• Geldig sinds 22 maart 2007.
    Geldig tot 01 februari 2012.

    Print deze versie:

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Reglement van Orde Provinciale Staten 2007

Provinciale Staten van Noord-Brabant

besluiten:

vast te stellen het navolgende reglement:

Het Reglement van Orde Provinciale Staten 2007

Hoofdstuk 1: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1.1. Fracties

Leden van Provinciale Staten kunnen zich verenigen tot een groepering, fractie genaamd. Zij doen hiervan mededeling aan de voorzitter, onder vermelding van de benaming en de samenstelling van de fractie, alsmede van de samenstelling van het bestuur van die fractie.

Artikel 1.2. Geloofsbrieven

  • 1

    De voorzitter benoemt uit de leden van Provinciale Staten één of meer commissies, die tot taak ebben het onderzoeken van de geloofsbrieven van de benoemden. Deze commissies bestaan uit ten minste drie leden. Een ambtelijk secretaris wordt aan deze commissies toegevoegd;

  • 2

    Een commissie, als bedoeld in het eerste lid, brengt van haar onderzoek verslag uit aan Provinciale Staten.

Artikel 1.3. Nevenfuncties

  • 1

    De leden van Provinciale Staten doen de griffier binnen drie maanden na aanvang van een nieuwe zittingsperiode opgave van de andere functies die zij vervullen dan het lidmaatschap van Provinciale Staten;

  • 2

    De griffier draagt zorg voor het openbaar maken van deze opgaven door terinzagelegging in de bibliotheek van het provinciehuis. Van deze terinzagelegging wordt mededeling gedaan in het Provinciaal blad;

  • 3

    Jaarlijks verzoekt de griffier aan de leden van Provinciale Staten wijzigingen als bedoeld in het eerste lid door te geven. De griffier zorgt voor het aanbrengen van de wijzigingen;

  • 4

    De leden van Provinciale Staten kunnen desgewenst ook tussentijds wijziging in de door hen verstrekte gegevens doorgeven.

Artikel 1.4. De agendacommissie

  • 1

    Provinciale Staten stellen een agendacommissie in, bestaande uit de commissievoorzitters en de vice-voorzitter van Provinciale Staten. De voorzitter van Provinciale Staten is adviserend lid.

  • 2

    De voorzitter van de agendacommissie is de vice-voorzitter van Provinciale Staten. Bij verhindering van de voorzitter, wijst de agendacommissie een vervanger aan;

  • 3

    De agendacommissie bepaalt haar eigen werkwijze.

  • 4

    De griffier wijst een secretaris aan van de agendacommissie belast met het opstellen van een concept-agenda en verslaglegging.

  • 5

    De agendacommissie heeft de volgende taken:

    • a.

      Vaststellen van de conceptagenda’s van de vergaderingen van de statencommissies en van Provinciale Staten;

    • b.

      Uitnodigen van gasten voor Provinciale Staten;

    • c.

      Jaarlijks vaststellen van het vergaderschema voor Provinciale Staten en de statencommissies;

    • d.

      Bewaken van de uitvoering van de lange termijn agenda van Provinciale Staten.

    • e.

      Toezien op de nakoming van toezeggingen aan Provinciale Staten en aan de statencommissies.

    • f.

      Bepalen van de werkwijze van commissies.

  • 6

    De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar.

  • 7

    Indien de voorzitter van de agendacommissie of één van de leden dit nodig oordeelt, vindt een extra vergadering plaats. Deze extra vergadering dient minimaal 48 uur tevoren aan alle leden van de agendacommissie bekendgemaakt te worden.

  • 8

    Van de vergaderingen van de agendacommissies worden besluitenlijsten opgesteld. Deze worden openbaar gemaakt via het StatenInformatieSysteem.

Artikel 1.5. Het presidium

  • 1

    Provinciale Staten stellen een presidium in bestaande uit de fractievoorzitters, de voorzitter van Provinciale Staten en de vicevoorzitter van Provinciale Staten.

  • 2

    De voorzitter van het presidium is de voorzitter van Provinciale Staten. Bij verhindering van de voorzitter en diens plaatsvervanger, wijst het presidium een vervanger aan;

  • 3

    De griffier is de secretaris van het presidium;

  • 4

    Het Presidium bepaalt haar eigen werkwijze;

  • 5

    De statengriffier bereidt de vergaderingen van het Presidium voor en stelt de agenda op.

  • 6

    Het Presidium heeft de volgende taken:

    • a.

      Bepalen van werkwijze van Provinciale Staten; zoals doorgeleiding statenvoorstellen (voorbereid door de griffie), buitenlandse reizen, fractievergoedingen, bijeenkomsten van Provinciale Staten nietzijnde vergaderingen, etc.;

    • b.

      Aansturing van de griffier en griffie;

    • c.

      Vaststellen griffiejaarplan en -jaarverslag;

    • d.

      Vervullen van een stimulerende rol in verbetering van het functioneren van Provinciale Staten in een duaal stelsel;

  • 7

    De vergaderingen van het Presidium zijn in principe openbaar. De deuren worden gesloten wanneer een van de leden daarom verzoekt of indien de voorzitter dat nodig oordeelt. Het presidium beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.

  • 8

    Indien het Presidium het nodig acht, kunnen derden uitgenodigd worden om aan de vergadering deel te nemen.

  • 9

    Indien de voorzitter van het Presidium of één van de leden dit nodig oordeelt, vindt een extra vergadering plaats. Deze extra vergadering dient minimaal 48 uur tevoren aan alle leden van het Presidium bekendgemaakt te worden.

  • 10

    Van de vergaderingen van het presidium worden besluitenlijsten opgesteld. Deze worden openbaar gemaakt via het StatenInformatieSysteem.

Artikel 1.6. De griffier

  • 1

    De griffier is in elke vergadering van Provinciale Staten aanwezig;

  • 2

    In geval van verhindering wordt de griffier vervangen door de adjunctgriffier danwel door een bij de griffie werkzame en door de griffier aangewezen ambtenaar.

  • 3

    In geval van ontstentenis wordt de griffier vervangen door de adjunctgriffier, door een bij de griffie werkzame en door de griffier aangewezen ambtenaar, danwel door een door het Presidium aangewezen persoon.

  • 4

    De griffier kan, indien hij daartoe door de voorzitter worden uitgenodigd, in de vergadering het woord voeren.

Artikel 1.7. Vergaderschema

  • 1

    De vergaderingen van Provinciale Staten vinden in de regel plaats op vrijdag en vangen aan om 9.30 uur;

  • 2

    De voorzitter kan, in overleg met de agendacommissie, bepalen dat van het gestelde in het eerste lid wordt afgeweken;

  • 3

    Indien een vergadering door het vereiste aantal leden is gevraagd, wordt zij, behoudens het bepaalde in artikel 20, eerste lid, van de Provinciewet, binnen veertien dagen gehouden.

Hoofdstuk 2: DE VERGADERING

Artikel 2.1. Oproeping

  • 1

    De voorzitter roept de leden van Provinciale Staten schriftelijk ter vergadering op tenminste veertien dagen vóór de dag van de vergadering. In geval van spoed kan de oproeping op kortere termijn plaatshebben;

  • 2

    De dag van de vergadering en het uur van de opening, alsmede de plaats van de vergadering en de voorlopige agenda worden tegelijk met de oproeping toegezonden aan het College van Gedeputeerde Staten en ter openbare kennis gebracht. Indien de aanwezigheid van één of meer Gedeputeerden ter vergadering is gewenst, maakt de agenda hiervan uitdrukkelijk melding;

  • 3

    De voorlopige agenda en de daarbij behorende basisstukken worden zoveel mogelijk tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de statenleden verzonden;

  • 4

    Indien omtrent basisstukken op grond van artikel 25, eerste dan wel tweede lid, van de Provinciewet, geheimhouding is opgelegd, blijven deze achterliggende stukken onder berusting van de griffier en verleent de griffier de statenleden inzage.

Artikel 2.2. De agenda

  • 1

    Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de agendacommissie de voorlopige agenda van de vergadering vast;

  • 2

    In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van de vergadering een aanvullende voorlopige agenda vaststellen;

  • 3

    De agenda wordt, voor zover het geen zaken betreft waarop krachtens artikel 25 van de Provinciewet geheimhouding rust, geplaatst op de webpagina van de provincie Noord-Brabant;

  • 4

    Bij aanvang van de vergadering stellen Provinciale Staten de agenda vast.

Artikel 2.3. Ter inzagelegging stukken

  • 1

    Achterliggende stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het provinciehuis ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving bedoeld in artikel 6, tweede lid. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de Statenleden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving;

  • 2

    Het origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het provinciehuis gebracht;

  • 3

    Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste dan wel tweede lid, van de Provinciewet, geheimhouding is opgelegd, blijven deze achterliggende stukken, in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de statenleden inzage.

Artikel 2.4. Ingekomen stukken

  • 1

    Bij Provinciale Staten ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten, worden op een lijst geplaatst; deze lijst wordt aan de Statenleden toegezonden en ter inzage gelegd;

  • 2

    Na de vaststelling van de notulen van de vorige vergadering, stellen Provinciale Staten op voorstel van de griffier de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

Artikel 2.5. Presentielijst

  • 1

    Ieder lid plaatst bij het binnenkomen in de vergaderzaal zijn handtekening op de presentielijst; tijdens het houden van een stemming kunnen geen namen aan de lijst worden toegevoegd;

  • 2

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien sprake is van een geheel nieuwe zitting of zittingsdag.

Artikel 2.6. Zitplaatsen

  • 1

    De voorzitter, de Statenleden en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg binnen het presidium bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van Provinciale Staten aangewezen;

  • 2

    Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg binnen het presidium;

  • 3

    De leden van Gedeputeerde Staten nemen plaats op de daartoe in de vergaderzaal gereserveerde plaatsen.

Artikel 2.7. Opening

  • 1

    De vergadering wordt geopend met een moment van stilte;

  • 2

    Vervolgens leest de griffier de namen op van de leden die bericht van verhindering hebben gezonden.

Artikel 2.8. Taken van de voorzitter

De voorzitter is ter vergadering belast met:

  • a.

    het leiden van de vergadering;

  • b.

    het handhaven van de orde in de vergadering;

  • c.

    het doen naleven van dit reglement van orde;

  • d.

    hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.

Artikel 2.9. Spreektijd

  • 1

    Statenleden spreken vanaf het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter;

  • 2

    Bij interrupties en bijzondere gelegenheden kan de voorzitter toestaan dat Statenleden vanaf een andere plaats spreken.

Artikel 2.10. Voorstel van orde

Een voorstel van orde dient uitsluitend de gang van de werkzaamheden te betreffen. De beraadslaging en de beslissing er over hebben onmiddellijk na het indienen plaats, tenzij Provinciale Staten anders besluiten.

Artikel 2.11. Volgorde sprekers

  • 1

    Een statenlid voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben;

  • 2

    De volgorde van de sprekers wordt door de voorzitter bepaald;

  • 3

    De voorzitter verleent het woord voor een persoonlijk feit niet dan na een voorlopige aanduiding van dat feit. De beslissing of iets een persoonlijk feit vormt, berust bij de voorzitter;

  • 4

    Een voorstel over de orde van de vergadering kan door de voorzitter of door een statenlid worden gedaan. Over een voorstel over de orde van de vergadering beslissen Provinciale Staten terstond.

Artikel 2.12. Aantal spreektermijnen

  • 1

    De beraadslaging over een onderwerp geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij Provinciale Sstaten anders beslissen;

  • 2

    Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten;

  • 3

    Een statenlid mag in een termijn niet meer dan één keer het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel;

  • 4

    Het derde lid is niet van toepassing op:

    • -

        de rapporteur van een commissie;

    • -

        het statenlid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel;

  • 5

    Bij de bepaling hoeveel malen een statenlid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een persoonlijk feit of over de orde van de vergadering.

Artikel 2.13. Spreektijd

Provinciale Staten kunnen op voorstel van een statenlid of van de voorzitter regels stellen over de spreektijd van de statenleden en leden van Gedeputeerde Staten.

Artikel 2.14. Handhaving orde; schorsing

  • 1

    Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij:

    • a.

      de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren;

    • b.

      een statenlid hem interrumpeert.

    • c.

      de voorzitter bepaalt dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden;

  • 2

    Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt de spreker door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de desbetreffende spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontnemen.

Artikel 2.15. Sluiting beraadslaging

Wanneer de voorzitter meent dat een punt voldoende is besproken sluit hij de beraadslaging, tenzij Provinciale Staten voortzetting wensen.

Artikel 2.16. Stemming

  • 1

    Nadat de beraadslaging over een onderwerp is gesloten stelt de voorzitter de stemming aan de orde;

  • 2

    De voorzitter stelt in eerste instantie de ingediende amendementen aan de orde, vervolgens het besluit en ten slotte de ingediende moties.

Artikel 2.17. Stemming over personen

  • 1

    Voor een stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen benoemt de voorzitter vier leden tot stemopnemers;

  • 2

    De stemopnemers tellen het aantal ingeleverde stembriefjes;

  • 3

    De inhoud van elk stembriefje wordt door één van de stemopnemers voorgelezen, door een andere nagezien en door elk van de overigen aangetekend;

  • 4

    De uitslag van de stemming wordt terstond door de voorzitter bekend gemaakt;

  • 5

    Een stemming is nietig indien het getal van de in de stembus gevonden stembriefjes groter is dan dat van de leden die de presentielijst hebben getekend en zich niet van stemming moeten onthouden en dit verschil van invloed heeft kunnen zijn op de uitslag.

Artikel 2.18. Aantal stemmingen

  • 1

    Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen zijn;

  • 2

    Indien een aantal personen tegelijk moet worden benoemd, voorgedragen of aanbevolen, kan dit geschieden met één stembriefje, mits dit zodanig is ingericht dat voldaan wordt aan het bepaalde in het vorige lid.

Artikel 2.19. Inhoud stembriefje

In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje, beslissen Provinciale Staten.

Artikel 2.20. Aantal herstemmingen

  • 1

    Wanneer niemand bij de eerste stemming de volstrekte meerderheid krijgt, wordt een tweede vrije stemming gehouden;

  • 2

    Is ook bij de tweede vrije stemming geen volstrekte meerderheid verkregen, dan wordt een herstemming gehouden;

  • 3

    De herstemming vindt plaats over de twee personen die het grootste aantal stemmen hebben verkregen.

  • 4

    Indien bij de tweede vrije stemming niet is uitgemaakt over welke twee personen de herstemming moet plaatshebben, wordt bij een tussenstemming beslist wie van degenen die een gelijk aantal stemmen verkregen in de herstemming komen;

  • 5

    Staken bij her - of tussenstemming de stemmen, hetgeen het geval is als de stemmen gelijkelijk zijn verdeeld, dan beslist terstond het lot;

  • 6

    Voor het tot stand brengen van een beslissing bij het lot worden de vereiste naambriefjes, na waarmerking door de voorzitter, behoorlijk gevouwen, door één van de stemopnemers in de stembus geworpen. De persoon wiens naam op het door de voorzitter uit de stembus genomen naambriefje is vermeld, is benoemd, voorgedragen, aanbevolen of komt in herstemming.

Artikel 2.21. Vernietiging stembriefjes

De voorzitter ziet erop toe dat de stembriefjes onmiddellijk na de vaststelling van de uitkomst van de stemming worden vernietigd;

Artikel 2.22. Mondelinge stemming

  • 1

    Een lid brengt bij mondelinge stemmingen zijn stem uit met het woord ‘voor’ of ‘tegen’ zonder enige bijvoeging;

  • 2

    Ieder lid is bevoegd een korte stemverklaring af te leggen direct voor de aanvang van de stemming;

  • 3

    De stemming vindt plaats naar de volgorde van de presentielijst, te beginnen met het lid, bij loting door de voorzitter aangewezen. Deze volgorde geldt vervolgens voor de gehele vergaderdag;

  • 4

    Wordt de vergadering door een lid van Provinciale Staten voorgezeten, dan brengt deze als laatste zijn stem uit.

Artikel 2.23. Vergissing uitbrengen stem

  • 1

    Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft;

  • 2

    Bemerkt hij deze vergissing eerst later, dan kan hij na afloop van de stemming aantekening vragen in de notulen, dat hij zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist. Deze mededeling heeft geen invloed op de uitslag van de stemming.

Artikel 2.24. Niet-hoofdelijke stemming

Tenzij de voorzitter of een lid een stemming bij hoofdelijke oproeping verlangt, kan op voorstel van de voorzitter stemming bij zitten en opstaan of bij handopsteken plaatshebben.

Artikel 2.25. Stemmen met elektronische apparatuur

  • 1

    Bij een stemming kan gebruik worden gemaakt van de elektronische stemapparatuur in de vergaderzaal;

  • 2

    De stemming vindt plaats nadat daarvoor de apparatuur in werking is gesteld en gedurende de daarvoor aangewezen tijdsduur;

  • 3

    Elk lid mag per stemming één stem uitbrengen en wel met de apparatuur behorende bij de hem aangewezen plaats in de vergaderzaal;

  • 4

    Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing binnen de onder lid 2 gestelde tijdsduur van de stemming, herstellen;

  • 5

    De voorzitter maakt de uitslag van de stemming bekend;

  • 6

    De resultaten van de stemming worden opgenomen in de notulen van de statenvergadering. Een uitdraai van de stemming kan tijdens de vergadering bij de griffier worden ingezien;

  • 7

    Op uitdrukkelijk verzoek hiertoe van één of meer leden kan de uitslag per afzonderlijk lid in de notulen worden opgenomen.

Artikel 2.26. Stemverklaring

In geval geen stemming per hoofdelijke oproeping plaats heeft is ieder lid bevoegd, desgewenst zonder opgave van redenen, te vragen dat in de notulen wordt aangetekend dat hij geacht wil worden te hebben tegengestemd.

Artikel 2.27. Notulen

  • 1

    Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gemaakt.

  • 2

    De notulen behelzen:

    • -

        de namen van de aanwezige leden en van de afwezige leden, wat de laatsten betreft onder vermelding of een bericht van verhindering is ontvangen;

    • -

        de besluiten;

    • -

        de uitslagen van de stemmingen, met dien verstande dat bij mondelinge stemmingen de namen van hen die vóór en die tegen hebben gestemd worden vermeld;

    • -

        de mededelingen, voorstellen, moties, kennisgevingen en voorts alle handelingen die in de vergadering hebben plaatsgehad;

  • 3

    De voorzitter is bevoegd te gelasten dat in het verslag niet worden opgenomen de gedeelten van het besprokene, die tot het nemen van de in artikel 2:14, tweede lid, genoemde maatregel hebben geleid;

  • 4

    De notulen van een besloten vergadering worden afzonderlijk gehouden;

  • 5

    De notulen worden door Provinciale Staten vastgesteld. De conceptnotulen worden vanaf een week voorafgaande aan de vergadering waarin de vaststelling van de notulen aan de orde worden gesteld, op het provinciehuis ter inzage gelegd. Een lid dat voornemens is een voorstel tot wijziging van de ontwerpnotulen in te dienen, dient hiervan vooraf schriftelijk mededeling te doen aan de voorzitter onder vermelding van de door hem gewenste wijziging;

  • 6

    Tenzij Provinciale Staten anders bepalen, worden de notulen van een besloten vergadering niet aan de leden toegezonden doch ter inzage gelegd in het provinciehuis.

Artikel 2.28. Toezeggingen

  • 1

    De griffier registreert de door de voorzitter en Gedeputeerde Staten gedane toezeggingen;

  • 2

    De leden van Provinciale Staten worden periodiek geïnformeerd over de stand van zaken betreffende de tenuitvoerlegging van hetgeen was toegezegd.

Artikel 2.29. Publieke tribune

De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen van Provinciale Staten bijwonen.

Artikel 2.30. Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens de statenvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.

Artikel 2.31. Verbod gebruik mobiele telefoons

In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het ‘standby houden’ van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, voor zover die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan.

Hoofdstuk 3: RECHTEN VAN STATENLEDEN

Artikel 3.1. Vragenuurtje

  • 1

    Voor elke statenvergadering wordt als agendapunt opgevoerd ‘het vragenuurtje’;

  • 2

    Ieder lid kan Gedeputeerde Staten een vraag stellen over een actueel onderwerp;

  • 3

    Het lid, dat van dit recht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk op de dag voor de vergadering vóór 12.00 uur aan de voorzitter, onder vermelding van het onderwerp;

  • 4

    Aanmeldingen die ná de in het derde lid genoemde tijdstip binnenkomen, worden niet gehonoreerd;

  • 5

    De voorzitter weigert in principe een onderwerp tijdens het vragenuurtje aan de orde te stellen indien:

    • a.

      de vraag gaat over een onderwerp waarover een statencommissie binnen afzienbare tijd een advies zal uitbrengen;

    • b.

      er sprake is van een vraag die nog onder de rechter is;

    • c.

      er sprake is van een vraag over een zaak of een verzoek om informatie, die op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur niet openbaar is;

    • d.

      de vraag gaat over nog niet beantwoorde schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 3.2.;

  • 6

    De behandeling van de vragen vindt plaats op volgorde van binnenkomst van de aanmeldingen;

  • 7

    De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor Gedeputeerde Staten en voor de overige Statenleden;

  • 8

    Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om een vraag aan Gedeputeerde Staten te stellen en een toelichting daarop te geven.

  • 9

    Na de beantwoording door Gedeputeerde Staten krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen;

  • 10

    Interruptie tijdens het vragenuurtje is toegestaan als de tijd dit toelaat. De voorzitter ziet hierop toe.

  • 11

    Indien de aard of hoeveelheid van de gestelde vragen hiertoe aanleiding geeft, maken Provinciale Staten nadere afspraken over de verdere afhandeling.

Artikel 3.2. Schriftelijke vragen

  • 1

    Ieder lid kan, ook wanneer geen vergadering wordt gehouden, aan Gedeputeerde Staten vragen stellen over het door hen gevoerde bestuur;

  • 2

    De vragen moeten, nauwkeurig en zo zakelijk mogelijk omschreven, bij Gedeputeerde Staten worden ingediend;

  • 3

    Gedeputeerde Staten antwoorden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na ontvangst van de vragen;

  • 4

    Gedeputeerde Staten kunnen besluiten de vragen niet schriftelijk, maar mondeling te beantwoorden, wanneer dit binnen vier weken na ontvangst van de vragen mogelijk is. In dat geval vindt beantwoording plaats in de eerstvolgende vergadering van de desbetreffende vaste commissie. De leden van Provinciale Staten worden hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte gesteld;

  • 5

    De voorzitter zendt de tekst van de vragen en van het schriftelijke antwoord daarop onverwijld door aan de leden van Provinciale Staten.

Artikel 3.3. Interpellatie

  • 1

    Een lid dat ten aanzien van onderwerpen, vreemd aan de orde van de dag, inlichtingen aan Gedeputeerde Staten wil vragen, heeft daartoe verlof van Provinciale Staten nodig;

  • 2

    Het verzoek daartoe wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend ten minste twee dagen vóór de dag van de eerstvolgende vergadering; het bevat een korte en duidelijke omschrijving van de verlangde inlichtingen.

Artikel 3.4. Initiatief

  • 1

    Een initiatiefvoorstel is een voorstel voor een verordening of een ander voorstel;

  • 2

    Ieder statenlid heeft het recht voorstellen aan Provinciale Staten te doen, die buiten de agenda vallen;

  • 3

    Een initiatiefvoorstel wordt schriftelijk bij de voorzitter ingediend;

  • 4

    De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst;

  • 5

    De behandeling van het voorstel vindt plaats voordat alle op de agenda voorkomende onderwerpen of voorstellen worden behandeld, tenzij Provinciale Staten oordelen dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd onderwerp of voorstel wordt behandeld of eerst wordt behandeld in een commissie van advies of naar Gedeputeerde Staten wordt gezonden. In het laatste geval bepalen Provinciale Staten in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.

Artikel 3.5. Amendement

  • 1

    Een amendement is een voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daar direct in te worden opgenomen.

  • 2

    Een sub-amendement is een voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement,naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement waarop het betrekking heeft;

  • 3

    Ieder statenlid kan tot het sluiten van de beraadslagingen (sub-)amendementen indienen. Een sub-amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden;

  • 4

    Alleen beraadslaagd kan worden over (sub-)amendementen die ingediend zijn door leden die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn;

  • 5

    Elk (sub-)amendement en elk voorstel worden schriftelijk bij de voorzitter ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan;

  • 6

    Intrekking, van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door Provinciale Staten heeft plaatsgevonden.

Artikel 3.6. Motie

  • 1

    Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen;

  • 2

    Een motie moet, om in behandeling genomen te kunnen worden, schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend;

  • 3

    De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. De indiener van de motie geeft daarbij aan of deze bedoeld is als een intern dan wel extern gerichte motie;

  • 4

    De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

Artikel 3.7 Recht van Onderzoek

Het recht van onderzoek van PS is vastgelegd in een aparte verordening op het onderzoeksrecht van Provinciale Staten (PS78/06).

Hoofdstuk 4: OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 4.1. Uitleg reglement

Bij twijfel omtrent de uitlegging van dit reglement en in gevallen waarin het niet voorziet, raadpleegt de voorzitter Provinciale Staten, die een beslissing nemen.

Artikel 4.2. Citeertitel

Dit reglement kan worden aangehaald als: “Reglement van orde Provinciale Staten 2007”.

Artikel 4.3. Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal blad. Op dat tijdstip geldt het “Reglement van orde Provinciale Staten 2003” als zijnde ingetrokken.

Provinciale Staten voornoemd,

de voorzitter mw. J.R.H. Maij-Weggen

de griffier mw. drs. E.M.W.J. Wöltgens

 

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingReglement van Orde Provinciale Staten 2007
CiteertitelReglement van orde Provinciale Staten 2007
Vastgesteld doorprovinciale staten
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpbestuurlijke organisatie

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Dit reglement treedt in werking op de dag na publicatie in het Provinciaal Blad, op dat tijdstip geldt het "Reglement van orde Provinciale Staten 2003" als zijnde ingetrokken.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Provinciewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-03-200701-02-2012nieuwe regeling

15-03-2007

Provinciaal Blad, 2007, 55

Statenvoorstel 17/07