• Geldig sinds 23 juli 2009.
    Geldig tot 31 december 2011.

    Print deze versie:

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling Innovatie Gemeentelijke Depots Bodemvondsten Noord-Brabant 2009-2011

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Gelet op artikel 152 van de Provinciewet;

Gelet op artikel 2 en 5 van de Algemene Subsidieverordening Provincie Noord-Brabant;

Overwegende dat het doel van een Depot Bodemvondsten het duurzaam behoud van informatie van archeologische monumenten ex situ behelst, ten behoeve van toekomstig onderzoek en ten behoeve van beleving van het cultureel erfgoed door middel van het bewaren en beheren van archeologische objecten en bijbehorende originele documentatie, op zodanige wijze dat de conditie van het materiaal zo stabiel mogelijk blijft;

Overwegende dat de bewaar- en ontsluitingsfunctie van een Depot Bodemvondsten jegens de wetenschappelijk onderzoeker, de amateurarcheoloog of het publiek inhoudelijk goed tot zijn recht moet komen;

Overwegende dat het Rijk heeft laten weten dat een besluit van ons om een bestaand gemeentelijk depot niet aan te wijzen als onderdeel van de totale provinciale depotcapaciteit alleen kan worden genomen als daartoe zwaarwegende redenen zijn;

Overwegende dat een goed functionerend Depot Bodemvondsten een zekere schaal vraagt, zowel qua menskracht als qua fysieke omstandigheden, beveiliging en toegankelijkheid;

Overwegende dat een versnippering van opgravingscomplexen voorkomen dient te worden;

Overwegende dat bij grote gemeenten, met archeologische diensten met een lange staat van dienst, de wens leeft een eigen Depot Bodemvondsten aan te houden en de gemeentelijke archeologie haar belangrijke rol op het gebied van archeologische vrijwilligers en erfgoededucatie kan blijven vervullen;

Besluiten vast te stellen de volgende regeling: Subsidieregeling Innovatie Gemeentelijke Depots Bodemvondsten Noord-Brabant 2009-2011.

Hoofdstuk 1: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    Eco-archeologische vondsten: archeologisch vondsten afkomstig uit flora en fauna.

  • b.

    Gemeentelijk Depot Bodemvondsten (GDB): gemeentelijke organisatie met als doel het duurzaam behoud van de informatie van archeologische monumenten ex situ, ten behoeve van toekomstig onderzoek en ten behoeve van beleving van het cultureel erfgoed (GDB).

  • c.

    Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA): Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) die ontwikkeld is in samenwerking met het archeologische veld en de eisen en richtlijnen stelt aan zowel de uitvoerders als aan de overheid en die geldt als de volgens de beroepsgroep geldende norm (KNA).

  • d.

    Roerende monumenten: archeologische objecten die van wetenschappelijk, cultuurhistorisch of kunsthistorisch belang zijn of een bijdrage leveren aan kennisvermeerdering of een bijdrage leveren aan een reconstructie van het verleden.

  • e.

    Opgravingscomplex: complete set van roerende monumenten die zijn gevonden bij een opgraving alsmede de daarbij behorende complete opgravingsdocumentatie.

Artikel 2. Doel

Het stimuleren van innovatie van Gemeentelijke Depots Bodemvondsten voor gemeenten gelegen in de provincie Noord-Brabant waarvan Burgemeester en Wethouders een verzoek bij Gedeputeerde Staten tot aanwijzing van deze depots hebben ingediend.

Artikel 3. Doelgroep

Subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door colleges van Burgemeester en Wethouders van gemeenten gelegen in de provincie Noord-Brabant, die conform artikel 51 lid 2 van de Monumentenwet 1988 bij Gedeputeerde Staten reeds een verzoek hebben ingediend tot aanwijzing of tijdelijke aanwijzing van een Gemeentelijk Depot Bodemvondsten op hun grondgebied.

Hoofdstuk 2: SUBSIDIEVERSTREKKING, ALGEMEEN

Artikel 4. Subsidiabele activiteiten

Alleen die activiteiten zijn subsidiabel die direct verband houden met innovaties van Gemeentelijke Depots Bodemvondsten en die:

  • a.

    de bewaring van archeologisch erfgoed ten goede komen of;

  • b.

    een betere ontsluiting van de archeologische collectie van een Gemeentelijk Depot Bodemvondsten tot gevolg hebben of;

  • c.

    gericht zijn op een duurzame en betere toegankelijkheid of publieke toegankelijkheid van archeologisch erfgoed.

Artikel 5. Weigeringsgronden

Subsidie kan worden geweigerd indien:

  • a.

    college van Burgemeester en Wethouders geen verzoek bij Gedeputeerde Staten heeft ingediend tot al dan niet tijdelijke aanwijzing van een Gemeentelijk Depot Bodemvondsten, waarin het aangeeft dat zijn depot reeds voldoet aan de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie of waarin het de intentie uitspreekt dat het binnen een redelijke termijn hieraan zal voldoen;

  • b.

    de aanvraag niet wordt begeleid door een document waarin uitsluitsel wordt gegeven over de mate waarin het Gemeentelijke Depot Bodemvondsten voldoet aan de eisen en richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie.

Artikel 6. Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan ten minste één van de volgende vereisten:

  • a.

    Het project of de aanschaf van een installatie leidt tot realisering van duurzame KNA-conforme klimaat-omstandigheden waaronder archeologische metaalvondsten en eco-archeologische vondsten bewaard zullen worden;

  • b.

    Het project of de te nemen maatregelen leiden tot realisering van duurzame KNA-conforme klimaat-omstandigheden waaronder archeologisch erfgoed tijdelijk kan worden opgeslagen of permanent zal worden bewaard;

  • c.

    Het project of de aanschaf van een installatie leidt tot realisering van duurzame KNA-conforme klimaat-omstandigheden waaronder de originele opgravinsgdocumentatie zal worden bewaard;

  • d.

    Het project of de aanschaf van een installatie leidt tot realisering van duurzame KNA-conforme omstandigheden waaronder het archeologisch erfgoed bewaard zal worden;

  • e.

    Het project leidt tot een betere ontsluiting van de archeologische collectie;

  • f.

    Het project leidt tot een provinciale of nationale uniformering dan wel standaardisering van aanleveringseisen van Depots Bodemvondsten;

  • g.

    Het Gemeentelijk Depot Bodemvondsten voldoet reeds aan de eisen en richtlijnen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie en het project of de te nemen maatregelen leiden tot een betere publieke toegankelijkheid van het archeologisch erfgoed.

Artikel 7. Subsidiabele kosten

Voor subsidiëring komen alleen die kosten in aanmerking die direct verband houden met de innovatie van Gemeentelijke Depots Bodemvondsten ten behoeve van een verantwoord behoud en een verantwoorde toegankelijkheid van opgravingscomplexen.

Artikel 8. Subsidiehoogte

Het totaal te verlenen subsidiebedrag voor de gehele periode 2009 tot 2012 bedraagt per gemeente maximaal € 125.000.

Hoofdstuk 3: SUBSIDIEVERSTREKKING, PROCEDURE

Artikel 9. Behandeling subsidieaanvragen

Aanvragen worden in behandeling genomen op volgorde van binnenkomst. Aanvragen kunnen worden ingediend vanaf de inwerkingtreding van deze subsidieregeling tot 1 oktober 2011.

Artikel 10. Beoordeling en afwegingscriteria aanvragen

In geval van overschrijding van het maximale subsidiebedrag binnen een aanvraag wordt in de verleningsbeschikking een volgorde van belangrijkheid aangegeven op basis van de volgende rangorde:

  • 1.

    Investeringen voor het tot stand brengen van betere klimaat- omstandigheden voor het bewaren van kwetsbaar archeologisch erfgoed.

  • 2.

    Investeringen voor het tot stand brengen van betere omstandigheden of klimaat-omstandigheden voor het bewaren van archeologisch erfgoed.

  • 3.

    Investeringen voor het tot stand brengen van een betere ontsluiting van de archeologische collectie van het Gemeentelijk Depot Bodemvondsten.

  • 4.

    Investeringen in een betere toegankelijkheid of betere publieke toegankelijkheid van het archeologisch erfgoed.

Artikel 11. Beslistermijn

Gedeputeerde Staten beslissen uiterlijk 8 weken na indiening van de aanvraag.

Hoofdstuk 3: SLOTBEPALINGEN

Artikel 12. Hardheidsclausule

Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen in deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de doelen van de subsidieregeling Innovatie Gemeentelijke Depots Bodemvondsten Noord-Brabant zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 14 juli 2009 en vervalt met ingang van 31 december 2011.

Artikel 14. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Innovatie Gemeentelijke Depots Bodemvondsten Noord-Brabant 2009-2011.

's-Hertogenbosch, 14 juli 2009

de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingSubsidieregeling Innovatie Gemeentelijke Depots Bodemvondsten Noord-Brabant 2009-2011
CiteertitelSubsidieregeling Innovatie Gemeentelijke Depots Bodemvondsten Noord-Brabant 2009-2011
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpbodem, cultuur, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Provinciewet, art. 152
  2. Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art. 2 en 15

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

23-07-200914-07-200931-12-2011nieuwe regeling

14-07-2009

Provinciaal Blad, 2009, 107

1554947