naam van de aanvragende rechtsperso(o)n(en), onder vermelding van de aard van de rechtspersoon (stichting, vereniging, gemeente of anderszins).

  • -

    adres en telefoonnummer, alsmede naam en functie van de contactpersoon;

  • -

    het onderwerp van de subsidieaanvraag, de inhoud en de doelstelling(en)/doelgroep(en) van de desbetreffende activiteit, de beoogde resultaten;

  • -

    alle informatie, die relevant is voor toetsing aan de hierboven genoemde subsidiecriteria;

  • -

    de plaats(en) en het tijdstip of duur van de activiteit;

  • -

    aard en omvang van de publiciteit, die men aan de activiteit wil geven;

  • -

    een gespecificeerde begroting van kosten en een dekkingsplan, waaruit duidelijk blijkt:

  • -

    de totale kosten van de activiteit;

  • -

    de verwachte baten van de activiteit;

  • -

    welk subsidiebedrag wordt gevraagd;

  • -

    welke de andere inkomsten zijn (zowel uit eigen middelen als van andere geldgevers/ subsidiënten/partnerregio’s) voor de betreffende activiteit;

  • -

    wat hiervan “hard” is toegezegd, respectievelijk alleen maar aangevraagd is;

  • -

    het verwachte bezoekers/deelnemersaantal;

  • -

    nummer postbank-/bankrekening.

Artikel 15 Verplichtingen

  • -

    Bij de uitvoering van het project dient vermeld dat het project mede mogelijk is gemaakt door de Provincie Noord-Brabant.

  • -

    Uiterlijk drie maanden na afsluiting van het project waarvoor subsidie is verleend (dan wel van het jaar, volgend op het subsidiejaar waarvoor subsidie is verleend), dient door de subsidieontvangende instantie een aanvraag tot vaststelling te worden ingediend vergezeld van een financieel verslag. Tevens dient een activiteitenverslag te worden ingediend. Eindafrekeningen welke niet worden vergezeld van een verslag zullen niet in behandeling worden genomen.

Artikel 16 Afwijken van de beleidsregel

Gedeputeerde Staten kunnen op grond van art. 4:84 Algemene wet bestuursrecht afwijken van het in dit onderdeel van de beleidsregel bepaalde. Indien Gedeputeerde Staten gebruik maken van deze bevoegdheid maken zij hiervan – behoudens in zaken van ondergeschikt belang – melding in hun rapportage aan de statencommissie Zorg, Welzijn en Cultuur.

Artikel 17 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor het tijdvak 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 vast op € 0.

III Slotbepalingen.

Artikel 18 Relatie met provinciale verordening en afwijkingen

Op de subsidieverlening zijn de bepalingen van toepassing zoals vastgelegd in de algemene subsidie verordening provincie Noord-Brabant, voor zover niet nader geregeld in deze beleidsregel.

Artikel 19 Citeertitel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “ Beleidsregel Internationalisering van Onderwijs en Cultuur ”.

’s-Hertogenbosch, 22 december 2005

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBeleidsregel Internationalisering van Onderwijs en Cultuur
CiteertitelBeleidsregel Internationalisering van Onderwijs en Cultuur
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerponderwijs
Eigen onderwerpcultuur, onderwijs, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze beleidsregel vervangt: • de beleidsregel Internationalisering culturele samenwerkingsprojecten 1999; • de beleidsregel Internationalisering van onderwijs 2000. Bij besluit van 18 januari 2011 (Provinciaal Blad 2011, 18) hebben Gedeputeerde Staten het subsidieplafond voor het tijdvak van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011 voor de Onderwijs, alsmede voor Cultuur vastgesteld op € 0.  

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant
  2. Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-03-201301-03-2013Intrekking

26-02-2013

Provinciaal Blad 2013, 21

S0259574
22-12-201101-03-2013Art. 8, 17

20-12-2011

Provinciaal Blad 2011, 329

S0233251
19-01-200601-01-200622-12-2011nieuwe regeling

22-12-2005

Provinciaal Blad 2005, 187

1151019