Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling energielening woningverhurende partijen Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant; 

Gelet op artikel 105 en artikel 143 van de Provinciewet;

Gelet op artikel 2 en artikel 15 van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten op 18 februari 2009 een maatregelenpakket hebben gepresenteerd ter bestrijding van de gevolgen van de economische recessie;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten als onderdeel van dit maatregelenpakket het treffen van energiebesparende maatregelen willen stimuleren, waardoor enerzijds de werkgelegenheid in de bouw- en installatiebranche wordt gestimuleerd en anderzijds een lastenverlaging voor burgers wordt bewerkstelligd;

Overwegende dat Gedeputeerde Staten specifiek het treffen van energiebesparende maatregelen door woningverhurende partijen in bestaande huurwoningen willen stimuleren door het verstrekken van subsidies in de vorm van een lening.

Besluiten vast te stellen de volgende regeling:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant;

  • b.

    Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c.

    beperkte steun: steun tot € 500.000 ingevolge het Nederlandse nationale kader voor het tijdelijk verlenen van beperkte steunbedragen onder verwijzing naar punt 4.2.2 van de Tijdelijke communautaire kaderregeling inzake staatssteun ter stimulering van de toegang tot financiering in de huidige financiële en economische recessie (2009/C16/01);

  • d.

    de-minimis: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in Verordening (EG) Nr. 1998/2006 van de Commissie van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op de-minimissteun, Pb EG L 379/05 van 28 december 2006, met inbegrip van eventueel in de toekomst vast te stellen wijzigingen;

  • e.

    energielabel: energieprestatiecertificaat voor de woning, opgesteld volgens de daarvoor geldende landelijke richtlijnen en afgegeven door een gecertificeerde instantie;

  • f.

    erkend bedrijf: rechtspersoon, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, waarbij de medewerker(s) aantoonbaar in het bezit is of zijn van de benodigde expertise op het gebied van energiebesparende maatregelen;

  • g.

    Gedeputeerde Staten: college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;

  • h.

    gecertificeerde instantie: instantie die gecertificeerd is om energielabels af te geven;

  • i.

    maatwerkadvies: op maat gesneden advies, afgegeven door een gecertificeerde instantie, waaruit het huidige energielabel en het te verwachten energielabel blijkt;

  • j.

    provincie: provincie Noord-Brabant;

  • k.

    rentevoordeel: verschil tussen de marktconforme rente en de door de provincie gehanteerde rente;

  • l.

    subsidie: subsidie in de vorm van een laag rentende geldlening met een bepaalde looptijd;

  • m.

    woningverhurende partijen: rechtspersonen die woningen in eigendom hebben en deze verhuren aan particulieren in Noord-Brabant.

Artikel 2 Doelgroep

Subsidie kan worden aangevraagd door woningverhurende partijen.

Artikel 3 Subsidiabele activiteiten

Subsidie kan worden verleend voor:

  • a. het nemen van energiebesparende maatregelen;

  • b. het installeren van duurzame energie-installaties;

  • c. het installeren van een warmte-terug-winssysteem;

  • d. het vervangen van kozijnen ter uitvoering van maatregelen als bedoeld onder a.

Artikel 4 Weigeringsgronden

Subsidie wordt geweigerd indien:

  • a.

    de financiële draagkracht van subsidieaanvrager onvoldoende is;

  • b.

    de subsidieaanvrager reeds eerder of elders een lening is aangegaan voor het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten;

  • c.

    de activiteiten reeds zijn aangevangen op het tijdstip van indiening van de subsidieaanvraag. 

Artikel 5 Subsidievereisten

Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de subsidiabele activiteiten zijn gericht op het verbeteren van de energieprestatie van woningen tot energielabel B of, indien het huidige energielabel een label C betreft, het verbeteren van de energieprestatie tot een energielabel A;

  • b.

    de subsidiabele activiteiten dragen bij aan de werkgelegenheid in de bouw- en installatiebranche doordat:

    • 1.

      reeds geplande projecten aantoonbaar versneld worden uitgevoerd, of;

    • 2.

      geplande projecten worden uitegvoerd, die aantoonbaar uitgesteld zouden worden, of;

    • 3.

      geplande projecten worden uitgevoerd, die aantoonbaar geannuleerd zouden worden.

  • c.

    de subsidiabele activiteiten dragen bij aan een financiële lastenverlichting voor de particuliere huurder;

  • d.

    subsidiabele activiteiten betreffen minimaal 10 woningen;

  • e.

    de subsidieaanvrager is eigenaar van de woningen;

  • f.

    het betreft bestaande woningen gelegen in Noord-Brabant;

  • g.

    de woningen hebben een woonfunctie en worden verhuurd aan particulieren.

Artikel 6 Subsidiabele kosten 

Kosten voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot de subsidiabele activiteiten, genoemd in artikel 3. 

Artikel 7 Niet subsidiabele kosten 

De volgende kosten komen niet voor subsidie in aanmerking:

  • a. administratie-, verzend- en bankkosten;

  • b. opslagkosten;

  • c. transportkosten;

  • d. BTW;

  • e. kosten die reeds eerder door een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn vergoed.

Artikel 8 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1

    De aanvraag wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten.

  • 2

    De aanvraag wordt ingediend voor de aanvang van de activiteiten.

  • 3

    Aanvragen kunnen gedurende de gehele looptijd van deze regeling worden ingediend.

  • 4

    De aanvraag bevat het bank- of giro-rekeningnummer van de aanvrager.

  • 5

    De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van:

    • a.

      de eigendomsbewijzen van de bestaande woningen;

    • b.

      maatwerkadvies, inclusief een overzicht van de daarvoor per woning uit te voeren activiteiten;

    • c.

      een projectplan met daarin een concreet overzicht van de uit te voeren activiteiten per woning, de te verwachte verbetering van de energieprestatie, uitgedrukt in het energielabel en de bijbehorende kosten, ondersteund met offertes en de te verwachte personele inzet;

    • d.

      een omschrijving van de wijze waarop de subsidiabele activiteiten bijdragen aan het gestelde in artikel 5 onder b en c;

    • e.

      een verslag waaruit blijkt dat de gemeente waarin de betreffende woningen staan heeft ingestemd met de aanvraag;

    • f.

      een kopie van eventuele eerdere subsidiebeschikkingen voor de uit te voeren activiteiten;

    • g.

      een ondertekende verklaring beperkte steun.

  • 6

    In afwijking van het vijfde lid, onder g, gaat een aanvraag die na 31 december 2010 wordt ingediend vergezeld van een ondertekende de-minimisverklaring.  

Artikel 9 Subsidieplafond 

Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode van 1 november 2009 tot en met 31 december 2011 vast op € 30.000.000.

Artikel 10 Subsidiehoogte

  • 1

    De hoogte van de subsidie bedraagt maximaal € 10.000.000, waarbij het rentevoordeel niet hoger is dan de beperkte steun.

  • 2

    Het rentevoordeel op basis van deze subsidieregeling in combinatie met een subsidie op basis van de Subsidieregeling energiemaatregelen woningverhurende partijen Noord-Brabant bedraagt niet meer is dan de beperkte steun.

  • 3

    In afwijking van het eerste lid, is het rentevoordeel voor aanvragen, bedoeld in artikel 7, zesde lid, niet hoger is dan de de-minimis.

  • 4

    In afwijking van het tweede lid, is het rentevoordeel op basis van deze subsidieregeling in combinatie met een subsidie op basis van de Subsidieregeling energiemaatregelen woningverhurende partijen Noord-Brabant voor aanvragen, bedoeld in artikel 7, zesde lid, niet hoger dan de de-minimis. 

Artikel 10a Behandeling subsidie aanvragen

  • 1

    Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst.

  • 2

    Indien een aanvraag nog niet volledig is, wordt het tijdstip van binnenkomst bepaald door het moment waarop de aanvraag wel volledig is.

Artikel 11 Subsidieverlening

  • 1

    Gedeputeerde Staten kunnen met betrekking tot de aanvraag financieel advies vragen over de financiële draagkracht van de aanvrager aan een onafhankelijke deskundige.

  • 2

    Subsidie wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat de subsidieontvanger meewerkt aan de totstandkoming van een overeenkomst ter uitvoering van de subsidiebeschikking.

  • 3

    In de subsidiebeschikking en de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt een regime voor betaling van rente en aflossing opgenomen.

Artikel 12 Verplichtingen van de subsidieontvanger 

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a. de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd door een erkend bedrijf;

  • b. de te gebruiken materialen voldoen aan de daartoe gestelde landelijke en Europese Richtlijnen;

  • c. de subsidiabele activiteiten zijn gerealiseerd op 31 december 2011.

Artikel 13 Subsidievaststelling

  • 1

    De subsidieontvanger dient uiterlijk vijf maanden na het realiseren van de subsidiabele activiteiten een verzoek tot subsidievaststelling in bij Gedeputeerde Staten.

  • 2

    Onverminderd artikel 10 van de ASV, gaat het verzoek tot subsidievaststelling vergezeld van een verklaring van een daartoe gecertificeerde instantie waaruit blijkt dat minimaal energielabel B is gerealiseerd of indien de uitgangssituatie een energielabel C betrof, een energielabel A is gerealiseerd.

Artikel 14 Verplichtingen van de subsidieontvanger ten aanzien van de subsidiabele activiteiten 

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de subsidiabele activiteiten worden uitgevoerd door een erkend bedrijf;

  • b.

    de te gebruiken materialen voldoen aan de daartoe gestelde landelijke en Europese Richtlijnen;

  • c.

    de subsidiabele activiteiten zijn uiterlijk binnen 6 maanden na subsidieverlening gerealiseerd. 

Artikel 15 Verplichtingen van de subsidieontvanger ten aanzien van de administratie

  • 1

    De subsidieontvanger voert een administratie die te allen tijde de informatie bevat die nodig is voor een juist inzicht in de besteding, rentebetalingen en aflossing van de subsidie, hetgeen inhoudt dat alle ontvangsten en uitgaven in de administratie zijn vastgelegd met onderliggende bewijsstukken.

  • 2

    De subsidieontvanger bewaart de administratie tot vijf jaar na het verstrijken van de looptijd van de subsidie, tenzij in de subsidiebeschikking anders is bepaald.

  • 3

    De subsidieontvanger verstrekt aan Gedeputeerde Staten binnen twee weken inzage in de administratie en is verplicht op verzoek van Gedeputeerde Staten alle inlichtingen te verstrekken die relevant zijn voor de subsidieverlening.

Artikel 16 Verplichtingen van de subsidieontvanger ten aanzien van informatieverstrekking 

Subsidieontvanger doet terstond mededeling aan Gedeputeerde Staten over alle feiten en omstandigheden, waarvan hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij invloed kunnen hebben op de aanspraak op subsidie, waaronder:

  • a. verzoeken tot faillissement;

  • b. verzoeken tot surseance van betaling;

  • c. het aanbieden van enig akkoord aan schuldeisers van subsidieontvanger;

  • d. executoriaal beslag op enige zaak van subsidieontvanger;

  • e. verstrekking van onjuiste gegevens en verzwijging van relevante gegevens op het moment van subsidieverlening.

Artikel 17 Verplichtingen van de subsidieontvanger gedurende de looptijd van de subsidie

  • 1

    Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

    • a.

      er worden ten behoeve van eigenaren respectievelijk aandeelhouders, directie of bestuur van het bedrijf geen onttrekkingen verricht ten laste van het vermogen van subsidieontvanger;

  • 2

    Onttrekkingen als bedoeld in het eerste lid, onder a, omvatten onder meer:

    • a.

      dividenduitkeringen;

    • b.

      aflossingen van vorderingen van aandeelhouders of gelieerde natuurlijke en rechtspersonen;

    • c.

      aflossingen van rekening-courantverhoudingen tussen subsidieontvanger en aandeelhouders of gelieerde natuurlijke en rechtspersonen;

    • d.

      nieuwe of verhoogde kostenvergoedingen;

    • e.

      gratificaties, beloningsstructuren en pensioenvoorzieningen;

    • f.

      andere vormen van onttrekkingen aan het vermogen van subsidieontvanger.

Artikel 18 Hardheidsclausule 

Gedeputeerde Staten kunnen in individuele gevallen bepalingen in deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van het stimuleren van het treffen van energiebesparende maatregelen door woningverhurende partijen in bestaande huurwoningen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 19 Sancties

  • 1

    Onverminderd de artikelen 4:46 tot en met 4:50 Awb kan de beschikking tot subsidieverlening worden gewijzigd of worden ingetrokken indien verlening in strijd is met een of meer voor de provincie geldende verplichting(en) voortkomend uit het EG-verdrag.

  • 2

    De wijziging of intrekking, bedoeld in het eerste lid, werkt terug tot en met het tijdstip waarop subsidie is verleend, tenzij bij wijziging of intrekking anders is bepaald.

  • 3

    In geval van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 15 wordt de subsidie vermeerderd met reeds vervallen bedragen van aflossingen, rente of kosten onmiddellijk opeisbaar.

  • 4

    Indien subsidieontvanger nalaat opeisbaar geworden bedragen betreffende hoofdsom, aflossingen, rente of kosten te voldoen, wordt de vordering uit hoofde van subsidie ingevorderd bij dwangbevel, nadat subsidieontvanger schriftelijk in gebreke is gesteld door Gedeputeerde Staten zoals bedoeld in titel 4.4 Awb.

Artikel 20 Inwerkingtreding 

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinicaal Blad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2012.

Artikel 21 Citeertitel 

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling energielening woningverhurende partijen Noord-Brabant.

‘s-Hertogenbosch, 6 oktober 2009

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant voornoemd,

de voorzitter Prof. dr. W.B.H.J. van de Donk 

 de secretaris drs. W.G.H.M.     Rutten

                                                                                                                                 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingSubsidieregeling energielening woningverhurende partijen Noord-Brabant
CiteertitelSubsidieregeling energielening woningverhurende partijen Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpsociaal-economische zaken, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Nieuwe regeling in het kader van de economische crisis. Van Pb 193/09 is (tevens)een herzien exemplaar verschenen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Provinciewet, art. 105 en 143
  2. Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant, art. 2 en 15

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-02-201101-02-2011intrekking

25-01-2011

Provinciaal Blad 2011, 29

29/11
05-11-200901-02-2011nieuwe regeling

06-10-2009

Provinciaal Blad, 2009, 193

1586199