• Geldig sinds 23 december 2010.
    Geldig tot 01 januari 2012.

    Print deze versie:

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling kleinschalige woonzorginitiatieven Noord-Brabant 2009-2011

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

Gelet op artikel 2 en artikel 15 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Noord-Brabant;

Overwegende dat de provincie Noord-Brabant wil bevorderen dat mensen ondanks hun gezondheidsprobleem of beperking zo lang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen.

Overwegende dat Provinciale Staten bij de uitwerking van het bestuursakkoord Vertrouwen in Brabant een budget van jaarlijks € 2 miljoen beschikbaar hebben gesteld om de totstandkoming van woonzorgvoorzieningen in deze bestuursperiode een stevige impuls te geven.

Overwegende dat Gedeputeerde Staten daarom subsidies wensen te verlenen aan projecten die kleinschalige woonzorgvoorzieningen realiseren.

Overwegende Gedeputeerde Staten de subsidieregeling kleinschalige woonzorginitiatieven 2008 voor één jaar hebben vastgesteld.

Overwegende dat Gedeputeerde Staten de subsidieregeling kleinschalige woonzorginitiatieven willen continueren tot het einde van deze bestuursperiode.

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • a.

    ASV: Algemene Subsidieverordening Provincie Noord-Brabant;

  • b.

    cofinanciering:toegezegde financiële bijdrage aan het project door één of meer andere partners dan de provincie.Deze andere partij kan de aanvrager van de subsidie zijn, maar ook één of meerdere andere partijen;

  • c.

    inrichtingskosten: kosten voor het geschikt maken van het interieur, bijvoorbeeld meubels, vloer- en wandbedekking, verlichting, spelmateriaal;

  • d.

    kleinschalige woonzorgvoorziening: woning die huisvesting biedt aan ten hoogste negen personen met een gezondheidsprobleem of beperking. Als de woning tot een groep van bij elkaar horende woningen behoort dan mogen er in totaal niet meer dan 36 personen worden gehuisvest.

  • e.

    nieuwbouw, verbouw en bouwkundige aanpassing: gebouw oprichten, geschikt of passend maken voor bewoning en zorgverlening door materialen en onderdelen tot een geheel samen te voegen;

  • f.

    overheadkosten: Kosten voor projectleiding en administratie;

  • g.

    proceskosten: leges, kosten van een rechtszaak of kosten om een vergunning of erkenning te verkrijgen;

  • h.

    rechtspersoon: entiteiten zoals genoemd inde art.2:1 en 2:3 van het Burgerlijk Wetboek. Het gaat dan om publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen, bijvoorbeeld een vereniging, stichting of bv;

  • i.

    uitvoeringsgereed: een project is uitvoeringsgereed als de subsidiabele activiteiten uiterlijk 2 jaar na indiening van de subsidieaanvraag;

  • j.

    De-minimissteun: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr.1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimussteun, Pb EG L 379/05 van 28 december 2006, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen.

Artikel 2 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door een rechtspersoon.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verleend voor nieuwbouw, verbouw en bouwkundige aanpassing van kleinschalige woonzorginitiatieven.

Artikel 4 Weigeringsgronden

Subsidie kan worden geweigerd indien de activiteiten:

  • a.

    zich richten op de uitvoering van reguliere bedrijfsvoering;

  • b.

    eerder door ons college zijn gesubsidieerd;

  • c.

    op een reguliere wijze gefinancierd kunnen worden.

Artikel 5 Subsidievereisten

  • a.

    de activiteiten houden rekening met demografische en maatschappelijke ontwikkelingen;

  • b.

    de activiteiten kunnen niet uit beschikbare WMO of AWBZ-middelen van de organisatie bekostigd worden;

  • c.

    er is een projectplan beschikbaar waarin scherpe afspraken staan over activiteiten, tijd, geld en kwaliteit;

  • d.

    de activiteiten zijn duidelijk, realistisch en streven een meetbare doelstelling na;

  • e.

    er is aantoonbaar draagvlak bij de deelnemende partners. Betrokkenheid van de partners blijkt uit vergunningverlening, cofinanciering of personele inzet;

  • f.

    de overheadkosten van het project mogen niet meer bedragen dan tien procent van het aangevraagde subsidiebedrag;

  • g.

    er is sprake van cofinanciering door de deelnemende partners ter grootte van minimaal 50 procent van de totale kosten;

  • h.

    de exploitatie van de woonzorgvoorziening is voor de komende vijf jaar gegarandeerd, blijkend uit financiële documenten;

  • i.

    het project is uitvoeringsgereed en afgerond uiterlijk 2 jaar na indiening van de subsidieaanvraag;

  • j.

    er is (indien noodzakelijk) al een bouwvergunning afgegeven door de bevoegde instantie;

  • k.

    een subsidie mag nooit hoger zijn dan € 200.000,- over een periode van drie belastingjaren (€ 100.000,- voor ondernemingen in het wegvervoer) en dien ook anderszin te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun.

Artikel 6 Niet-subsidiabele kosten

De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    proceskosten;

  • b.

    inrichtingskosten.

Artikel 7 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1

    Aanvragen kunnen het gehele jaar schriftelijk worden ingediend bij Gedeputeerde Staten.

  • 2

    Aanvragen gaan vergezeld van een werkplan en een projectbegroting.

  • 3

    Alleen aanvragen die inzicht geven in de gestelde vereisten van artikel 5 worden in behandeling genomen.

Artikel 8 Subsidieplafond

  • 1

    Gedeputeerde staten stellen het subsidieplafond voor 2009 vast op € 1.000.000,- voor de periode 1 juli 2009 tot en met 31 december 2009.

  • 2

    Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond het tijdvak 11 november 2010 tot en met 31 december 2010 vast op € 0,-.

  • 3

    Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor 2011 vast op € 1.000.000,-.

Artikel 9 Subsidiehoogte

Het maximale subsidiabele bedrag per project bedraagt € 80.000,-.

Artikel 10 Behandeling subsidieaanvragen

Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.

Artikel 11 Bevoorschotting en betaling

Subsidies worden voor 80 procent bevoorschot voor het jaar waarin de subsidie wordt geleverd.

Artikel 12 Overgangsrecht

Aanvragen die zijn ingediend voor 1 juli 2009 en nog niet zijn afgehandeld worden geacht te zijn ingediend op basis van deze regeling.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 juli 2009 en vervalt met ingang van 1 januari 2012.

Artikel 14 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling kleinschalige woonzorginitiatieven Noord-Brabant 2009-2011.

’s-Hertogenbosch, 21 juli 2009

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingSubsidieregeling kleinschalige woonzorginitiatieven Noord-Brabant 2009-2011
CiteertitelSubsidieregeling kleinschalige woonzorginitiatieven Noord-Brabant 2009-2011
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpsubsidies, zorg en welzijn, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Artikel 12 bevat een overgangsbepaling.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81
  2. Algemene Subsidieverordening provincie Noord-Brabant, art. 2
  3. Algemene Subsidieverordening provincie Noord-Brabant, art. 15

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

23-12-201001-01-2012art. 1, art. 5

21-12-2010

Provinciaal blad 2010, 254

2373166