• Geldig sinds 22 mei 2008.
    Geldig tot 31 december 2011.

    Print deze versie:

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling Jeugd en Gezin Noord-Brabant 2008-2011

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

- Gelet op artikel 2 en artikel 15 van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant;

- Overwegende dat er een kaderstellende notitie is vastgesteld ‘Speerpunt Centrum voor Jeugd en Gezin, onderdeel van Perspectiefrijk Brabant’ (ZWC – 0639), waarmee Provinciale Staten hebben besloten de ontwikkeling van Centra voor Jeugd en Gezin én het realiseren van de Verbeteragenda jeugd Noord-Brabant 2008-2011 te ondersteunen;

- Overwegende dat er een Beleidskader jeugdzorg Provincie Noord-Brabant 2005-2008 is, als kader voor de provinciale inzet op de versterking van regionale samenwerking jeugd en een sluitende aanpak voor zwerfjongeren;

- Overwegende dat de provincie door middel van het subsidie-instrument gemeenten wil stimuleren de doelstellingen van bovengenoemde kaderstellende notitie en beleidskader te behalen;

- Overwegende dat de provincie naast deze subsidie ook zelf middelen en menskracht inzet om de provinciale prestaties van de Verbeteragenda jeugd Noord-Brabant 2008-2011 te realiseren voor 1 januari 2012;

besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Hoofdstuk I ALGEMEEN

Artikel 1. Doel

Gemeenten, provincie en onderwijs werken samen om te voorkomen dat jeugdigen door opvoed- of opgroeiproblemen worden belemmerd in hun ontwikkeling en hun kans op een volwaardige maatschappelijke deelname. De provincie investeert in het kader van Perspectiefrijk Brabant in de komende vier jaar op diverse fronten in de nodige verbeteringen in de hulp/zorg en de samenwerking rondom jeugd en gezin.

Artikel 2. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Verbeteragenda: Verbeteragenda jeugd Noord-Brabant 2008-2011;

  • b.

    Zwerfjongeren: Jongeren tot 25 jaar met meervoudige problemen die dakloos zijn of in de opvang verblijven. Jongeren die mèt hun ouders in opvang verblijven, vallen niet onder deze landelijke definitie;

  • c.

    Maatschappelijke opvang: Opvang, beschikbaar voor alle burgers die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving, ongeacht hun leeftijd;

  • d.

    B5-gemeenten: Vijf grootste Brabantse gemeenten, zijnde Breda, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch en Tilburg;

  • e.

    Centrumgemeenten maatschappelijke opvang: Zeven Brabantse gemeenten die een regionale regiefunctie vervullen met betrekking tot maatschappelijke opvang, zijnde de B5-gemeenten aangevuld met Oss en Bergen op Zoom;

  • f.

    Regio: Regio’s in Noord-Brabant waarbinnen periodiek regionaal bestuurlijk overleg over jeugd plaats vindt, zijnde de regio’s Noordoost-, Zuidoost-, Midden- en West-Brabant, met respectievelijk 21, 21, 8 en 18 gemeenten;

  • g.

    Wmo-prestatievelden: Negen prestatievelden als genoemd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo);

  • h.

    CJG: Centrum voor Jeugd en Gezin;

  • i.

    Basismodel CJG: Kaders voor CJG opgesteld door het Ministerie voor Jeugd en Gezin in samenwerking met Vereniging Nederlandse Gemeenten, Interprovinciaal Overleg, Gemeentelijke Gezondheidsdienst Nederland, Actiz en de MO-groep;

  • j.

    Basispartners CJG: Algemeen Maatschappelijk Werk en de Jeugdgezondheidszorg;

  • k.

    Vindplaatsen: Algemene voorzieningen als onderwijs, kinderopvang, peuterspeelzalen, welzijnswerk etc. waar jeugdproblematiek vaak als eerste gesignaleerd wordt;

  • l.

    Convenant Zorg voor Jeugd: Regionale convenanten als basis voor de invoering van het in Helmond ontwikkelde signaleringssysteem ‘Zorg voor Jeugd’;

  • m.

    Toegang Bureau Jeugdzorg: afdeling van Bureau Jeugdzorg die de indicatie opstelt voor cliënten met vrijwillige hulpvragen. Daarbij wordt de problematiek vastgesteld, waarna een advies over doel, inzet en duur van de zorg volgt.

  • n.

    Landelijke Verwijsindex: Registratiesysteem waarin (risico)meldingen worden opgenomen over jongeren tot 23 jaar.

  • o.

    Veiligheidshuis: Een lokaal of regionaal samenwerkingsverband tussen verschillende veiligheidspartners gericht op een integrale, probleemgeoriënteerde aanpak ter bevordering van de sociale veiligheid.

Hoofdstuk II VERBETERAGENDA

Artikel 3. Doel

De provincie zet zich in voor het realiseren van de strategische doelen ‘Stelsel in balans’ en ‘Sluitende aanpak’ in het stelsel rondom jeugd en gezin. Concrete doelen voor de korte/middellange termijn zijn samengebracht in de Verbeteragenda jeugd Noord-Brabant 2008-2011. Vóór 2012 moet iedere gemeente de beschikking hebben over een CJG én moet op de gehele Verbeteragenda door provincie en gemeenten aantoonbaar voortgang zijn geboekt.

Artikel 4. Subsidiabele prestaties

Subsidie kan worden verleend voor activiteiten gericht op het vóór 2012 behalen van de volgende prestaties op basis van de Verbeteragenda die vanuit gemeenteperspectief gerealiseerd moeten worden:

  • a.

    Het bepaald hebben, en het aantoonbaar op orde hebben van een basisset van gegevens waarin in ieder geval opgenomen gegevens over jeugdproblematiek en eventuele risicogroepen, over inzet op preventie, over aanbod en gebruik van eerstelijns jeugdhulp;

  • b.

    Het hebben van overeenstemming met provincie en andere Brabantse gemeenten over de (deel)set van gegevens die nodig is voor de gezamenlijke digitale beleids- en sturingsmonitor, het beschikbaar stellen van deze gegevens t.b.v. de monitor, en de bereidheid tot het werken aan verdere data-ontwikkeling;

  • c.

    Het hanteren van de gedeelde monitor als sturingsinstrument en als aanleiding voor achtergrondanalyses en eventuele aanscherping van beleid;

  • d.

    Het beschikbaar hebben van schoolmaatschappelijk werk op iedere school binnen het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en de beroeps- en volwasseneneducatie en/of aansluiting van de school op een goede multidisciplinaire zorgstructuur;

  • e.

    Het hebben van in vroegsignalering getrainde professionals op vindplaatsen;

  • f.

    Het aantoonbaar gebruik maken van eenduidige werkwijzen en methodieken voor vroegsignalering en risicotaxatie, bij voorkeur met bewezen waarde;

  • g.

    Het op grond van de basisvoorwaarden benoemd in artikel 4, sub d, sub e en sub f blijvend in staat zijn van professionals op vindplaatsen om probleemsignalen van jeugdigen of ouders te herkennen, op te pakken en tijdig de juiste zorg in te schakelen;

  • h.

    Het hebben van een CJG in iedere gemeente dat is aangesloten op de lokale vindplaatsen;

  • i.

    Het hebben van een eenduidig beeld bij CJG en Bureau Jeugdzorg over welke problematieken thuishoren in de tweede lijn, waardoor onterechte verwijzingen naar BJZ aantoonbaar zijn beperkt;

  • j.

    Een door de gemeente georganiseerde evaluatie en eventuele actualisatie van het convenant Zorg voor Jeugd;

  • k.

    Het aansluiten van Zorg voor Jeugd op de landelijke Verwijsindex;

  • l.

    Aantoonbare verbeteringen in vroegsignalering en een gepast, integraal hulpaanbod voor jeugd & gezin - “één kind/gezin, één plan” - als gevolg van het werken volgens het convenant Zorg voor Jeugd;

  • m.

    Een gezamenlijk werkproces voor doorverwijzing van CJG naar Bureau Jeugdzorg, waarbij het CJG alle (voor) informatie over de cliënt verzamelt volgens een gezamenlijk ontwikkeld protocol en deze cliëntinformatie digitaal overdraagt aan BJZ;

  • n.

    Het werken volgens afspraken tussen CJG en Bureau Jeugdzorg ten behoeve van een warme overdracht van cliënten die doorverwezen worden naar de tweede lijn en vice versa om te zorgen dat de cliënt in beeld blijft;

  • o.

    Het onderzocht hebben van hiaten in het zorgaanbod voor speciale groepen jongeren en het hebben ontwikkeld of in ontwikkeling hebben van hulp op maat om deze jongeren te bereiken en te helpen;

  • p.

    Het beschikbaar hebben van nazorg voor jeugdigen die uitstromen uit een residentiële instelling of pleeggezin, dat wil zeggen in de gemeente is begeleiding beschikbaar bij zelfstandig wonen, school, werk, vrijetijd of dagbesteding, danwel zorg;

  • q.

    Het beschikbaar hebben van een CJG volgens het basismodel CJG;

  • r.

    Het via de frontoffice van het CJG zorgen voor een uitgebreid, transparant en toegankelijk eerstelijns hulpaanbod waaronder:

    • -

      opvoedingsondersteuning die een gezin helpt om,waar mogelijk samen met haar sociale netwerk, de nodige verbeteringen te realiseren;

    • -

      een deskundige generalist die opereert als makelaar voor cliënten, die op basis van de behoefte een zorgpakket samenstelt en die kan inschatten waar tweedelijns zorg nodig is;

  • s.

    Het vanuit de backoffice van het CJG zorgen voor: - coördinatie van deskundigheidsbevordering op de vindplaatsen;

    • -

      bundeling van signalen vanuit vindplaatsen en regie over lokale casusoverleggen;

    • -

      versterking van de samenwerking binnen het lokale en regionale netwerk;

    • -

      aansluiting op Bureau Jeugdzorg en eventueel op het Veiligheidshuis;

    • -

      bemoeizorg, dat wil zeggen het bereiken en helpen van ouders en jeugdigen die zorg nodig hebben maar deze zelf niet willen, kunnen of durven te vragen.

Artikel 5. Doelgroep

  • a.

    Subsidie kan worden aangevraagd door individuele Brabantse gemeenten met uitzondering van de B5-gemeenten.

  • b.

    Gemeenten kunnen een gezamenlijke aanvraag indienen.

  • c.

    In het geval als genoemd in sub b treedt één van de gemeenten op als de aanvragende gemeente.

Artikel 6. Subsidiabele kosten

  • 1

    Diverse ontwikkel- en implementatiekosten waaronder (loon)kosten van externen of eigen medewerkers gericht op het behalen van één of meerdere prestaties volgens artikel 4 kunnen in aanmerking komen voor subsidie.

  • 2

    De volgende kosten zijn niet subsidiabel:

    • a.

      financiering van loonkosten van hulp/zorgverleners;

    • b.

      financiering van individuele zorg- of begeleidingstrajecten;

    • c.

      financiering van training of deskundigheidsbevordering van individuele professionals die niet tot de basispartners CJG behoren.

  • 3

    Het subsidieplafond voor de periode 2008-2011 wordt per regio vastgesteld door Gedeputeerde Staten.

Artikel 7. Aanvraag subsidie

  • 1

    Voor het aanvragen van de subsidie is er één indieningsmoment voor de totale periode 2008-2011 namelijk uiterlijk 1 november 2008.

  • 2

    Subsidieaanvragen worden ingediend bij Gedeputeerde Staten door middel van een aanvraagformulier Subsidieregeling Jeugd en Gezin Noord-Brabant 2008-2011, Hoofdstuk II Verbeteragenda.

  • 3

    De aanvraag gaat vergezeld van een beknopte planning zoals uitgewerkt is in artikel 8, tweede lid én een uitgewerkt vierjarenplan voor de inzet van provinciale subsidie, zoals uitgewerkt in artikel 8, derde lid.

Artikel 8. Voorwaarden voor subsidie

Voor het verkrijgen van subsidie gelden de volgende voorwaarden:

  • 1.

    De aanvragende gemeente verbindt zich aan:

    • a.

      het vóór 2012 beschikbaar hebben van een CJG, dat wil zeggen het behalen van de prestaties genoemd in artikel 4, lid q, r en s;

    • b.

      het realiseren van de subsidiabele prestaties waarvoor de provinciale subsidie wordt ingezet;

    • c.

      het vóór 2012 aantoonbaar voortgang boeken op subsidiabele prestaties zoals omschreven in artikel 4, lid a tot en met p waarvoor geen provinciale subsidie wordt ingezet.

  • 2.

    De aanvragende gemeente dient een beknopte planning in waaruit voor elk van de subsidiabele prestaties blijkt:

    • a.

      in welke kalenderjaren aan welke prestaties wordt gewerkt;

    • b.

      welke voortgang in welk jaar wordt geboekt;

  • 3.

    De aanvragende gemeente dient een uitgewerkt vierjarenplan in voor die subsidiabele prestaties waarvoor de provinciale subsidie wordt ingezet. Dit vierjarenplan gaat vergezeld van:

    • a.

      een begroting als bedoeld in artikel 4:63 Algemene wet bestuursrecht waarin de kosten per kalenderjaar inzichtelijk worden gemaakt,

    • b.

      een activiteitenplan als bedoeld in artikel 4:62 Algemene wet bestuursrecht waarin de activiteiten per kalenderjaar inzichtelijk worden gemaakt;

    • c.

      een opgave van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waarin de verdeling over kalenderjaren inzichtelijk wordt gemaakt.

    • d.

      Het moment waarop de subsidiabele prestaties waarvoor de provinciale subsidie wordt ingezet, zijn gerealiseerd.

  • 4.

    De activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd hebben duidelijke, realistische en meetbare doelstellingen.

Artikel 9. Subsidieverlening

  • 1

    De aanvragen van alle gemeenten binnen een regio worden gebundeld in behandeling genomen met het oog op het subsidieplafond per regio. De aanvragende gemeente krijgt uiterlijk 1 januari 2009 het besluit op de aanvraag.

  • 2

    Bij overschrijding van het regionale subsidieplafond worden de middelen naar rato van het aantal jeugdigen tot 23 jaar conform CBS-gegevens 2007 verdeeld over de aanvragende gemeenten binnen de regio.

  • 3

    Indien zich een omstandigheid voordoet, inhoudende dat het besluit op de aanvraag niet uiterlijk 1 januari 2009 kan worden genomen, dan wordt de aanvrager hiervan voor afloop van de termijn in kennis gesteld. Bij deze kennisgeving wordt een redelijke termijn genoemd, waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Artikel 10. Bevoorschotting

  • 1

    De subsidies worden per kalenderjaar voor 100% van het voor dat jaar toegezegde subsidiebedrag bevoorschot, indien wordt voldaan aan de verplichtingen in artikel 10, tweede lid.

  • 2

    Voor het betaalbaar stellen van de middelen voor de jaren 2009 tot en met 2011 dient de gemeente vóór 31 januari van het betreffende subsidiejaar een voortgangsrapportage in te dienen die gerelateerd is aan het vierjarenplan.

Artikel 11. Subsidievaststelling

De aanvraag tot subsidievaststelling vindt plaats zoals vermeld in artikel 10 van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant. Tevens dient een beknopt overzicht met alle gerealiseerde prestaties uit artikel 4 te worden overhandigd.

Hoofdstuk III ZWERFJONGEREN

Artikel 12. Doel

De provincie wil vóór 1 januari 2012 bereikt hebben dat er geen zwerfjongeren onder de 18 jaar zijn in Brabant. Zij wil hiertoe onder andere samen met gemeenten realiseren dat alle (gesignaleerde) zwerfjongeren in Brabant worden geregistreerd. Daarnaast wil de provincie bijdragen aan individuele trajecten voor zwerfjongeren van 18 – 23 jaar gebaseerd op het Stedelijk Kompas indien er sprake is van complexe opvoed- en opgroeiproblematiek.

Artikel 13. Subsidiabele activiteiten

Trajecten gericht op het terug-/toeleiden naar scholing of werk van zwerfjongeren met complexe opvoed- en opgroeiproblematiek tussen de 18 – 23 jaar, kunnen in de periode 2008-2011 in aanmerking komen voor subsidie.

Artikel 14. Doelgroep subsidie

Subsidie kan worden aangevraagd door Centrumgemeenten maatschappelijke opvang.

Artikel 15. Subsidiabele kosten

  • 1

    Een gedeelte van de kosten die Centrumgemeenten maatschappelijke opvang maken voor de trajecten als genoemd in artikel 13 kunnen in aanmerking komen voor subsidie.

  • 2

    Het maximale subsidiebedrag bedraagt € 55.000,- per Centrumgemeente maatschappelijke opvang per jaar gedurende de periode 2008-2011.

Artikel 16. Aanvraag subsidie

  • 1

    Subsidieaanvragen dienen voor de jaren 2009 tot en met 2011 jaarlijks voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, te worden ingediend bij Gedeputeerde Staten door middel van een volledig ingevuld aanvraagformulier Subsidieregeling Jeugd en Gezin Noord-Brabant 2008-2011, Hoofdstuk III Zwerfjongeren. Voor het jaar 2008 wordt een uitzondering gemaakt; subsidieaanvragen voor 2008 dienen voor 1 september 2008 te worden ingediend bij Gedeputeerde Staten.

  • 2

    De aanvraag gaat vergezeld van een begroting als bedoeld in artikel 4:63 Algemene wet bestuursrecht, het activiteitenplan als bedoeld in artikel 4:62 Algemene wet bestuursrecht en een opgave van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 17. Voorwaarden voor subsidie Voor het verkrijgen van subsidie gelden de volgende voorwaarden:

  • 1

    Trajecten conform artikel 13 van de Centrumgemeenten maatschappelijke opvang moeten aansluiten bij het provinciale beleid.

  • 2

    Voor de trajecten zoals genoemd in artikel 13 gelden de volgende voorwaarden:

    • a.

      bedoelde trajecten hebben hun grondslag in het Stedelijk Kompas van de desbetreffende Centrumgemeente maatschappelijke opvang;

    • b.

      kosten van bedoelde trajecten zijn inzichtelijk;

    • c.

      bedoelde trajecten maken onderdeel uit van een geheel van activiteiten/trajecten ter voorkoming, opvang, begeleiding en nazorg van zwerfjongeren;

    • d.

      bedoelde trajecten worden gekenmerkt door een in opzet en tijd duidelijk afgebakend geheel van activiteiten;

    • e.

      provinciale bijdrage van bedoelde trajecten is maximaal € 5000,- per succesvol traject dat wil zeggen het traject heeft geleid tot toeleiding naar school of werk.

  • 3

    De samenwerking tussen de regiogemeenten en de desbetreffende Centrumgemeente maatschappelijke opvang is aantoonbaar.

Artikel 18. Subsidieverlening

  • 1

    De aanvrager krijgt binnen 8 weken na indiening het besluit op de aanvraag.

  • 2

    Indien zich een omstandigheid voordoet, inhoudende dat het besluit op de aanvraag niet binnen 8 weken kan worden genomen, dan wordt de aanvrager hiervan voor afloop van de termijn in kennis gesteld. Bij deze kennisgeving wordt een redelijke termijn genoemd, waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Artikel 19. Bevoorschotting

De subsidies worden per kalenderjaar voor 80% van het voor dat jaar toegezegde subsidiebedrag bevoorschot.

Artikel 20. Subsidievaststelling

De aanvraag tot subsidievaststelling vindt plaats zoals vermeld in artikel 10 van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant.

Hoofdstuk IV REGIONALE SAMENWERKING JEUGD

Artikel 21. Doel

De provincie zet zich in voor een versterking van de regionale samenwerking tussen gemeenten ten behoeve van een gebiedsgerichte krachtenbundeling. Doelstelling is te komen tot duurzame uitwisseling en afstemming over preventief jeugdbeleid en jeugdzorg en te komen tot bestuurlijke afspraken tussen de gezamenlijke gemeenten per regio en de provincie. Met provinciale middelen wil de provincie het opzetten en uitvoeren van gezamenlijke verbeterprojecten en het onderling uitwisselen van opgebouwde kennis stimuleren.

Artikel 22. Subsidiabele activiteiten

Gezamenlijke projecten van gemeenten binnen een van de 4 regio’s gericht op het opzetten en uitvoeren van gezamenlijke verbetertrajecten kunnen in aanmerking komen voor subsidie. De projecten dienen gericht te zijn op een van de volgende thema’s:

  • a.

    de Verbeteragenda;

  • b.

    het Wmo prestatieveld 7 met betrekking tot jeugdigen;

  • c.

    het Wmo prestatieveld 8 met betrekking tot jeugdigen;

  • d.

    het Wmo prestatieveld 9 met betrekking tot jeugdigen.

Artikel 23. Doelgroep

De regio, inclusief de B5-gemeenten, kan een aanvraag indienen namens alle gemeenten in de regio. Één van de gemeenten uit de regio treedt op als de aanvragende gemeente.

Artikel 24. Subsidiabele kosten

De volgende kosten kunnen in aanmerking komen voor subsidie:

  • 1.

    Diverse ontwikkel- en implementatiekosten waaronder (loon)kosten van externen of eigen medewerkers gericht op activiteiten volgens artikel 22 kunnen in aanmerking komen voor subsidie.

  • 2.

    De volgende kosten zijn niet subsidiabel:

    • a.

      financiering van loonkosten van hulp/zorgverleners;

    • b.

      financiering van individuele zorg- of begeleidingstrajecten;

    • c.

      financiering van training of deskundigheidsbevordering van individuele professionals die niet tot de basispartners CJG behoren.

  • 3.

    Het maximale subsidiebedrag bedraagt € 113.445,- per regio per jaar gedurende de periode 2008-2011.

Artikel 25. Aanvraag subsidie

  • 1

    Subsidieaanvragen voor de jaren 2009 tot en met 2011 dienen jaarlijks voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, te worden ingediend bij Gedeputeerde Staten door middel van een volledig ingevuld aanvraagformulier Subsidieregeling Jeugd en Gezin Noord-Brabant 2008-2011, Hoofdstuk IV Regionale Samenwerking Jeugd. Voor het jaar 2008 wordt een uitzondering gemaakt; subsidieaanvragen voor 2008 dienen voor 1 september 2008 te worden ingediend bij Gedeputeerde Staten.

  • 2

    Subsidieaanvragen kunnen eveneens betrekking hebben op meerjarige projecten die voldoen aan de in deze regeling gestelde voorwaarden. In de aanvraag dient daarbij duidelijk te zijn welke activiteiten per jaar worden ondernomen en met welke middelen per jaar dit wordt gerealiseerd;

  • 3

    De aanvraag zoals bedoeld in artikel 25, eerste lid en tweede lid, gaat vergezeld van een begroting als bedoeld in artikel 4:63 Algemene wet bestuursrecht, het activiteitenplan als bedoeld in artikel 4:62 Algemene wet bestuursrecht en een opgave van het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

Artikel 26. Voorwaarden voor subsidie

Voor het verkrijgen van subsidie gelden de volgende voorwaarden:

  • 1.

    In de projecten zoals genoemd in artikel 22 is aantoonbaar dat:

    • a.

      sprake is van onderlinge uitwisseling van opgebouwde kennis;

    • b.

      sprake is van draagvlak bij alle gemeenten binnen de regio;

    • c.

      gemeenten in de regio samenwerken.

  • 2.

    Het project heeft duidelijke, realistische en meetbare doelstellingen.

  • 3.

    Het project wordt gekenmerkt door een in opzet en tijd duidelijk afgebakend geheel van activiteiten en is weergegeven in een projectoverzicht en projectplan.

Artikel 27. Subsidieverlening

  • 1

    De aanvrager krijgt binnen 8 weken na indiening het besluit op de aanvraag.

  • 2

    Indien zich een omstandigheid voordoet, inhoudende dat het besluit op de aanvraag niet binnen 8 weken kan worden genomen, dan wordt de aanvrager hiervan voor afloop van de termijn in kennis gesteld. Bij deze kennisgeving wordt een redelijke termijn genoemd, waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien.

Artikel 28. Bevoorschotting

  • 1

    De subsidies conform artikel 25, eerste lid worden per kalenderjaar voor 80% van het voor dat jaar toegezegde bedrag bevoorschot.

  • 2

    De subsidies conform artikel 25, tweede lid worden per kalenderjaar voor 100% van het voor dat jaar toegezegde subsidiebedrag bevoorschot, indien wordt voldaan aan de verplichtingen in artikel 28, derde lid.

  • 3

    Bij meerjarige projecten dient de gemeente voor het betaalbaar stellen van de middelen voor de jaren 2009 tot en met 2011, vóór 31 januari van het betreffende subsidiejaar een voortgangsrapportage in te dienen.

Artikel 29. Subsidievaststelling

De aanvraag tot subsidievaststelling vindt plaats zoals vermeld in artikel 10 van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant.

Hoofdstuk V. SLOT

Artikel 30. Hardheidsclausule

Gedeputeerde Staten kunnen, indien hiervoor naar hun oordeel dringende redenen zijn, gemotiveerd afwijken van het in deze regeling gestelde.

Artikel 31. Tijdelijke regeling

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt op 31 december 2011.

Artikel 32. Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Jeugd en Gezin Noord-Brabant 2008-2011.

 ’s-Hertogenbosch, 19 mei 2008

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

 

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingSubsidieregeling Jeugd en Gezin Noord-Brabant 2008-2011
CiteertitelSubsidieregeling Jeugd en Gezin Noord-Brabant 2008-2011
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpjeugdzorg, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening provincie Noord-Brabant, art. 2 en 15

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-05-200831-12-2011nieuwe regeling

19-05-2008

Provinciaal Blad, 2008, 106

1414203