Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling Cultureel Erfgoed

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op de Algemene Subsidie Verordening provincie Noord-Brabant;

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

A. In te trekken de beleidsregel Cultureel Erfgoed 37/08

B. Vast te stellen de subsidieregeling Cultureel Erfgoed 65/09

INLEIDING

De provincie Noord-Brabant wil het Brabants erfgoed voor de toekomst bewaren en voor het publiek beleefbaar en bereikbaar maken. Voor projecten die hieraan bijdragen kan subsidie aangevraagd worden. Hiertoe is door Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant de subsidieregeling Cultureel Erfgoed vastgesteld. De subsidieregeling geeft uitvoering aan zowel het erfgoedbeleid als het museumbeleid. Per onderdeel van de regeling wordt het accent als volgt gelegd:

BEWAREN

Hoofdstuk 1 Ruimtelijk erfgoed blz. 3

Het in stand houden en/of herkenbaar maken van ruimtelijk erfgoed.

Hoofdstuk 2 Basistaken musea blz. 5

Het verbeteren van de kwaliteit en professionaliteit van de basistaken van musea.

Hoofdstuk 3 Eco-archeologisch onderzoek blz. 10

Het uitvoeren van specialistisch archeologisch onderzoek en het conserveren van ecologisch/organisch materiaal.

Hoofdstuk 4 Instandhouding molens blz. 13

De instandhouding van molens in Noord-Brabant.

BELEVEN

Hoofdstuk 5 Verhalen van Brabant blz. 15

Het vergaren van kennis, het overdragen en ontsluiten van onroerend, roerend, informatief en immaterieel erfgoed.

Hoofdstuk 6 Schatten van Brabant blz. 17

Activiteiten die op een originele manier de betekenis van het verleden verbinden aan de actualiteit.

BEREIKEN

Hoofdstuk 7 Musea in de samenleving blz. 19

De duurzame verbetering van publiekgerichte taken van musea.

Hoofdstuk 8 Regionale geschiedbeoefening blz. 22

Voor activiteiten, projecten en publicaties op het gebied van Noord-Brabantse geschiedbeoefening.

Hoofdstuk 9 Prof. dr. H.F.J.M. van den Eerenbeemtfonds blz. 24

Voor de uitgave van wetenschappelijke monografieën over de Noord-Brabantse geschiedenis.

TOT SLOT

Hoofdstuk 10 Algemene bepalingen blz. 26

HOOFDSTUK 1: RUIMTELIJK ERFGOED

Artikel 1 Definities

Ruimtelijk erfgoed: Het gaat om onroerend erfgoed. Dit zijn onder meer historische gebouwen, stads- en dorpsgezichten, cultuurhistorische landschappen, historische groenstructuren en archeologische monumenten. Dit erfgoed staat op de Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant en de daarin opgenomen Archeologische Monumenten Kaart, op een door de gemeente bij verordening vastgestelde monumentenlijst, dan wel op een door de gemeente vastgestelde cultuurhistorie- en/of archeologiekaart. Zorgcategorieën: Historische gebouwen waarvan de kosten voor noodzakelijke restauratie en onderhoud niet in verhouding staan tot de gebruikswaarde of de opbrengsten uit exploitatie, te weten: industrieel bouwkundig erfgoed, kerken, molens, bouwkundig erfgoed met een sociaal-maatschappelijke functie en kastelen. Instandhouding: Het betreft het duurzaam, sober en doelmatig in stand houden van het onroerend erfgoed ten behoeve van een stabiele, maatschappelijk verantwoorde bestemming. Herkenbaar maken: Het betreft het beter of opnieuw herkenbaar en beleefbaar maken van (deels) verdwenen erfgoed.

Artikel 2 Doel

Het in stand houden en/of het herkenbaar maken van ruimtelijk erfgoed.

Artikel 3 Aanvragers

  • 1

    Subsidie voor instandhouding kan uitsluitend worden aangevraagd door het college van Burgemeester en Wethouders van gemeenten in de provincie Noord-Brabant, waarbij de voordracht in volledige instemming met de betreffende eigenaars/opdrachtgevers geschiedt, en door eigenaren van ruimtelijk erfgoed met een aanbevelingsbrief van het college van Burgemeester en Wethouders van de betreffende gemeente.

  • 2

    De Monumentenwacht Noord-Brabant en de Archeologische Monumentenwacht Nederland kunnen alleen voor de instandhouding van archeologische monumenten een aanvraag indienen.

  • 3

    Subsidie voor het herkenbaar maken, de ontwikkeling van restauratieplannen en haalbaarheidsonderzoek naar nieuwe economische dragers gericht op behoud kan door elke rechtspersoon aangevraagd worden.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

  • 1

    Er kunnen subsidies worden aangevraagd voor de instandhouding van bestaand ruimtelijk erfgoed, uitgezonderd rijksmonumenten en molens. Op het moment van aanvraag moet het project vergunningsgereed zijn, dat wil zeggen dat er een monumentenvergunning en een bouwvergunning is. Projecten dienen uiterlijk twee jaar na aanvang te zijn voltooid.

  • 2

    Er kunnen ook subsidies worden aangevraagd voor het herkenbaar maken van ruimtelijk erfgoed, de ontwikkeling van restauratieplannen en het verrichten van haalbaarheidsonderzoek naar nieuwe economische dragers gericht op behoud en herkenbaar maken van ruimtelijk erfgoed, inclusief rijksmonumenten en molens. Projecten dienen uiterlijk twee jaar na aanvang te zijn voltooid.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

  • 1

    Voor subsidiëring komen alleen die kosten in aanmerking, die direct verband houden met de realisering van het voorgenomen project, namelijk de uitvoeringsaspecten van instandhouding en/of het herkenbaar maken. De subsidie binnen deze regeling bedraagt maximaal 50% van de vast te stellen subsidiabele kosten. Dit maximum geldt niet voor archeologische monumenten.

  • 2

    Het maximum subsidiebedrag per aanvraag bedraagt:

    • a.

      voor de ontwikkeling van restauratieplannen en/of haalbaarheidsonderzoek: € 20.000,--

    • b.

      voor instandhouding en/of herkenbaar maken: €100.000,--.

Artikel 6 Prioriteiten

Bij het benaderen van het vastgestelde subsidieplafond gelden in volgorde van belang de volgende prioriteiten:

  • 1.

    Verdeling moet plaatsvinden over de verschillende zorgcategorieën ruimtelijk erfgoed.

  • 2.

    Voldoende spreiding van de ingediende projecten over de provincie Noord-Brabant.

  • 3.

    Projecten die ook bijdragen aan andere provinciale doelen, bijvoorbeeld in het kader van het Investeringsbudget Landelijk Gebied en de Nationale Landschappen.

  • 4.

    Erfgoed dat onderdeel vormt van een ensemble, zoals historische landschappen, beschermde stads- en dorpsgezichten en waterlinies.

  • 5.

    Het herkenbaar en beleefbaar maken van archeologische terreinen en structuren met een bovenlokale betekenis, zoals grafvelden, kerk- en kasteelterreinen en landweren.

Artikel 7 Aanvraagprocedure

  • 1

    De volgende indieningdata worden gehanteerd:

     

    1 oktober: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start in de periode januari tot en met juli van het volgende kalenderjaar.

     

    1 maart: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start in de periode augustus tot en met december van het lopende kalenderjaar.

     

    1 juli: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start in de periode oktober tot en met maart van het lopende kalenderjaar.

  • 2

    Het indienen van een subsidieaanvraag dient te gebeuren door middel van een door de provincie opgesteld, volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit formulier is digitaal beschikbaar via www.brabant.nl. Bij voorkeur dienen aanvragen via dit digitale formulier te worden ingediend. Schriftelijke aanvragers nemen vooraf contact op met de secretaris van de ambtelijke adviesgroep die de aanvragen behandelt, telefoon: (073) 681 24 49.

Artikel 8 Besluitvormingstermijn

Op de ontvangen en in behandeling genomen subsidieaanvragen beslissen Gedeputeerde Staten, uiterlijk 15 weken na de sluitingsdatum van de tranche.

Artikel 9 Subsidieplafond

  • 1

     Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tranche van 1 maart 2013 vast op € 0.

  • 2

     Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tranche van 1 juli 2013 vast op € 0.

  • 3

     Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tranche van 1 oktober 2013 vast op € 0.

HOOFDSTUK 2: BASISTAKEN MUSEA

Artikel 1 Definities

  • -

    Musea: Een permanente instelling ten dienste van de gemeenschap en haar ontwikkeling, toegankelijk voor het publiek, niet gericht op het maken van winst, die materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving verwerft, behoudt, wetenschappelijk onderzoekt, presenteert en hierover informeert voor doeleinden van studie, educatie en genoegen.

  • -

    Kansrijke musea: Zijn musea die zijn opgenomen in het Nederlands Museumregister en voorlopig geregistreerde musea. Ook musea die met de collectie onderdeel uitmaken van de Collectie Brabant (wanneer deze is vastgesteld) behoren tot de kansrijke musea. Museaal object: Een voorwerp dat past binnen de doelstelling van het verzamelbeleid en deel uitmaakt of deel gaat uitmaken van de collectie van het betrokken museum.

  • -

    Aankoop: Het in eigendom en in bezit verwerven van een of meer museale objecten ten behoeve van de collectie.

  • -

    Restauratie: Het geheel van handelingen en het daaraan voorafgaande onderzoek dat nodig is om een beschadigd op gedeeltelijk verloren gegaan museaal object in de oorspronkelijke of een andere, vooraf gedefinieerde staat terug te brengen. Conservering: Het geheel van maatregelen en handelingen, dat nodig is voor het scheppen van een zo goed mogelijke omgeving voor het bewaren van museale objecten (preventieve conservering) en/of dat nodig is voor de consolidatie van een museaal object of collectie, het tegengaan van geconstateerd verval, dan wel het verhinderen van te verwachten verval (actieve conservering).

Artikel 2 Doel

Het ondersteunen van activiteiten van musea, welke gericht zijn op structurele kwaliteitsverbetering en professionalisering ten aanzien van de uitvoering van de basistaken van het museum.

Artikel 3 Aanvragers

  • 1

    Musea in Noord-Brabant en Erfgoed Brabant kunnen een aanvraag indienen voor een incidentele bijdrage.

  • 2

    Alleen kansrijke musea in Noord-Brabant kunnen een aanvraag indienen voor een meerjarige bijdrage.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Op het volgende terrein zijn activiteiten subsidiabel:

  • -

    Behoud (restauratie en conservering)

  • -

    Beheer (onder meer registratie en documentatie)

  • -

    Presentatie (onder meer verbouwing, herinrichting, (semi-)permanente presentatie)

  • -

    Publieksbereik (onder meer educatie, publieksonderzoek, marketing)

  • -

    (Wetenschappelijk) onderzoek

  • -

    Bedrijfsvoering (waaronder scholing)

  • -

    Collectievorming (aankopen)

Alleen die activiteiten die gericht zijn op structurele kwaliteitsverbetering en professionalisering ten aanzien van de uitvoering van de basistaken van musea komen voor subsidiëring in aanmerking. Periodieke vervanging van apparatuur - bijvoorbeeld computers, beamers en touchscreens - komt niet voor subsidiëring in aanmerking.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

  • 1

    Algemeen

    • 1.

      Alleen de kosten die direct verband houden met de te realiseren activiteit komen voor subsidiëring in aanmerking. Zowel materiële als personele kosten zijn subsidiabel. Voor personele kosten geldt wel dat deze additioneel moeten zijn en niet binnen de reguliere taakstelling en formatie van het museum vallen.

    • 2.

      Er dient sprake te zijn van cofinanciering door een eigen bijdrage van de aanvrager of door bijdrage(n) van derden. Personeelsinzet die binnen de reguliere taakstelling en formatie van het museum valt, wordt niet als eigen bijdrage van de aanvrager aangemerkt.

    • 3.

      Per museum wordt per kalenderjaar maximaal € 50.000,-- aan subsidies voor de uitvoering van basistaken verleend. Het maximum subsidiebedrag voor een meerjarige subsidieaanvraag bedraagt € 25.000,-- per jaar. Het maximum subsidiebedrag voor collectievorming bedraagt € 25.000,-- per jaar.

  • 2

    Behoud

     

    Een subsidie voor restauratie en/of conservering bedraagt maximaal 60% van de daaraan verbonden kosten. Met dit percentage wordt beoogd restauratie en conservering extra te stimuleren.

     

    Bij restauratie en/of actieve conservering van een object zijn de daaraan verbonden kosten alleen dan subsidiabel indien het museum dat object in eigendom en bezit heeft en de werkzaamheden in opdracht van het museum door een ter zake vakkundige derde zijn of worden uitgevoerd. Als het museum dat object in bruikleen heeft, kan er overigens wel een subsidie worden verleend in de kosten van restauratie en/of actieve conservering, indien die bruikleen niet binnen een termijn van tien jaar, aanvangende op de dag van de subsidiebeschikking, zal worden beëindigd. Bij preventieve conservering zijn kosten van depotinrichting, zoals voor de aanschaf van stellingen of kasten, ophangsystemen en verpakkingen (zuurvrije mappen, melinex-hoesjes en dergelijke) subsidiabel. Dat geldt ook voor kosten van UV-wering (plakfolie voor op ramen, rolgordijnen, enz) en kosten van aanschaf van klimaatsbeheersingsapparatuur (be- en ontvochtigers) en klimaatregistratieapparatuur (thermohygrografen). Indien het museum de restauratie en/of actieve conservering zelf in eigen beheer uitvoert, worden de daaraan verbonden kosten gerekend tot de eigen reguliere exploitatiekosten en zijn deze kosten in beginsel niet subsidiabel.

  • 3

    Beheer

     

    Een subsidie voor beheer bedraagt maximaal 50% van de daaraan verbonden kosten.

     

    In aanmerking voor subsidie komen de aanschaf van hardware, software (inclusief training) en randapparatuur (printer, scanner, digitale camera) ten behoeve van collectieregistratie en –documentatie. De software dient daarbij te voldoen aan de internationaal gehanteerde standaard met betrekking tot de benodigde velden en functionaliteit van die velden voor een minimale registratie van museale objecten. Tevens is een uitwisselbaarheid van gegevens met andere software vereist.

     

    Ook het converteren van gegevens komt in aanmerking voor subsidie. Ten slotte kan ook het tijdelijk inhuren van deskundigheid om de collectie wetenschappelijk te kunnen beschrijven alsmede om de collectie optimaal te kunnen ontsluiten in aanmerking komen voor subsidie.

  • 4

     Presentatie

     

    Bij verbouwing en herinrichting komen alleen die kosten in aanmerking voor subsidie, welke een duidelijk aantoonbare structurele kwaliteitsverbetering voor presentatie van de collectie bevatten. Hieronder vallen onder meer herinrichtings- en verbouwingskosten van de (semi-)permanente presentatie (bijvoorbeeld ontwerp- en vormgevingskosten, materiële kosten, zoals expositiematerialen, audiovisuele en interactieve presentatieapparatuur). Ook vervaardiging van maquettes, replica’s en modellen en publieksinformatiesystemen (bijvoorbeeld audio-guides) kunnen in aanmerking komen voor subsidie.

  • 5

    Publieksbereik

     

    In aanmerking voor subsidie komen onder meer ontwikkelings- en/of productiekosten voor structureel inzetbaar educatief materiaal (bijvoorbeeld leskisten). Ook kosten die betrekking hebben op verbetering van de (fysieke) toegankelijkheid (bijvoorbeeld bewegwijzering), alsmede kosten voor een publieks- en/of marketingonderzoek kunnen in aanmerking komen voor subsidie.

  • 6

    (Wetenschappelijk) onderzoek

     

    In aanmerking voor subsidie komen alleen kosten die betrekking hebben op onderzoek inzake de collectie van de aanvrager. Alleen kosten, gemoeid met onderzoek door derden, kunnen voor subsidie in aanmerking komen. Aanvrager dient echter steeds het museum te zijn.

  • 7

    Bedrijfsvoering

     

    In aanmerking voor subsidie komen onder meer kosten ter verbetering van het bedrijfsmanagement (waaronder scholingskosten, uitgezonderd het aanbod van Erfgoed Brabant en het Landelijk Contact van Museumconsulenten) op het gebied van personeels-, financieel, project-, collectie-, facility- en/of veiligheidsmanagement. Ook kosten verband houdend met de totstandkoming van een beleidsplan kunnen in aanmerking komen voor een subsidie.

  • 8

    Collectievorming

     

    Een subsidie voor aankoop bedraagt maximaal 40% van de daaraan verbonden kosten. Aankoopkosten van reeds in bruikleen verworven objecten zijn niet subsidiabel. Reeds gemaakte kosten ten behoeve van aankopen zijn subsidiabel, mits deze zijn gemaakt na de datum van indiening van de vorige tranche en de aanvraag onderbouwing bevat van de noodzaak de kosten reeds vóór de besluitvorming door Erfgoed Brabant te maken. Er wordt alleen subsidie verleend voor de aankoop van objecten in goede staat, welke passen in het collectiebeleid van de aanvrager.

Artikel 6 Verplichtingen bij collectievorming en behoud

Aan de subsidie voor collectievorming en behoud worden de volgende verplichtingen verbonden:

  • a.

    Het museum dient het object of de collectie in goede staat te behouden en niet dan na schriftelijke toestemming van Erfgoed Brabant te vervreemden of voor een periode langer dan één jaar aan een derde in bruikleen af te staan.

  • b.

    Het museum dient Erfgoed Brabant schriftelijk op de hoogte te stellen van een wijziging van de bestemming van het betrokken object of de collectie.

Artikel 7 Prioriteiten

Bij het benaderen van het vastgestelde subsidieplafond gelden in volgorde van belang de volgende prioriteiten:

  • 1.

    Aanvragen die zijn ingediend door aanvragers met de status ‘(voorlopig) geregistreerd museum’.

  • 2.

    Aanvragen die van doorslaggevend belang zijn voor de verwerving of het behoud van werken of (deel)collecties van grote culturele waarde voor de provincie Noord-Brabant.

  • 3.

    Projecten die meer dan andere bijdragen aan vergroting of verbreding van het publieksbereik van musea in Noord-Brabant.

  • 4.

    Projecten die meer dan andere bijdragen aan de vergroting van de toegankelijkheid en zichtbaarheid van museumcollecties.

  • 5.

    Musea die in de twaalf maanden voorafgaande aan de indieningtermijn geen provinciale subsidie in het kader van museumbeleid ontvangen hebben.

Artikel 8 Aanvraagprocedure

  • 1

    Algemeen.

     

    De volgende indieningdata worden gehanteerd:

    • -

      1 oktober: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start in de periode januari tot en met juli van het volgende kalenderjaar.

    • -

      1 maart: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start in de periode augustus tot en met december van het lopende kalenderjaar.

    • -

      Het indienen van een subsidieaanvraag dient te gebeuren door middel van een door de provincie opgesteld, volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit formulier is digitaal beschikbaar via www.brabant.nl. Bij voorkeur dienen aanvragen via dit digitale formulier te worden ingediend.

    • -

      De aanvraag wordt ingediend bij Erfgoed Brabant, Postbus 1325, 5200 BJ, ’s-Hertogenbosch, telefoon: (073) 615 62 62, e-mail: info@erfgoedbrabant.nl. Schriftelijke aanvragers nemen vooraf contact op met Erfgoed Brabant.

  • 2

    Behoud

     

    De aanvraag dient altijd geplaatst te worden in de context van het collectiebeleid van het museum, zo mogelijk vastgelegd in een actueel collectieplan, dat een collectiebeschrijving geeft en inzicht in het beleid met betrekking tot registratie, behoud en beheer en collectievorming. Bij de aanvraag hoort tevens een goed onderbouwde offerte met behandelplan. De aanvraag dient aan te geven dat een in te schakelen restaurator is opgenomen in het ’restauratoren register’ (bij voorkeur), dan wel is ingeschreven bij een met name te noemen professionele belangenvereniging.

     

    Uitgaven ten behoeve van klimaatsbeheersingsapparatuur of depotinrichting (of andere vormen van passieve conservering) dienen te worden onderbouwd met een onafhankelijk deskundig advies (bijvoorbeeld van de provinciaal museumconsulent).

  • 3

    Beheer

     

    De aanvraag dient vergezeld te gaan van een collectieregistratieplan en een offerte.

  • 4

     Presentatie

     

    De aanvraag dient vergezeld te gaan van een inrichtingsplan met een duidelijke verhaallijn, een onderbouwde inschatting van het publiekseffect en een offerte.

  • 5

    Publieksbereik

     

    De aanvraag dient een onderbouwde inschatting te geven van het te verwachten publiekseffect en het structurele karakter van dit effect.

  • 6

    (Wetenschappelijk) onderzoek

     

    De aanvraag gaat vergezeld van een goed onderbouwd onderzoeksplan.

  • 7

    Bedrijfsvoering

     

    De aanvraag dient altijd geplaatst te worden in de context van het beleid van het museum, zo mogelijk vastgelegd in een actueel beleidsplan.

  • 8

    Collectievorming

     

    De aanvraag dient altijd geplaatst te worden in de context van het collectiebeleid van het museum, zo mogelijk vastgelegd in een actueel collectieplan, dat een collectiebeschrijving geeft en inzicht in het beleid met betrekking tot registratie, behoud en beheer en collectievorming.

     

    De aanvraag moet informatie bevatten over de culturele waarde van de aankoop, mede gerelateerd aan het collectieplan en de doelstelling(en) van het museum; de aanvraag moet inzicht verschaffen in de materiële toestand van het gekochte of aan te kopen object, zo mogelijk onderbouwd met een onafhankelijk deskundig advies (bijvoorbeeld taxatierapport).

Artikel 9 Besluitvormingstermijn

Op de ontvangen en in behandeling genomen subsidieaanvragen beslist het bestuur van Erfgoed Brabant in mandaat namens Gedeputeerde Staten. Het bestuur van de Erfgoed Brabant wordt daarin geadviseerd door een adviescommissie. Erfgoed Brabant beslist uiterlijk 15 weken na de sluitingsdatum van de tranche.

Artikel 10 Afwijken van de subsidieregeling

Indien Erfgoed Brabant met toepassing van hoofdstuk 10, artikel 6 afwijkt van deze subsidieregeling, vermeldt zij dit – behoudens in zaken van ondergeschikt belang – in haar rapportage aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 11 Subsidieplafond

  • 1

     Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tranche van 1 maart 2013 vast op € 288.750.

  • 2

     Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tranche van 1 oktober 2013 vast op € 0.

  • 3

     Indien na beoordeling van alle aanvragen het bepaalde beschikbare bedrag, als bedoeld in het eerste lid, niet geheel wordt verleend, kunnen Gedeputeerde Staten het resterend bedrag toevoegen aan het subsidieplafond in het tweede lid.

HOOFDSTUK 3: ECO-ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

Artikel 1 Definities

  • -

    Eco-archeologische waarden: Archeologische waarden van flora en fauna die met name in natte contexten goed bewaard zijn gebleven en kwetsbaar zijn. Het betreft niet alleen dierlijk materiaal (bot, gewei en leer) van gewervelde dieren, zoals zoogdieren, vogels, vissen, amfibieën en reptielen maar ook van insecten, mijten, schaaldieren en schelpen. Tevens betreft het hout, houtskool, plantenresten (zoals zaden, vruchten, knollen en wortels), pollen en andere microfossielen en textiel.

  • -

    Specialistisch eco-archeologisch onderzoek: Onderzoeken op het gebied van de archeozoölogie, archeobotanie, textiel, dendrochronologie, C14-analyse en OSL-analyse.

  • -

    Archeobotanisch onderzoek: Onderzoek van plantaardige overblijfselen in het kader van archeologisch onderzoek. Archeozoölogisch onderzoek: Onderzoek van dierlijke overblijfselen in het kader van archeologisch onderzoek.

  • -

    Dendrochronologisch onderzoek: Bepaling van de ouderdom van houten objecten aan de hand van hun groeiringen.

  • -

    C14-dateringsonderzoek: Radiometrische datering waarmee de ouderdom van organisch materiaal wordt bepaald met behulp van koolstof-14 isotopen.

  • -

    OSL-dateringsonderzoek: OSL staat voor Optically Stimulated Luminescence. Methode van onderzoek waarmee bepaald wordt hoe lang het geleden is dat een object verdwenen is onder de grond.

Artikel 2 Doel

Het behoud van eco-archeologische waarden en het behoud van informatie van eco-archeologische waarden in de provincie Noord-Brabant, die vanwege ruimtelijke projecten niet ter plekke behouden kunnen blijven en die een bijdrage leveren aan de kennis over het klimaat, de flora en fauna en het menselijk handelen in het verleden.

Artikel 3 Aanvragers

  • 1

    Waterschappen, terreinbeherende instanties en gemeenten die in het kader van natuurprojecten, waterprojecten of andere ruimtelijke projecten verstoorder zijn van archeologische waarden.

  • 2

    Universiteiten, erkende wetenschappelijk instituten of uitvoerders verbonden aan organisaties die specialistisch eco-archeologisch onderzoek uitvoeren in het kader van natuurprojecten, waterprojecten of andere ruimtelijke projecten.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Specialistische eco-archeologische onderzoeken en activiteiten ten behoeve van de conservering van organisch/ecologisch materiaal.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

  • 1

    Specialistische eco-archeologische onderzoeken maken veelal onderdeel uit van archeologische opgravingen. Alleen de direct aan specialistisch eco-archeologisch onderzoek verbonden kosten en de kosten ten behoeve van conservering van ecologisch/organische materialen zijn subsidiabel. Onder de aan het eco-archeologisch onderzoek verbonden kosten wordt verstaan zowel de kosten voor monstername in het veld, de kosten van het laboratoriumonderzoek, als de uitwerking van de gegevens en de totstandkoming van de rapportage.

  • 2

    De subsidiabele kosten kunnen volledig voor subsidiëring in aanmerking komen.

  • 3

    Het maximum subsidiebedrag per aanvraag bedraagt € 25.000,--.

Artikel 6 Subsidiecriteria

De volgende criteria worden gehanteerd:

  • 1.

    Het onderzoek vindt plaats ten gevolge van een natuurproject, waterproject of ander ruimtelijk project waarvan een waterschap, een terreinbeherende instantie of een gemeente de initiatiefnemer dan wel de opdrachtgever is.

  • 2.

    De uitvoerder van het specialistisch onderzoek is een afgestudeerd academicus en verbonden aan een universiteit, erkend wetenschappelijk instituut of aan een organisatie (bijv. stichting, bedrijf of maatschap) die specialistisch eco-archeologisch onderzoek uitvoert. De uitvoerder van een conserveringsactiviteit is verbonden aan een organisatie (bijv. stichting, bedrijf of maatschap) die gespecialiseerd is in de conservering van organische materialen. De organisaties voeren hun werkzaamheden in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie uit.

Artikel 7 Aanvraagprocedure en prioriteiten

  • 1

    Aanvragen kunnen gedurende het hele jaar worden ingediend. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen.

  • 2

    Het indienen van een subsidieaanvraag dient te gebeuren door middel van een door de provincie opgesteld, volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit formulier is digitaal beschikbaar via www.brabant.nl. Bij voorkeur dienen aanvragen via dit digitale formulier te worden ingediend. Schriftelijke aanvragers nemen vooraf contact op met de secretaris van de ambtelijke adviesgroep die de aanvragen behandelt, telefoon: (073) 681 24 49.

  • 3

    Het aanvraagformulier dient vergezeld te gaan van een gespecificeerde begroting inclusief toelichting, een onderzoeksplan dan wel een conserveringsplan en een dekkingsplan.

Artikel 8 Besluitvormingstermijn

Op de ontvangen en in behandeling genomen subsidieaanvragen beslissen Gedeputeerde Staten, uiterlijk 15 weken na indiening van de aanvraag.

Artikel 9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 vast op € 75.000.

HOOFDSTUK 4: INSTANDHOUDING MOLENS

Artikel 1 Definities

  • -

    Molens: Al of niet meer voor de oorspronkelijke functie in bedrijf zijnde wind- en watermolens met inbegrip van molenrestanten. Deze molens staan op de Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant. Rijks- en gemeentelijke monumenten worden geacht te allen tijde deel uit te maken van de Cultuurhistorische Waardenkaart.

  • -

    Instandhouding: Duurzaam, sober en doelmatig behoud van molens ten behoeve van de oorspronkelijke functie dan wel een stabiele, maatschappelijk verantwoorde bestemming.

  • -

    BRIM-regeling: Het Besluit Rijkssubsidiering Instandhouding Monumenten.

  • -

    Instandhoudingplan: Het plan op basis waarvan subsidie wordt gevraagd voor instandhouding van de molen. Voor rijksmonumenten betreft dit het door het Rijk vastgestelde meerjarenplan in het kader van de BRIM-regeling. Het plan omvat een specificatie van de voorgenomen werkzaamheden en een omschrijving van de daarmee beoogde resultaten. Het plan omvat tevens een meerjarenplan en een meerjarenbegroting. In het meerjarenplan wordt aangegeven in welk jaar de onderscheiden werkzaamheden plaatsvinden. Het instandhoudingplan heeft betrekking op ten minste zes kalenderjaren. Moleneigenaar: Natuurlijk persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een molen.

Artikel 2 Doel

De instandhouding van molens in de provincie Noord-Brabant.

Artikel 3 Aanvragers

Aanvragen kunnen worden ingediend door moleneigenaren.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Activiteiten gericht op de instandhouding van molens, zoals onderbouwd en opgenomen in een instandhoudingplan.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

  • 2

    De subsidie per molen bedraagt:

    • 1.

      Voor rijksmonumenten: 20% van de door het Rijk vastgestelde subsidiabele kosten in het kader van de BRIM-regeling, met een maximum per aanvraag van € 10.000,--.

    • 2.

      Voor overige molens: 50% van de vast te stellen subsidiabele kosten met een maximum per aanvraag van € 25.000,--.

    • 3.

      Werkzaamheden die in het instandhoudingplan over meer jaren zijn verspreid, kunnen gecombineerd in één jaar worden uitgevoerd indien daarmee een aantoonbare besparing van kosten bereikt wordt.

Artikel 6 Aanvraagprocedure en prioriteiten

  • 1

    Aanvragen kunnen gedurende het hele jaar worden ingediend. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen.

  • 2

    Het indienen van een subsidieaanvraag dient te gebeuren door middel van een door de provincie opgesteld, volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit formulier is digitaal beschikbaar via www.brabant.nl. Bij voorkeur dienen aanvragen via dit digitale formulier te worden ingediend.

  • 3

    De aanvraag gaat vergezeld van een instandhoudingplan en een recent inspectierapport. Bij rijksmonumenten dient ook de beschikking – inclusief alle bijlagen – van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) betreffende het vaststellen van de subsidiabele kosten in het kader van de BRIM-regeling te worden overlegd.

  • 4

    De aanvraag wordt ingediend bij de stichting Monumentenwacht Noord-Brabant, Sparrendaalseweg 5, 5262 LR, Vught, telefoon: (0411) 64 33 66, e-mail: info@monumentenwachtbrabant.nl. Schriftelijke aanvragers nemen vooraf contact op met Monumentenwacht Noord-Brabant.

Artikel 7 Besluitvorming

Op de ontvangen en in behandeling genomen subsidieaanvragen beslist het bestuur van de Monumentenwacht in mandaat namens Gedeputeerde Staten. Het bestuur van de Monumentenwacht wordt daarin geadviseerd door een adviescommissie. De Monumentenwacht beslist uiterlijk 15 weken na indiening van de aanvraag.

Artikel 8 Afwijken van de subsidieregeling

Indien de Monumentenwacht Noord-Brabant met toepassing van hoofdstuk 10, artikel 6 afwijkt van deze subsidieregeling, vermeldt zij dit – behoudens in zaken van ondergeschikt belang – in haar rapportage aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 vast op € 93.000.

HOOFDSTUK 5: VERHALEN VAN BRABANT

Artikel 1 Definitie

  • -

    Onroerend erfgoed: Historische gebouwen (waaronder industriële gebouwen, kerken, molens, en kastelen), stads- en dorpsgezichten, landschappen, groenstructuren en archeologische monumenten. Dit erfgoed staat op de Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant en de daarin opgenomen Archeologische Monumenten Kaart. Gemeentelijke monumenten worden geacht te allen tijde deel uit te maken van de Cultuurhistorische Waardenkaart.

  • -

    Roerend erfgoed: Museumstukken en dergelijke zaken.

  • -

    Informatief erfgoed: Archieven, drukwerk, audiovisueel erfgoed en dergelijke zaken.

  • -

    Immaterieel erfgoed: Streektaal, tradities, gebruiken en andere vormen van volkscultuur.

Artikel 2 Doel

Het stimuleren van het vergaren en toegankelijk maken van kennis over Brabants erfgoed en de overdracht van verhalen daarover aan een breed publiek.

Artikel 3 Aanvragers

Rechtspersonen kunnen een subsidieaanvraag indienen.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Projecten worden ondersteund die het vergaren, toegankelijk maken en/of overdragen van kennis bevorderen van onroerend, roerend, informatief en immaterieel erfgoed, zoals opgenomen op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart of in de Collectie Brabant. Subsidiabel zijn publicaties, websites, tentoonstellingen, digitaliseringprojecten, educatieprojecten, erfgoedroutes en andere communicatievormen. Zolang de Collectie Brabant niet formeel is vastgelegd, rekenen wij hiertoe de duurzaam en doelmatig beheerde verzamelingen en objecten die behoren tot het roerend, informatief en immaterieel erfgoed en van provinciaal belang mogen worden geacht.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

Voor subsidiëring komen alleen die kosten in aanmerking, die direct verband houden met de realisering van het voorgenomen project. De provinciale subsidie bedraagt maximaal 50% van de vast te stellen subsidiabele kosten. Voor digitaliseringsprojecten bedraagt de provinciale subsidie maximaal 25% van de vast te stellen subsidiabele kosten. Het maximum subsidiebedrag per aanvraag bedraagt € 50.000,--.

Artikel 6 Subsidiecriteria

  • 1

    Voor eenzelfde activiteit kan gedurende de periode 2009-2011 slechts eenmaal subsidie worden aangevraagd.

  • 2

    Per kalenderjaar kan een aanvrager voor slechts één project in aanmerking komen voor subsidie.

  • 3

    Het project draagt bij aan de waardering van erfgoed bij een breed publiek of bij een moeilijk bereikbaar publiek.

  • 4

    Het project legt verband tussen erfgoed en actuele maatschappelijke thema’s.

  • 5

    Integrale samenwerking van verschillende partners sterkt tot aanbeveling.

  • 6

    Het project of de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd dient uiterlijk 31 december 2011 te zijn gerealiseerd.

Artikel 7 Aanvraagprocedure en prioritering

  • 1

    Aanvragen kunnen gedurende het hele jaar worden ingediend. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen.

  • 2

     Het indienen van een subsidieaanvraag dient te gebeuren door middel van een door de provincie opgesteld, volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit formulier is digitaal beschikbaar via www.brabant.nl. Bij voorkeur dienen aanvragen via dit digitale formulier te worden ingediend. Schriftelijke aanvragers nemen vooraf contact op met de secretaris van de ambtelijke adviesgroep die de aanvragen behandelt, telefoon: (073) 681 24 49.

Artikel 8 Besluitvormingstermijn

Op de ontvangen en in behandeling genomen subsidieaanvragen beslissen Gedeputeerde Staten, uiterlijk 15 weken na indiening van de aanvraag.

Artikel 9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 vast op € 0.

HOOFDSTUK 6: SCHATTEN VAN BRABANT

Artikel 1 Definitie

Schatten van Brabant: Het provinciale culturele programma over de betekenis van het verleden voor de eigen tijd. Een initiatief van de provincie Noord-Brabant in samenwerking met diverse partners: gemeenten, erfgoedinstellingen (archieven, monumentenorganisaties, archeologische diensten, musea, heemkundekringen en dergelijke instellingen), de kunstensector (filmmakers, beeldend kunstenaars, theatermakers en anderen), media, educatie, recreatie en andere partners. Schatten van Brabant:

  • -

    Speelt zich af in de provincie Noord-Brabant, in de stad en op het platteland, dorpen, wijken en landschappen.

  • -

    Benut de sterke kanten van de culturele infrastructuur van Noord-Brabant: cultuurhistorie en kunsten.

  • -

    Is een ‘gedachtegoed’, de ontwikkelingsvisie van de provincie Noord-Brabant om nieuwe vormen in beleving van historie te stimuleren (betekenisverlening).

  • -

    Brengt verschillende sectoren (o.a. educatie, erfgoed, kunsten, recreatie) samen, waardoor nieuwe culturele netwerken worden gebouwd.

Artikel 2 Doel

Het ondersteunen van activiteiten die op een originele manier de betekenis van het verleden verbinden aan de actualiteit.

Artikel 3 Aanvragers

  • 1

    Rechtspersonen kunnen een subsidieaanvraag indienen.

  • 2

    Natuurlijke personen kunnen een subsidieaanvraag indienen, mits zij middels een actueel overzicht van relevante verrichte werkzaamheden kunnen aantonen dat zij op professionele wijze werkzaam zijn in de sectoren waarin Schatten van Brabant actief is.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Activiteiten die de betekenis van het verleden voor de eigen tijd als uitgangspunt hebben, worden ondersteund. Van belang zijn zowel activiteiten waarin sprake is van aansluiting met de actualiteit als om activiteiten met verrassende invalshoeken om nieuw publiek op te zoeken. Aan de basis ligt een integraal samenwerkingsverband tussen gemeente, kunstenaars en erfgoedorganisaties.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

  • 1

    Voor subsidiëring komen alleen die kosten in aanmerking die direct verband houden met de realisering van de voorgenomen activiteit. Reguliere exploitatiekosten van organisaties komen niet voor subsidie in aanmerking. Het maximum subsidiebedrag per aanvraag bedraagt € 10.000,--

  • 2

    Gedeputeerde Staten kunnen voor een majeure activiteit, in afwijking van het eerste lid, een maximum subsidiebedrag van € 50.000,-- verstrekken per aanvraag.

  • 3

    Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks voor de in het eerste en tweede lid bedoelde activiteiten afzonderlijk een subsidieplafond vast.

Artikel 6 Subsidiecriteria

  • 1

    Aanvragen worden alleen in behandeling genomen als er sprake is van een eigen bijdrage of cofinanciering.

  • 2

    De activiteit zet de betekenis van het verleden voor nu en de toekomst centraal; deze sluit aan bij de belevingswereld van nu.

  • 3

    De activiteit hanteert eigentijdse presentatievormen en zoekt verrassende invalshoeken op.

  • 4

    De activiteit komt tot stand in een integraal samenwerkingsverband; verschillende organisaties werken bij de ontwikkeling en uitvoering nauw met elkaar samen.

  • 5

    De activiteit heeft een doordachte aanpak voor het bereiken van een divers publiek.

  • 6

    Activiteiten die vallen binnen de thema’s die ieder kalenderjaar worden vastgesteld genieten de voorkeur. Zie hiervoor: www.schattenvanbrabant.nl

  • 7

    Het project of de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd dient uiterlijk 31 december 2011 te zijn gerealiseerd.

Artikel 7 Aanvraagprocedure en prioriteiten

  • 1

     Aanvragen kunnen gedurende het hele jaar worden ingediend. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen.

  • 2

      Het indienen van een subsidieaanvraag dient te gebeuren door middel van een door de provincie opgesteld, volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit formulier is digitaal beschikbaar via www.brabant.nl. Bij voorkeur dienen aanvragen via dit digitale formulier te worden ingediend. Schriftelijke aanvragers nemen vooraf contact op met de secretaris van de ambtelijke adviesgroep die de aanvragen behandelt, telefoon: (073) 681 24 49.

Artikel 8 Besluitvormingstermijn

Op de ontvangen en in behandeling genomen subsidieaanvragen beslissen Gedeputeerde Staten, uiterlijk 15 weken na indiening van de aanvraag.

Artikel 9 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode1 januari 2013 tot en met 31 december 2013 vast op € 0.

HOOFDSTUK 7: MUSEA IN DE SAMENLEVING

Artikel 1 Definities

  • -

    Musea: Een permanente instelling ten dienste van de gemeenschap en haar ontwikkeling, toegankelijk voor het publiek, niet gericht op het maken van winst, die materiële getuigenissen van de mens en zijn omgeving verwerft, behoudt, wetenschappelijk onderzoekt, presenteert en hierover informeert voor doeleinden van studie, educatie en genoegen. Kansrijke musea: Zijn musea die zijn opgenomen in het Nederlands Museumregister en voorlopig geregistreerde musea. Ook musea die met de collectie deel uitmaken van de Collectie Brabant (wanneer deze is vastgesteld) behoren tot de kansrijke musea.

  • -

    Informatieplan: In het informatieplan legt een instelling het ICT-beleid vast met betrekking tot haar culturele erfgoedcollectie(s). Het plan toont op welke wijze de gestelde ICT-doeleinden bereikt worden. Ook heeft het plan inzicht in de mate waarin de instelling een bijdrage levert aan ontsluiting van cultureel erfgoed in samenwerkingsverbanden op sectoroverstijgend, lokaal, regionaal, provinciaal, landelijk of internationaal niveau.

Artikel 2 Doel

Het versterken van de zichtbaarheid en verankering van musea in het actuele culturele leven. Daarom investeren we in het versterken van de educatieve aanpak van musea, het omgaan met het publiek en het sluiten van allianties met andere sectoren om het bereik van musea te vergroten.

Artikel 3 Aanvragers

  • 1

    Musea in Noord-Brabant en Erfgoed Brabant kunnen een aanvraag indienen voor een incidenteel project.

  • 2

    Alleen kansrijke musea in Noord-Brabant en Erfgoed Brabant kunnen een aanvraag indienen voor meerjarige projecten.

  • 3

    Aanvragen voor digitalisering en digitale ontsluiting kunnen alleen door kansrijke musea in Noord-Brabant ingediend worden.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

  • 1

    Projecten gericht op herpositionering en herinrichting van het museum. Uitgangspunt dient te zijn dat de publiekstoegankelijkheid van het museum wordt vergroot. Het kan gaan om projecten waar voor de lange termijn beleidsmatig een nieuwe aanpak wordt ontwikkeld ten aanzien van publiek. Ook kan het gaan om projecten waarin het museum fysiek wordt aangepast om de publiekstoegankelijkheid te vergroten.

  • 2

    Projecten voor cultuureducatie, promotie, marketing en publieksonderzoek. Het dient te gaan om projecten waarbinnen een duurzame aanpak ten aanzien van publieksbereik wordt gerealiseerd. Ook projecten met een voorbeeldwerking ten aanzien van publieksbereik kunnen ondersteund worden. Reguliere taken op dit vlak komen niet voor subsidiëring in aanmerking.

  • 3

    Projecten waarin duurzame allianties met andere (culturele) sectoren wordt aangegaan om het publieksbereik te vergroten.

  • 4

    Projecten waarin sprake is van digitalisering en digitale ontsluiting. Deskundigheidsbevordering van musea ten behoeve van digitalisering en ontsluiting komt ook voor subsidiëring in aanmerking. Het digitaliseren en ontsluiten van beeldmateriaal heeft prioriteit. Aanvragen dienen te voldoen aan de basisset ICT-eisen van de stichting Digitaal Erfgoed Nederland.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

  • 1

    Voor subsidiëring komen alleen die kosten in aanmerking, die direct verband houden met de realisering van het voorgenomen project. De provinciale subsidie bedraagt maximaal 50% van de vast te stellen subsidiabele kosten.

  • 2

    Bij aanvragen voor meerjarige projecten is 50% cofinanciering door de betreffende gemeente vereist, bij incidentele projecten is deze cofinanciering gewenst.

  • 3

    Het minimum subsidiebedrag per aanvraag bedraagt € 30.000,--. Voor digitaliseringprojecten geldt geen minimum subsidiebedrag.

Artikel 6 Subsidiecriteria

  • 1

    Subsidieaanvragen dienen ten minste te voldoen aan één van de volgende criteria:

    • 1.

      Het project leidt tot een substantiële en duurzame verbetering van het niveau waarop een museum functioneert.

    • 2.

      Het project leidt tot grotere zichtbaarheid en/of betere verankering van het museum in de samenleving.

    • 3.

      In het project is sprake van duurzame samenwerking met andere partijen.

    • 4.

      Het project of de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd dient uiterlijk 31 december 2011 te zijn gerealiseerd.

  • 2

    Subsidieaanvragen worden tevens beoordeeld op grond van de volgende criteria:

    • 1.

      Projecten die een voorbeeldwerking hebben voor andere musea in Noord-Brabant genieten de voorkeur.

    • 2.

      De ingediende projecten dienen zo veel mogelijk over de provincie Noord-Brabant verspreid te zijn.

    • 3.

      Projecten die het plaatselijke belang overstijgen genieten de voorkeur.

Artikel 7 Aanvraagprocedure

  • 1

    De volgende indieningdata worden gehanteerd:

    • -

      1 oktober: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start in de periode januari tot en met juli van het volgende kalenderjaar.

    • -

      1 maart: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start in de periode augustus tot en met december van het lopende kalenderjaar.

  • 2

    Het indienen van een subsidieaanvraag dient te gebeuren door middel van een door de provincie opgesteld, volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit formulier is digitaal beschikbaar via www.brabant.nl. Schriftelijke aanvragers nemen vooraf contact op met de secretaris van de ambtelijke adviesgroep die de aanvragen behandelt, telefoon: (073) 681 24 49. Aanvragen voor digitalisering en digitale ontsluiting dienen vergezeld te zijn van een informatieplan.

Artikel 9 Besluitvormingstermijn

Op de ontvangen en in behandeling genomen subsidieaanvragen beslissen Gedeputeerde Staten, uiterlijk 15 weken na de sluitingsdatum van de tranche. Erfgoed Brabant wordt om advies gevraagd.

Artikel 10 Subsidieplafonds

  • 1

     Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tranche van 1 maart 2013 vast op € 0.

  • 2

     Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tranche van 1 oktober 2013 vast op € 0.

HOOFDSTUK 8: REGIONALE GESCHIEDBEOEFENING

Artikel 1 Definities

Geschiedbeoefening: Onderzoek naar de geschiedenis van het grondgebied van de provincie Noord-Brabant in de breedste zin van het woord.

Artikel 2 Doel

Doel is het bevorderen van activiteiten op het gebied van de Noord-Brabantse geschiedbeoefening.

Artikel 3 Aanvragers

Rechtspersonen kunnen een subsidieaanvraag indienen.

Artikel 4 Subsidiabele activiteiten

Er kunnen subsidies worden aangevraagd voor eenmalige activiteiten, projecten en/of publicaties op het gebied van de Noord-Brabantse geschiedbeoefening. Er worden geen meerjarenprojecten gehonoreerd, tenzij de activiteit van een dusdanige betekenis wordt geacht en op duidelijke gronden kan worden aangetoond dat de activiteit niet binnen één kalenderjaar kan worden afgerond. In zulke gevallen geldt een maximale looptijd van twee jaar.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

Er worden geen salariskosten vergoed. Daarentegen komen onderzoekskosten wel voor subsidiëring in aanmerking.

Artikel 6 Subsidiecriteria

De volgende criteria worden gehanteerd:

  • 1.

    Aanvragen worden alleen in behandeling genomen als er sprake is van een eigen bijdrage of cofinanciering.

  • 2.

    De activiteit dient op enigerlei wijze in relatie te staan tot de Noord-Brabantse geschiedbeoefening.

  • 3.

    De activiteit geeft blijk van een oorspronkelijke gedachtegang, is vernieuwend.

  • 4.

    De activiteit is van meer dan slechts lokaal belang.

  • 5.

    De activiteit kan de toets van wetenschappelijk kritiek doorstaan.

  • 6.

    De activiteit levert een bijdrage aan het historisch besef.

  • 7.

    De activiteit bezit een voorbeeldfunctie. 

Artikel 7 Aanvraagprocedure

  • 1

     De volgende indieningdata worden gehanteerd:

    • -

      1 oktober: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start in de periode januari tot en met juli van het volgende kalenderjaar.

    • -

      1 maart: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start in de periode augustus tot en met december van het lopende kalenderjaar.

  • 2

     Het indienen van een subsidieaanvraag dient te gebeuren door middel van een door de provincie opgesteld, volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit formulier is digitaal beschikbaar via www.brabant.nl. Een subsidieverzoek mag slechts betrekking hebben op één activiteit. Voor meer activiteiten dienen afzonderlijke subsidieverzoeken te worden ingediend.

  • 3

     De aanvraag wordt ingediend bij Erfgoed Brabant, Postbus 1325, 5200 BJ, ’s-Hertogenbosch, telefoon: (073) 615 62 62, e-mail: info@erfgoedbrabant.nl. Schriftelijke aanvragers nemen vooraf contact op met Erfgoed Brabant.

Artikel 8 Besluitvormingstermijn

Op de ontvangen en in behandeling genomen subsidieaanvragen beslist het bestuur van Erfgoed Brabant in mandaat namens Gedeputeerde Staten. Het bestuur van Erfgoed Brabant wordt daarin geadviseerd door een adviescommissie. Erfgoed Brabant beslist uiterlijk 15 weken na de sluitingsdatum van de tranche.

Artikel 9 Afwijken van de subsidieregeling

Indien Erfgoed Brabant met toepassing van hoofdstuk 10, artikel 6 afwijkt van deze subsidieregeling, vermeldt zij dit – behoudens in zaken van ondergeschikt belang – in haar rapportage aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 10 Subsidieplafonds

  • 1

     Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tranche van 1 maart 2013 vast op € 40.000.

  • 2

     Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tranche van 1 oktober 2013 vast op € 0.

  • 3

     Indien na beoordeling van alle aanvragen het bepaalde beschikbare bedrag, als bedoeld in het eerste lid, niet geheel wordt verleend, kunnen Gedeputeerde Staten het resterend bedrag toevoegen aan het subsidieplafond in het tweede lid.

HOOFDSTUK 9: PROF. DR. H.F.J.M. VAN DEN EERENBEEMTFONDS

Artikel 1 Doel

Doel is het bevorderen van de wetenschappelijke beoefening van de Noord-Brabantse geschiedenis.

Artikel 2 Aanvragers

Rechtspersonen kunnen een subsidieaanvraag indienen.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Er kunnen subsidies worden aangevraagd voor de uitgave van wetenschappelijke monografieën over de Noord-Brabantse geschiedenis en voor andere activiteiten die bevorderlijk zijn voor de wetenschappelijke beoefening van de Noord-Brabantse geschiedenis.

Artikel 4 Subsidiabele kosten

Een subsidie is in eerste instantie bedoeld als bijdrage in de drukkosten, maar ook bijkomende kosten, zoals onderzoekskosten, komen voor subsidiëring in aanmerking. Daarentegen zijn salariskosten niet subsidiabel.

Artikel 5 Subsidiecriteria

De volgende criteria worden gehanteerd:

  • 1.

    Aanvragen worden alleen in behandeling genomen als er sprake is van een eigen bijdrage of cofinanciering.

  • 2.

    De thematiek van de publicatie dient in relatie te staan tot het werkterrein van het fonds, de wetenschappelijke geschiedenis van Noord-Brabant.

  • 3.

    De publicatie geeft blijk van een oorspronkelijke gedachtegang, is wetenschappelijk vernieuwend.

  • 4.

    De publicatie is van meer dan slechts lokaal belang.

  • 5.

    De publicatie kan de toets van wetenschappelijk kritiek doorstaan.

  • 6.

    De publicatie levert een bijdrage aan het historisch besef.

  • 7.

    De publicatie bezit een voorbeeldfunctie.

Artikel 6 Aanvraagprocedure

  • 1

     De volgende indieningdata worden gehanteerd:

    • -

      1 oktober: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start in de periode januari tot en met juli van het volgende kalenderjaar.

    • -

      1 maart: in deze tranche worden aanvragen behandeld waarvan het project start in de periode augustus tot en met december van het lopend kalenderjaar.

  • 2

     Het indienen van een subsidieaanvraag dient te gebeuren door middel van een door de provincie opgesteld, volledig ingevuld aanvraagformulier. Dit formulier is digitaal beschikbaar via www.brabant.nl. Een subsidieverzoek mag slechts betrekking hebben op één publicatie of activiteit. Voor meer activiteiten dienen afzonderlijke subsidieverzoeken te worden ingediend.

  • 3

     De aanvraag wordt ingediend bij Erfgoed Brabant, Postbus 1325, 5200 BJ, ’s-Hertogenbosch, telefoon: (073) 615 62 62, e-mail: info@erfgoedbrabant.nl. Schriftelijke aanvragers nemen vooraf contact op met Erfgoed Brabant.

Artikel 7 Besluitvormingstermijn

Op de ontvangen en in behandeling genomen subsidieaanvragen beslist het bestuur van Erfgoed Brabant in mandaat namens Gedeputeerde Staten. Het bestuur van Erfgoed Brabant wordt daarin geadviseerd door een adviescommissie. Erfgoed Brabant beslist uiterlijk 15 weken na de sluitingsdatum van de tranche.

Artikel 8 Afwijken van de subsidieregeling

Indien Erfgoed Brabant met toepassing van hoofdstuk 10, artikel 6 afwijkt van deze subsidieregeling, vermeldt zij dit – behoudens in zaken van ondergeschikt belang – in haar rapportage aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 9 Subsidieplafonds

  • 1

     Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tranche van 1 maart 2013 vast op € 20.000.

  • 2

     Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de tranche van 1 oktober 2013 vast op € 0.

  • 3

     Indien na beoordeling van alle aanvragen het bepaalde beschikbare bedrag, als bedoeld in het eerste lid, niet geheel wordt verleend, kunnen Gedeputeerde Staten het resterend bedrag toevoegen aan het subsidieplafond in het tweede lid.

HOOFDSTUK 10: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Definities

De-minimissteun: Steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, Pb EG L 379/05 van 28 december 2006, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen.

Artikel 2 Algemene subsidieverordening

Aan de subsidieverleningen worden verplichtingen verbonden, die voortvloeien uit geldende wettelijke kaders. Naast de Algemene wet bestuursrecht is dat de Algemene subsidieverordening provincie Noord-Brabant inclusief de wijzigingen zoals door Provinciale Staten vastgesteld op 5 oktober 2007, voor zover niet nader geregeld is in deze subsidieregeling.

Artikel 4 Stapelen subsidies

Voor eenzelfde activiteit kan maar vanuit één hoofdstuk binnen deze subsidieregeling subsidie gevraagd worden. Het stapelen van subsidies uit verschillende hoofdstukken is niet mogelijk.

Artikel 5 De-minimissteun

Subsidie aan instellingen die aangemerkt kunnen worden als een onderneming volgens het Europees recht mag nooit hoger zijn dan € 200.000,-- over een periode van drie belastingjaren (€ 100.000,-- voor ondernemingen in het wegvervoer) en dient ook anderszins te voldoen aan de voorwaarden voor de-minimissteun.

Artikel 6 Hardheidsclausule

Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen in deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de doelen van de subsidieregeling Cultureel Erfgoed zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 7 Bekendmaking en inwerkingtreding

Deze subsidieregeling kan worden aangehaald als ‘Subsidieregeling Cultureel Erfgoed’ en treedt in werking op de dag na publicatie.

's-Hertogenbosch, 7 april 2009

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen

de secretaris  drs. W.G.H.M. Rutten

 

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingSubsidieregeling Cultureel Erfgoed
CiteertitelSubsidieregeling Cultureel Erfgoed
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpcultuur, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt: de beleidsregel Cultureel Erfgoed 37/08.

Deze regeling is ingetrokken bij besluit van 19 maart 2013 tot vaststelling van de Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene wet bestuursrecht
  2. Algemene Subsidie Verordening provincie Noord-Brabant

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-04-201301-04-2013Intrekking

19-03-2013

Provinciaal Blad, 2013, 41

3370774
11-01-201301-04-2013Hfst. 1, art. 7 en 9, hfst. 2, art. 9,en 11, hfst. 3, art. 9, hfst. 4, art. 9, hfst. 5. art. 9, hfst. 6, art. 9, hfst. 7, art. 10, hfst. 8, art. 10, hfst. 9, art. 9

08-01-2013

Provinciaal Blad, 2013, 3

S0256294
22-12-201111-01-2013Hfst. 1, 3, 4, 5, 6 en 9: telkens art. art. 9, hfst. 2, art. 11, hfst. 8, art. 10, hfst. 10, art. 3hfst. 3, art.

20-12-2011

Provinciaal Blad, 2011, 327

S0233251
09-04-200922-12-2011nieuwe regeling

07-04-2009

Provinciaal Blad, 2009, 65

1525385