• Geldig sinds 27 september 2007.
    Geldig tot 01 maart 2013.

    Print deze versie:

Inhoud regeling

Tekst van de regeling

Intitulé

Bijdrageregeling sloop ongewenste bebouwing buitengebied Noord-Brabant

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant

Gelet op het bepaalde in de artikelen 2 en 15 van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant;

Overwegende dat Provinciale Staten van Noord Brabant op 9 december 2005 (besluit 53/05) hebben besloten tot het ter beschikking stellen van een krediet voor het verlenen van bijdragen aan gemeenten voor de verlening van subsidies voor de sloop van ongewenste bebouwing in hun buitengebied;

Overwegende dat het wenselijk is regels op te stellen voor het verstrekken van bijdragen aan gemeenten ter bestrijding van de kosten die voortvloeien uit de verstrekking van subsidies voor de sloop van ongewenste bebouwing in hun buitengebied of de kosten die voortvloeien uit de financiering, anders dan door de verstrekking van subsidies, van projecten betreffende de sloop van ongewenste bebouwing in hun buitengebied;

BESLUITEN vast te stellen de navolgende regeling:

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      Bijdrage: door Gedeputeerde Staten op grond van deze regeling te verstrekken aanspraak op financiële middelen.

    • b.

      Bijdrageplafond: bedrag dat in enig jaar ten hoogste ter beschikking staat voor de verstrekking van bijdragen.

    • c.

      Modelverordening: als bijlage 1 bij deze regeling gevoegde Model Gemeentelijke subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied.

    • d.

      Gemeentelijke subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied: door het daartoe bevoegde bestuursorgaan van een gemeente overeenkomstig de modelverordening vastgestelde verordening.

    • e.

      Ongewenste bebouwing: bebouwing gelegen in het buitengebied waarvan de sloop in belang van natuur en landschap door het bevoegde gemeentebestuur gewenst is.

    • f.

      Ruimte voor Ruimte C.V.: de commanditaire vennootschap Ruimte voor Ruimte CV, gevestigd te ’s-Hertogenbosch.

    • g.

      Ruimte voor ruimtekavel: een woningbouwkavel die wordt gerealiseerd met toepassing van de regeling ruimte voor ruimte, zoals die is opgenomen in paragraaf 3.6.2 van het Streekplan Noord-Brabant 2002 “Brabant in balans”, waarvan de opbrengst wordt ingezet voor het terugverdienen van de sloopvergoedingen die zijn uitgekeerd op grond van de Regeling beëindiging veehouderijtakken.

  • 2

    Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden voor de toepassing van deze regeling de begripsomschrijvingen zoals opgenomen in artikel 1 van de modelverordening op overeenkomstige wijze gehanteerd.

Artikel 2 Bijdrage

  • 1

    Gedeputeerde Staten verstrekken aan de daarvoor op grond van het bepaalde in artikel 3 in aanmerking komende gemeenten in de provincie Noord-Brabant een bijdrage ter bestrijding van de kosten die voortvloeien uit:

    • a.

      de verstrekking van subsidies door het daartoe bevoegde bestuursorgaan van die gemeente aan belanghebbenden voor de sloop van ongewenste bebouwing in haar buitengebied, voorzover deze subsidies zijn verstrekt met inachtneming van de bepalingen van de Gemeentelijke subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied, of

    • b.

      de financiering door die gemeente van projecten betreffende de sloop van ongewenste bebouwing in het buitengebied indien die financiering op een andere wijze dan door de verstrekking van subsidies plaatsvindt voorzover:

      • 1.

        de kosten betrekking hebben op een activiteit die subsidiabel is onder de modelverordening en in een redelijke verhouding staan tot de kosten die zouden zijn voortgevloeid uit de verstrekking van subsidies voor de desbetreffende activiteit, waarbij het bepaalde in artikel 5 van de modelverordening overeenkomstige toepassing vindt, en

      • 2.

        met de uitvoering van het project wordt voldaan aan de voorwaarden die in artikel 4 van de modelverordening worden gesteld aan de verstrekking van subsidie voor de sloop van ongewenste bebouwing in het buitengebied;

         

        ter verzekering waarvan de desbetreffende gemeente voor aanvang van het project een overeenkomst heeft gesloten met de provincie Noord-Brabant.

  • 2

    Het bepaalde in artikel 9 en hoofdstuk IV van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant is niet van toepassing op de verstrekking van bijdragen als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 3 Voorwaarde voor bijdrage

  • 1

    Een gemeente in de provincie Noord-Brabant komt in aanmerking voor een bijdrage indien sprake is van tenminste 30 in ontwikkeling genomen ruimte voor ruimtekavels op haar grondgebied, zulks gemeten naar de stand per 31 december van enig jaar voorafgaande aan de verstrekking van de bijdrage.

  • 2

    Een ruimte voor ruimtekavel wordt geacht in ontwikkeling te zijn genomen indien:

    • a.

      de Raad van Commissarissen van de beherend vennoot van Ruimte voor Ruimte C.V. over de ruimte voor ruimtekavel heeft besloten dat Ruimte voor Ruimte C.V. deze in ontwikkeling neemt; danwel

    • b.

      in het geval de ruimte voor ruimtekavel door een ander dan Ruimte voor Ruimte C.V. in ontwikkeling wordt genomen, door of vanwege die ander:

      • 1.

        een aanvraag is ingediend bij het bevoegde gemeentebestuur om vrijstelling of herziening van het ter plaatse geldende bestemmingsplan met gebruikmaking van paragraaf 3.6.2 van het Streekplan Noord-Brabant 2002 “Brabant in balans” gericht op de ontwikkeling van de ruimte voor ruimtekavel, en

      • 2.

        een overeenkomst met de provincie Noord-Brabant is gesloten waarmee de inzet van de opbrengst van de ontwikkeling van de ruimte voor ruimtekavel voor het terugverdienen van de sloopvergoedingen die zijn uitgekeerd op grond van de Regeling beëindiging veehouderijtakken en door de provincie Noord-Brabant zijn betaald, is verzekerd.

Artikel 4 Hoogte bijdrage

De bijdrage wordt éénmalig verstrekt en bedraagt ten hoogste € 400.000.

Artikel 5 Bijdrageplafond

  • 1

    Gedeputeerde Staten stellen jaarlijks, uiterlijk op 31 december een bijdrageplafond voor de uitvoering van deze regeling in het daarop volgende jaar vast, dat zij publiceren in het Provinciaal Blad.

  • 2

    Gedeputeerde Staten besluiten jaarlijks, uiterlijk op 1 april aan welke gemeenten in dat jaar een bijdrage wordt verstrekt met inachtneming van het voor dat jaar vastgestelde bijdrageplafond.

  • 3

    Indien het bijdrageplafond bij toekenning van het maximale bedrag van de bijdrage als bedoeld in artikel 4 aan alle daarvoor in dat jaar in aanmerking komende gemeente zou worden overschreden vindt gelijkelijke verdeling van het beschikbare budget over de desbetreffende gemeenten plaats.

  • 4

    Gedeputeerde Staten stellen de gemeenten aan wie een bijdrage wordt verstrekt van het besluit als bedoeld in het tweede lid in kennis.

Artikel 6 Betaalbaarstelling van de bijdrage

In afwijking van het bepaalde in artikel 10 van de Algemene subsidieverordening Provincie Noord-Brabant kan een gemeente waaraan een bijdrage is verstrekt, de werkelijke kosten als bedoeld in artikel 2, bij Gedeputeerde Staten declareren tot het maximale bedrag van de bijdrage die aan de desbetreffende gemeente is verstrekt, is bereikt.

Artikel 7 Declareren van subsidiekosten

  • 1

    Kosten die voortvloeien uit de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, worden per openstelling van de Gemeentelijke subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied gezamenlijk in één gespecificeerde declaratie bij Gedeputeerde Staten gedeclareerd.

  • 2

    De indiening van declaraties als bedoeld in het eerste lid vindt plaats na uitbetaling van alle subsidies die betrekking hebben op de desbetreffende openstelling.

  • 3

    Een declaratie als bedoeld in het eerste lid dient vergezeld te gaan van:

    • a.

      het besluit tot openstelling als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de modelverordening, voor zover dit besluit niet al op grond van het vijfde lid is overgelegd,

    • b.

      het besluit tot aanwijzing van gedeelten van het buitengebied als bedoeld in artikel 2, eerste lid van de modelverordening,

    • c.

      indien van toepassing, het besluit tot vaststelling van afwijkende subsidiebedragen als bedoeld in artikel 7 van de modelverordening,

    • d.

      indien van toepassing, het besluit tot aanwijzing van categorieën van gebouwen als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de modelverordening;

    • e.

      een overzicht van de naar aanleiding van de openstelling verleende, vastgestelde en uitbetaalde subsidies en uitbetaalde voorschotten,

    • f.

      de beslissingen tot verlening en vaststelling van de subsidies als bedoeld onder e, en

    • g.

      bewijzen waaruit de uitbetaling van de subsidies en voorschotten als bedoeld onder e blijkt, voor zover deze stukken niet al op grond van het vijfde lid zijn overgelegd.

  • 4

    Indien met betrekking tot de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, voorschotten zijn uitbetaald, kunnen deze voorafgaande aan de declaratie als bedoeld in het eerste lid per openstelling gezamenlijk in één gespecificeerde declaratie bij Gedeputeerde Staten worden gedeclareerd.

  • 5

    Een declaratie op grond van het vierde lid dient vergezeld te gaan van:

    • a.

      het besluit tot openstelling als bedoeld in artikel 7, eerste lid van de modelverordening;

    • b.

      een overzicht van de naar aanleiding van de openstelling verleende subsidies en uitbetaalde voorschotten, en

    • c.

      bewijzen waaruit de uitbetaling van de voorschotten als bedoeld onder b blijkt.

  • 6

    Het bedrag dat aan de gemeente wordt uitbetaald op grond van de declaratie op grond van het vierde lid wordt in mindering gebracht op het bedrag van de kosten die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid met betrekking tot de desbetreffende openstelling bij Gedeputeerde Staten worden gedeclareerd.

  • 7

    Indien het bedrag dat aan de gemeente is uitbetaald op grond van de declaratie op grond van het vierde lid hoger is dan het bedrag dat op grond van de declaratie als bedoeld in het eerste lid met betrekking tot de desbetreffende openstelling aan de gemeente betaalbaar kan worden gesteld, wordt het verschil verrekend met de bedragen die in verband met een volgende openstelling van de Gemeentelijke subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied aan de gemeente kunnen worden uitbetaald. Indien een mogelijkheid om tot verrekening over te gaan ontbreekt, betaalt de gemeente het desbetreffende bedrag op eerste vordering van Gedeputeerde Staten terug.

Artikel 8 Declareren van projectkosten

  • 1

    Kosten die voortvloeien uit de financiering van projecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b, worden per project in één gespecificeerde declaratie bij Gedeputeerde Staten gedeclareerd.

  • 2

    De indiening van een declaratie als bedoeld in het eerste lid vindt plaats nadat het desbetreffende project is afgerond.

  • 3

    Een declaratie als bedoeld in het eerste lid dient vergezeld te gaan van:

    • a.

      een gespecificeerde eindafrekening van het project,

    • b.

      een verklaring van het gemeentebestuur dat het project in overeenstemming met de overeenkomst als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder b is uitgevoerd,

    • c.

      een overzicht van de kosten die voor financiering uit de bijdrage in aanmerking komen,

    • d.

      bewijzen waaruit de voldoening van de kosten als bedoeld onder c blijkt.

Artikel 9 Aanvullende informatie

Gedeputeerde Staten kunnen bepalen dat een gemeente naast de in artikel 7, derde en vijfde lid en de in artikel 8, derde lid bedoelde gegevens aanvullende informatie en financiële stukken dient te verstrekken.

Artikel 10 Beslissing op een declaratie

Gedeputeerde Staten nemen binnen 8 weken na de ontvangst van een declaratie op grond van artikel 7, eerste en vierde lid en artikel 8, eerste lid, of, indien deze onvolledig was dan wel aanleiding heeft gegeven tot het verzoeken van aanvullende informatie of financiële stukken als bedoeld in artikel 9, binnen 8 weken na de ontvangst van de ontbrekende gegevens, een beslissing over de declaratie en dragen zorg voor de betaling van de goedgekeurde kosten binnen 30 dagen na de goedkeuring, zulks tot het maximale bedrag van de bijdrage die aan de desbetreffende gemeente is verstrekt, is bereikt.

Artikel 11 Beroep op betaalbaarstelling van de bijdrage

Een gemeente waaraan een bijdrage is verstrekt kan gedurende een periode van 5 jaar, ingaande op de dag nadat het besluit tot verstrekking van de bijdrage is verzonden, een beroep doen op betaalbaarstelling van de bijdrage door het indienen van declaraties overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 6, 7 en 8.

Artikel 12 Terugvordering

In het geval de beslissing tot verstrekking van de bijdrage of de beslissing over een declaratie wordt ingetrokken of ten nadele van de gemeente wordt gewijzigd, betaalt de gemeente de bedragen die naar aanleiding van de desbetreffende beslissing overeenkomstig het hiervoor bepaalde aan de gemeente zijn betaald op eerste vordering van Gedeputeerde Staten terug, vermeerderd met de wettelijke rente over de periode van de datum van uitbetaling tot het tijdstip van terugbetaling.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Gedeputeerde Staten zijn bevoegd om af te wijken van vorenstaande bepalingen in gevallen waarin de onverkorte toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze bepalingen te dienen doelen.

Artikel 14 Overgangsbepaling

  • 1

    In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid geldt voor de beoordeling of een gemeente in aanmerking komt voor een bijdrage in 2007 de peildatum 1 juli 2007.

  • 2

    In afwijking van het bepaalde in artikel 5, eerste lid stellen Gedeputeerde Staten uiterlijk op 1 december 2007 het bijdrageplafond voor 2007 vast.

  • 3

    In afwijking van het bepaalde in artikel 5, tweede lid stellen Gedeputeerde Staten na vaststelling van het subsidieplafond als bedoeld in het tweede lid, maar uiterlijk op 31 december 2007 vast aan welke gemeenten in 2007 een bijdrage wordt verstrekt.

Artikel 11 Bekendmaking en inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 12 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Bijdrageregeling sloop ongewenste bebouwing buitengebied Noord-Brabant.

Bijlage 1: Model Gemeentelijke Subsidieverordening sloop ongewenste bebouwing buitengebied

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter J.R.H. Maij-Weggen

de secretaris drs. W.G.H.M. Rutten

Nummer: 1329599

Uitgegeven, 26 september 2007

De secretaris van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

drs. W.G.H.M. Rutten

Wetstechnische informatie

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieNoord-Brabant
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBijdrageregeling sloop ongewenste bebouwing buitengebied Noord-Brabant
CiteertitelBijdrageregeling sloop ongewenste bebouwing buitengebied Noord-Brabant
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerpnatuur en landschap, reconstructie, subsidies, financieel kader

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Bijlage 1, de modelverordening incl. toelichting, is te downloaden via www.brabant.nl (zoek op Provinciaal Blad 153/07)

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Algemene subsidieverordening provincie Noord-Brabant

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

27-09-200701-03-2013nieuwe regeling

18-09-2007

Provinciaal Blad, 2007, 153

1329595