Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregel Sociale Plus ISV-2 2008: Stimuleringsregeling voor ISV-projectgemeenten en SRE programmagemeenten (Subsidieregel Sociale Plus ISV-2 2008)

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

“Sociale Plus ISV-2 2008” Stimuleringsregeling voor ISV-projectgemeenten en SRE programmagemeenten.

- Gelet op de Algemene Subsidie Verordening provincie Noord-Brabant; - Gelet op de Algemene wet bestuursrecht;

Besluiten:

Art. 1. Algemeen

  • 11

    Algemene definities In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

    • a.

      Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant (GS).

    • b.

      Ambtelijk adviesteam: team van beleidsmedewerkers die een ambtelijk advies voorleggen aan GS.

    • c.

      Onroerende zaken: de grond of een zaak die duurzaam verenigd is met de grond. Zoals een gebouw (opstal), beplanting of overige bouwwerken.

    • d.

      Roerende zaken: Alles wat geen onroerende zaak is, computers, inrichting en aankleding van gebouwen etc.

    • e.

      Sociale Paragraaf: zie sociale plus.

    • f.

      Sociale plus: door toevoeging van sociaal-culturele aspecten, op het terrein van sociale cohesie, ontmoeting, samenwerking, verbinding en participatie aan een ISV-project, het bestaande project te versterken.

    • g.

      ISV-projectgemeenten en SRE-programmagemeenten: Het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) is de fysieke tak van het Grootstedenbeleid van VROM. In 2000 is de eerste ISV periode van start gegaan. Deze liep tot en met 2004. Vanaf 2005 loopt de ISV-2 periode. Deze zal eindigen op 31 december 2009. De G31 (in Brabant de B5) ontvangen rechtstreeks een budget van het rijk voor hun Grootstedenbeleid. Voor het fysieke onderdeel, ISV, kunnen ook andere gemeenten in aanmerking komen. De provincies zijn budgethouder voor deze ‘niet-rechtstreekse gemeenten’. Binnen de niet-rechtstreekse gemeenten kunnen provincies onderscheid maken tussen programmagemeenten (vergelijkbare problematiek als de Grote steden) en projectgemeenten. In Brabant kennen we in de ISV-2 periode zeven programmagemeenten (De ‘M7’). Voor het SRE-gebied hebben GS voor ISV-2 het budgethouderschap gedelegeerd aan het SRE. Om die reden hebben ook de 19 SRE-gemeenten (dus exclusief Eindhoven en Helmond) de programmastatus. Programmagemeenten stellen voorafgaand aan de subsidieperiode een meerjarenprogramma met ISV-doelstellingen op (MOP). Op basis van dit programma ontvangen zij ISV-geld. Na afloop van de subsidieperiode wordt de subsidie - op basis van behaalde prestaties- vastgesteld. Voor hen geldt dus een vorm van programmafinanciering. Projectgemeenten zijn alle overige gemeenten. Zij ontvangen op basis van een ingediend projectvoorstel een ISV-bijdrage. Deze subsidieaanvraag moet dan voldoen aan de vereisten die in de beleidsregel stedelijke vernieuwing 2007 zijn vastgelegd.

  • 12

    Op de subsidieverlening zijn de bepalingen van toepassing zoals vastgelegd in de Algemene Subsidie Verordening provincie Noord-Brabant en de Algemene wet bestuursrecht, voor zover niet nader geregeld in deze beleidsregel.

Art. 2. Doelstelling

De subsidieregeling “Sociale Plus ISV-2 2008: Stimuleringsregeling voor ISV-projectgemeenten en SRE programmagemeenten” is bedoeld om de sociaal culturele aspecten van een ISV-project te versterken, door toevoeging van een ‘sociale plus’op het terrein van sociale cohesie, ontmoeting, samenwerking, verbinding en participatie.

Art. 3. Doelgroep

De ISV-2 projectgemeenten (dus exclusief B5 en M7) en ISV-2 programmagemeenten van de SRE (dus exclusief Eindhoven en Helmond) die ISV-2 middelen hebben ontvangen (positieve beschikkingen vanaf 2006).

Art 4. Beschikbare middelen

  • 4.1

    Het subsidieplafond Het subsidieplafond is vastgesteld in deelplafonds met een totaal van € 500.000,- aan beschikbare middelen. Verzoeken voor subsidie worden in ieder geval afgewezen als door verstrekking van subsidie het betreffende deelplafond (zie art. 4.3), van de regio waaruit het subsidieverzoek wordt ingediend, wordt overschreden.

  • 4.2

    Voor de ontwikkeling van een Sociale plus is het maximale subsidiebedrag van € 50.000,- beschikbaar. Het minimale bedrag is € 25.000,- Hieraan is geen voorwaarde tot cofinanciering verbonden.

  • 4.3

    Regionale spreiding Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de regionale spreiding van de projecten over Brabant. Hierbij is bij de verdeling van de middelen rekening gehouden met het aantal inwoners per regio. Onderstaande tabel geeft verdeling en de bedragen van de vastgestelde deelplafonds weer:

Regio's

Aantal inwoners

Beschikbare middelen per regio

Midden

384.758

€ 80.000

Noordoost

630.930

€ 130.000

West

678.968

€ 140.000

Zuidoost

729.905

€ 150.000

Totaal

2.424.561

€ 500.000,-

De verdelingen zijn gemaakt naar aantal inwoners per gerio en afgerond.

Art. 5 Niet subsidiabele kosten

Kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen zijn:

  • 1.

    Kosten voor huur of aankoop van roerende zaken;

  • 2.

    Kosten voor huur of aankoop onroerende zaken;

  • 3.

    Verplichtingen die worden aangegaan in het project en die de looptijd van het project overschrijden, zoals de aanstelling van personeel, tenzij financiering daarvan na beëindiging van de provinciale subsidie op voorhand is zeker gesteld;

  • 4.

    Kosten die reeds geheel of gedeeltelijk door het provinciaalbestuur worden gesubsidieerd.

Art. 6 Subsidiecriteria

Gedeputeerde Staten kunnen subsidies verlenen voor projecten die voldoen aan alle onderstaande criteria:

  • 1.

    De doelstelling van het project is gekoppeld aan meetbare en concrete resultaten. Dit aspect moet in de projectopzet zijn opgenomen;

  • 2.

    Er is een perspectief op uitvoering en inpassing in de reguliere activiteiten van de gemeente (bij gebleken succes van het project). Dit aspect moet in de projectopzet zijn opgenomen;

  • 3.

    Voor subsidiëring kunnen alleen die kosten in aanmerking komen die direct verband houden met de realisering van het voorgenomen project. Alleen werkelijk gemaakte kosten, vanaf de datum van aanvraag, komen voor subsidie in aanmerking;

  • 4.

    Het project moet overdraagbaar zijn. Bij goede resultaten moet de beproefde werkwijze ook elders in Brabant kunnen worden toegepast. Dit aspect moet in de projectopzet zijn opgenomen;

  • 5.

    De projectaanvraag is vergezeld van een duidelijke en realistische projectopzet en planning;

  • 6.

    Verantwoordings- en evaluatieactiviteiten zijn in de projectopzet meegenomen.

  • 7.

    Binnen 2 maanden na toekenning van de subsidie kan met de uitvoering van het project worden gestart;

  • 8.

    Het project dient uiterlijk 31 december 2010 te zijn afgerond.

Art. 7 Procedure voor het verkrijgen van subsidie

  • 71

    Subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst in behandeling genomen, mits deze compleet zijn volgens art. 7.2. Is een aanvraag niet compleet krijgt men 10 werkdagen om deze aan te vullen. De datum waarop de aanvullingen door ons zijn ontvangen geld als datum van ontvangst.

  • 72

    Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

    • -

      Gespecificeerde begroting uitgesplitst naar besteding per jaar;

    • -

      Gespecificeerd activiteitenplan/ projectplan met planning;

    • -

      Document waaruit blijkt dat burgerparticipatie een integraal onderdeel is van het project (van ontwikkeling tot uitvoering).

  • 73

    Aanvragen kunnen vanaf 1 juni 2008 tot uiterlijk "1 september 2008" wordt vervangen door: 1 november 2008, bij Gedeputeerde Staten worden ingediend. Subsidieaanvragen ingediend na 1 september 2008 worden niet in behandeling genomen. De poststempel geldt daarbij als bewijsmiddel.

  • 74

    Beslissing op de projectaanvraag. De aanvrager ontvangt het besluit uiterlijk 8 weken na de datum van ontvangst. Aan de toekenning van een projectsubsidie kunnen geen rechten worden ontleend met betrekking tot vervolgaanvragen.

Art. 8 Subsidieverplichtingen

  • 81

    Wanneer een project door de provincie wordt gesubsidieerd, dient binnen 3 maanden na afronding van het project een eindrapportage te worden ingediend. Deze eindrapportage dient voorzien te worden van een activiteitenverslag en een financieel-verslag. Ondersteund met de uren verantwoording, facturen en betalingsbewijzen conform de oorspronkelijke aanvraag. Maatgevend voor de provincie is of de prestatie door de subsidieontvanger daadwerkelijk is geleverd.

  • 82

    De subsidieontvanger dient bereid te zijn de behaalde resultaten van het project in het kader van verspreiding van good practices (goede voorbeelden) te delen met derden.

Art. 9 Citeertitel

Deze beleidsregel kan worden aangehaald als subsidieregel “Sociale Plus ISV-2 2008: Stimuleringsregeling voor ISV-projectgemeenten en SRE programmagemeenten”

Art. 10 Bekendmaking en inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2008 en zal in het Provinciaal Blad bekend worden gemaakt.

's-Hertogenbosch, 1 september 2008 Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter de secretaris J.R.H. Maij-Weggen drs. W.G.H.M. Rutten

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingSubsidieregel Sociale Plus ISV-2 2008: Stimuleringsregeling voor ISV-projectgemeenten en SRE programmagemeenten (Subsidieregel Sociale Plus ISV-2 2008)
CiteertitelSubsidieregel Sociale Plus ISV-2 2008: Stimuleringsregeling voor ISV-projectgemeenten en SRE programmagemeenten
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpsociale participatie, subsidies, zorg en welzijn, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Op 19 mei 2008 hebben GS besloten tot vaststelling van de regeling. Dit besluit is gepubliceerd op 21 mei 2008. In de regeling zelf was de datum van inwerkingtreding open gelaten. In Provinciaal Blad 161/08 is de regeling opnieuw gepubliceerd inclusief datum inwerkingtreding en aanpassing sluitingsdatum indiening subsidieaanvragen. Daarbij is de eerder gepubliceerde regeling niet ingetrokken, zodat op dit moment twee geldende versies naast elkaar bestaan.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Algemene wet bestuursrecht
  2. Algemene Subsidie Verordening provincie Noord-Brabant

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-03-201301-03-2013Intrekking

26-02-2013

Provincieblad, 2013, 21

S0259574
18-09-200801-06-200801-03-2013nieuwe regeling

01-09-2008

Provincieblad, 2008, 161

1413862