• Geldig sinds 30 september 2010.
    Geldig tot 01 januari 2013.

    Print deze versie:

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling intensivering lokaal hulpaanbod jeugd Noord-Brabant 2010-2012

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;  

Gelet op artikel 2 en artikel 15 van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant;  

Overwegende dat bij de behandeling van de begroting op 7 november 2008 Provinciale Staten het amendement “intensivering lokaal hulpaanbod jeugd” hebben aangenomen;  

Gezien de instemming van de commissie ZWC in haar vergadering van 25 juni 2010 met de uitwerking van het amendement A3 “intensivering lokaal hulpaanbod jeugd”.  

Overwegende dat de provincie door middel van het subsidie-instrument alle Brabantse gemeenten met uitzondering van de B5-gemeenten wil stimuleren om een dekkend en effectief lokaal hulpaanbod voor alle vragen van ouders en jongeren over opgroeien en opvoeden te realiseren, om daarmee de vraag naar zware gespecialiseerde jeugdzorg te verminderen én de eigen kracht van jeugd en gezin te versterken.  

Overwegende dat Gedeputeerde Staten daarmee beogen dat er op regionaal niveau in 2012 5% minder “nieuwe” jongeren instromen in de gespecialiseerde jeugdzorg én er 5% meer jongeren uitstromen in vergelijking met 2009, waardoor gepaste lokale hulp en gespecialiseerde jeugdzorg sneller beschikbaar zijn voor jeugd en gezin zonder wachtlijsten en volgens het principe “lichte hulp waar mogelijk en zwaar waar nodig”.

besluiten vast te stellen de volgende regeling:  

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    B5-gemeenten: gemeenten Breda, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch en Tilburg;

  • b.

    evidence- of practicebased: gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek of positieve resultaten uit de praktijk;

  • c.

    Instroom “nieuwe” jongeren: instroom van jongeren, die in een voorgaande periode van 12 maanden geen jeugdzorg hebben ontvangen;

  • d.

    methodiek “Niemand uit beeld”: methodiek die er op gericht is om jongeren die uit een jeugdzorginsteling komen hun weg in de lokale samenleving weer te laten vinden en waarvan de nazorg bestaat uit begeleiding op het gebied van wonen, zorg, onderwijs, vrije tijd en inkomen;

  • e.

    regio: regio in Noord-Brabant waarbinnen periodiek regionaal bestuurlijk overleg over jeugd plaats vindt, zijnde de regio’s Noordoost-, Zuidoost-, Midden- en West-Brabant, met respectievelijk 21, 21, 8 en 18 gemeenten;

  • f.

    regionaal actieplan: plan waarin provincie en regio’s afspraken maken over het terugdringen van de druk op de jeugdzorg.

Artikel 2 Doelgroep

  • 1

    Subsidie kan worden aangevraagd door:

    • a.

      een gemeente uit de regio Noordoost-Brabant, namens die regio;

    • b.

      het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven, namens de regio Zuidoost-Brabant;

    • c.

      een gemeente uit de regio Midden-Brabant, namens die regio;

    • d.

      een gemeente uit de regio West-Brabant, namens die regio;

  • 2

    In afwijking van het eerste lid kan subsidie niet worden aangevraagd door B5-gemeenten.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verleend voor activiteiten gericht op:

  • a.

    uitbreiding van ondersteuning of ambulante hulp bij opvoedproblemen;

  • b.

    het realiseren van voldoende nazorg door implementatie van de methodiek “Niemand uit Beeld”;

  • c.

    invoering van evidence- of practice-based methodieken die de versterking van de eigen kracht van ouders en kinderen bevorderen;

  • d.

    evidence- of practice-based lokale hulp, die de eigen kracht van ouders en jongeren versterkt.

Artikel 4 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de subsidiabele activiteit is gericht op een extra hulpaanbod voor vragen van ouders en jongeren over opgroeien en opvoeden;

  • b.

    de subsidiabele activiteit is gericht op een gemeentelijk hulpaanbod dat dekkend en effectief is, zonder dubbelingen;

  • c.

    de subsidiabele activiteit is gericht op een hulpaanbod op elk van de volgende prestatiegebieden jeugd van de Wet op de Maatschappelijke Ontwikkeling:

    • 1e

      informatie & advies;

    • 2e

      vroegsignalering;

    • 3e

      toegang tot hulpaanbod;

    • 4e

      licht-pedagogische hulp

    • 5e

      coördinatie van zorg;

  • d.

    de subsidiabele activiteit is gericht op een hulpaanbod voor alle leeftijdsgroepen tot 23 jaar;

  • e.

    de subsidiabele activiteit is gericht op een hulpaanbod voor individuele en groepsgerichte hulpverlening;

  • f.

    de subsidiabele activiteit is gericht op een hulpaanbod passend bij diverse soorten jeugdproblematiek;

  • g.

    de subsidiabele activiteit is gericht op een hulpaanbod dat aansluit op de vraag in de regio;

  • h.

    de subsidiabele activiteit is gericht op een hulpaanbod dat aansluit op de tweede lijnszorg, zodat een doorgaande zorglijn wordt gevormd;

  • i.

    de subsidiabele activiteit kan uiterlijk op 31 december 2012 gerealiseerd worden.

Artikel 5 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen de volgende daadwerkelijk gemaakte kosten voor subsidie in aanmerking:

  • a.

    kosten voor gerealiseerde hulpverleningsuren;

  • b.

    kosten voor implementatie van evidence-based of practicebased methodieken;

  • c.

    kosten voor training van hulpverleners voor implementatie van de methodieken, bedoeld onder b.

Artikel 6 Niet subsidiabele kosten

Loonkosten van gemeentepersoneel en het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven komen niet voor subsidie in aanmerking.

Artikel 7 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1

    Subsidieaanvragen worden ingediend uiterlijk 1 december 2010.

  • 2

    Subsidieaanvragen worden ingediend bij Gedeputeerde Staten.

  • 3

    De subsidieaanvraag gaat vergezeld van:

    • a.

      een omschrijving van de subsidiabele activiteit en de wijze waarop voldaan wordt aan de vereisten genoemd in artikel 4;

    • b.

      een sluitende begroting;

    • c.

      een planning van de subsidiabele activiteiten voor de gehele looptijd;

    • d.

      een onderbouwing van de verwachte effecten op in- en uitstroom in de betreffende regio.

Artikel 8 Subsidieplafond

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode 22 september 2010 tot en met 31 december 2012 vast op € 8.000.000.

Artikel 9 Subsidiehoogte

  • 1

    De maximale hoogte van de subsidie wordt bepaald door het aantal jeugdigen per regio van 0 tot en met 22 jaar maal een bedrag van € 18,24 per jeugdige.

  • 2

    Het aantal jeugdigen, bedoeld in het eerste lid wordt berekend volgens de gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek met als peildatum 1 januari 2010.

  • 3

    Bij de berekening, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden jeugdigen uit de B5- gemeenten niet meegenomen.

Artikel 10 Behandeling subsidieaanvragen

  • 1

    Subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld.

  • 2

    Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, wordt het tijdstip van binnenkomst bepaald door het moment waarop de subsidieaanvraag wel volledig is.

Artikel 11 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Aan de subsidie-ontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a. de subsidiabele activiteit is uiterlijk op 31 december 2012 gerealiseerd;

  • b. de subsidieontvanger overlegt uiterlijk op 1 november 2011:

    • 1e een voortgangsrapportage over het lopende jaar;

    • 2e een gedetailleerde planning van de subsidiabele activiteiten van het volgende jaar;

  • c. de subsidieontvanger werkt mee aan monitoring en tussentijdse evaluaties;

  • d. de subsidieontvanger stelt een regionaal actieplan op.

Artikel 12 Bevoorschotting

Bevoorschotting vindt plaats op aanvraag.

Artikel 13 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2013.

Artikel 14 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Intensivering lokaal hulpaanbod jeugd Noord-Brabant 2010-2012.  

’s-Hertogenbosch, 14 september 2010  

Gedeputeerde Staten voornoemd,

De voorzitter Prof. dr. W.B.H.J. van de Donk

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten  

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingSubsidieregeling intensivering lokaal hulpaanbod jeugd Noord-Brabant 2010-2012
CiteertitelSubsidieregeling intensivering lokaal hulpaanbod jeugd Noord-Brabant 2010-2012
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpjeugdzorg, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art. 2 en 15

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

30-09-201001-01-2013nieuwe regeling

14-09-2010

Provinciaal Blad, 2010, 147

1705608