• Geldig sinds 06 november 2008.
    Geldig tot 01 april 2013.

    Print deze versie:

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling Stimulering Europese programma’s Noord-Brabant 2008 - 2015

Gedeputeerde Staten van Noord Brabant;

Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening provincie Noord Brabant; 

Overwegende dat het voor de uitvoering van het provinciale beleid zoals benoemd in het bestuursakkoord Vertrouwen in Brabant wenselijk is een subsidieregeling vast te stellen voor de besteding van de provinciale en Europese gelden die in dit kader zijn gereserveerd;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. Kaderverordening: Verordening (EG) nr. 1083./2006 van de Raad van de Europese Unie van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1260/1999 (PbEG L 210);

  • b. EFRO-verordening: Verordening (EG) nr. 1080/2006 van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 5 juli 2006 betreffende het Europese Fonds voor regionale Ontwikkeling en tot intrekking van Verordening (RG) nr. 1783/1999 (pbEG L 210);

  • c. OP Zuid: Operationeel programma voor Zuid Nederland 2007 -2013 (http://www.op-zuid.nl);

  • d. Interreg IVa Vlaanderen Nederland: Operationeel programma Interreg IV Grensregio Vlaanderen-Nederland 2007 -2013 van 25-9-2007, inclusief latere wijzigingen (http://www.grensregio.eu/);

  • e. Interreg IVa Maas Rijn: Operationeel programma Interreg IVa Euregio Maas Rijn zoals vastgesteld door de Europese Commissie op 18-9-2007, inclusief latere wijzigingen (http://www.interregemr.info/);

  • f.  Interreg IVa Duitsland Nederland: Operationeel programma Interreg IVa Deutschland – Nederland 2007 – 2013, inclusief latere wijzigingen (http://www.deutschland-nederland.eu/);

  • g. Interreg IVa Twee Zeeën: Operationeel programma Twee zeeënprogramma, inclusief latere wijzigingen (http://www.interreg4a-2mers.eu);

  • h. De-minimissteun: Steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, Pb EG L 379/05 van 28 december 2006, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;

  • i.  Belastingjaar: belastingjaar als bedoeld in artikel 2 van de verordening (EG) nr. 1998/2006 betreffende toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de de-minimissteun;

  • j. De verordening: algemene subsidieverordening provincie Noord-Brabant;

  • k. Subsidie: subsidie die wordt verstrekt op grond van de Algemene subsidieverordening.

Artikel 2 Voorwaarden verordening

De verordening is van toepassing voorzover in de genoemde operationele programma’s of toetsingskaders geen andere voorwaarden zijn gesteld.

Paragraaf 2 Cofinanciering OP Zuid

Artikel 3 Procedure en voorwaarden

Bij de procedure en voorwaarden voor aanvragen voor subsidieverlening, termijnbetaling en subsidievaststelling is het toetsingskader OP Zuid behorende bij het OP Zuid van overeenkomstige toepassing.

Artikel 4 Criteria

  • 1

    Het project past binnen het OP Zuid en het daarbijbehorende toetsingskader;

  • 2

    Het project draagt bij aan de provinciale doelstellingen of komt ten goede aan de burger in Noord-Brabant.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

  • 1

    Subsidie krachtens deze regeling wordt niet verleend voor uitgaven die volgens artikel 7 van de EFRO-verordening niet subsidiabel zijn voor het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling.

  • 2

    De vastgelegde regels voor subsidiabiliteit van de uitgaven die in aanmerking komen voor steun uit de fondsen bedoeld in artikel 56, vierde lid van de Kaderverordening zijn eveneens van toepassing voor de subsidies verleend op basis van deze regeling.

Artikel 6 Bijdrage in de subsidiabele kosten

  • 1

    Voor kosten zoals genoemd in artikel 5 van deze regeling bedraagt de provinciale bijdrage als cofinanciering van de bijdrage uit het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling maximaal 50% van de subsidiabele kosten en wordt de mate van steun bepaald door de mate waarin er een tekort blijkt aan publieke cofinanciering.

  • 2

    Aanvullend wegen mee bij het bepalen van de hoogte van provinciale steun:

    • a.

      de mate waarin wordt bijgedragen aan de provinciale doelstellingen, en;

    • b.

       de mate waarin de activiteit ten goede komt aan de Brabantse burger.

Paragraaf 3 Cofinanciering Interregprogramma’s

Artikel 7 Procedure en voorwaarden

  • 1

    Voor aanvragen voor provinciale cofinanciering van projecten die passen binnen:

    • a.

      Interreg IV a Duitsland Nederland, zijn de procedures en voorwaarden voor aanvragen voor subsidieverlening, termijnbetaling en of subsidievaststelling zoals vastgelegd in het Operationeel programma Deutschland Nederland van overeenkomstige toepassing;

    • b.

      Interreg IV a Maas Rijn zijn de procedure en voorwaarden voor aanvragen voor subsidieverlening, termijnbetaling en of subsidievaststelling zoals vastgelegd in het Operationeel programma Euregio Maas Rijn van overeenkomstige toepassing;

  • 2

    De stichting Euregio Maas Rijn is gemandateerd voor de besluitvorming over verlening en vaststelling van de provinciale cofinanciering ten behoeve van het programma Interreg IV a Maas Rijn;

  • 3

    Aanvragen voor provinciale cofinanciering van projecten die passen binnen Interreg IV a Vlaanderen Nederland worden ingediend bij de Gedeputeerde Staten van Noord Brabant.

Artikel 8 Criteria

  • 1

    Het bevoegd bestuursorgaan EFRO-subsidie heeft subsidie verleend op grond van een van de volgende programma’s:

    • a.

      Interreg IVa Duitsland Nederland;

    • b.

      Interreg IVa Eurregio Maas Rijn;

    • c.

      Interreg IVa Vlaanderen Nederland;

    • d.

      Interreg IVa 2 Zeeën.

  • 2

    Het project draagt bij aan de provinciale doelstellingen of komt ten goede aan de burger in Noord-Brabant.

  • 3

    Bij de verlening kan zonodig een opschortende voorwaarde van vaststellingsbeslissingen door de beoogde cofinanciers worden opgenomen.

Artikel 9 Bijdrage in de subsidiabele kosten

  • 1

    De elegibiliteit van de kosten wordt bepaald door de voorwaarden zoals opgenomen in het betreffende Europese programma.

  • 2

    De provinciale bijdrage als cofinanciering van de bijdrage uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten en de mate van steun wordt bepaald door de mate waarin er een tekort blijkt aan publieke cofinanciering.

  • 3

    Aanvullend wegen mee bij het bepalen van de hoogte van provinciale steun:

    • a.

      de mate waarin wordt bijgedragen aan de provinciale doelstellingen, en;

    • b.

      de mate waarin de activiteit ten goede komt aan de Brabantse burger.

Paragraaf 4 Stimulering Brabant in Europa

Artikel 10 Doelgroep

Aanvragen tot subsidieverlening worden ingediend door overheden en rechtspersonen die

  • a.

     in Brabant gevestigd zijn, en;

  • b.

    volgens de voorwaarden van het Europese programma waarvoor een aanvraag wordt ingediend aangemerkt kunnen worden als aanvrager of als projectpartner in de Europese aanvraag.

Artikel 11 Reikwijdte

Subsidie wordt verleend voor:

  • 1.

     Het uitvoeren van werkzaamheden die noodzakelijk zijn om te komen tot een subsidieaanvraag voor een van de Europese subsidieprogramma’s.

  • 2.

    De subsidieaanvraag bedoeld in het eerste lid heeft het oogmerk om:

    • a.

      gebruik te maken van subsidies van de Europese Unie om internationale samenwerking tot stand te brengen tussen Brabantse en internationale partijen;

    • b.

      het internationale bewustzijn van de Brabanders te vergroten, of;

    • c.

       de profilering van Brabant in Europa te versterken.

  • 3.

    Het project draagt bij aan de provinciale doelstellingen of komt ten goede aan de burger in Noord Brabant.

 Artikel 12 Voorwaarden

  • 1

    De aanvraag voor deze stimuleringssubsidie moet ingediend zijn vóórdat de indiening van de subsidieaanvraag voor een van de Europese subsidieprogramma’s heeft plaatsgevonden.

  • 2

    De Europese subsidieaanvraag voor het project wordt binnen een jaar na provinciale subsidieverlening ingediend bij een van de Europese subsidieprogramma’s.

  • 3

    Verlenging van de in lid 2 genoemde termijn is met instemming van Gedeputeerde Staten mogelijk;

  • 4

    Voor de activiteiten genoemd in artikel 11, eerste lid zijn nog niet eerder van de rijksoverheid middelen verstrekt.

  • 5

    Op het moment van de subsidieaanvraag bij de provincie Noord Brabant dient er voldoende budget beschikbaar te zijn in het Europese programma waaruit subsidie wordt aangevraagd.

  • 6

    De subsidieaanvraag voor het Europese programma voldoet in ieder geval aan de toelatingscriteria van het programma waarvoor subsidie wordt aangevraagd. 

Artikel 13 Subsidiabele kosten

  • 1

    De subsidiabele kosten betreffen kosten die noodzakelijk en rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de voorbereidingswerkzaamheden voor de subsidieaanvraag voor een van de Europese subsidieprogramma’s.

  • 2

    Niet subsidiabele kosten zijn:

    • a. Loonkosten van de aanvrager of een van de partners in het project;

    • b. Verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of lasten.

    • c. Kosten of deel van de kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd;

Artikel 15 Bijdrage in de subsidiabele kosten

  • 2

    Een subsidie voor ondernemingen zoals bedoeld in de de-minimisverordening mag nooit hoger zijn dan € 200.000,-- over een periode van drie belastingjaren (€ 100.000,-- voor ondernemingen in het wegvervoer) inclusief de in die periode verleende overheidsbijdrage zoals bedoeld in de de-minimisverordening en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun.

Artikel 16 Subsidieplafond

Het subsidieplafond voor Stimulering Europese programma’s wordt jaarlijks door Gedeputeerde Staten vastgesteld en gepubliceerd in het provinciaal blad.

Artikel 17 Procedure

  • 1

    De aanvrager dient een aanvraag tot subsidieverlening bij Gedeputeerde Staten.

  • 2

    Bij subsidieverlening wordt beslist in volgorde van ontvangst van de aanvragen.

  • 3

    Wordt of dreigt het subsidieplafond op een dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen aanvragen plaats door middel van loting.

Artikel 18 Subsidievaststelling

De aanvrager dient binnen 13 weken na positief besluit de ontvankelijkheid van de Europese subsidieaanvraag door het betreffende secretariaat een aanvraag tot vaststelling van de provinciale stimuleringssubsidie in.

Paragraaf 5 Slotbepalingen

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2016.

Artikel 20 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Stimulering Europese programma’s Noord-Brabant 2008 - 2015.

 ’s-Hertogenbosch, 28 oktober 2008

Gedeputeerde Staten voornoemd,

De voorzitter    J.R.H. Maij-Weggen

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingSubsidieregeling Stimulering Europese programma’s Noord-Brabant 2008 - 2015
CiteertitelSubsidieregeling Stimulering Europese programma’s Noord-Brabant 2008 - 2015
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpduurzaamheid, energievoorziening, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

In deze regeling ontbreekt artikelnummer 14. Vaststelling subsidieplafonds als bedoeld in art. 16: zie besluit Gedeputeerde Staten van 28 oktober 2008, Provinciaal Blad, 2008,193. Vaststelling subsidieplafond als bedoeld in artikel 16 voor de periode 1 april tot en met 31 december 2010 op Ђ 100.000,- bij besluit van 23 maart 2010, Provinciaal Blad 2010, 44.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening Provincie Noord Brabant, art. 2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

06-11-200801-04-2013nieuwe regeling

28-10-2008

Provinciaal Blad 2008, 193

1458597